In Boeyinga's kerkje kan de klok nog steeds luiden

Tot woonhuis verbouwde kerk, Hoge Buurt 3, St. Maarten. Architecten: B.T. Boeyinga en Ton van Rutten. Ontwerp en bouw: 1961/62....

ARCHITECTUUR

Vijfenzeventig jaar oud was Berend Tobia Boeyinga (1886-1969) toen hij in 1961 nog de opdracht kreeg een kerkje te ontwerpen op een eeuwenoude terp in het Noord-Hollandse St. Maarten. De domineeszoon uit Noordscharwoude, die na de beroepen van timmerman en opzichter en na een hbo-opleiding architect was geworden, moet ongetwijfeld plezier hebben gehad in deze klus.

De schetsen van zijn eerste ontwerp zijn liefdevol en gedetailleerd getekend. Het moest een eenvoudige, traditionele kerk worden, met een plattegrond in de vorm van een Grieks kruis. Het torentje in het midden van het dak verwees naar de kerk die eerder op de terp had gestaan maar die het jaar daarvoor wegens bouwvalligheid was gesloopt.

Boeyinga was geen groot, maar wel een ambachtelijk goede architect. In gemeentedienst had hij in Amsterdam tussen 1922 en 1924 naam gemaakt met woningbouw in de nieuwe tuindorpen Oostzaan en Nieuwendam. Zijn woonblokken aan het Zonneplein (met muziektempel) en aan het Purmerplein behoren tot de gedegen voorbeelden van sociale woningbouw die met hun Noord-Hollandse kenmerken zelfs vandaag de dag nog indruk maken.

Toen hij in 1926 als zelfstandig architect ging werken, legde hij zich voornamelijk toe op de bouw van kerken. De Koningskerk aan de Kloppersingel in Haarlem en het wit geschilderde kerkje aan de Dr. Van Peltlaan in Bergen N.H., beide rond 1927 gebouwd, werden alom geroemd, vooral ook omdat hij hier het Griekse kruis als grondslag voor de plattegrond zo treffend toepaste.

In latere kerken probeerde Boeyinga andere, zakelijker indelingen. Dat vond zijn weerslag in het uiterlijk van zijn gebouwen. De Amsterdamse School-trekjes verdwenen, zijn stijl verstrakte aanvankelijk maar in latere bouwwerken bekeerde hij zich tot traditionele vormen. Na de oorlog zou hij zich vooral bezighouden met kerkrestauraties zoals de Eusebius in Arnhem en de Cunera in Rhenen.

Aan het eind van zijn leven bloeide de liefde voor het Griekse kruis als grondvorm klaarblijkelijk weer op. Maar die liefde werd niet beantwoord. Het Hervormde kerkbestuur van St. Maarten vond zijn ontwerp te duur en een jaar later, in 1962, maakte Boeyinga een nieuw, zuiniger schetsontwerp voor het kerkje op de terp.

De tekeningen ogen lusteloos en missen de fijne detailleringen van het eerste ontwerp. Ze stellen een simpel, strak kerkje voor dat uit twee rechthoekige, platte blokjes bestaat. Het grote blokje is voor de kerk zelf met aan de oostgevel een uitstulping als apsis achter de lessenaar van de dominee. Het kleine is voor de consistorie, die van het kerkdeel was gescheiden door een smalle gang met aan de ene kant de bescheiden ingang en aan de andere kant het ketelhuis met toilet. Boven de ingang was een rechthoekige, tien meter hoge toren getekend, voorzien van een uurwerk en een luiklok.

Aan de hand van dat ene, grote schetsvel is de kerk gebouwd - op een vloer van gestandaardiseerde betonplaten, met slordig gemetselde bakstenen muren waarin rond de kerkzaal hoog geplaatste, vierkante ramen.

Boeyinga heeft zijn kerk nog wel gebouwd zien worden, maar sommige inwoners van St. Maarten herinneren zich nog goed hoe hij telkens hoofdschuddende en zachtjes mopperend de bouwplaats verliet. Zijn wel erg simpele bouwsel op een historische plaats ontbeerde de ambachtelijke afwerking die het nog enigszins tot leven had kunnen wekken.

Hoe slecht die afwerking was, bleek al gauw. Het kerkje lekte bij iedere regenbui en na enkele jaren werden de rechthoekige doosjes voorzien van schuine daken. Alleen het torentje vervulde een markante functie in het oude West-Friese landschap. Maar het was te weinig. Enkele jaren geleden ging men denken aan sloop, aan een mogelijke projectontwikkelaar en aan een aantal appartementen 'op historische locatie'.

Juist in die tijd vernam architect Ton van Rutten (1961) dat het onooglijke kerkje te koop stond. Hij ging er kijken en was op slag verliefd, vooral op het wondermooie uitzicht. Hij besloot het te verbouwen tot zijn eigen woonhuis.

Een ingrijpende operatie. Het begon er al mee dat de vloer moest worden vernieuwd en de muren opnieuw gevoegd. Het dak moest een geheel nieuwe constructie krijgen. Om er echt een woonhuis van te maken moest er meer gebeuren. Van Rutten wilde graag twee woonlagen en daarvoor moesten de buitengevels van het kerkdeel met zo'n drie lagen baksteen worden verhoogd.

Hij wilde een deel van de oude kerkramen verwijderen en op andere plaatsen nieuwe ramen aanbrengen, al stond voor hem vast dat het grote, driedelige raam met houten kozijnen in de consistorie gehandhaafd moest blijven. De consistorie zelf zou samen met de vroegere gang en kerk één grote ruimte worden. Daarbij zouden grote ramen, drie vide's en een open trap voor het ruimtelijk effect moeten zorgen. Gezien het hoekige karakter van de kerk koos Van Rutten ervoor de binnenruimte op te delen met enkele rechte en haaks staande houten wanden. De apsis moest verdwijnen opdat ook daar een strakke, rechte muur ontstond.

Met al die nogal drastische ingrepen is het wonderbaarlijk te zien hoe het oorspronkelijke aanzien van het kerkje is gehandhaafd. Van Rutten heeft dat ook heel bewust nagestreefd. In grote lijnen is de vorm van het dak vanaf de straatkant precies zoals Boeyinga die voor ogen had. Alleen aan de achterzijde heeft het dak een overstek gekregen. Daardoor is een beschutte buitenplaats ontstaan. De toren is gehandhaafd, al is het uurwerk verdwenen. Maar de luiklok hangt er nog en kan nog altijd worden geluid.

Het verrassendst is het interieur. Niets daarvan herinnert meer aan de kerk van vroeger. Met simpele, ogenschijnlijk statische middelen is er een ruimte ontstaan die met de loop van de zon telkens van aanzien verandert. Van Rutten helpt het zonlicht doordat hij een aantal muren geel, dieprood dan wel diepblauw heeft geschilderd. Binnen de verder witgeschilderde entourage geven ze zachtgetinte weerspiegelingen die doen denken aan glas-in-lood-ramen.

Het beeld van die ruimtes die van voor naar achter, van links naar rechts en van onder naar boven in elkaar vloeien, is intrigerend. Wel wreekt zich dat Van Rutten het interieur geen vast middelpunt heeft gegeven. De blik dwaalt daardoor vanzelf naar buiten, naar de verre oude zeedijk, naar de dorpen aan de einder of naar de vervallen graven van het kerkhof in de achtertuin. Restanten, zo is Van Rutten vast van plan, die opgeknapt gaan worden.

Als woonhuis is het een kleine architectendroom geworden met als gevolg veel leegte omwille van de architectonische ruimte. Maar veel efficiënt vloeroppervlak is er niet. Een projectontwikkelaar had het met minstens vijf appartementen dichtgebouwd.

Kon Boeyinga desondanks nog maar een blik op z'n kerkje werpen. Hij zou verbaasd zijn maar ook tevreden. Omdat het kerkje er nog staat, goddank, en er van binnen niet zuinig is omgesprongen met de verbeelding.

Ids Haagsma

Hilde de Haan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden