Filmrecensie Bumperkleef

In Bumperkleef botst een haantje in een SUV op een heer in het verkeer ★★★☆☆

De beschaafde dictie van de eigen rechter spelende Willem de Wolf maakt hem extra eng.

Thriller

Regie Lodewijk Crijns

Met Jeroen Spitzenberger, Willem de Wolf, Anniek Pheifer, Roosmarijn van der Hoek, Liz Vergeer, Truus te Selle, Hubert Fermin, Tim Linde.

85 min., in 76 zalen.

‘Niet doen. Niet onnodig mensen uit de tent lokken.’ 

‘Ik ben niet begonnen.’

Mm. Weet Hans, een heetgebakerde Randstedeling die er vrijwel een hele film over doet voor hij eindelijk zijn ongelijk kan toegeven, wel zeker dat hij niet begonnen is? Terwijl hij met zijn gezin onderweg is naar opa en oma in Twente, dringt Hans (Jeroen Spitzenberger) zich op de autoweg flink op aan het witte Volkswagenbusje vóór hem. Inderdaad, een irritant langzaam geval, dat busje, maar de chauffeur houdt zich tenminste keurig aan de maximumsnelheid. Het haantje in de SUV versus de heer in het verkeer: die situatie ontspoort in Bumperkleef almaar verder.

De kijker snapt meteen dat Hans de rekening zal betalen voor zijn gedrag, samen met echtgenote Diana (Anniek Pheifer) en hun dochtertjes (Roosmarijn van der Hoek en Liz Vergeer). In de openingsscène helpt de man met het Volkswagenbusje koelbloedig een om vergiffenis smekende wielrenner om zeep, en ook hier lijkt een verkeersaanvaring de reden. Bovendien introduceert schrijver en regisseur Lodewijk Crijns (Alleen maar nette mensen, Kankerlijers) handig de moordmethode van eigen rechter Ed (Willem de Wolf). Gestoken in een witte overall, geel rubberschort en gasmasker, belaagt Ed zijn slachtoffers met een drukspuit vol gifzuur. Een verdelger van menselijk ongedierte, dat is deze griezelig beheerste, domineeachtige Michael Myers-variant.

Interessant, hoe Crijns het alledaagse Nederland tot horrordecor probeert om te smeden, en dat ook nog eens bij daglicht. Bumperkleef  herinnert aanvankelijk volop aan Steven Spielbergs speelfilmdebuut Duel (1971), waarin een man eindeloos wordt achternagezeten door een duivelse truck. Zij het dat Spielbergs eenzame chauffeur is ingeruild voor een irritant vierkoppig gezin en het Amerikaanse niemandsland voor volle snelwegen, bosallees en de krappe straten van een Twens dorpje.

Die setting pakt niet altijd gelukkig uit. Zo sterk als de snelwegscène is, zo slap (en een tikje duf) wordt de achtervolging zodra Hans en co de bebouwde kom binnensjezen. Het helpt ook niet dat de ultradomme beslissingen van Hans (én Diana) vaak zwakke scenariokeuzes lijken. Leef dan nog maar eens mee, met die tierende, schreeuwende en gillende personages.

Tegelijkertijd blijkt Bumperkleef op zijn best als Hans zich van zijn lafste en zieligste kant laat zien en je (bijna) begrip opbrengt voor Eds vergeldingsmissie. Omdat Jeroen Spitzenbergers opgefokte spel doelbewust op de zenuwen werkt, komt de akelig beschaafde dictie van Willem de Wolf steeds weer als een verademing. Als in de Nederlandse cinema per se een nieuwe seriemoordenaar moest opduiken, dan kunnen we blij zijn met deze enge Ed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden