filmrecensieAquarela

In Aquarela laat Kossakovsky het water spreken – een verademing ★★★★☆

Anders dan in het natuurfilm-genre gebruikelijk is, ziet hij af van een voice-over.

Auto’s zakken door het ijs in Aquarela.

En opnieuw wordt een auto opgeslokt door het ijs. Het Siberische Baikalmeer, het grootste en diepste binnenmeer ter ­wereld, was vroeger bevroren van januari tot mei en daarmee gedurende die periode begaanbaar voor verkeer. Tegenwoordig zet de dooi drie ­weken eerder in, maar veel mensen ­weten dat nog niet en sjezen op hoge snelheid met hun auto’s over het fragiele oppervlak.

In de ongelooflijke openingsscène van Aquarela, de nieuwste film van de Russische documentaireveteraan Victor Kossakovsky, zie je wat de gevolgen zijn. Wat begint als een absurdistische sketch, slaat met de ene rap zinkende auto na de andere om in een tragedie.

Kossakovsky, die in 1992 doorbrak met zijn intieme plattelandsschets Belovy en zichzelf sindsdien met elke film opnieuw lijkt uit te vinden, reisde de halve wereld rond om het water een even grootse als afschrikwekkende hoofdrol te kunnen geven. En niet alleen om de vorm maar ook de schakering van water vast te leggen: Aquarela werd een film in ontelbare tinten wit en blauw, waar het water soms olieachtig glanst en aan het einde van een kilometer lange waterval, de Angel Falls in Venezuela, opschuimt tot een wolk van kringelende kleuren. 

Kossakovsky laat ook de beelden zelf stromen. Anders dan in het natuurfilm-genre nog altijd gebruikelijk is, ziet hij af van een duidende of sturende voice-over. Dialoog kent de film nauwelijks. Soms klinkt muziek, brutale, opgefokte klanken van Fin Eicca Toppinen en diens cello-metalensemble Apocalyptica, maar meestal zegt het bulderende, borrelende, krakende en barstende water genoeg. 

Door die aanpak kunnen allerlei ervaringen naadloos in elkaar overlopen. Een drukkend besef van de gevolgen van de klimaatverandering gaat gelijk op met de hallucinante schoonheid van het vaak in slowmotion vastgelegde watergeweld, terwijl de virtuoze waaghalzerij van de makers evenveel verbijstering als ontzag wekt. 

Op het Bakailmeer, bijvoorbeeld, had de filmploeg net zo makkelijk ook zelf door het ijs kunnen zakken. Wanneer Kossakovsky en cameraman Ben Bernhard zich in Miami in het hart van orkaan Irma wagen, vraag je je af hoe ze dit pandemonium in ­hemelsnaam hebben overleefd.

En zo stort je als toeschouwer van de ene verbijsterende scène in de andere, vaak bijna letterlijk. Groenlandse gletsjers die voor het oog van de camera in gruzelementen breken. Een zeilboot die als een stuk speelgoed te pletter dreigt te slaan tegen gigantische muren van golven. Na een weidse blik op een zee vol verweesde ijsreuzen duikt de film ónder het schuivende, pulserende ijs.

Een duidelijke lijn of opbouw heeft Aquarela niet. Soms frustreert het dat je zonder context zit, en dus niet weet waar je bent of hoe je de beelden precies moet inschatten. Is elke voorbijdrijvende ijsschots een teken van de opwarming van de aarde? Zijn het noodklokken die je in Groenland hoort luiden?

Maar ondanks zulke vragen blijft het een verademing, zoals Kossakovsky het water vooral zelf laat spreken en razen.

Aquarela

★★★★☆

Documentaire

Regie: Victor Kossakovsky.

90 min., in .. zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden