In botsing met de Nederlandse betweterigheid Vrouw wint terrein in toneelteksten Alex van Warmerdam

DE theaterteksten van Alex van Warmerdam zijn de meest beroerde en ellendige teksten die ooit voor acteurs zijn geschreven.' Aldus acteur Aat Ceelen in het geestige praatje dat hij hield bij de presentatie van Alex van Warmerdams Verzameld theaterwerk....

Een acteur wil worstelen met een tekst, stelde Ceelen, die in bijna alle toneelstukken uit deze bundel heeft gespeeld. Hij wil zwetend, scheldend en briesend een rol veroveren; hij wil zelf ook graag een beetje kunstenaar zijn.

Maar Ceelen heeft naar eigen zeggen de afgelopen jaren niet veel meer gedaan dan 'de teksten van Warmerdam uit mijn hoofd leren en daar steeds min of meer hetzelfde gezicht bij trekken. Meer was er niet voor nodig om deze rollen tot een groot succes te maken.'

Wie de verzameling toneelstukken in deze bundel leest, begrijpt waar Ceelen op doelt. Van Warmerdams personages hebben geen geheime drijfveren. Het is altijd volstrekt duidelijk waar ze op uit zijn. Ze doen zich graag anders voor dan ze zijn - belangrijker, aardiger, knapper, evenwichtiger - maar daar kijk je zo doorheen. Laat ze drie zinnen zeggen en ze verklappen zelf hoe driftig, hebberig, angstig of eenzaam ze eigenlijk zijn.

Ze zijn kinderlijk eerlijk of op een boerse manier onomwonden, en daardoor geven ze een helder inzicht in de dierlijke driften die de meeste volwassen verbergen achter een masker van geciviliseerd gedrag.

Knuppelman uit Graniet (1982), de vroegste tekst uit de bundel, is op zoek naar een vriend, en daar heeft hij het dan ook steeds over. 'Het is toch goed om een vriend te hebben? Iemand waar je op terug kan vallen?' Het lijkt zo'n onschuldig verlangen, maar bij Knuppelman - zijn dreigende naam doet het al vermoeden - krijgt dat verlangen iets dwingerigs.

'Wil jij mijn vriend zijn?', vraagt hij keer op keer aan Papierman. Als die niet snel genoeg toehapt, sluit Knuppelman hem op, net zo lang tot Papierman zijn vraag wel met 'ja' móet beantwoorden.

Boer Brand uit Kleine Teun (1996), de laatste tekst uit de bundel, heeft het zijn vrouw z'n halve leven kwalijk genomen dat ze hem nooit kinderen heeft gebaard. In een toneelstuk van Karst Woudstra zou dat een verborgen frustratie zijn, die pas aan het licht zou komen in een lange, reinigende nacht van dronkenschap op driekwart van het drama.

In Kleine Teun zegt Brand al op pagina 6 tegen de jonge onderwijzeres die hem aan huis bijlessen geeft dat ze maar gauw samen moeten vluchten. 'In een hut. Vier zonen graag.' Maar Brand heeft toch een lieve vrouw, sputtert de onderwijzeres tegen. 'Een lieve vrouw', antwoordt Brand, 'maar eierstokken, ho maar.'

Zeven toneelteksten staan er in Verzameld theaterwerk. Van Warmerdam schreef ze, telkens met tussenpozen van twee jaar, voor zijn theatergroep De Mexicaanse Hond.

De vroegere teksten ademen nog sterk de sfeer van Hauser Orkater, het multimediale muziektheatergezelschap waarvan Van Warmerdam in de jaren zeventig deel uitmaakte en waarvoor hij dialogen en scènes schreef.

Korte gesprekken worden in die eerste toneelstukken afgewisseld met vreemde, cryptische liedjes. Het verhaal wordt in dialoogscènes verteld, maar het kan ieder moment overspringen naar een filmpje, een sprekend schilderij of naar een gesprek tussen gefiguurzaagde sjablonen die deel uitmaken van het decor.

Die eerste teksten lijken meer op filmscripts dan op traditionele toneelstukken, zoveel beelden en handelingen beschrijft Van Warmerdam tussen de dialogen door. Deze toneelstukken zijn niet vanachter een bureautje bedacht, maar overduidelijk gemaakt door iemand die zelf regisseert en speelt. Iemand die gewend is beelden, teksten en muziekflarden te monteren, net zo lang tot er ineens de suggestie van een verhaal ontstaat.

Vaak gebruikt Van Warmerdam die verschillende media voor een spel met de begrippen 'echt' en 'onecht'. Bij het gevecht in De wet van Luisman wordt er gestreden met schilderijtjes van wapens. Na elke treffer verschijnt er een ingelijste bloedvlek op de grond.

Door de jaren heen versobert de barokke theatertaal die Alex van Warmerdam in zijn eerdere stukken gebruikt. Kleine Teun, het laatste en langste toneelstuk, bestaat voornamelijk uit dialogen tussen drie figuren. Er staan zelfs geen muzikanten bij de rolverdeling, terwijl die in alle eerdere stukken een duidelijke plek in het verhaal kregen toebedeeld.

De gelaagdheid in de vertelling, waarvoor Van Warmerdam aanvankelijk verschillende media en complexe rolverwisselingen nodig heeft, kan hij met steeds eenvoudigere middelen oproepen.

Het is alsof Van Warmerdam de media waarin hij zich ontwikkelt steeds verder uit elkaar is gaan trekken. Zijn films leunen steeds minder op de dialogen - de hoofdpersoon uit De Jurk is zelfs een zwijgend kledingstuk - terwijl hij zich in zijn toneelwerk geleidelijk aan concentreert op de taal.

Het is grappig te zien hoe in de zeven achtereenvolgende toneelteksten de vrouwen langzaam maar zeker terrein winnen. De eerste stukken zijn jongensfantasieën in de lijn van de jongensbende van Hauser Orkater. Het uitgangspunt is een mannengemeenschap. Vrouwen doen niet mee, hoogstens als een gefiguurzaagde, naakte vorm, zoals in De wet van Luisman (1984).

Het zijn mysterieuze wezens, met wie Van Warmerdams kinderlijke mannetjes en mannetjeskinderen nauwelijks contact hebben, maar over wie ze des te meer fantaseren.

Een paar stukken later is het strijdtoneel verschoven naar het gezin en komen de eerste moeders in beeld: dromerige of benepen figuren die voornamelijk in huis zitten.

In Kaatje is verdronken (1993), is de spil van het stuk voor het eerst geen jongen maar een vijftienjarig meisje, een wildebras, die de geschiedenis van haar verdronken moeder lijkt te willen herleven.

Het zijn uiterlijke veranderingen, want de kern van Van Warmerdams werk blijft hetzelfde. In al zijn toneelstukken schetst hij een besloten gemeenschap waarin het avontuur, de nieuwsgierigheid en de zucht naar verandering in botsing komen met een typisch Nederlandse benepenheid en betweterigheid.

Aat Ceelen heeft gelijk: wie deze ogenschijnlijk luchtige, directe teksten leest, krijgt geen visioenen van worstelende acteurs. Wel van een schrijver die worstelt met steeds dezelfde thema's zonder zichzelf maar één keer te herhalen.

'Verzameld theaterwerk 1982-1996' van Alex van Warmerdam. ISBN 90 6005 6108, ¿65,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.