Oog voor detailWind

In Breitners schilderijen komt de wind in opstand

Beeld Kunstmuseum Den Haag.

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: wind.

Het waait nogal buiten, nu ik dit schrijf. Ik werd vanochtend bijna even opgetild van de aarde. En het waait in het museum waar ik gisteren was. Een deel van de tentoonstelling Breitner vs Israels in Den Haag zou ook een andere titel kunnen hebben: geschilderde wind. 

Er is geen schilder in modern Nederland die de wind zo goed heeft gevangen als George Hendrik Breitner. En Isaac Israels ook, nu ik het zie. Bij Breitner kunnen de hoeden zo afvliegen, wapperen de rokken horizontaal, moeten dienstmeisjes hun schort vasthouden. Bij Israels verdwijnen meisjes achter de haren die hen in het gezicht zwiepen.

Waaiend Holland is hier gevangen in verf, en iedereen kan er zich wat bij voorstellen. Ik vraag me af of er mensen in dit land bestaan die nooit langs een weiland of over een dijk hebben gefietst met weerstand alsof je de Mont Ventoux beklimt, alleen maar door de wind. Holland is kijken tot in de verte, en toch niet vooruitkomen. Holland is nooit hoeden kopen, want ze waaien toch af. Holland is hangen op de wind met je armen gespreid, op het strand.

Wat ik niet had verwacht, waren deze bijna abstracte details van wind. Ik weet niet wat er precies is geschilderd, maar het waait. Mijn dochter en ik hebben er samen naar gekeken, de slierten en slingers van verf in dit schilderij. Bij de een wist ze zeker dat het een vogel was, bij deze sliert dacht ik aan een vaandel of doek op het bouwterrein, zij dacht dat het rook is, of gewoon lucht. Misschien is het ook wel niks, alleen de indruk van wind. 

Onder de lange sliert lichtblauw – je zíét Breitner razen met zijn kwast, toch? – zit nog een onbestemde krul, in lichtbruin. Die vind ik eigenlijk nog mooier, want daaraan zag ik dat het hard waaide (mijn Amsterdamse oma zei vroeger: woei), nog voordat ik de titel van het schilderij had gelezen. Er dwarrelt en cirkelt hier zand op, een agressieve vlaag wind. Alsof de lucht zelf in opstand is gekomen. Eronder staan twee donkere dingen, die als je wilt mensen zijn.

Het zal vroeg in het voorjaar van 1891 zijn geweest toen Breitner dit bouwterrein schilderde. De 10-jarige prinses Wilhelmina legde hier op 28 mei de eerste steen van wat het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam zou worden, maar zo te zien is die nog niet gelegd. Voorjaarsstorm dus.

Ik houd echt van de mensen van Breitner; ze zetten een prachtig, stijlvol Nederland van eind 19de eeuw neer, maar in dit werk is hun afwezigheid de kracht. Zo’n bouwterrein waarop je vroeger speelde, zoals je ziet in een zich steeds ontwikkelende stad. Stukjes stad die aan het ontstaan zijn, waar mensen gaan wonen en sterven, een deel van het mierennest waartoe we behoren, dat nog open ruimte is. Alles wat mensen maken, de vooruitgang, vond Breitner interessant. Juist daarom vind ik het mooi dat hij stiekem de hoofdrol geeft aan iets waarop we geen grip hebben: die machtige, onzichtbare Hollandse wind.

George Hendrik Breitner

Bouwterrein bij storm / het bouwterrein van het Wilhelmina Gasthuis

1891

Olieverf op doek

91 x 121,5 cm

Kunstmuseum Den Haag. Te zien aldaar t/m 10 mei in de tentoonstelling Breitner vs Israels - vrienden en rivalen.

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

George Hendrik Breitner, De stormhoogte.Beeld Kunstmuseum Den Haag.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden