Recensie Basta

In Basta is Marco van Basten een man die zijn leven nauwgezet en openlijk analyseert ★★★☆☆

Zijn kinderkamer werd na zijn vertrek tot een soort museum, zegt Marco van Basten in de biografie Basta. Hoewel de ex-voetballer daarin open is over zijn jeugd en zijn verwoeste enkel, laat hij toch vooral de beste versie van zichzelf zien.

Beeld Lebowski

De sleutelzin in het leven van Marco van Basten, de bekende voetballer en trainer die eigenlijk Marcel van Basten heet – iets wat niet veel mensen weten en waarvan in zijn onlangs verschenen biografie ook geen melding wordt gemaakt – is: ‘Ik ben de beste (op mij na).’ Hiermee is veel gezegd, en veel verklaard – ook karakterologisch misschien wel.

Puber Van Basten schreef de zin op het blad van zijn bureautje in zijn ouderlijk huis aan de Wagenaarkade in Utrecht. Hoogmoed, jongensachtige bravoure, ambitie en, kennelijk, een grote mate van talent: hij had het allemaal, tot zijn 28ste. Zo jong was hij nog maar toen hij door een verwoeste enkel zijn loopbaan als voetballer moest beëindigen.

In de biografie gaat het even over het beroemde zinnetje. Op 21 juli 2014, drie dagen na de dood van zijn vader Joop, keert Van Basten terug naar zijn jongenskamer. ‘Nadat ik vertrokken was, was het een soort Marco-museum geworden waar mijn vader zich totaal in vastgebeten had. Met al mijn bekers, vaantjes, shirtjes, vhs-banden en schrijfmapjes met notities over al mijn wedstrijden. Noem maar op.’

Over het beroemde zinnetje is hij kort: ‘Woorden die totaal onbedoeld mythische proporties hebben gekregen.’ Hij wil af van het Marco-museum. ‘Dat kamertje is in die bijna dertig jaar sinds mijn vertrek verworden tot iets waar ik vanaf wil. Een soort grafzerk van een verdwenen voetballer.’

Basta, heet de biografie. Het is zowel een grafzerk als een monument geworden, een boek ter nagedachtenis aan een grotendeels mislukte trainer en, vooral, aan een voetballer die drie keer tot beste van Europa werd gekozen; die, als hij niet chronisch geblesseerd was geweest, Johan Cruijff had kunnen evenaren. De titel duidt op een afsluiting, een afrekening mogelijk ook. Behalve Van Basten is er nog een hoofdpersonage: die vermaledijde enkel.

Journalist Edwin Schoon (Andere Tijden Sport en Studio Sport, onder meer) is de dienstbare schrijver, ergens ver op de achtergrond. Niet voor niets prijst uitgever Lebowski het boek aan als een autobiografie. Schoon (1970) transformeerde Van Basten in een vlotte causeur, extraverter dan ooit tevoren. In de soepele een-twee geeft Van Basten zich bloot. Maar hoe bloot precies?

Een eerder boek over Van Basten, van Johan Faber, verscheen in 2004 en heette Het mysterie Marco. Dat was destijds een gangbare omschrijving voor de voetballer die zich na zijn afscheid in 1995 volledig had teruggetrokken uit de publiciteit. Gecombineerd met zijn onwil om over persoonlijke kwesties te praten, zou dat hem tot een mysterie hebben gemaakt.

Meer dan een journalistiek zwaktebod was het niet. Van Basten is nooit een mysterie geweest. Hij was hooguit zwijgzaam, afstandelijk en wantrouwig. Stug ook, hoewel die omschrijving niet van toepassing is op de vijftiger die in Basta terugblikt op zijn leven. In Basta is Van Basten een man die zijn leven nauwgezet en openlijk analyseert, soms in gezwollen oneliners: ‘Ik verloor mijn leven. Mijn leven was voetbal.’

Niet eerder was Van Basten zo open over het mislukte huwelijk van zijn ouders, de sores met die enkel, zijn worsteling als trainer en zijn strubbelingen met de Italiaanse en Nederlandse fiscus. In grote lijnen was het meeste al bekend. Kleedkamergeheimen geeft Van Basten maar mondjesmaat prijs, een nieuw licht op de voetbalgeschiedenis wordt nergens geworpen. Als het bijvoorbeeld over het EK in 1988 gaat, zijn droomweken, of de ellende van het WK in Italië twee jaar later, houdt hij zich op de vlakte. Net zoals de voetballer kiest de verteller zijn momenten zorgvuldig uit.

Op sommige punten is het verleden geschoond. De advocaat met wie hij de intensieve samenwerking na vele jaren beëindigde, Ella Adriaanse, wordt niet bij name genoemd. Onbesproken blijven een paar klassiekers, bijvoorbeeld de keer dat Van Basten in opspraak kwam omdat hij het de gewoonste zaak van de wereld vond dat zijn vriendin zijn voetbaltas droeg of toen hij het inkomen van een bijstandsmoeder op ‘een tonnetje of zo’ schatte. Sieg Heil, helemaal uit de lucht vallen kwam het niet. Van Basten was vaker onhandig.

Als Van Basten niet de strenge eindredacteur was, was Perry Overeem dat waarschijnlijk wel, zijn zaakwaarnemer. De presentatie van de nieuwe Marco van Basten is zorgvuldig voorbereid. Er werd een ‘mediapartner’ gestrikt, Het Parool, die een avond in de Amsterdamse Stadsschouwburg belegde om hem te eren. In twee talkshows (DWDD en Beau) werd de loper uitgelegd voor de ooit zo mediaschuwe Utrechter.

Een bewonderend interview met Van Basten door de hoofdredacteur van Het Parool verscheen ook in het Algemeen Dagblad. De journalist die Van Basten voor de Volkskrant zou interviewen, moest akkoord gaan met de eis van Overeem dat de toon en de inhoud van het stuk naar believen zouden kunnen worden aangepast. Het interview ging niet door.

Dat was jammer, want dan had bijvoorbeeld aan Van Basten kunnen worden voorgelegd dat zijn lofzang in het boek op Silvio Berlusconi, zijn oude voorzitter bij AC Milan, met de kennis van nu een tikje ongemakkelijk overkomt.

Of dat het misschien geen goed idee was om tijdens het WK in 2018 gezellig te bomen met de president van een land dat volgens het kabinet verantwoordelijk is voor het neerhalen van de MH17. Op Instagram plaatste hij een foto van zichzelf en Vladimir Poetin, met de tekst: ‘Het was een eer om de Russische president, mr. Vladimir Poetin, te ontmoeten.’

Het kwam hem op veel kritiek te staan. Het voorval wordt in Basta niet besproken. De beste voetballer op Van Basten na heeft de beste versie van zichzelf laten samenstellen. Het nieuwe Marco-museum oogt indrukwekkend en is de moeite van een bezoek waard, maar de collectie is niet compleet.

Marco van Basten en Edwin Schoon: Basta. Lebowski; 352 pagina’s; € 21,99.

Meer Marco van Basten? 

In 2014 schreef Paul Onkenhout een column over Van Basten. Onverwacht had Van Basten zijn trainersloopbaan beëindigd. ‘Iedereen wil dat hij een mythe is, daar zijn er veel te weinig van’, schreef Onkenhout. Zijn conclusie: het mysterie Marco is ook maar een mens. 

Ode aan Marco van Basten: de spits met de eeuwige pijn in zijn enkel

Tijdens de boekpresentatie van zijn autobiografie Basta werd teruggekeken op de carrière van Marco van Basten. Pas nu heeft hij alles losgelaten en is hij gelukkig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden