Recensie 7 Days in Entebbe

In 7 Days in Entebbe ontbreken duidelijke helden en voelt het alsof er niets op het spel staat (**)

Thriller over een beruchte vliegtuigkaping uit 1976 roept geen enkel medeleven op

Rosamund Pike als Brigitte Kuhlmann in 7 Days in Entebbe.

7 Days in Entebbe

Historische thriller

Regie: José Padilha

Met Rosamund Pike, Daniel Brühl, Eddie Marsan, Lior Ashkenazi

107 minuten, in 46 zalen

Voor wie niet meer weet welke omstandigheden leidden tot de kaping van een Air France-toestel in 1976, leggen titelkaarten in het begin van 7 Days in Entebbe het nog eens uit. De kwestie Israël-Palestina, in een zinnetje of vier. Meer is er niet nodig om je nog eens te realiseren in wat voor een politiek wespennest de filmmakers zich begeven. Het is gecompliceerd historisch terrein, dat resoneert in het nu.

In 7 Days in Entebbe reconstrueren scenarist Gregory Burke en regisseur José Padilha (Elite Squad) hoe een groep Palestijnen, geholpen door twee Duitse sympathisanten, een vliegtuig met 250 passagiers kaapte en naar Oeganda wist te krijgen.

In de jaren zeventig verschenen al eerder films over deze beruchte kaping; 7 Days in Entebbe is een update voor een nieuwe generatie. Burke en Padilha vertellen het verhaal uit vele perspectieven. Dat van de twee Duitse ‘revolutionairen’, gespeeld door Rosamund Pike en Daniel Brühl, die vooral bezig zijn met het feit dat zij dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog wellicht een groep Joodse burgers zullen executeren. Dat van minister van Defensie Shimon Perez (een glibberige Eddie Marsan) en premier Yitzhak Rabin (Lior Ashkenazi), die discussiëren of er met de gijzelnemers onderhandeld moet worden of niet. Verder krijgen enkele  slachtoffers en een Israëlische soldaat en diens bezorgde vriendin iets van een gezicht. Het is niet veel, maar de vijf Palestijnse gijzelnemers blijven helemaal gezichtsloos.

7 Days in Entebbe schetst een prachtig tijdsbeeld – van het jarenzeventigkapsel van Pike, haar taillebroek en plakkerige T-shirt tot de vergane glorie van de luchthaventerminal van Entebbe, die net iets te mooi vervallen is om naargeestig te zijn. Winnaars zijn er niet in deze film: de overduidelijke boodschap is dat praten altijd beter is dan geweld.

Het gebrek aan duidelijke helden is de zwakte van een film met zoveel perspectieven. Met wie moet je meeleven? Met de politici? Meh. Met die geradicaliseerde Duitsers wier idealen niet verder gaan dan platitudes? Ook niet. De ouders wier kinderen neergeschoten dreigen te worden? Te makkelijk. De Israëlische soldaat van bordkarton?

Padilha doet zijn best er iets spannends van te maken, met dreigende muziek en montage. Hij zet daarvoor zelfs een danssequentie in, gebaseerd op de Joodse traditional Echad Mi Yodea  – een betekenisvol dansnummer dat iets wil zeggen, al is onduidelijk wat.

Voor een finale van zo’n thriller moet er iets op het spel staan, idealen of mensenlevens. Dat was natuurlijk het geval, in 1976, maar in 7 Days in Entebbe voel je er verbluffend weinig van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.