Kunstwerk van de weekBulb

In de interieurs van Matthias Weischer word je heen en weer geslingerd tussen claustrofobie en geborgenheid. Net echt

Bulb (2020) van Matthias Weischer in het Drents Museum in Assen.  Beeld Natascha Libbert
Bulb (2020) van Matthias Weischer in het Drents Museum in Assen.Beeld Natascha Libbert

Wekelijks bespreken we een kunstwerk dat nu de aandacht verdient. Deze week: het jarenzeventiginterieur in Bulb, van Matthias Weischer.

Er is een kussen van de bank gevallen. Het is een klein detail en toch bepaalt het de sfeer in dit schilderij. Die bank is overigens meer een bedbank, een geliefd meubelstuk in ­naoorlogse huiskamers en kantoren. Door het retrogevoel van dit interieur kan ik me haast voorstellen dat we kijken naar het luxueuze kantoor van reclamegenie Don Draper uit de televisieserie Mad Men. Net lag hij op deze bedbank nog zijn roes uit te slapen. Na een belletje van zijn ­secretaresse is hij opgesprongen en naar een vergadering gesneld. Vandaar dat kussen op de grond.

De interieurs in de schilderijen van de Duitse kunstenaar Matthias Weischer (Elte, 1973) nodigen uit tot het verzinnen van dit soort verhalen. Bulb is te zien in Weischers solotentoonstelling Bühne, sinds vlak voor de lockdown – en hopelijk daarna ook weer – te zien in het Drents Museum in Assen. De interieurs in het werk van deze schilder van de ‘Nieuwe Leipzigse School’ zijn verlaten, er zijn nooit mensen in te zien. Ze druipen van de suspense. Het zijn kamers die nagonzen van de ­gesprekken die er iets daarvoor zijn gevoerd. Of het zijn lege theaterdecors die na de slotscène achterblijven terwijl de auteurs in de coulissen verdwijnen. Dat de doeken nu in een verlaten museum hangen, heeft iets poëtisch. Alsof de omstandigheden zich hebben aangepast om zo nog beter bij deze schilderijen te passen.

Het afgelopen jaar hebben we – thuiswerkers in elk geval – een ­behoorlijk innige band moeten ­opbouwen met de muren en de spullen in onze huizen. Met de ­recente verlenging van de lockdown zal die band waarschijnlijk nog een beetje intiemer worden. Eh, intiem? Bedoelen we hier niet verstikkend? Het is van allebei een beetje, en de doeken van Weischer passen daar perfect bij. Kijken naar zijn verlaten interieurs (en dat kan ook gewoon thuis, het museum gaf bij de tentoonstelling ook een boek uit) heeft iets troostends. Deze schilderijen begrijpen het constante heen en weer slingeren tussen gevoelens van claustrofobie, rusteloosheid, en geborgenheid.

Weischer speelt in Bulb een fascinerend spel met platheid en diepte. Dat zit hem allereerst in het doorkijk-effect: je kijkt tussen twee muren de kamer in. Een deel van de ruimte wordt aan het zicht onttrokken, alsof die in de coulissen verdwijnt. Linksachter hangt een gordijn met daarnaast een donkerblauw gat. Misschien is het de nachtelijke hemel ­gezien vanaf de hoogste verdieping van een wolkenkrabber (denk: Mad Men). In elk geval: er is een ruimte buiten deze kamer, maar die blijft in een mysterieuze duisternis gehuld.

Ontsnapping

Met dat donkerblauwe vlak doet Weischer het tegenovergestelde van wat Pieter de Hooch, de 17de-eeuwse meester van het doorkijkje, in zijn schilderijen deed. In Hoochs interieurs zijn de kamers wel bevolkt, bijvoorbeeld door een ‘luizenmoeder’ die het haar van haar kind onderzoekt. Via doorkijkjes naar andere kamers, een binnenplaats of de straat, brengt De Hooch diepte aan in zijn schilderijen. In het doorkijkje is het altijd lichter dan in de kamer op de voorgrond. Dat licht breekt de soms wat bedompt ogende, in bruintinten gehulde voorkamers open. Ontsnapping is mogelijk!

 ‘Moedertaak’, Pieter de Hooch, ca. 1660.  Beeld Universal Images Group via Getty
‘Moedertaak’, Pieter de Hooch, ca. 1660.Beeld Universal Images Group via Getty

Zoek je in Bulb naar ontsnapping, dan stuit je op een ondoordringbaar donkerblauw vlak. ‘Hier blijven’, lijkt de kunstenaar te willen zeggen. Kijk eerst nog maar even goed naar deze kamer. Wie dat doet, ziet dat de kunstenaar in dit schilderij ook veel diepte heeft aangebracht, maar dan op een heel andere manier dan De Hooch. Weischer schilderde dikke lagen gekleurde verf over elkaar heen en schraapte die op verschillende plekken weg, zodat bijvoorbeeld tussen de kieren van de muren een heel scala aan frisse kleuren ­onder het dominante jarenzeventig­oranje vandaan komt. Ook het witgele schijnsel van de schemerlamp heeft de kunstenaar ­tevoorschijn getoverd door de bovenste lagen verf weg te krabben.

Achter, of liever tussen die eentonige, oranjebruine muren blijkt een kleurrijke wereld schuil te gaan. Het is een beetje flauw om daar een lockdownles aan te verbinden, dat ga ik dan ook niet doen. De rest van het verhaal mag u zelf verzinnen.

Matthias Weischer (48). Beeld Enrico Meyer
Matthias Weischer (48).Beeld Enrico Meyer

Wie: Matthias Weischer (48)

Wat: Bulb (2020)

Waar: In de tentoonstelling Bühne, in het Drents Museum, Assen.

Materiaal: Olieverf op doek

Afmetingen: 38 x 46 cm

Verrassing: Het lege spraakballonnetje dat als een vervreemdend element in de ruimte zweeft, zat er nog niet toen het museum het aankocht. De kunstenaar voegde het op het laatste moment toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden