In de knap geacteerde voorstelling Menuet van NTGent voert taal de boventoon, maar handen en voeten verraden de emotie

Helaas mist de voorstelling een echte spanningsboog

Lien Wildemeersch in Menuet Beeld Foto Phile Deprez

Let op de handen van Bert Luppes. Subtiel rusteloos zijn ze. Hij vertelt over zijn werk in de koelcellen, zijn onbereikbare vrouw, zijn existentiële eenzaamheid. Die solitude ziet hij terug in de dienstmeid (Lien Wildemeersch), een bokkig kind voor wie hij een verboden passie opvat. Terwijl hij praat, dansen zijn handen. Zijn vingers vibreren op elke lettergreep. Ze schilderen in de lucht, bespelen onzichtbare toetsen, dirigeren een afwezig orkest. Ingetogen, maar onmiskenbaar. Er zit leven in die oude handen, en spijt. Machteloos zijn de wriemelende vingers, aarzelend tussen begeerte en beheersing. Waar de taal verhalend is, rationeel, onthullen de handen het gevoel.

Het is een mooie vondst van Luppes en regisseur Liliane Brakema, in de voorstelling Menuet bij NTGent. In de bewerking van Tom Blokdijk is Menuet, naar de roman van Louis Paul Boon (1955) een strakgespannen taalcompositie, fraai maar hermetisch. Brakema is een vormgerichte regisseur met oog voor onze verraderlijke fysiek. Leidde dat in eerder werk soms tot een al te mechanische speelstijl, hier zijn de uiterlijke erupties goed gedoseerd en blazen ze lucht in het massieve taalbouwwerk. Ook Wildemeersch krijgt een mooie tic die goed bij haar rol past: zij spreidt en krult en wriemelt met haar lange tenen. Soms is ze koket, verleidelijk, maar in haar beweeglijke ledematen zien we de lichamelijke onbevangenheid van een kind. En dat is precies wat haar voor hem zo aantrekkelijk maakt.

Van links af: Bert Luppes, Lien Wildemeersch en Chris Thys in Menuet Beeld Foto Phile Deprez

In Menuet klinken beurtelings de stemmen van de man, zijn vrouw en het meisje, tot elkaar veroordeeld in een benauwend trio. Blokdijk sneed hun teksten door elkaar, waardoor het lijkt alsof ze op elkaar reageren, terwijl ze in hun eigen isolement gevangen zijn. In de sobere regie dolen en dwalen ze door het toneelbeeld, een berg van groen-beige meubilair. De personages klauteren en wankelen op de randen van kasten, stoelen, een tweezitsbank, alsof ze elk moment in een afgrond kunnen storten. En dat is precies hoe hun leven is: een broze constructie. Het gaat nét goed, tot het niet meer gaat.

Lien Wildemeersch en Bert Luppes in Menuet Beeld Foto Phile Deprez

Dat wordt nog het beste geïllustreerd door Chris Thys als de vrouw. Zij kreeg van Brakema geen fysieke speelstijl opgelegd, nee, háár tic is juist de taal. Ze praat en praat en praat maar, een eindeloze, kordate, krampachtige woordenstroom om het onheil te bezweren. Tot dat niet meer lukt. Dan zoekt haar ongeluk een uitweg en begaat ze een fout. Daarmee brengt ze het broze driemanschap definitief uit evenwicht, en maakt ze de weg vrij voor meer, ernstiger, menselijke fouten.

Menuet is goed gecomponeerd, knap geacteerd, stijlvol en esthetisch. Wel mist de voorstelling dynamiek, ontwikkeling, een echte spanningsboog. Ondanks een fraai crescendo blijft de catharsis uit. De toeschouwer kan zich verlustigen aan taal en vorm, maar de pijn blijft op afstand.

Door NTGent 5/4, Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 5 mei

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.