Recensie Edna O'Brien

In de herfst van haar literaire loopbaan blijft Edna O’Brien strijdlustig en moedig ★★★★☆

In de herfst van haar literaire loopbaan blijft Edna O’Brien onverminderd moedig en strijdlustig. Met veel nuance beschrijft ze het gruwelijke lot van een Afrikaanse tiener. En brengt dat verre bestaan ineens heel dichtbij. 

Beeld Typex

Onlangs sprak Bernardine Evaristo, cowinnaar van de Booker Prize 2019, zich in heldere bewoordingen uit tegen het steeds vaker klinkende gebod dat schoenmakers, ook literaire, bij hun leest dienen te blijven. ‘Het verwijt van culturele toe-eigening (‘cultural appropriation’), het idee dat je niet over iets anders dan je eigen cultuur kunt schrijven, is krankzinnig’, aldus Evaristo, die in haar prijswinnende Girl, Woman, Other personages met uiteenlopende achtergronden tot leven wekt.

Haar woorden zullen Edna O’Brien uit het hart zijn gegrepen: de inmiddels 89-jarige grande dame van de Engelstalige letteren betoont zich al zes decennia zeer capabel om zelf uit te maken waarover ze schrijft. In de aangenaam langdurige herfst van haar schrijversloopbaan ziet ze er dan ook geen been in zich in te leven in een Afrikaans tienermeisje wier bestaan in veel – maar niet alle – opzichten totaal verschilt van het hare.

In haar roman Meisje (Girl) vertelt O’Brien het verhaal van Maryam. Hoewel de schrijfster rechtstreekse verwijzingen uit de weg gaat (behalve in haar nawoord), is de roman duidelijk geïnspireerd op de ontvoering van een grote groep schoolmeisjes uit de Nigeriaanse stad Chibok in 2014. Daders: de islamitische terreurgroep Boko Haram.

‘Ooit was ik een meisje, maar nu niet meer’, zo begint Maryam haar relaas. Ze vertelt hoe haar kostschool ’s nachts wordt overvallen door ‘de jihadi’s’, die uit zijn op goederen en schooljongens om te rekruteren voor hun leger. Als er alleen meisjes aanwezig blijken, nemen ze die maar mee naar hun kamp, dat wordt geleid door een fundamentalistische emir.

Indringende beschrijvingen

Maryam beschrijft de al te vertrouwde gruwelijkheden die volgen. Zij en haar lotgenotes vallen ten prooi aan groepsverkrachtingen. Ze is er getuige van hoe een groep oudere mannen en vrouwen levend wordt begraven, waarna men paarden laat steigeren op het graf. In een korte maar huiveringwekkende scène beschrijft ze hoe de vrouw van de emir – beschuldigd van overspel – door steniging om het leven wordt gebracht. Om het gruwelijke tafereel af te sluiten met: ‘Het vreemdst van alles was haar haar, zo lang en weelderig. Het leek te knetteren van leven.’

O’Brien deinst niet terug voor indringende beschrijvingen van uiteenlopende gruwelen, maar paart deze aan fijnzinnige observaties. Ze heeft oog voor de nuances en complicaties binnen de vaak helse werkelijkheid die ze beschrijft. Maryam wordt gedwongen ene Mahmoud te trouwen en raakt tot haar afkeer zwanger van hem. Maar ze ontdekt ook dat Mahmoud bij de organisatie is gegaan om zijn moeder te beschermen. Wanneer hij in de strijd een been verliest, daalt zijn status aanzienlijk. Als Maryam een dochter baart in plaats van de gehoopte zoon, maakt haar dat nog minderwaardiger dan ze al was.

Beeld De Bezige Bij

Maryams lot is exemplarisch voor veel vrouwelijke personages in O’Briens oeuvre: seksuele onderdrukking kent vele gezichten, maar tegelijkertijd een onmiskenbare universaliteit. Wanneer Maryam samen met haar kind en haar vriendin Buki weet te ontsnappen en zich vervolgens een weg moet banen langs allerlei gevaren, zijn er zelfs parallellen te ontwaren met de twee vriendinnen uit O’Briens debuut De buitenmeisjes (The Country Girls) uit 1960.

Die parallellen worden nog sterker wanneer Maryam uiteindelijk wordt herenigd met haar familie. Voor de president is ze de ideale poster girl voor het regeringsbeleid, dat gestoeld is op ultiem geweld. O’Brien gebruikt een uitspraak van de Nigeriaanse regering als motto voor haar boek: ‘We hebben nu helikopters die vierduizend kogels per minuut kunnen afvuren. Militair materieel met een enorme vernietigingskracht. Dat verandert alles.’

Maar binnen de familie is Maryams positie totaal anders. Ze is als verkrachtingsslachtoffer en moeder van een jihadistenkind een besmette figuur, een schande voor de gemeenschap. Uiteraard kan ze haar dochter niet behouden. Het is een vertrouwd O’Brien-thema: opnieuw zijn het de staat, de kerk en de familie die voor een vrouw bepalen wie zij is en wat zij mag.

Moedig

Zestig jaar na haar debuut betoont O’Brien zich nog altijd onvermoeibaar strijdlustig en moedig. Dat bleek in 2016, toen ze zich in De rode stoeltjes (The Little Red Chairs) stortte op de nasleep van de oorlog in Bosnië, en dat blijkt nu opnieuw. Het is moedig om als late tachtiger door Nigeria te reizen en daar slachtoffers van de ontvoeringen op te zoeken, zoals zij heeft gedaan. Het is misschien wel even moedig om je zo nadrukkelijk buiten het voor jou gebaande literaire pad te wagen. Ik wed dat Edna O’Brien er elke seconde van heeft genoten.

Edna O’Brien: Meisje

Uit het Engels vertaald door Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp. De Bezige Bij; 216 pagina’s; € 20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden