Interview Martin Koolhoven

In De Kijk van Koolhoven krijgen we een cursus filmkijken van een bewonderaar

Vanaf vrijdag 5 oktober gaat Martin Koolhoven bij de VPRO elke week zijn kijk geven op een genrefilm. ‘Ik ben maar gewoon wat gaan lullen, en toen zeiden ze: dit is precies wat we zoeken.’

Martin Koolhoven Beeld Reinier van Brummelen

Steven Spielbergs Jaws (1975) is een film over een bloeddorstige haai, en een leek zou kunnen denken dat er verder niet veel over te zeggen valt. Spanning, sensatie, afgehapt been. Maar als je regisseur Martin Koolhoven (49) hoort vertellen over de sleutelscène waarin de haai zijn eerste slachtoffer maakt, piep je voortaan wel anders.

 Shot voor shot analyseert hij hoe Spielberg de spanning opbouwt. Wat de rol is van de rode zwembroek van het onfortuinlijke jongetje en de gele hoed van diens moeder. Hoe de in de branding spelende hond een vooraankondiging is van de ellende. Hoe de kijker in het perspectief van hoofdpersoon Roy Scheider kruipt. Wat de functie van muziek en geluid is, en zo nog veel meer. ‘Dus ja,’ zegt Koolhoven, ‘het gaat over een haai. Maar dat is nou zo mooi aan film. Je kunt gewoon een meesterwerk maken over een haai.’

De minutieus gefileerde scène is een van de sterkste momenten in De Kijk van Koolhoven, een zesdelige tv-serie waarin de regisseur ‘filmcolleges’ geeft aan de hand van uiteenlopende genres:  spaghettiwesterns, erotica, film noir, eurohorror, post-apocalyptische films en het thema ‘water & boten’. Of nou ja, colleges… ‘Toen de VPRO me vroeg, dacht ik: oei, klinkt wel erg professorachtig. Ze willen vast dat ik het over Nouvelle Vague heb of over de Tsjechische golf uit de jaren zestig. In de eerste gesprekken ben ik maar gewoon wat gaan lullen, en toen zeiden ze: dit is precies wat we zoeken. Ik ben natuurlijk een beetje een zendeling, wil graag de liefde voor film uitdragen. Maar wel op manier die ik leuk vind, niet als de leraar die je huiswerk opgeeft.’

Genrefilms

Hij had één eis: het moest gaan over genrefilms, dus alles tussen western en sciencefiction. ‘Eigenlijk alles wat vroeger in de videotheek niet bij drama lag. Dat is waar mijn grootste passie ligt. En het is een strijd die ik al jaren voer: dat de Nederlandse filmliefhebbers geneigd zijn de genrefilm niet serieus te nemen. Zeker de mensen die het voor het zeggen hebben. Die kijken graag naar films van de Dardenne-broers en zo. Niet dat die slecht zijn, maar ze wórden al serieus genomen. Onder echte filmliefhebbers, mensen als ik, gaat het vaker over Back to the Future en de horror van Dario Argento. Bij het Filmfonds moet je uitleggen wie dat is. Maar dát zijn de films waarom ik film wilde gaan maken.’

Er is weinig verschil tussen de presentator van de serie en de regisseur die op een vroege zaterdagochtend aanschuift in een Amsterdams café en enthousiast vertelt over de films waarvan hij van houdt. Hij legt verbanden, verklaart technieken, dist  anekdoten op en verdwaalt herhaaldelijk in vermakelijke terzijdes.

Volgens de regisseur van de tv-serie, David Kleijwegt, had er ook een ‘fantastisch’ programma gemaakt kunnen worden van al het materiaal waarin Koolhoven films en makers tot de grond toe afbrandt. Maar daar is nadrukkelijk niet voor gekozen. In De Kijk van Koolhoven horen en zien we een bewonderaar. ‘Ik pretendeer niet een objectieve les in filmgeschiedenis te geven. Het is allemaal behoorlijk naar mijn smaak.’ Die smaak, zegt hij, is voor een flink deel terug te voeren op zijn jeugd. De borsten van de sigarettenverkoopster in Fellini’s Amarcord moesten erin, want dat was ‘het geilste dat ik als 10-jarig jongetje ooit had gezien’. Maar ook films als Mad Max, Das Boot en Sergio Leone’s westerns met Clint Eastwood zijn vertrekpunten.

Al sinds zijn jonge jaren zit zijn hoofd vol film. ‘Ik kan me niet herinneren dat die liefde er niet was. De bioscoop was en is voor mij een magische plek. Maar de liefde kwam in een stroomversnelling toen de videotheken opkwamen, in de jaren tachtig. Wij hadden thuis aanvankelijk geen videorecorder, maar mijn tante wel. En dus bracht ik mijn vakanties bij haar door. De ene helft van de dag spendeerde ik in de videotheek om uit te zoeken wat ik wilde zien, de andere helft keek ik. Zo zag mijn vakantie eruit.’

Maar denk niet dat hij een eenzaam, zonderling jongetje was. ‘Het was niet zo’n verhaal als van Scorsese, die chronische astma had en tijdenlang niets anders kon doen dan in zijn eentje in bed naar films kijken. Ik heb altijd veel vriendjes gehad en toen we thuis een VHS kregen hebben we heel veel samen gekeken. Al ben ik bang dat ik vrij dwingend was in wát we keken, haha. Twintig keer The Cannonball Run, veel Bud Spencer, en Jaws dus. Adolescentenfilms. Maar als je Jaws een paar keer ziet, begin je vanzelf anders te kijken.’

Suzy Q (1999, Telefilm)

 Amnesia (2001)

 De grot (2001)

 Het zuiden (2004)

Het schnitzelparadijs (2005)

 Knetter (2005)

 ’n Beetje verliefd (2006)

 Oorlogswinter (2008)

 Brimstone (2016)

In Asten, het Brabantse dorp waar hij opgroeide, was het ondenkbaar dat je ook zélf films zou kunnen maken. ‘Dat kwam totaal niet in me op. De man die de pasfoto’s maakte, dichter bij een audiovisueel medium kon je in ons dorp niet komen.’ Niettemin begon hij filmboeken te jatten uit de plaatselijke bibliotheek. ‘Hele jaargangen van het blad Skoop verdwenen één voor één onder mijn trui. Ik dacht: die worden toch nooit uitgeleerd, dus heb ik er meer recht op. Drie maanden geleden werd ik in die bibliotheek voor publiek geïnterviewd. Toen heb ik het maar opgebiecht. Ze vonden het niet zo erg, geloof ik.’

De ‘echte filmgekte’ sloeg definitief toe toen hij, na wat omzwervingen op de LTS en een opleiding voor welzijnswerk, op een film-HBO in Sittard belandde. ‘Daar trok ik op met jongens die later allemaal in filmwereld terecht zijn gekomen. Zoals Frank van den Eeden, een groot cameraman. Wij hebben elkaar drie jaar lang he-le-maal gek gemaakt. ‘Heb je die en die film niet gezien?! Belachelijk!’ En dan gingen we weer het hele land door om ergens Citizen Kane te kijken, of naar een of ander kutdorp, omdat we gehoord hadden dat daar een videotheek was die zeldzame video’s verkocht. Toen de DVD kwam, kon je films van over de hele wereld bestellen, dat was ook een belangrijke ontwikkeling. Ik heb nog altijd een collectie van duizenden films.’

In De Kijk van Koolhoven zie je de weerslag van die collectie, al komt er ook recenter werk aan bod. Als er een rode draad aan te wijzen valt, dan is het misschien wat hij ‘de mechanica’ noemt. ‘Ik ben gefascineerd door de vraag: hoe werkt het? Hoe werkt beeldtaal? Wat doet het als de camera zo beweegt? Als ik dit tegenover dat zet? Wanneer ga je in iemands point of view zitten? Ik houd van films die daar het meest gebruik van maken.’

Koolhoven laat je dingen zien die je anders waarschijnlijk nooit waren opgevallen. En hij legt  ook uit waarom dat zo is. Hij vertelt over de beperkingen van filmen in een onderzeeër en de creatieve oplossingen die er dan bedacht worden. Over het gebruik van close-ups door Sergio Leone, die besloot Clint Eastwoods kin af te snijden om het shot beter te vullen. Over onrealistische situaties, zoals een shot in Mad Max waarin plotseling een woeste motorbende door het beeld raast. ‘Het is een woestijn. In het echt hoor je die gasten al minutenlang aankomen. Maar het werkt wel!’

Ook laat Koolhoven overtuigend zien hoe sommige regisseurs, onder wie hijzelf, leentjebuur spelen bij hun voorgangers. ‘Ja, dat doen ze allemaal,’ zegt hij. ‘Ik vind het raar dat er geheimzinnig over gedaan wordt, al is er verschil tussen geïnspireerd worden en plagiaat. Ken je Spielbergs Close Encounters of the Third Kind? Die scène waarin een  bataljon ruimteschepen voorbijtrekt? Daarna is er even niks, rust, en dan komt er nog één heel klein ruimtescheepje achteraan. Dat is puur Disney, Spielberg gaf het zelf toe. Moeder hen loopt met haar kuikentjes langs en altijd is er dan zo’n klein struikelend dingetje dat achterop is geraakt. En dat vind je schattig. Maar goed, dat zit geloof ik niet eens in de serie.’

Verarming

Wat ook vrijwel ontbreekt in de serie, zijn recente Hollywood-kaskrakers. En daar komt de zendeling weer  om de hoek kijken: ‘Als het oorlog was tussen Hollywood en de rest van de wereld, dan kun je zeggen dat Hollywood glansrijk gewonnen heeft. Dáár kijken we in Europa naar, en voor de rest naar de eigen cinema. Zo is het overal, maar het is niet altijd zo geweest. In de jaren zeventig stonden er bij ons Franse films in de top-10. Je had Europese sterren: Alain Delon, Jean-Paul Belmondo, Bud Spencer en Terence Hill. Dat is allemaal weg, en dat vind ik een verarming.’

‘Italiaanse films, bijvoorbeeld, hadden vaak een andere moraal. Ze waren politiek incorrect en daar zat iets lekkers aan. In de originele Django gaat de hoofdrolspeler er halverwege met het geld vandoor, tegen alle conventies in. Il Grande Silenzio: de bad guy overleeft, de held wordt neergeschoten. Echt, je gooit je glas naar het bioscoopdoek. In een gangsterfilm slaat een man een vrouw vol op haar bek. Tja: dat soort dingen gebeuren in het echt, ik ga ervan uit dat zij op de set niet daadwerkelijk geslagen is, dus waarom kun je dat niet laten zien? Ik vind dat verfrissend. In mijn ogen maakt het die films beter.’

Tegenwoordig, zegt hij, wordt een film vooral in de VS al snel gezien als een morality tale, een morele les. ‘En het gaat nog een stap verder: wat je laat zien, is blijkbaar wat je wilt. Ik heb dat zelf met mijn film Brimstone ook wel te horen gekregen. Als je een man een vrouw laat slaat, dan zeg je eigenlijk dat je zoiets oké vindt. Nee, dat vind ik juist niet. Dáárom laat ik het zien.’.. 

Artistieke vrijheid

In de serie schopt hij een beetje aan tegen zulke sentimenten. Bijvoorbeeld door een beladen vrijscène te tonen uit David Cronenbergs A History of Violence, waarin de vrouw er net achter is gekomen dat de man een gewelddadig verleden heeft. ‘Ik hoor daar weer allerlei MeToo-gezeur over. Dat je daarmee iets zou propageren. Nee, er wordt iets verschrikkelijks verteld. Maar je moet het verschrikkelijke toch niet uit de weg gaan? We leven in interessante tijden, waarin veel ter discussie staat, maar als je daarmee te veel rekening houdt, wordt je artistieke vrijheid beknot.

‘Laatst was er een pleidooi om acteurs niet meer te laten roken in films. Wat een waanzin! Als je zo denkt, kunnen we alleen nog maar laten zien hoe we vinden dat de wereld er idealiter uitziet. En dan is film onmogelijk, want als er niets tegenover het goede staat, heb je geen drama.’

In De Kijk van Koolhoven is geen gebrek aan schurende scènes, bloed en geweld. ‘Ik heb een zeker machismo in me. Romantische films over mensen die lief zijn voor elkaar, mwah… Het zijn de onverwachte dingen die me raken. In Pat Garrett and Billy the Kid van Sam Peckinpah wordt een sheriff neergeschoten. Hij strompelt naar een stroompje, gaat op zijn knieën en dan komt er een vrouw naast hem zitten die hem teder aankijkt. Je weet meteen: het is zijn vrouw, hij gaat dood. Dan hoor je de eerste akkoorden van Dylans Knocking on Heaven’s Door. Ach man, dan ga ik hoor. Dat hakt er bij mij zó in. Maar dat komt ook omdat er in de rest van die film ontzettend veel geschoten wordt en bloed vloeit. Een bloem ontroert me meer als-ie tussen onkruid staat dan als ik een gezellig bloemenveld zie.’

De Kijk van Koolhoven is vanaf vrijdag 5 oktober elke week te zien om 21.20 uur op NPO 3. Aansluitend volgt dan Koolhoven’s keuzefilm. Tijdens het Nederlands Film Festival, op woensdag 3 oktober van 14.30 – 16.30 uur, geeft Koolhoven in de Utrechtse Stadsschouwburg een gelijknamige masterclass.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden