Immigrant verspeelt geleidelijk zijn geluk in Seattle

Zonder dat het boek strikt autobiografisch is, mogen we Rabans zojuist verschenen tweede roman, Waxwings, beschouwen als de vrucht van zijn leven in Seattle. Hoofdpersoon is de in Hongarije geboren maar reeds op zijn tweede naar Engeland geëmigreerde Tom Janeway. Omdat hij in Londen, met zijn rijke geschiedenis, voortdurend het gevoel had in het verleden te leven, is Janeway op latere leeftijd naar Seattle verhuisd, waar hij trouwde met Beth en vader werd van de inmiddels vierjarige Finn.

Tom is als docent creative writing verbonden aan de Universiteit van Washington, en hoewel hij sinds hij in de Nieuwe Wereld woont de overtuiging heeft in het heden te leven, speelt zijn bestaan zich vooral af in zijn hoofd, te midden van de 19de-eeuwse letteren.

Typerend is de wanstaltig grote sleutelbos die hij altijd bij zich draagt, en waaraan zich de sleutels bevinden van alle huizen die hij ooit heeft bewoond. Typerend is trouwens ook dat Finn is vernoemd naar Amerika's befaamdste 19de-eeuwse romanpersonage (Huckleberry), maar dat Tom tegenover derden doet alsof de naam is ontleend aan Beths Ierse familie.

Beth is uit volstrekt ander hout gesneden. Ze is partner in een veelbelovend en agressief opererend internetbedrijf ('Er is momenteel een jihad gaande op mijn werk') en mag zich, naar de waarde van haar opties gerekend, miljonair noemen. Waxwings speelt in 1999, vlak voordat de dotcom-luchtbel uiteenspatte.

Het gezin woont in een groot, oud huis op een heuvel in een van de betere buurten van Seattle, en Tom en Beths volstrekt verschillende perceptie van dat huis zegt alles over hun uiteenlopende persoonlijkheden. Tom is er gek op omdat het oud is en karakter heeft: 'Zo'n huis vertrouwde je. Je zou er een tweedehands auto van kopen.' Beth vindt het een ramp omdat het allerlei gebreken vertoont en het in het welvarende Seattle onmogelijk is vakmensen en klusjeslui te vinden: iedereen die iets kan op bouwvakgebied profiteert van de veel lucratiever building boom.

Als hij op een avond vanuit de slaapkamer van zijn zoontje naar de baai kijkt, waar een schip voor anker ligt, beseft Tom dat hij gelukkig is. Hij is een immigrant die het in Amerika heeft gemaakt en er geworteld is geraakt.

Wat Tom niet weet, maar de lezer wel, is dat zich aan boord van het bewuste schip een groepje Chinese verstekelingen bevindt, op zoek naar precies dat wat hijzelf heeft gevonden: een gelukkig en welvarend bestaan in de Verenigde Staten.

De enige verstekeling die de reis niet alleen overleeft, maar ook aan de Amerikaanse douaneautoriteiten weet te ontsnappen, wordt de tweede hoofdpersoon van het boek. Hij noemt zich Chick, een verbastering van het scheldwoord voor Chinezen 'Chink', en is de eerste weken van zijn verblijf in zijn nieuwe vaderland vooral bezig met overleven. Hij eet uit vuilnisbakken, waar Amerikanen verbijsterend grote hoeveelheden voedsel in deponeren, doet klusjes voor verre familieleden in Seattles Chinatown, en vervolgens voor koppelbazen en ander onduidelijk volk. Ondertussen probeert hij uit handen te blijven van de Amerikaanse autoriteiten en de 'slangenkoppen' die zijn overtocht vanuit China hebben geregeld.

Na enige tijd van hard en doelgericht werken weet Chick zich op te werken tot baas van een groep eveneens illegale, maar aanzienlijk minder ambitieuze Mexicanen, die herstelwerkzaamheden verrichten aan onroerend goed. Zo komt Chick in contact met Tom, wiens dak nodig moet worden gerepareerd. En ondernemend als Chick is, praat hij de docent creative writing nog diverse andere reparaties aan.

In het leven van Tom hebben zich ondertussen de nodige minder plezierige gebeurtenissen voltrokken. Hij heeft een wekelijkse gesproken column op de Nationale Publieke Radio, getiteld 'All Things Considered', waarin hij met regelmaat links-liberale, intellectuele standpunten verkondigt. Op een dag laat hij zich smalend uit over de dotcom-gekte die de westerse wereld in zijn greep houdt, en waarvan Seattle een van de epicentra vormt. Hij gebruikt daarbij zijn echtgenote als ironisch voorbeeld, en dat blijkt een ongelukkige keuze. Beth, die zich allang ergert aan Toms levenshouding - ze vindt hem wereldvreemd en verliteratuurd -, koopt haar eigen condominium en verlaat hem.

En als om de neerwaartse spiraal nog verder door te trekken, wordt Tom bovendien verdacht van het ontvoeren en vermoorden van een kind. Tegen de achtergrond van dit alles spelen bovendien de rellen rond de conferentie van de World Trade Organisation, terwijl links en rechts (voor de lezer van 2003) de eerste signalen zichtbaar worden van de aanstaande ineenstorting van het dotcom-kaartenhuis.

Waxwings is bovenal een boek over twee buitenstaanders en over de verschillende manieren waarop ze met die positie omgaan. Symbolisch is het feit dat Tom er op een dag achter komt dat Chick zijn intrek heeft genomen in het souterrain van de woning die hij aan het herstellen is. Er ontstaat, mede met dank aan Toms tolerantie en zachtmoedigheid, een soort vriendschap tussen de twee mannen, die elkaar op een intuïtieve manier begrijpen.

Natuurlijk is Jonathan Raban, als reisschrijver en migrant, bij uitstek gekwalificeerd om over deze thematiek te schrijven. Hij heeft zich zijn hele leven gefascineerd getoond door wat hij 'menselijke geografie' noemt: schrijven over plekken en de positie van mensen op die plekken. De roman doet geen moralistische uitspraken over het migrantenbestaan, trekt geen partij voor Tom of Chick, maar biedt inzicht en vooral 'invoelen' in de menselijke geografie.

Aan het slot van Waxwings komen eindelijk de pestvogels uit de titel in beeld. Een zwerm van deze rusteloze trekvogels strijkt zomaar ineens neer in Toms achtertuin. Finn en hij kijken ernaar, maar Finn is eigenlijk meer geïnteresseerd in een koekje.

Terwijl Finn zijn koekje eet, pakt Tom een verrekijker en probeert de vogels nader te bespieden, wat niet meevalt omdat ze bijna voortdurend in beweging zijn. Ondertussen ziet hij in de verte een containerschip voor anker gaan, wachtend tot morgen, maandag, als de los- en laadtarieven lager zijn dan in het weekend. Op het dek bevindt zich een bonte kleurenmix van containers.

Wanneer Tom zijn blik opnieuw op de tuin richt, zijn de vogels verdwenen. Maar zijn bessenboom blijkt volmaakt leeggepikt.

Jonathan Raban: Waxwings.
Picador, import Nilsson en Lamm; 311 pagina's; euro 19,90.
ISBN 0 330 419617.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden