Boekrecensie Van elk waarheen bevrijd ***

In Baudets novelle staan accenten, cursiveringen, stopwoordjes en af en toe iets geks

Foto RV

In Van elk waarheen bevrijd (naar een dichtregel van Rilke), een schetsmatige novelle die zich roman noemt, vermeit de Nederlandse gepensioneerde cellist Philippe Gautier zich in het Parijs van de boekenstalletjes, Père-Lachaise, steak tartare, côtes du Rhône en artisjokken ofwel ‘keurvruchten van de aristocratie’- want schrijver en politicus Thierry Baudet (1985) benut het héle palet van de kwast. Dat is hem toevertrouwd, zoals we nog weten van zijn romandebuut Voorwaardelijke liefde (2014), over de promovendus annex gigolo Gregor.

Gautier is van de generatie die ooit dacht dat met goede bedoelingen en liedjes van de Beatles alles zou lukken. Maar het ging niet vanzelf, en nu is hij een gescheiden nostalgicus die alleen zijn cello nog heeft.

En Parijs dus, waar je nog altijd ‘behoorlijk je weg kon gaan zonder al te veel immigranten tegen te hoeven komen, die zaten in de buitenwijken, koest gehouden met schotelantennes en uitkeringen, en de gendarmerie hield ze tegen als ze naar het centrum wilden komen om te rellen’. Even later corrigeert hij zich, wanneer hij wordt bediend door een Afrikaanse ober, het flonkerende bewijs dat er natuurlijk ook immigranten zijn die zich verdienstelijk ‘voegen naar onze samenleving’. Gelukkig is Gautier geen politicus.

Vijftien jaar was hij getrouwd met Sylvia, met wie hij twee kinderen kreeg. Daardoor werd de afstand tot zijn vrouw groter. Nadat Philippe onhoudbaar verliefd was geworden op Davide, de cello-leerlinge met de ‘ongelooflijk rechtvaardige oogopslag’, ontstond er een hardnekkige driehoeksverhouding. Uiteindelijk hield niets stand.

Thierry Baudet. Foto ANP

De vele accenten en cursiveringen doen denken aan Couperus (‘Lúister naar die Cis!’, en ‘Ze waren zo lang samen geweest- zo lang!’), minus Baudets stopwoordjes ‘gewoon’ en ‘eigenlijk’, en af en toe staat er iets heel geks: ‘Rond zijn veertiende waren de eerste schaamharen als maden in zijn onderbroek tevoorschijn gekomen.’ Schaamharen die uit een onderbroek groeien? Als maden?

Philippe had ‘zichzelf nooit toebehoord’, en kijkt dikwijls ‘in de peilloze leegte van zijn bestaan’. De 19de eeuw, toen Europa ‘gewoon’ nog overal de baas was, is helaas afgelopen. Dat leert hem ook de Metamorphosen van Richard Strauss, ‘geschreven vlak na het bombardement op Dresden’- wat niet waar is, Strauss voltóóide toen het werk waaraan hij al een halfjaar schreef. Maar ook deze functionele vergissing tekent de dramaticus Gautier, die ook niet voor niets juist de componist Vieuxtemps ‘knettergoed’ zal vinden.

Philippe kent de grote Europese kunst nog. Zoiets maakt eenzaam. Komt er weer zo’n meisje oefenen, dan hoort hij ‘konijntjes in het veld huppelen door het gras. Worteltjes zoeken, hups hups, vrolijkheid alom'. Onverdraaglijk. Maar moet hij haar onschuld stukmaken, wakker schudden? Laat maar. En zo krijgen we in kort bestek een portretje van een man die zelfgenoegzaam is, nostalgisch, sentimenteel, onverantwoordelijk, welgesteld en leeg.

Zo’n Europeaan, wil de auteur wellicht zeggen, die maar eens plaats moest maken voor een nieuwe generatie.

Thierry Baudet: Van elk waarheen bevrijd.
Prometheus; 138 pagina’s; € 18,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.