In de bus moet ‘het gezelligheidsgehalte blijven’

Vrije tijd genoeg in de zomer. De liefhebber kan bij diverse musea en cultuurinstellingen terecht voor een rondleiding. Deel vijf van een serie....

De ingrediënten komen meestal overeen. ’s Ochtends vroeg de bus in, op enig niveau lunchen, urenlang onderweg. Als een schoolreisje, al dan niet met jolig groepsgevoel, maar dan voor volwassenen, die geheel vrijwillig meer over kunst in de openbare ruimte te weten willen komen.

De busreis is een respectabel rondleidingsmiddel geworden in de kunstwereld. Richten de meeste nieuwe rondleidingsvormen zich juist op zo individueel mogelijke ‘beleving’ – audiotour, handcomputer – buitenkunst blijkt het vooral goed in groepsverband te doen.

Deze zomer is dat bijvoorbeeld in de Flevopolder te zien. Hoewel de provincie zich al jaren eigenaar van de meeste landschapskunst ter wereld mag noemen, zijn de bezoekersaantallen een stuk hoger nu deze vijf internationale werken per bus te bezoeken zijn. Museum De Paviljoens in Almere begon vorig jaar met de dagtochten, en zet dat dit jaar voort: van april tot oktober, eerst alleen op zondag, nu ook op zaterdag, van negen tot vijf langs de werken van Robert Morris, Richard Serra, Piet Slegers, Marinus Boezem en Daniel Libeskind.

De aantallen worden klein gehouden, vertelt Macha Roesink, directrice van De Paviljoens: niet groter dan 33 personen. Want, hoe educatief de busreis ook is: ‘Het gezelligheidsgehalte moet blijven, dan heeft ook iemand die alleen gaat er iets aan.’ Een begeleidende gids legt de groep daarbij alles haarfijn uit, en aan het eind wordt in de bus nog een film over de Flevopolder vertoond. ‘Ook een soort landschapskunst.’

Het zijn deze informatieve extra’s, waarmee in het kunst-busreizen-genre overigens nog lustig geëxperimenteerd wordt. Voor de liefhebber is er door het jaar heen bijvoorbeeld Pass Travels, dat samen met de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte, busreizen ontwikkelt over Kunst en ziekenhuizen, Kunst en dood, en zelfs Kunst en vinexwijken. Vaak staat op één reis bij meerdere locaties een kunstenaar klaar die zijn werk toelicht, zoals Erik van Lieshout die tijdens de Kunst-en-ziekenhuizen-bustour in een gesticht vertelde hoe hij op die locatie als ‘artist-in-residence’ een video maakte.

De reis wordt zo een bijzonder evenement op zichzelf, waarbij de argeloze reiziger zelfs niet verbaasd moet zijn, als, zoals bij P-reizen van de Arnhemse kunstenaarsgroep Stichting G.A.N.G. die jarenlang artistieke bustochten door Nederland organiseerde, de busreis ineens zelf tot spectaculair kunstwerk wordt uitgeroepen.

Vrees echter niet voor elitaire omstandigheden in de bus. De bustour – ook al wordt het urenlange gezamenlijk optrekken nog wel eens voor netwerktechnische doeleinden benut – wordt vooral genoten door kunstminnende dagjesmensen, meestal net iets meer vrouwen, zoals in de kunstwereld gebruikelijk is. Volgens Roesink is een dergelijk breed publieksbereik een van de grote voordelen van de bustour: juist omdat voor buitenkunst wat meer ‘moeite’ moet worden gedaan. Het ene werk ligt ver van het andere, en ze worden, zonder kundige begeleiding, ook niet door iedereen als kunst herkend.

Merlijn Schoonenboom

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden