In de naam van rechtvaardigheid

Carrière maken dankzij camorra

De boss stelt er een eer in de problemen van zijn 'vrienden' op te lossen. Het protectiegeld, de pizzo, moet natuurlijk wel stipt worden betaald. In Campanië en Calabrië en op Sicilië is de macht van de maffia groter dan ooit. Dat beeld rijst op uit drie recente boeken over het Italiaanse misdaadsyndicaat.

Casapesenna, Casal di Principe, Giugliano, Corleone - het zijn Italiaanse plaatsnamen die niet meteen de alarmbellen doen rinkelen. Ten onrechte. Casapesenna en Casal di Principe liggen in het hartland van de camorra, zoals de maffia zich noemt in Campania, de provincie met Napels als hoofdstad. De machtigste camorra-clan, die van de Casalesi, zwaait er de scepter. De Italiaanse journaliste Rosaria Capacchione heeft zich in Het goud van de Camorra verdiept in de veelzijdige activiteiten van de Casalesi.

Corleone (letterlijk: Leeuwenhart) is het Siciliaanse stadje dat met Palermo concurreert om de eer zich hoofdstad van de cosa nostra te mogen noemen. De als ongewoon bloeddorstig bekend staande maffiabaas Totò Riina, die er niet voor terugschrok om vijanden met zijn blote handen te wurgen, resideerde er, evenals zijn opvolger Bernardo Provenzano. De cosa nostra figureert prominent in Maffia van de Duitse journaliste Petra Reski, die ooit in één ruk vanuit het Roergebied naar Palermo reed, geïnspireerd als ze was door de film The Godfather. Maar ook de minder romantische werkelijkheid die ze aantrof op Sicilië en in het aangrenzende Calabrië, waar weer een andere maffiatak heerst, de 'ndrangheta, rijk geworden in de cocaïnehandel, is haar blijven boeien.

Giugliano ten slotte bevindt zich ook in het domein van de Casalesi en is tevens het geboortedorp van Raffaele Cantone, die in Italië bekendheid geniet door zijn energieke en niet onsuccesvolle optreden tegen de camorra. Van 1999 tot voor kort was Cantone als officier van justitie actief in het anti-maffia team van het Openbaar Ministerie in Napels. Het verslag dat hij vóór zijn overplaatsing naar Rome (in Italië mag een officier van justitie niet langer dan acht jaar met de maffia bezig zijn) schreef over zijn ervaringen munt uit door sfeervolle beschrijvingen die licht werpen op het verschijnsel maffia.

Op de piazza van Giugliano had iedereen zijn vaste plek. 'Het dorpsplein wordt door de hoofdweg precies door midden gesneden en indertijd was het heel strak ingedeeld in verschillende 'territoria'. De ene helft heette 'Chalet', genoemd naar de gelijknamige, populairste bar. Hier zaten de 'brave jongens', wij dus. Aan de overkant stonden altijd de blowers, die zich alternatief kleedden, het over politiek hadden en zich links georiënteerd noemden. Ertussenin de dealers, die wel meer dan eens waren opgepakt, en als laatsten, ook op het middengedeelte van het plein de bendeleden. De groepen mengden zich meestal niet. (...) Veel van de bendeleden (...) kenden we van de basisschool, of van het plein dus, of van een van de omliggende bars of cafés. Een enkeling groetten we wel eens in het voorbijgaan en er waren in onze groep zelfs ook jongens die gefascineerd waren door de zware motoren en mooie auto's, en door de meisjes, vaak uit een ander dorp, die die jongens bij zich hadden.'

Begin jaren tachtig was Giugliano, een van de gemeenten met het hoogste aantal camorraleden, het toneel van hevige strijd om de macht in de Casalesi-clan. Daar kwam pas een eind aan toen de bosses Francesco Schiavone en Francesco Bidognetti hun rivalen hadden geliquideerd.

Cantone is er trots op dat hij beide Francesco's en hun opvolger Michele Zagaria achter de tralies heeft weten te krijgen. Desondanks erkent hij ruiterlijk dat in Giugliano nog steeds een 'pax maffiosa' heerst. 'De macht van de camorra is voelbaar aanwezig.' Waarop berust die macht en waarom is het zo moeilijk haar te breken?

Om te beginnen is toetreden tot de camorra of de cosa nostra voor jongeren in het nog steeds arme zuid-Italië een van de weinige manieren om carrière te maken. De Dui

tse journaliste Petra Reski noemt het de manier om van 'nesumo mischiato con niente', een 'niemand vermengd met niets' op te klimmen tot iemand met aanzien. Een afvallige maffioso die voor Cantone als getuige optrad, gebruikte vrijwel dezelfde bewoordingen: 'Als ik een bar inging was er altijd wel iemand die me op een espresso trakteerde. Als ik een winkel binnenkwam werd ik meteen geholpen en vaak kreeg ik korting zonder dat ik het had hoeven vragen. Eerst was ik niemand. Nu wel...'

Minstens zo belangrijk zijn de verbindingen tussen de maffiaclan en mensen met economische of politieke invloed. Overal waar de maffia zich manifesteert, perst ze van de ondernemers ter plaatse protectiegeld af dat een paar keer per jaar betaald moet worden. Dat is als het ware de basisactiviteit die het geld moet opleveren om de clanleden te betalen en andere initiatieven te nemen, zoals handel in vastgoed, deelname aan de bouw van wegen en spoorlijnen, het houden van buffels ten behoeve van de mozzarellaproduktie, drugshandel, illegale afvalverwerking en het witwassen van het zwart verdiende geld. Het afpersen gaat uiteraard met intimidatie gepaard.

Raffaele Cantone beschrijft hoe uit zo'n op het oog weinig veelbelovend begin een warme zakenrelatie kan groeien. Als een ondernemer, die zich aanvankelijk tegen het betalen van smeergeld heeft gekant al dan niet onder bedreiging toch toegeeft, komt hij meestal in direct contact met de capo van de clan, die als hij intelligent is zich bereid toont hem minder te laten betalen dan het aanvankelijk gevraagde bedrag. Zo ontstaat het begin van een band en de ondernemer bedenkt dat hij de clan ook wel eens om hulp kan vragen als hij een probleem heeft (zoals een oneerlijke concurrent, een lastige werknemer of een wanbetaler). De boss zorgt ervoor dat zulke problemen prompt worden opgelost. Cantone: 'Maar vanaf dat moment verandert hun relatie. De ondernemer is niet alleen meer een slachtoffer van de clan, maar wordt iemand die volledig tot de beschikking van de clan staat, zodanig dat hij bijna een compagnon wordt, (...) een boven verdenking verheven partner aan wie de clan ook belangrijke gunsten kan vragen.' Cantone illustreert deze gang van zaken met een nogal gruwelijk voorbeeld. 'De eigenaar van een goed lopende betonfabriek lag in de clinch met een vakbondsleider, die had gedacht dat hij op het grondgebied van de camorra de rechten van de werkende man kon laten tellen. De ondernemer, die al sinds mensenheugenis zijn behoorlijk gepeperde pizzo betaalde, ging naar de clan. De clan, die er belang bij had dat zijn zaak probleemloos liep, schoot de vakbondsleider meteen in zijn benen (...); dit was genoeg om hem tot rede te brengen en niet alleen hem, maar alle werknemers, leveranciers en andere gesprekspartners van de ondernemer (...)'.

Niet alleen ondernemers, ook plaatselijke en regionale politici, politiemensen en niet te vergeten priesters die in het vroom katholieke zuiden een rol van betekenis spelen, worden met een mengeling van dreigementen en het aanbieden van steun tot 'vriend' gemaakt. De priesters, schrijft Reski, weten verdomd goed wie er betaalt voor alle feesten ter ere van heiligen. En mocht er eentje vergeetachtig zijn, dan zijn de maffiosi niet te beroerd om tijdens de dienst op de eerste rij te gaan zitten, net zolang tot de pater in kwestie beseft dat het tijd wordt voor een overplaatsing. Als ook dat niet helpt kan er een nekschot volgen. Reski noemt de vermoorde Siciliaanse pater Puglisi, Cantone memoreert de moord op Don Peppino uit Casal di Principe, die na zijn dood ook nog belasterd werd.

Van de door de maffia gepleegde moorden blijft 90 procent onopgelost. Ondanks de vergaande bevoegdheid tot afluisteren staat justitie in veel gevallen machteloos doordat getuigen weigeren om iets te zeggen. Soms kan met hulp van een spijtoptant een doorbraak geforceerd worden, een enkele keer dient zich een getuige aan die wel bereid is om te praten, maar meestal blijf

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden