'In Amerika doet non-fictie het inmiddels zeer veel beter dan literatuur'

Onverdroten brengen uitgevers nieuwe boeken uit, terwijl de meeste van hen het moeilijk hebben. Wilma de Rek onderzoekt hoe het gaat in het vak. Non-fictiespecialiste Plien van Albada over het verschil tussen biografieën en autobiografieën.

Plien van Albada. Beeld Bianca Pilet

Sinds oktober vorig jaar zit Balans op zijn oude stekje: Keizersgracht 117 in Amsterdam. Daar is de uitgeverij begonnen, maar sinds 2002 waren jullie onderdeel van het WPG-concern en de afgelopen jaren werkten jullie daarbinnen nauw samen met De Bezige Bij.

Hoe is het om weer vrij te zijn?

'Geweldig, echt heel erg geweldig.'

Wat zijn de voordelen van zelfstandig zijn?

'Het scheelt veel overhead; en het scheelt veel vergaderingen waar je niet altijd het nut van inziet. Het leverde ook wel wat werk op, want alles wat bij WPG geregeld was, moesten we nu zelf doen. Alle contracten met de boekhandel moesten opnieuw worden onderhandeld, er moesten kopieerapparaten komen, computers, een nieuwe website en zo nog wat dingen. Maar ik nam ze er graag bij. In een concern ben je een onderdeel van een grote tanker, nu kunnen we doen wat we zelf willen.'

Hoe lang heb je bij De Bezige Bij gezeten?

'Twee jaar en negen maanden. Daarvoor zaten we in één pand met de Arbeiderspers. Geurt Gaarlandt, die Balans in de jaren tachtig heeft opgericht, was nog steeds eigenaar van dit oude pand aan de Keizersgracht. Het was verhuurd maar kwam toevallig net vrij toen het besluit viel om weg te gaan bij WPG. We hebben Balans samen uitgekocht; ik ben directeur-uitgever, Geurt is editor at large, dat is nu de constructie.'

Van wie kwam het plan om Balans en De Bezige Bij weer te scheiden?

'Dat was een gezamenlijk initiatief. Op een gegeven moment werd duidelijk: we hebben hier twee merken en die zitten elkaar in de weg. We werden het er snel over eens dat we beter uit elkaar konden gaan op het moment dat we nog vrienden waren. 'Dat wij in 2012 naar De Bezige Bij gingen, had als achtergrond dat de toenmalige baas daar, Robbert Ammerlaan, al heel lang in Balans was geïnteresseerd. Hij was bij de Bij een non-fictiepoot gaan ontwikkelen, kennelijk mede geïnspireerd door ons succes, en was heel enthousiast toen wij kwamen. 'Alleen ging hij zelf met pensioen. En de anderen bij de Bij die met die non-fictie bezig waren, zaten natuurlijk helemaal niet op Balans te wachten.'

Is nooit overwogen die twee non-fictiepoten samen te voegen?

'Jawel, maar het was ingewikkeld. De Bezige Bij had zijn eigen activiteiten en wij hebben op onze beurt een te eigen karakter en een te rijke geschiedenis om zomaar een soort imprint van De Bezige Bij te worden.'

Was het een slangenkuil?

'Een slangenkuil zou ik niet willen zeggen. Maar absoluut een politieke omgeving.'

Lokken boeken politieke omgevingen uit?

'Nee, natuurlijk niet, die boeken kunnen er niks aan doen. Het heeft met mensen te maken, met hoe mensen met elkaar omgaan binnen een organisatie. Onze manier van werken is ook wel echt anders dan die van De Bezige Bij. De eerste focus is daar literair, wij zijn puur gericht op non-fictie; we willen dingen sneller doen, omdat we meer op de actualiteit zitten.'

Volgens je collega Marc Beerens van uitgeverij Vantilt, eveneens non-fictie, is in de boekenwereld sprake van een overfixatie op fictie.

'Ik ben het helemaal met hem eens. Je ziet het ook aan allerlei brancheactiviteiten, zoals die van de CPNB, die zijn grotendeels geconcentreerd rond literatuur. Ik ben begonnen bij Prometheus en toen ik daar zat, vroeg ik ook aan allerlei mensen of ze niet eens Een Roman moesten gaan schrijven. De gedachte daarachter was natuurlijk een commerciële: met een roman heb je de grootste commerciële mogelijkheden. 'Begin jaren negentig kreeg je de ontwikkeling dat grote uitgeverijen als Contact en Prometheus non-fictieauteurs gingen behandelen als romanschrijvers. Frits van Oostrom, Herman Pleij, ze werden als literair auteur in de markt gezet. Dat is welbewust gedaan. Maar de roman, met alle respect, is een uitingsvorm van de 19de eeuw. Toen we nog geen film hadden, geen televisie, geen internet en al die andere manieren om de wereld en onszelf te duiden. In Amerika doet non-fictie het inmiddels zeer veel beter dan literatuur.'

Uitgeverij Balans

Plien van Albada (52) is directeur-uitgever van Balans, in 1986 opgericht door Jan Geurt Gaarlandt. Samen met Gaarlandt is ze sinds oktober vorig jaar eigenaar van Balans, dat sinds 2002 deel uitmaakte van WPG Uitgevers, maar nu dus weer zelfstandig is. Balans brengt ongeveer veertig titels per jaar uit, uitsluitend non-fictie, en is gevestigd aan de Keizersgracht in Amsterdam. Bij Balans zijn zeven mensen in dienst.

Waar staat Balans voor?

'Belangrijk voor ons is wat er in de wereld speelt en hoe je daar in boekvorm aan zou willen en kunnen bijdragen. Verder moet een boek goed geschreven zijn, iets toevoegen aan wat er al is, ik moet de auteur een beetje aardig vinden en het moet passen binnen onze genres: geschiedenis, psychologie, journalistiek, zingeving, economie, politiek en biografieën. Geurt Gaarlandt begon met biografieën in de tijd dat iedereen nog dacht dat dat een Angelsaksische aangelegenheid was waarvoor hier geen belangstelling bestond. 'We geven gemiddeld veertig nieuwe titels uit per jaar; vier à vijf daarvan zijn biografieën. Als het om levende kopstukken uit de politiek gaat, doen we uitsluitend autobiografieën. We geven dus geen biografie over Bill Clinton of Gerrit Zalm uit, wel hun autobiografie. Omdat we van die mensen willen weten wat ze zelf te zeggen hebben, en niet wat andermans interpretatie van hun leven is. Het gaat om mensen die de publieke zaak dienen en die leggen op deze manier verantwoording af.'

Jullie geven ook veel boeken uit over WOII. Heel erg veel.

'We doen geschiedenis in de brede zin van het woord en de Tweede Wereldoorlog, daar houden we mee op als die oorlog ophoudt. Tien jaar geleden dachten veel mensen dat de meeste dingen wel gezegd waren. Dat bleek niet het geval. De discussie ging lang over goed en fout, daarna over grijs, steeds zijn er nieuwe invalshoeken. En er is een publiek voor.'

Wat is tot nu toe je grootste succes?

'Dat is denk ik Suzanna Jansen met Het pauperparadijs, daarvan zijn 260 duizend exemplaren verkocht. Maar Irvin Yalom verkoopt ook erg goed, dat is een stille bestsellerauteur. En ik ben erg trots op Leven en lot van Vasili Grossman, een schitterend boek over de slag om Stalingrad in de traditie van Oorlog en vrede. Het was een enor-me investering, de vertaler is er twee jaar mee bezig geweest, maar ik móést het uitgeven, al zou ik maar drie exemplaren verkopen. Het werden er 40 duizend.'

Welke schrijvers zou je graag hebben?

'Ik ben een groot bewonderaar van Bas Heijne, ik vind Joris Luyendijk goed, en ik denk dat in Adriaan van Dis nog een schitterend non-fictieboek zit. Dat zou ik graag uitgeven.'

En die veertig titels die jullie per jaar doen: is dat een maximum?

'Nee, ik heb weinig met die trend van titelreductie. En ook niet met de trend om naar kauwgomballenfabrieken te verhuizen. Wij zitten weer lekker aan de gracht en we gaan hier nooit meer weg.' onderzoekt hoe het gaat in het vak. Non-fictiespecialiste Plien van Albada over het verschil tussen biografieën en autobiografieën.

Plien van Albada (52) is directeur-uitgever van Balans, in 1986 opgericht door Jan Geurt Gaarlandt. Samen met Gaarlandt is ze sinds oktober vorig jaar eigenaar van Balans, dat sinds 2002 deel uitmaakte van WPG Uitgevers, maar nu dus weer zelfstandig is. Balans brengt ongeveer veertig titels per jaar uit, uitsluitend non-fictie, en is gevestigd aan de Keizersgracht in Amsterdam. Bij Balans zijn zeven mensen in dienst.

Op ons verzoek boog Plien van Albada zich nog een keer over het jongensboek van Dikke Gijs.

Vanaf het moment dat ik kon lezen, las ik alles. Opschriften, naamborden, krantenstukjes, en stapels bibliotheekboeken. Smaak of voorkeur had ik niet: ik las wat voorhanden was. Dat veranderde rond mijn negende met de ontdekking van Hoe Dikke Gijs in de cockpit verzeilde, een oud jongensboek van mijn vader. Ik heb het nog altijd: een uitgave van Van Goor uit 1937, met leukoplast bij elkaar gehouden, want het boek was door mijn vader en zijn broers al helemaal stukgelezen.

Voor mij werd het een sleutelboek. Ik las en herlas Dikke Gijs ademloos en begreep voor het eerst dat de wereld verder reikte dan ons toevallige dorp, en dat die wereld ontdekt kon worden. Toen ik er veel later achter kwam dat de auteur, Marcel J.A. Artz, in de oorlog helaas niet zo'n held lijkt te zijn geweest als zijn eigen jongensboekfiguren, was ik verbaasd en teleurgesteld, maar het heeft de betekenis van zijn boek voor mij niet wezenlijk aangetast.

Via Dikke Gijs kwam ik bij J.B. Schuil, De Katjangs en De AFC'ers, en bij de onvergetelijke Michael Strogoff, koerier van de tsaar van Jules Verne en via zijn werk bij de Russische bibliotheek van Van Oorschot - en daarna ging ook de rest van de wereld open.

Dankzij dikke Gijs wilde ik ontdekkingsreiziger worden of piloot, en ook meteen een jongen, want dat gaf je natuurlijk op elk gebied meer vrijheid. Hoogst verontwaardigd was ik, dat de jongens bij ons op school handenarbeid kregen, terwijl wij meisjes moesten leren breien en borduren van een juffrouw met paars haar.

Bij alles wat je in je latere leven leest, ligt geloof ik heimwee op de loer naar de gretigheid en de ontvankelijkheid waarmee je las als kind. Daarom voel ik me als uitgever ook zo bevoorrecht: toch nog een soort leunstoelontdekkingsreiziger geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden