Interview Ikenna Azuike

Ikenna Azuike hoopt dat de kijkers van zijn reisprogramma Planeet Nigeria straks zélf naar Lagos willen

Ikenna Azuike Beeld Ivo van der Bent

Nigeria, 200 miljoen inwoners, is een gigantisch en spectaculair land, hield videoblogger Azuike BNNVara voor. De omroep liet hem vervolgens een zesdelige serie maken, waarin hij de Nigeriaanse droom onderzoekt en gewone mensen ontmoet.  

Er is een bekend mopje in Nigeria, vertelt Ikenna Azuike. Je kunt vier dingen worden volgens je ouders: ingenieur, arts, advocaat of mislukkeling. Azuike was ooit advocaat, maar werd toen toch een mislukkeling. Althans, hij koos voor een onzeker bestaan in de media. Een keuze die zijn vader nooit helemaal heeft kunnen begrijpen. 

Toen Ikenna, zoon van een Nigeriaanse vader en een Duits-Oekraïense moeder, 8 jaar was, verhuisde het gezin Azuike van Nigeria naar Engeland. Op zijn vaders aandringen studeerde Ikenna rechten, waarna hij achtereenvolgens als advocaat in Londen, Singapore, Amsterdam en New York werkte. Tot hij diep ongelukkig was en besloot het roer om te gooien. Met zijn Nederlandse vriendin, die hij kent van een avond dansen in Paradiso, verhuisde hij terug naar Amsterdam. 

Ikenna Azuike (40) begon in 2010 als stagiair bij de Wereldomroep en begon daar in 2011 zijn eigen satirisch videoblog op YouTube onder de naam What’s Up Africa, waarin hij commentaar leverde op actuele Afrikaanse onderwerpen en karikaturale typetjes speelde, zoals een corrupte dictator of een evangelische priester.

 What’s Up Africa

Ikenna Azuikes videoblog What’s Up Africa is al zo’n twee jaar gestopt. ‘Bij de BBC zei ik: ik wil graag opschalen, een satirische nieuwsshow zoals The Daily Show, maar dan over Afrika. Maar dat zat er helaas niet in. Toen ben ik ermee gestopt en mijn eigen productiebedrijf begonnen, Jollof Rice Productions. Naast Planeet Nigeria zijn we met nog een pilot bezig.’

In de snel gemonteerde filmpjes van 2 minuten vol grappen ontleedde hij zware onderwerpen als    kindhuwelijken, homofobie, censuur en huiselijk geweld. Van Jon Stewart en The Daily Show had hij geleerd dat mensen luisteren als je comedy met nieuws mengt. Hij trok al gauw duizenden kijkers, waarna hij werd uitgeroepen tot een van de invloedrijkste 100 Afrikanen en zijn programma mocht voortzetten bij de BBC.

Nu heeft Azuike zijn eigen reisserie bij BNNVara. Maandag begint het zesdelige Planeet Nigeria op NPO 2, waarin hij zijn familie bezoekt, de Nigeriaanse droom onderzoekt in de miljoenenstad Lagos en naar het islamitische Durba-festival gaat. Niet langer is hij de grappenmaker uit What’s Up Africa, hij voert serieuze gesprekken met gewone mensen om het dagelijks leven in Nigeria te belichten. Als satiricus op YouTube is hij fel en polemisch, als presentator ­verzoenend en empathisch.

Hoe kreeg je dat voor elkaar, een eigen programma?

Ik heb gegoogeld op ‘beste productiehuis voor documentaires’, zegt Azuike in de keuken van zijn huis in een dorpje vlak bij het Gooi, waar hij sinds kort woont. ‘Toen kwam ik bij De Haaien uit. Ik herkende wat titels, zoals Langs de ­oevers van de Yangtze van Ruben Terlou. Wat ik daar interessant aan vond, is dat hij ook een beginnend documentairemaker was. Ik belde de receptie en werd uitgenodigd om langs te komen. Lang verhaal kort: ik pitchte mijn idee, BNNVara keurde het goed en ik mocht het gaan maken.’

Hoe ging die pitch?

‘Dat stelde niet veel voor. Zoiets als: ‘Ik ben Nigeriaans-Brits en spreek redelijk Nederlands en wil graag naar ­Nigeria met een camera.’ Ik moest de producent natuurlijk wel een beetje overtuigen. Luister, zei ik, Nigeria is een gigantisch en spectaculair land, een soort barometer voor de staat van West-Afrika. Het is een knooppunt van migratie. Klimaat­verandering is in Nigeria een groot probleem aan het worden: de nomaden botsen met de boeren omdat het landschap verandert, een conflict waarbij veel doden vallen. De bevolking, nu 200 miljoen mensen, groeit enorm snel; aan het eind van deze eeuw zijn er een miljard Nigerianen, volgens de voorspellingen. Mensen trekken in groten getale naar de stad, elke dag komen er duizend nieuwe ­bewoners aan in Lagos. Er zijn zelfzuchtige politici die mensen ophitsen en stammen en etnische groepen ­tegen elkaar uitspelen. Er speelt van ­alles wat voor westerlingen relevant is.’

Je hebt in interviews weleens gezegd dat er een bepaalde desinteresse is in Europa en Nederland voor Afrika. Is dat al beter geworden?

‘Ik vind van wel. Kijk naar die VPRO-programma’s van Bram Vermeulen, Dwars door Afrika uit 2014 en Sahara uit 2018. Prachtig. Wie had er vóór die tijd een uur op de Nederlandse tv naar Mauritanië gekeken? Ik had kippenvel. Omdat je zoiets nooit ziet. Bijna niemand weet dat in Mauritanië nog steeds de slavernijhoofdstad van de wereld is. Niemand weet hoe het er daar uitziet. Ik ben blij dat het aandacht kreeg en dat het integer is gemaakt. Dat was vroeger wel anders.

‘Ik ben een keer uitgenodigd door de NOS om op de ­redactie mijn ­mening te geven over hun manier van verslag doen in Afrika. Ze lieten me een item zien. Als je er een sepiafilter overheen had gezet, kon het net zo goed een fragment uit 1980 zijn. Een oudere journalist met een wit overhemd zit voor een hut en een vrouw kookt op open vuur. Zo’n cliché. Een gebrek aan nieuwsgierigheid. Als een expert wordt geïnterviewd over Afrika dan is dat vaak iemand van de Universiteit Leiden. Dat moet nog steeds veranderen. Maar over het algemeen zie ik steeds betere artikelen over Afrika, ­bijvoorbeeld over het ­leven in Lagos.’

Maakt dat je optimistisch over de potentie van Planeet Nigeria?

‘Ik weet het niet, eerlijk gezegd. Zes ­afleveringen over één Afrikaans land, trekken mensen dat? Het is ook nog hoogzomer. Ik voel ­bovendien een grote verantwoordelijkheid: Nigeria komt niet zo vaak op tv. En als het wel op het journaal is, gaat het over Boko Haram, of mensenhandel. Vooral met de laatste scène van de laatste aflevering ben ik blij. Je ziet een Nigeriaanse man in de camera schreeuwen: ‘We are Nigerians! I am a proud Nigerian man!’ Dat was tijdens het WK voetbal, Nigeria had net een wedstrijd gewonnen.’

Wat hoop je dat kijkers meekrijgen van Planeet Nigeria?

Ik hoop dat ze worden geprikkeld om zelf naar Lagos te gaan, of naar Benin. Ik wil dat ze wat leren over Nige­riaanse karaktereigenschappen. Nigerianen zijn gedreven, vindingrijk, creatief, ondernemend, ondanks alle ­ellende. Ze verdienen een betere overheid, want de huidige doet veel te weinig, het is choquerend en deprimerend. Wat merkwaardig is: zowel de rijke als de arme mensen moeten voor zichzelf zorgen in Nigeria. Een miljonair achter een hek in een compound moet zijn eigen onderwijs, riolering, energie en beveiliging regelen. Hetzelfde gebeurt in de arme wijken. In een moerasgebied buiten Lagos is vuilnis gestort, waar bovenop een woonwijk is gebouwd. Ik liep daar met de burgemeester van die wijk. Ze hebben daar een eigen buurtwacht, eigen riolering, ze wekken hun eigen zonne-energie op.’

Tegen die man zei je: je zal wel trots zijn op deze gemeenschap. Maar het is ook wel treurig dat ze op een vuilnisbelt wonen, toch?

‘Absoluut. Maar ik moest mezelf in hem verplaatsen. Dat vraag ik ook van de kijker. Die burgemeester heeft mensen zo ver gekregen dat ze liever daar wonen dan dat ze ergens anders verpieteren. Hij heeft het beste van de omstandigheden gemaakt.’

Je praat op een gegeven moment met een vrouw die gedwongen in de prostitutie was beland tijdens haar migratie naar Europa. Nu werkt ze als automonteur, terug in Lagos. Jij herinnert haar aan een briefje bij de autogarage op de muur: ‘Vrouwen zijn geen slaven, we zijn koninginnen.’

‘O, man. Mijn god, wat een ellende. Hoeveel nazorg krijgt zij? Ze is getekend voor het leven. Het is ongelooflijk dat ze op camera haar verhaal durfde te vertellen. Ze was zo sterk. Ik kan er nog steeds niet over praten.’ Zijn ogen zijn waterig. ‘Fuck, sorry.’

Hoe werd er op jou gereageerd in Lagos?

‘Aanvankelijk zien mensen een ­buitenlander. Ik ben licht getint. Ik heb andere kleren aan dan de mensen op straat. En ik heb een cameraploeg bij me. Mensen waren in eerste instantie wat afstandelijk, maar ook gefascineerd. Maar dan horen ze mijn naam, of dat ik een beetje pidgin (vereenvoudigd Afrikaans-Engels) spreek. En dan vallen de barrières weg. Dat is hartverwarmend. Dan voel ik me opeens heel erg Nigeriaans. Nigerianen zijn allesbehalve subtiel. Ze zijn heel direct. Ikenna, brother, welcome home! Mijn ­vader noemde dat vroeger African romance, heel erg overdreven ­gastvrijheid.’

Voelde je je meer Nigeriaans na het draaien?

‘Absoluut. Ik begreep beter wat er ­Nigeriaans aan mij is en wat niet. Ik ben, net als de meeste Nigerianen, ook ambitieus en gedreven, ik wil hard werken, ik kan ook luidruchtig en uitbundig zijn, zoals je kon zien in What’s Up Africa. Maar die beschaafde Britse kant zit ook in mij. Nigerianen kunnen zo onbeleefd zijn. Als iemand iets verkeerd doet in het verkeer bijvoorbeeld, dan zou ik voorzichtig vragen of ik erlangs mag, maar Nigerianen roepen meteen: My friend, come on! Hurry up!

Wat mij ook opviel, is dat jij heel makkelijk en snel je emoties uit en de Nigerianen in de serie minder. Vooral de mannen niet.

‘Inderdaad, ja. Ik schoot meteen vol toen ik mijn familie weer zag in hun huis, voor het eerst in vele jaren. De mannen staan er dan een beetje lacherig bij, nogal ongemakkelijk. Voor What’s Up Africa bezocht ik ooit mijn oude huis in Lagos en ontmoette ik mijn ex-huurbaas. Why you crying?’, vroeg hij. Dat was zo grappig. Het is not done in Nigeria. Mannen huilen niet, al helemaal niet bij een draaiende camera. Vrouwen ook niet snel trouwens, er wordt een bepaalde hardheid van je verwacht.’

Ikenna Azuike Beeld Ivo van der Bent

Kreeg je bezoek aan Nigeria een andere betekenis omdat je vader in 2017 is overleden?

‘Absoluut, ja. Hij streed al lang tegen kanker en net toen we dachten dat hij schoon was, kreeg hij complicaties aan zijn lever en was het opeens in drie weken afgelopen. Ik heb hem nog een lange brief geschreven. Hij waardeerde dat zeer. Ik ben mijn vader beter gaan begrijpen.’ Zijn stem breekt en hij slaat op tafel. ‘Sorry, ga ik weer.’ 

Je opa had tien vrouwen. Hoe werkte dat thuis?

‘Nou, ik heb er één ontmoet daar, ze was 89. Het was interessant dat ­niemand echt over de nare kanten van zijn polygamie wilde vertellen, terwijl die er natuurlijk wel waren. Alles ging makkelijk, zei ze. Er was een rotatiesysteem, iedereen vond het prima. Kom op, dacht ik, het kan niet dat er tien families vechten om aandacht en dat er dan geen problemen ontstaan. Op dat soort momenten werd het even heel duidelijk dat ik niet Nigeriaans ben. Maar ik dacht ook: dit is iets uit een andere tijd.’

Had je opa veel aanzien?

‘Ja, hij werd er door de Britten uitgeplukt om te gaan studeren aan de Hope Waddell-school in Calabar. De Britse kolonialen gingen naar dorpjes en als iemand slim of getalenteerd was, nodigden ze hem uit om te worden opgeleid tot lage ambtenaar. Mijn opa was de eerste man in de regio die een auto bezat. Hij moet ook best veel geld hebben gehad. Tien vrouwen? Dat klinkt nogal prijzig.’

Je bent je vader beter gaan begrijpen, zei je.

‘Hij was een bedachtzame, stille man, en zoals ik al zei: dat zijn Nigerianen bepaald niet. Hij voelde zich er niet thuis. Hij houdt van organisatie en voorbereiding. Als hij mij of mijn moeder ergens naartoe bracht, maakte hij een week van tevoren een proefritje om de route te verkennen. Zo gestructureerd was hij. In Nigeria is er altijd gedoe, rompslomp, je weet nooit of de regels morgen hetzelfde zijn als vandaag. Daar kon hij niet ­tegen.’

Speelde de druk van de familie ook mee bij de emigratie? 

‘Zeker. Zo’n grote familie is intens, zo veel mensen om je heen, de sociale controle is groot. Nadat hij was geëmigreerd, maakte hij vaak geld over, maar hij vond het niet leuk dat hij daar zelden voor werd bedankt. Er kwamen alleen maar meer verzoeken.

‘In een koffertje vond ik een briefje dat hij waarschijnlijk heeft geschreven toen hij net in Engeland aankwam, met dingen die hij wilde ­bewerkstelligen in Nigeria: een lokaal ziekenhuis, een flatgebouw, een ­kinderopvang, een school. Het zou fijn zijn als ik dat namens hem ooit nog kan voltooien.’

Begreep hij jou ook uiteindelijk beter?

‘Ja, volgens mij wel, hoewel hij er nooit helemaal overheen is gekomen dat ik uit de advocatuur stapte. Maar hij zag dat ik gelukkiger was, dat ik meer tijd kon doorbrengen met mijn familie, dat ik me vrijer voelde. ­Vrijheid was belangrijk voor hem. Zelf vond hij veel van de ­banen die hij had niet leuk, omdat hij niet vrij genoeg was.

‘Hij heeft ontzettend veel offers gebracht om mij een betere toekomst te geven. En dat is wel mooi gelukt, al is het niet helemaal ­gelopen zoals hij ­had gewild.’

Planeet Nigeria. Vanaf maandag, 21.15 uur, NPO 2

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden