'In de bioscoop moet je de monsters kunnen voelen'

Interview..

Londen Wel of geen kinderfilm, dat was de vraag. En Warner Bros, dat ongeveer 100 miljoen dollar in de productie stak, was naar verluidt na de eerste proefvertoning niet blij met het antwoord. ‘Ik denk dat ze een traditionele kinderfilm hadden verwacht’, zegt Spike Jonze (1969) in een Londense hotelkamer.

De Amerikaanse regisseur, vermaard om zijn onorthodoxe videoclips en geniaal verknipte speelfilms (Being John Malkovich, Adaptation), zegt het met de intonatie die verraadt dat hij de reactie van de filmstudio zelf ook niet helemaal kon geloven. Want waarom zou je hem vragen voor een traditionele kinderfilm? Buiten dat: ‘Uiteindelijk is het wel gewoon een film over een jongetje van negen.’

In Where the Wild Things Are vlucht dat jongetje – Max – in zijn fantasie naar een eiland dat wordt bevolkt door kolossale harige beesten, die hem prompt als koning erkennen. Maurice Sendak, de schrijver en tekenaar van het klassieke jeugdboek (in de Nederlandse vertaling: Max en de Maximonsters), had Jonze voorgesteld als regisseur, juist omdat die in Hollywood zo’n vreemde eend in de bijt is. En onder Jonzes regie zijn de monsters tamelijk neurotische karakters toebedeeld, ongeveer zoals de geobsedeerde en sociaal weinig behepte types in Being John Malkovich (1999). ‘Er loopt wel een lijn door mijn films’, erkent Jonze, ‘maar zo bewust ben ik daar niet mee bezig.’

Het oorspronkelijke boek bestaat slechts uit tekeningen en enkele regels tekst. Jonze schreef het scenario samen met de auteur Dave Eggers, die het boek eveneens bewerkte tot een roman, die net verschenen is. ‘Dave was zeer genereus en dienstbaar. De film is jouw adaptie, zei hij, de roman die van mij.’

Dat zowel Eggers als hij tijdens het bewerken geen kinderen had, ziet hij niet als nadeel. ‘Dat dwong ons om de herinnering aan onze eigen jeugd te gebruiken. Maar ik geloof wel dat als we al vader waren geweest – Dave is het inmiddels – we nu een heel andere film zouden hebben.’

Het duurde zo’n vijf jaar voor de film er was, deels vanwege de strubbelingen met de studio. ‘Ook het creëren van de monsters kostte zeer veel tijd en moeite. Dat was al de eerste vraag: hoe bouwen we ze? Ik was ervan overtuigd dat je ze in de bioscoopzaal echt moet kunnen voelen. Ze moesten fysiek zijn: groot, rond en zwaar. Maar deze film gaat ook over de reactie van personages, juist wanneer een ander praat. Hoe iemand luistert, en opneemt wat er wordt gezegd. Ik wilde dat je, net als bij een groot acteur, bij het kijken naar het gezicht van een monster afvraagt: wat gaat er in hem om?’

Er werd gewerkt met acteurs in harige pakken en met computertechnieken om alles aan de monsters te verfijnen. En met een cast van beroemde acteurs, die hun stem leenden aan de monsters. ‘We hebben Where the Wild Things Are eerst als toneelstuk gespeeld en opgenomen, met de stemacteurs. Gewoon Forest Whitaker, James Gandolfini en de rest allemaal bij elkaar op een kaal podium met microfoons. En de pak-acteurs hebben die dialoog vervolgens uit het hoofd geleerd en nagespeeld.’

Vooral over de Soprano-acteur Gandolfini, die in Where the Wild Things Are het meest getormenteerde monster Carol speelt, is Jonze lyrisch. ‘Bij de eerste auditie realiseerde ik me direct weer waarom ik van zijn spel houd. Hij is emotioneel zo rauw, zo gevoelig, kwetsbaar en veranderlijk. Alles ligt net onder de huid. Ik leer daar zelf ook van als regisseur, die nuance. Als acteur lijkt Gandolfini zich uitzonderlijk bewust van de spanningsboog van een scène, bijna op de wijze waarop een schrijver ernaar kijkt. Ik vermoed dat hij dat bij The Sopranos heeft opgepikt.’

Where the Wild Things Are is pas Jonzes derde speelfilm. Hij werd de afgelopen jaren wel consequent met allerlei films in verband gebracht, waaronder het uiteindelijk door David Fincher geregisseerde The Curious Case of Benjamin Button. ‘Meestal kloppen die geruchten niet, maar die film had ik inderdaad zeer graag willen doen. Het contact met de studio voelde niet goed, dus ging het niet door.’

Hij vindt niet dat hij te weinig aan speelfilms toekomt, al dateert zijn voorlaatste, Adaptation, uit 2002. ‘Ik beschouw mezelf ook niet als speelfilmregisseur. Ik maak, nou ja, dingen. En als ik een idee heb, maakt het me niet uit waar het me brengt. Het kan een muziekvideo zijn, een skatevideo, een documentaire, een programma als Jackass (de door Jonze geproduceerde MTV-serie), een commercial, of zoals nu een kinderfilm. Zolang ik het me maar kan toe-eigenen.’

MORGEN in 2 FILM: recensie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden