Illegaal was beter dan clandestien

Hoofdmoot van Gevaarlijk drukwerk vormt het illustratieve deel waarin alle rijmprenten, spreuken, plaquettes en plaatwerken benevens ander 'kort werk', tijdens de bezettingstijd door De Bezige Bij gepubliceerd, in facsimile zijn weergegeven. Bovendien stelde Renders de meest complete bibliografie tot nu toe samen van alle Bezige Bij-uitgaven uit de oorlogsjaren. Dit alleen al maakt het boek uniek omdat zoveel jaar na dato de meeste uitgaven alleen nog in archieven of bij gespecialiseerde antiquariaten te vinden zijn. En dan moet je nog heel lang zoeken om de allereerste edities te kunnen bemachtigen, al kan de door Renders uitgeplozen drukgeschiedenis van de afgebeelde uitgaven daarbij natuurlijk goed van pas komen.

De allereerste clandestiene uitgave van De Bezige Bij, De Achttien Dooden, is tevens een van de beroemdste. Jan Campert schreef het gedicht vermoedelijk naar aanleiding van een bericht in het illegale Parool dat op 9 april 1941 melding maakte van de executies van achttien verzetsstrijders. Geert Lubberhuizen, grondlegger van de illegale uitgeverij, bracht het gedicht voorjaar 1943 als rijmprent in omloop. Even eerder, in januari van dat jaar, kwam Campert om het leven in een concentratiekamp.

Aankomend graficus en schilder Fedde Weidema maakte de tekeningen bij het gedicht en de eerste druk - te herkennen aan een storende zetfout in het eerste woord van het gedicht - verscheen in een oplage van 500 exemplaren. De Utrechtse drukker Jan Hendriks drukte de prent samen met zijn dochter Ada. In totaal beleefde De Achttien Dooden minstens vijf drukken op uiteenlopende papierformaten en in steeds hogere oplagen. De goedkoopste versie kostte tien gulden, voor een romeins genummerd exemplaar werd 25 gulden betaald. Nauwelijks een half jaar na verschijnen van de eerste druk had de prent al 75 duizend gulden opgebracht, een kapitaal in die dagen. Renders: 'Na aftrek van Lubberhuizens hoge kosten kon hij er Sinterklaas mee spelen voor het Kindercomité'.

Het comité, bestaande uit Utrechtse studenten, zocht onderduikadressen om joodse kinderen de oorlog door te helpen. Lid waren, naast Lubberhuizen, ondere andere Charles van Blomme stein, Rut Matthijssen en Anne McLaine Pont die later allemaal een prominente rol zouden spelen bij De Bezige Bij. In totaal zou de Bij tijdens de oorlog circa achthonderduizend gulden omzetten, een bedrag dat niet alleen ten goede kwam aan joodse kinderen, maar ook aan kunstenaars, schrijvers en drukkers.

In de eerste jaren van de oorlog hield Lubberhuizen cum suis zich vooral bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen en stamkaarten. Het geld voor het benodigde papier bedelde hij bij elkaar bij rijke particulieren of onttrok hij aan de kas van het Kindercomité. Met de verschijning van De Achttien Dooden werd niet alleen een nieuwe geldbron aangeboord, het betekende tevens het startpunt van een ondergrondse uitgeverij die na de oorlog zou uitgroeien tot een van de voornaamste uitgeverijen in Nederland. Met aan het hoofd decennialang de flamboyante Geert Lubberhuizen wiens schuilnamen uit de oorlogstijd (Bas, Bas Busy, Bezige Bas en The Busy Bee) tot de naam van de uitgeverij leidde, vergezeld van een door Feddema getekende bij die tot op de dag van vandaag de boeken van de Bij siert.

Hans Renders baseert zich onvermijdelijk deels op eerdere gedegen publicaties over De Bezige Bij van Richter Roegholt, Wim Wennekes en Lisette Lewin, maar de geschiedenis van de vroege jaren blijft een spannend jongensboek. We lezen hoe scheikunde student Lubberhuizen ten behoeve van zijn vervalsingen een laboratorium inricht op een zolder in de Van Limburg Stirumstraat. Of hoe hij en zijn medestudenten de studentencartotheek van de Utrechtse universiteit in brand steken om te voorkomen dat studenten als dwangarbeider naar Duitsland worden gezonden.

De verhalen over de jacht op papier zijn eveneens legendarisch. Zo werd de portier van de door de Duitsers gevorderde joodse firma Oscar van Leer simpelweg overbluft toen Lubberhuizen en Sjoerd Leiker met paard en wagen voorreden om op zolder een partij papier te stelen.

Aanzienlijk minder bekend dan Lubberhuizen is Karel Links, aan wie Gevaarlijk Drukwerk mede is opgedragen. Hij was de tekenaar van Moffenspiegel, een veertig pagina's tellend boekje met karikaturen van Hitler en zijn trawanten. Het verscheen in september 1944 en werd behalve een commercieel succes een symbool van het ondergrondse verzet.

Nogal wat aandacht besteedt Hans Renders aan de discussie die tijdens en na de oorlog, soms op het scherp van de snede, werd gevoerd over het onderscheid tussen clandestien en illegaal drukwerk, waarbij literaire uitgaven werden bestempeld als clandestien en 'elitaire papierverspilling', en alleen publicaties die rechtstreeks waren gericht tegen de bezetter het odium 'illegaal' verdienden. Renders toont de onhoudbaarheid van die stelling aan.

Hans Renders: Gevaarlijk drukwerk - Een vrije uitgeverij in oorlogstijd.
De Bezige Bij; 255 pagina's; euro 34,90.
ISBN 90 234 1430 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden