Concertrecensie Klassiek

In Arnhem was een droomuitvoering van Schubert te horen, in Utrecht maakte een violist grote indruk met haar Brahms (vier sterren)

Twee steden, vier componisten en twee grandioze Duitse dirigenten.

Violist Arabella Steinbacher. Beeld Anna van Kooij

De naam Hartmut Haenchen roept bij veel Nederlandse muziekliefhebbers weemoed op. Tussen 1986 en 2002 was hij verbonden aan het Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nationale Opera, waar hij vele successen vierde. Zaterdag stond de in Dresden geboren dirigent, 75 inmiddels, weer voor een Nederlands orkest. Het Gelders Orkest wist hem te strikken voor de Negende symfonie van Anton Bruckner.

In de nieuwe Parkzaal – wanden van licht gelakt eikenhout, een achterwand van glas – van het prachtig verbouwde en uitgebreide Musis Sacrum (waar de Arnhemmers best trots op mogen zijn) zette Haenchen een Bruckner neer die uitblonk in opbouw. Er was amper een kuchje te horen tussen de delen, zo goed dwong het orkest de concentratie af.

Haenchens aanmoedigende gebaren werden beloond: gewaagde houtblazersmomenten en gloedvolle strijkerswalmen wisselden elkaar af. De kopersecties, die het verschil maken tussen een goede en een fenomenale Bruckner (en, eerlijk, zo’n symfonie ook naar de knoppen kunnen helpen), waren niet altijd even trefzeker. Tussen de Wagnertuba’s en de rest was het verschil in hertz iets te groot om het geheel genietbaar te houden. Maar over het geheel genomen was het een mooi gelaagde uitvoering, waarin die lagen prachtig in elkaar grepen.

Het beste hadden de bezoekers al gehoord. Franz Schuberts Unvollendete kreeg een droomuitvoering. Al in de eerste maten bleek dat de symfonie onder Haenchen zo veel meer dan een griezelsprookje zou worden, zo uitnodigend, soms smachtend (maar niet overdreven smachtend) klonk het orkest. Delicate fraseringen, een uitgekiende dynamiek, solo’s vol overgave: de Gelderlanders hadden de symfonie best mogen herhalen.

Het Gelders Orkest

Klassiek

vier sterren

Bruckner en Schubert o.l.v. Hartmut Haenchen. 10/11, Musis Sacrum, Arnhem

Bij Haenchens oude werkgever, het Nederlands Philharmonisch, staat sinds 2011 een andere geboren Duitser aan het hoofd: Marc Albrecht (54). Hij maakte onlangs bekend dat hij er in 2020 mee ophoudt. Hoe zal hij worden herinnerd?

Vrijdag dirigeerde hij in TivoliVredenburg, Utrecht, voor de pauze het Vioolconcert van Johannes Brahms. Ietwat stroef begin, het orkest speelde net iets te ongecontroleerd. Toen solist Arabella Steinbacher eenmaal inzette, maakte niemand zich daar nog druk om, want zij was het die de komende minuten alle aandacht naar zich toe zoog met haar soepele spel, waarmee ze meer galm suggereerde dan de Grote Zaal eigenlijk biedt, en ranke toon.

Maar stond op de lessenaars Die Seejungfrau van Alexander von Zemlinsky (1871-1942), een stuk dat orkesten best wat vaker mogen programmeren. Dit is het repertoire waarin Albrecht uitblinkt, wisten we al na Albrechts bijdrage aan Eine florentinische Tragödie bij DNO. Weer liet hij de orkestklank wellen en instrumentgroepen met elkaar versmelten. Groots.

Nederlands Philharmonisch

Klassiek

vier sterren

Brahms en Zemlinsky o.l.v. Marc Albrecht, met Arabella Steinbacher (viool). 9/11, TivoliVredenburg, Utrecht. De uitvoering is terug te luisteren op Radio4.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden