TV-recensieEmma Curvers

‘In de beste families’ brengt je terug naar achterbankruzies richting Frankrijk

null Beeld null

Coen Verbraak zoomt in een nieuwe interviewserie in op de microkosmos van het gewone gezin.

Pepijn van Bommel (van de schoenenfabriek) geeft het toe, in In de beste families: van de drie Van Bommeltjes was hij de vertroetelde jongste, een echt ‘Oilily-kind’. Volgens zijn broer Reynier mocht Pepijn op de route du soleil richting Frankrijk altijd op de felbegeerde plek in het midden zitten. ‘Hoe vonden jullie dat?’, vraagt interviewer Coen Verbraak aan Reynier. ‘Gemeen’, zegt hij, ‘want wij wilden ook weleens in het midden zitten.’ Pepijn betwist dit: ‘Volgens mij moest ik in het midden.’

Prompt was ik terug op ónze achterbank op weg naar Frankrijk en dacht ik aan de subtiliteiten van de verhouding met mijn broer en zus. En met subtiliteiten bedoel ik natuurlijk de Machiavelliaanse manipulatie en alles opslokkende strijd om de aandacht van mijn moeder, die elke minuut van onze levens beheerste. In onze Renault was de plek achter de bestuurder trouwens de troon van het regerende kind – in het midden kon je makkelijker worden gewurgd.

Die herkenbaarheid is precies waar de nieuwe zesdelige reeks In de beste families op mikt. Verbraak zelf noemde het deze week in De Telegraaf  ‘dichtbij-televisie’. Voor dit vervolg op de klassieker Kijken in de Ziel, die van 2009 tot 2018 werd gemaakt, sprak Verbraak achttien broers en zussen. In de gesprekken zoomen ze in op de microkosmos van het gezin en de invloed van de onderlinge verhoudingen. 

Verbraak spreekt ook de tweelingbroers Peter Anema en Erik Hulsegge, die in andere gezinnen werden geadopteerd en er pas op hun 17de achter kwamen dat ze een tweelingbroer hadden. Een ander opvallend optreden is dat van acteur Barry en zijn zus Laura Atsma, over hun broer met het syndroom van Down, Rimmert. Even schuurt het zelfs lekker, als Verbraak aan Atsma vraagt of hij zich weleens heeft afgevraagd hoe iemand als híj een broer met het syndroom van Down kon hebben. Atsma vindt het ‘een hele rare vraag’.

Reynier van Bommel in In de beste families. Beeld null
Reynier van Bommel in In de beste families.

Toch lijkt het format met deze interviewkandidaten een beetje op twee gedachten te hinken: wil het programma nu bijzondere families bestuderen, of toch doorsneegezinnen? En als het moet gaan om doodgewone gezinsdynamiek, waarom moet dat dan de gewone gezinsdynamiek rondom (met name) bekende mensen zijn?

Soms voelt zo veel dichtbij-televisie even als die lange achterbankrit naar Frankrijk. Gelukkig levert de interviewtechniek opnieuw interessante contrasten op – net als in Kijken in de ziel stelt Verbraak dezelfde vragen afzonderlijk aan verschillende mensen. Zo herinnert Olga Franssen (zus van acteur Porgy) zich de competitie in hun gezin met veertien kinderen: ‘Helma was de knapste. Als Porgy langsliep zei hij gewoon ‘6 min’ tegen mij. Helma was een 9.’ Porgy Franssen herkent zich niet in dit beeld.

In de beste families is vooral een goede aanleiding voor een babbeltje met je broer of zus. Want die plek op de achterbank was natuurlijk niet zomaar een plek op de achterbank. Wie weet zet je decennia later iets recht. Zo geeft Pepijn van Bommel uiteindelijk toe: ‘Het werd altijd ruzie in de auto. Ik ging dan vrijuit. Maar ik was wel de aanstichter.’ Eén woord: Oilily-kind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden