De Nederlandse antropoloog en choreograaf Feri de Geus: ‘Het gaat om sensibiliseren, om het bevorderen van bewustzijn.’

Interview Antropoloog en choreograaf Feri de Geus

In Afrika probeert Feri de Geus seksueel geweld (en de positie van vrouwen) bespreekbaar te maken – met dans

De Nederlandse antropoloog en choreograaf Feri de Geus: ‘Het gaat om sensibiliseren, om het bevorderen van bewustzijn.’ Beeld Rebecca Fertinel

De Nederlandse antropoloog en choreograaf Feri de Geus confronteert Afrikanen in dansvoorstellingen met vooroordelen en seksueel geweld. Zondag vertrok hij weer naar Burundi om het onderwerp in theaters en op scholen bespreekbaar te maken. ‘Dans is bij uitstek geschikt om het ijs te breken.’

Antropoloog en choreograaf Feri de Geus was ‘best wel in shock’, toen hij een voorstelling bijwoonde van een jonge Malinese collega. Die had een duet gemaakt, waarin op nogal plastische wijze een verkrachting werd uitgebeeld. Om die scène werd ontzettend gelachen.

De Geus: ‘Het gebeurt wel vaker dat gelachen wordt om iets wat men niet echt leuk vindt. Uit gêne wellicht.’ Maar uit de gesprekken na afloop destilleerde hij de notie dat ‘verkrachting eigenlijk wel wordt geaccepteerd’. ‘Er waren zelfs mannen die riepen: ‘Nog meer, nog meer.’ Heftig.’

Het duet was ontstaan in een trainingsprogramma voor jonge choreografen in Mali, dat hij draaide met zijn dansorganisatie Le Grand Cru. Later in Benin stond hij voor de uitdaging seksueel geweld bespreekbaar te maken op scholen en universiteiten. Met de reacties in Mali in het achterhoofd, weefde hij een verkrachtingsscène in de voorstelling.

De Geus: ‘Op het eind van die scène wordt een meisje door vier stoere mannen in een hoek gesmeten. Ze staat op, pakt de microfoon, kijkt het publiek in en zegt: ‘Ik heb jou, jou en jou zien lachen. Wat is er zo grappig?’ De voorstelling wordt even stilgelegd voor gesprekken met het publiek. Dan gaat het meisje verder met een rap over lichamen die het bezit zijn van de vrouwen zelf.’

De Geus is al jaren actief in Afrika. Daar kan hij zijn beide opleidingen (dans en antropologie) combineren. Hij is in 1996 begonnen in Namibië, werkte in Zuid-Afrika, Mali, Benin, Senegal en Burundi. Geïnspireerd door traditionele lokale dansen ontwikkelt hij nieuwe hedendaagse dansvormen. Sinds 2013 houdt hij zich ook bezig met seksueel geweld.

De Nederlandse antropoloog en choreograaf Feri de Geus: ‘‘Het is heel pijnlijk soms. Er zijn leerlingen die die verkrachtingsscène normaal vinden. Die zeggen: ‘Maar zo is het toch.’’ Beeld Rebecca Fertinel

IJsbreker

Het lijkt op een #MeToo-beweging, maar in Afrika heeft #MeToo volgens De Geus nog geen voet aan de grond gekregen. Bovendien zijn de culturele verschillen tussen de landen onderling te groot om alles op een hoop te gooien. Wel is vrijwel overal het gesprek over seks taboe. De Geus: ‘Dans is bij uitstek geschikt om het ijs te breken. Je beeldt uit waar niet over gesproken wordt.’

Hoewel hij zelfs in Afrika, ‘waar traditioneel gedanst wordt van de wieg tot het graf’, op obstakels stuit. ‘Vrouwen dansen in kerken, tijdens rituelen. Maar als ze dansen in een theater, worden ze al snel uitgemaakt voor hoer.’

Beeld Dansorganisatie Le Grand Cru

In Senegal is hij al een danseres kwijtgeraakt. Ze kon de druk van haar sociale omgeving niet aan. Hij laat daar nu een jongen dansen als meisje. Die jongen zegt op het podium: ‘Het moest van de choreograaf. Die kon niet voldoende vrouwen krijgen.’ De Geus: ‘Een artistieke wending om een klein statement te maken.’

‘Het is heel pijnlijk soms. Er zijn leerlingen die die verkrachtingsscène normaal vinden. Die zeggen: ‘Maar zo is het toch.’ Waarom vind je dat acceptabel, vragen we dan. Het gaat om sensibiliseren, om het bevorderen van bewustzijn. We laten ze verschillen benoemen tussen mannen en vrouwen. En vragen door: kunnen mannen niet ook mooi en gevoelig zijn?

‘Of we maken een rap over de positie van vrouwen. In Senegal heb ik voor zo’n rap een refrein gemaakt: Ik ben mijn vrijheid kwijt. Heb ik die thuis laten liggen, op school? Met deze methodiek, mapping noemen we dat, komen veel verhalen los.’

Beeld Dansorganisatie Le Grand Cru

Senegal

‘Polygamie is daar een instituut. We verdeelden de dansers in twee groepjes die argumenten voor en tegen polygamie moesten bedenken. Polygamie is goed, want er zijn veel meer vrouwen dan mannen, kregen we vaak te horen. Het is een demografisch probleem. Dat klopt niet. Het verschil in de geslachtsverhouding is hooguit 1 tot 1,5 procent. Ik heb doorgevraagd en begrijp nu waar die notie vandaan komt. In het islamitische Senegal moeten mannen geld verzamelen voor een bruidsschat om een vrouw te kunnen trouwen. Dat geld hebben ze pas als ze 40 jaar of ouder zijn. Vrouwen van hun leeftijd kunnen dan nauwelijks nog kinderen krijgen. Daar ligt een raar hiaat. Veel mannen blijven ongetrouwd. En vrouwen schuiven bij rijke mannen aan als tweede, derde of vierde vrouw.’

‘Voor jonge mannen is het allemaal erg moeilijk. Ze zijn in de bloei van hun leven, hebben seksuele behoeftes. En als de cultuur zo is dat je alleen seksueel verkeer mag hebben met de vrouw met wie je getrouwd bent en zo’n vrouw is buiten je bereik, dan zit je wel in een heel lastig parket.’

Beeld Dansorganisatie Le Grand Cru

Burundi 

‘Zo ver als in Senegal zijn we daar niet. We hebben pas één keer getraind met Burundese dansers, in 2015. Dat was net in de tijd dat de president (Pierre Nkurunziza, red.) met veel geweld zijn derde termijn opeiste. Een strijd met veel dodelijke slachtoffers. We waren in Bujumbura, de hoofdstad. Elke dag moesten we een batterij kalasjnikovs passeren, voordat we veilig konden trainen. We zijn toen uitgeweken naar het buurland Rwanda.

‘Een maand lang hebben we daar met achttien dansers geoefend. In de training kwamen we er achter dat veel jongeren waren getraumatiseerd. Ze hadden de oorlog – de strijd tussen de Hutu’s en Tutsi’s – als kind meegemaakt. Toen een danser een keer per ongeluk een echte klap kreeg in plaats van een theatrale en bloedde, liep iedereen keihard weg. Ze waren in shock. In de laatste twee weken kwam naar buiten dat drie van de dansers kindsoldaat zijn geweest. Niemand praat daarover.’

Beeld Dansorganisatie Le Grand Cru

 ‘Wil je goede dansers en acteurs kweken, dan moeten ze bij hun gevoel kunnen komen. Anders spelen ze dat ze acteur of danser zijn en brengen ze niets over. Ik weet nog hoe moeilijk ik dat vond toen ik van antropologie naar de dansacademie overstapte. Ik kreeg daar te horen dat ik te veel in mijn hoofd zat, mijn gevoelens wegdrukte. Voor de Burundese acteurs is contact met zichzelf leggen doodeng.’

In alle culturen is het nuttig te zoeken naar gelegenheden die tot misbruik kunnen leiden, zegt De Geus. Polygamie, hiërarchie, oorlog, vooroordelen, armoede, of #povertymetoo, dat alles speelt een rol. ‘Door daarop in te zoomen komen de visies op de positie van vrouwen in de samenleving naar buiten. Nogal schokkend is dat vooral mannen aan het woord zijn en de vrouwen eigenlijk niets zeggen. Best verontrustend dat mannen moeten bedenken wat er moet verbeteren voor vrouwen.’

‘De mannen zeggen dat hun ouders en grootouders nog heel traditioneel zijn, anders denken over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Dat de jongere generaties dat gaan veranderen. Ik heb daar lang over nagedacht. Ik heb daar mijn twijfels over. Als ik bijvoorbeeld kijk naar Caïro, Damascus, Libanon... vijftig jaar geleden liepen de vrouwen daar niet gesluierd. Nu wel. Jongeren zijn niet per definitie progressiever.’

Leren met hoofd en lichaam in Benin

Ondanks de gevoeligheid van het thema seksueel onderwijs gaf de Beninse regering half mei het groene licht voor een bijzonder, mede door Nederlandse organisaties ontwikkeld curriculum voor lerarenopleidingen. Nieuw element is embodied cognition, oftewel leren met hoofd en lichaam.

In dit project in Benin werken CINOP (‘leren met impact’) en Rutgers (Kenniscentrum Seksualiteit) samen met de dansorganisatie Le Grand Cru van Feri de Geus en Noortje Bijvoets. Het curriculum wordt op negen lerarenopleidingen ingevoerd. Voor de zomer start een pilot met studenten.

De lessen bestrijken een breed seksueel veld: ze gaan over gender- en seksuele gelijkheid, het stellen van grenzen en het tegengaan van seksueel overschrijdend gedrag.

De Beninse partner van de Nederlanders is Rachelle Agbossou, artistiek leider van het dansgezelschap Walo. Tien jaar geleden klopte zij aan bij de Nederlandse ambassade. Ze was op zoek naar choreografen die met respect voor de Beninse traditionele dans nieuwe verhalen konden vertellen. Centraal in haar geëngageerde voorstellingen staan de mensenrechten.

‘Vooral vrouwenrechten’, zegt ze in een telefonisch interview vanuit Senegal, waar ze ook met Le Grand Cru samenwerkt. ‘Seksueel geweld belemmert de ontwikkeling van vrouwen. Jonge meisjes worden op school zwanger en moeten dan met hun opleiding stoppen. Of ze moeten gedwongen trouwen. Er is nog zoveel onwetendheid over seksualiteit. Het probleem is dat er nauwelijks over gesproken kan worden. Jongeren houden van dans, van muziek, van rap, hiphop. Dat gebruiken we om hun aandacht te vangen.’

Benin kent een onverbiddelijke hiërarchie, zegt antropoloog en choreograaf Feri de Geus. ‘Het is een behoorlijk autoritaire samenleving. Ik denk dat dat voortkomt uit het grote Abomey-rijk, dat is ontstaan aan het begin van de 17de eeuw en midden in het huidige Benin lag. Het was een machtig rijk met grote koningen die alom werden vereerd. Dat zie je terug in de gelaagdheid van de samenleving.

‘Op alle niveaus hebben vooral mannen macht. Die wordt nogal eens misbruikt, daar is men aan gewend. Toch: iedereen weet eigenlijk wel wat goed en fout is. Dat hoef je niet expliciet aan de orde te stellen. Interessanter is op zoek te gaan naar situaties die misbruik uitlokken.

‘In Benin beeldt een danseres het verhaal uit van een meisje dat een onvoldoende krijgt en daarmee niet terug naar huis durft. Ze probeert eerst in de klas haar leraar over te halen haar een hoger cijfer te geven. Met alle leerlingen erbij kan hij dat niet maken. Vervolgens gaat zij op eigen houtje naar zijn huis en daar gaat het mis.’

Beeld uit de voorstelling Ondulation van Le Grand Cru/Compagnie Walo.

#MeToo in Afrika?

De Beninse artistiek leider Rachelle Agbossou gebruikt het begrip #MeToo niet voor haar dansprojecten over seksualiteit. #MeToo is te beperkt. Volgens haar gaat het in Afrika over veel meer dan ongepast seksueel gedrag. ‘Wij willen religieuze en patriarchale obstakels voor vrouwen zichtbaar maken. We willen bevorderen dat vrouwen zich vrij kunnen uiten. Dan krijgen ze uiteindelijk ook kansen op een goede opleiding.’

Ook voor de Nigeriaanse politicoloog Damilola Agbalajobi, onlangs in Nederland bij een bijeenkomst van het Afrika Studie Centrum, staat de Afrikaanse #MeToo gelijk aan ‘vrouwen empoweren’. ‘Als vrouwen gelijke rechten hebben, gaat het ook beter met hun seksuele rechten. Ze hebben nu geen recht op abortus, zelfs niet als sprake is van verkrachting. Weg opleiding, weg toekomstperspectief. Met de kreet #MeToo kom je er niet. Mannen moeten ook worden opgevoed, anders verandert er nooit wat.’

Van haar partners in Afrika krijgt kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers te horen dat #MeToo in westerse vorm nauwelijks speelt, zegt programmamanager internationaal Ruth van Zorge. Er zijn wel sterke maatschappelijke organisaties en personen die strijden tegen seksueel geweld en die traditionele verhoudingen aan de kaak stellen. Van Zorge: ‘Dat strekt verder dan gelijkwaardigheid tussen de seksen. Het gaat om een complex samenspel van factoren als gender, leeftijd, klasse, etniciteit en godsdienst. Wellicht geeft #MeToo vanwege de specifieke focus op seksueel overschrijdend gedrag daarom niet een soortgelijke impuls aan het maatschappelijk debat zoals in Nederland.’

Toch duiken #MeToo-achtige initiatieven ook wel in Afrika op. In Senegal bijvoorbeeld lanceerden twee vrouwen eind 2017, vlak nadat de Weinstein-affaire in Amerika losbarstte, #Nopiwouma (‘Ik zal niet zwijgen’, in het Wolof). Ze strijden tegen masla (tolereren), soutoura (discretie) en muñ (geduld hebben). Ze proberen vrouwen, op wie van alle kanten druk wordt uitgeoefend om hun mond te houden over misbruik, aan het spreken te krijgen. Al is het maar in een anoniem hoekje op internet. Een Senegalese modeontwerpster is om dezelfde redenen #Doyna (‘het is genoeg’) begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden