BOEKRECENSIEIlyas

Ilyas blijft hangen in clichés en gratuite contemplaties ★★☆☆☆

Ongetwijfeld schrijft Ernest van der Kwast met de beste bedoelingen over de kloof tussen arm en rijk. Maar de clichés in zijn roman Ilyas maken die kloof juist groter.

Beeld De Bezige Bij

Hoe het woord pannekoek je je carrière kan kosten. Peter Lindke, conservator Nederlandse schilderkunst, gelooft niet dat een nieuw ontdekt portret van Rembrandt is, zoals kenners beweren. Rembrandt zou nóóit zo’n lelijke kraag schilderen. Zo plat. ‘Het is net een pannekoek’, verklaart hij op tv.

In de roman Ilyas van Ernest van der Kwast (1981) is die uitspraak ernstig genoeg om ontslagen te worden. Peter zit ineens thuis, waar hij onder ogen moet komen dat hij vervreemd is van zijn gezin. Tja, hij heeft zich ook nooit met het huishouden of de opvoeding bemoeid. De beste man weet niet eens hoe het koffiezetapparaat werkt. Waarom zijn eigengereide vrouw Kee dat al jaren pikt, net als slechte seks, beledigingen en tirades over Himalayazout, is een raadsel. Relatietherapie heeft niet mogen baten, noch de verhuizing naar een gloednieuw huis in Rotterdam. Nee, Peter is een man ‘hors concours’; hij doet niet mee.

Van der Kwast werd in 2010 bekend bij het grote publiek met het succesvolle Mama Tandoori, een roman over zijn Indiase moeder die er lustig met de deegroller op los sloeg. Ditmaal moet de humor zitten in de beschrijvingen van de gegentrificeerde wijk waarin Peter woont. Maar de sardonisch bedoelde klaagzangen over een vervelend etentje bij de buren-met-designermeubels, stompzinnige klachten in de buurt-app en natuurlijk de standaard te hippe koffiebar zijn niet grappig, en ook niet hard of raak, maar cliché en generaliserend.

Ongetwijfeld schrijft Van der Kwast met de beste bedoelingen over de kloof tussen arm en rijk in wijken waar sociale huurwoningen tegen de grond gaan om ruimte te maken voor ‘kansrijke gezinnen’. Maar in zijn poging dit aan de kaak te stellen, maakt hij die kloof juist groter, door rijke, egoïstische aanstellers tegenover arme, zielige slachtoffers te zetten.

Net mensen

Peter is vol dedain over iedereen die bovenmodaal verdient en wit is, maar begint te zwijmelen zodra hij in contact komt met de minderbedeelden in zijn wijk. Wat een vreugde en kameraadschap bij die ramadanvierende moslims op het plein! Hij maakt een praatje met ze en verrek, het zijn net mensen! Zijn buitenlandse schoonmaakster? Ook al zo’n schat! Maar door de oneerlijkheid van het systeem in de knel geraakt. Peter helpt haar, en ook de jongen die zij meebrengt, Ilyas, ‘met het gezicht van een gekwelde dichter’ (maar wat als hij het gezicht had gehad van een achterdochtige junk, denk je dan).

Er gaat een wereld voor Peter open als hij ontdekt hoe heerlijk helpen, méédoen, eigenlijk is. In een vingerknip verandert hij van een cynische mopperaar in een montere buddy. Zonder ironie schrijft Van der Kwast dan dingen als: ‘Wat Peter voelde, was de energie die vrijkwam als mensen zelf de verantwoordelijkheid namen voor de maatschappij, als ze zich weigerden neer te leggen bij ongelijkheid en onrecht. Burgerkracht. Het stroomde door al zijn aderen en spieren.’

En als Ilyas het moeilijk heeft, doet Peters paternalistische peptalk wonderen: ‘Ik wil dat je opstaat en het leven tegemoet treedt. Het leven dat kansen biedt, dat schitterende verhalen in zich heeft, maar waarvoor je tegelijkertijd kracht nodig hebt. Iedere dag weer. Ik wil dat je die kracht vindt en dat je daarmee deuren opent en in de vertrekken van je verbeelding komt.’ Halleluja.

Naast alle weldoenerij, het kitscherig aangezette relationele drama – ‘Koud, donker water, een bulderende stroom die hun gezin in tweeën spleet’ – en gratuite contemplaties als ‘de moderne samenleving was een huwelijk in diepe crisis’, moet ook die pannekoekenkwestie er nog tussendoor worden geflanst. Van der Kwast heeft niet voor niets zo veel research gedaan naar Rembrandt. Op de gekste plekken zijn ineens kunstgeschiedenislesjes ingelast die verder geen verband houden met het verhaal, op wat al te doorzichtige invulling van Peters karakter na: hij weet álles over Rembrandts zoon Titus, maar níéts over zijn eigen zoons – zó’n man is hij, typisch!

De meeste problemen zijn op te lossen met vertrouwen, een goed gesprek en het bereiden van een quinoasalade, leert deze roman ons. Wie dat gelooft, is behoorlijk naïef, al moeten we door aderen en spieren stromende burgerkracht natuurlijk nooit onderschatten.

Ernest van der Kwast: Ilyas. De Bezige Bij; 317 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden