In De laatkomer gaat dementie gepaard met morbide humor

Een zwaar onderwerp als dementie wordt op lichte toon en met humor vertolkt in de theaterbewerking van Dimitri Verhulsts roman De laatkomer bij het Noord Nederlands Toneel.

Vincent Kouters
Scène uit De laatkomer. Beeld Reyer Boxem
Scène uit De laatkomer.Beeld Reyer Boxem

Vorig seizoen stond Hans Dagelet ook al in een incontinentieluier op het toneel. Hij speelde toen een stervende man in de weinig memorabele voorstelling Zo'n mooie dag. Dit seizoen heeft Dagelet de luier opnieuw opgepakt. Nu speelt hij Désiré in de theaterbewerking van Dimitri Verhulsts roman De laatkomer bij het Noord Nederlands Toneel. Een revanche voor Dagelet, want dit keer is het een geraffineerdere voorstelling. Over een man die het sterven tot kunst weet te verheffen.

Het geraffineerde is dat in De laatkomer een zwaar onderwerp als dementie gepaard gaat met een lichte toon en droge, soms morbide humor. Neem het verhaal. Désiré is een oude maar gezonde man. Hij wordt alleen gek van zijn dominante vrouw. Hij verzint een plan om aan haar te ontkomen. Dat plan is even achterlijk als geniaal. Hij doet alsof hij dement is. Net zolang totdat ze hem komen halen en wegstoppen bij de andere dementen. En dan nog steeds.

'Ik steek de Styx over en ik neem mee: een tube tandpasta', mompelt Désiré vaak. Na een flinke voorstudie en oefening het opzettelijk in bed poepen valt hem zwaar krijgt hij zijn rol als demente bejaarde steeds beter onder de knie. Totdat hij er uiteindelijk perfect mee samenvalt.

Scène uit De laatkomer. Beeld Reyer Boxem
Scène uit De laatkomer.Beeld Reyer Boxem

Vrolijke voorstelling

Regisseur Ola Mafaalani behoudt op het toneel een groot deel van Verhulsts lichtheid. De laatkomer is in essentie een vrolijke voorstelling. Aan de andere kant is de vorm waarin ze het verhaal giet een eigenaardige. Fragmentarisch vooral.

Het begint met een drie kwartier durende monoloog van Dagelet als Désiré, waarin hij een aanzienlijk deel van zijn verhaal kwijt kan. Als theatrale oplossing voor een boekbewerking is dit mager. Maar het werkt hier, want Dagelet casten als de levenslustige Désiré was een uitstekende zet. Zijn expressionistische manier van spelen wild, emotioneel en (opzettelijk) slordig past goed bij de man die na een winterslaap van bijna een leven op de valreep ontwaakt.

Het tweede deel van De laatkomer laat de tekst helemaal los en heel beeldend. Een grote groep acteurs, onder wie Bram van der Heijden, Malou Gorter en Jochem Stavenuiter, verbeelden de echte dementen in het tehuis waar Désiré zit. Ze schuifelen over het toneel, een soort bejaardenballet op een anarchistische compositie (met strijkers, piano en stukjes oude jazz) van Eef van Breen. Mooie scènes, maar niet opzienbarend, een beetje zonde van al die goede spelers.

Maar Mafaalani eindigt sterk, met wederom een monoloog. Ditmaal van de dochter (Lies Pauwels), die afscheid komt nemen van haar vader. Ook vertelt ze dat ze weggaat bij haar man. Want: 'Het is op.' Dit moet Désiré vrolijk stemmen: de dochter maakt niet dezelfde fout als de vader. Hij, ondertussen, valt niet uit zijn rol en doet alsof hij haar niet herkent. Een ultieme daad van anarchie, waarmee hij zijn dochter haar vrijheid schenkt.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden