INTERVIEW

'Ik zou ontzettend graag in Penoza spelen'

Tessa Jonge Poerink, 1,25 meter lang, is de ster van de nieuwste NTjong-voorstelling. Haar lengte vormt geen belemmering. 'Ik ben er heilig van overtuigd dat ik alle rollen kan spelen.'

Tessa Jonge Poerink: 'We zitten in zo'n creatief vak en daarin wordt ineens heel beperkt gedacht.' Beeld Sanne De Wilde

In de theatervoorstelling In mijn hoofd ben ik een dun meisje interviewt Tessa Jonge Poerink (24) een kabouter. Op een toon alsof ze tegen een klein kind praat, vraagt ze: 'Heb je ook kleine hersenen? Is alles bij jou kleiner? Heb je wel eens seks gehad? Kan dat eigenlijk wel? Zeg eens eerlijk, ben je wel gelukkig?'

Het zijn impertinente vragen die rechtstreeks afkomstig zijn uit het dagelijks leven van actrice Tessa Jonge Poerink (1,25 meter) zelf. Ze zegt: 'Het lijkt alsof mensen denken: zij is anders, dus ik kan haar de raarste dingen vragen. Alsof ze vergeten dat ik een mens ben. Het wordt soms zo privé dat ik denk: we kennen elkaar net, dat ga ik jou echt niet aan je neus hangen. Meestal geef ik geen antwoord, of ik zeg: dat is wel een beetje een gekke vraag, hè.'

In mijn hoofd ben ik een dun meisje is een jeugdvoorstelling van NTjong (onderdeel van het Nationale Toneel in Den Haag), die gaat over de worsteling van pubers met hun uiterlijk. De voorstelling is goed ontvangen. Vooral het optreden van Tessa Jonge Poerink viel op. De Volkskrant-recensent noemde haar 'misschien wel de sterkste troef van deze discussie uitlokkende tienervoorstelling' en gaf vier sterren.

Jonge Poerink, vierdejaarsstudent van de ArtEZ Toneelschool in Arnhem en stagiair bij NTjong, vindt de aandacht leuk, maar ook een beetje eng: 'Het is oppassen dat mensen niet met me aan de haal gaan. Daar ben ik nu huiverig voor, dat het alleen maar gaat over die kleine actrice. Ik ben ook de enige in Nederland, dus ik begrijp dat daar aandacht voor is, maar ik wil alleen de aandacht opzoeken als het ook inhoudelijk over mijn vak gaat. Ik ben wel klein, maar ik ben vooral actrice.'

Tessa Jonge Poerink groeide op in Utrecht. Ze heeft een zusje en een broertje en is de enige in het gezin die klein is. Ze noemt haar jeugd zorgeloos, ze ging naar een gewone basisschool en een gewone middelbare school. Dat vonden haar ouders belangrijk: dat ze net zo zou zijn als de rest. Ze werd niet gepest ('Ik kon van jongs af aan goed van me afbijten'). In haar herinnering had ze als kind één toekomstdroom: actrice worden.

Tessa Jonge Poerink

Tessa Jonge Poerink werd op 6 juli 1991 geboren in Utrecht. Ze zit in het vierde jaar van de ArtEZ toneelschool in Arnhem en speelt op dit moment in de voorstelling In mijn hoofd ben ik een dun meisje van NTJong. Ze heeft haar eigen toneelgezelschap Moskoek. Binnenkort is ze te zien in het derde seizoen van de televisieserie A'dam & E.V.A.

Wanneer bleek dat jij klein zou blijven?

'Dat was al voor mijn geboorte duidelijk. Ik heb achondroplasie. Een andere medische benaming is dwerggroei, maar dat vind ik een heel nare term, omdat het woord 'dwerg' erin zit. Een dwerg komt uit een sprookje, het is een niet-bestaand poppetje, dat heeft niks met mij te maken. Als mensen ernaar vragen, zeg ik altijd dat ik een botgroeistoornis heb. Ik heb geluk dat er eigenlijk verder nauwelijks complicaties zijn. Ik moet mezelf niet te veel belasten, maar verder heb ik een heel gezond lijf, gelukkig.'

Kun jij je het moment herinneren dat je je realiseerde dat je anders was?

'Toen ik naar de basisschool ging, waren mijn vriendinnetjes allemaal groter dan ik. Als klein meisje van 4 schijn ik daar even om te hebben gehuild, maar daarna zei ik: 'gek hè mama, als je huilt, dat er dan tranen komen.' Dat verdriet was blijkbaar meteen weer vervlogen en daarna heb ik er nooit meer om hoeven huilen.

'Ik heb voor mezelf besloten dat het niet moeilijk hoeft te zijn. Ik ben een zeer positieve denker en probeer geen problemen te zien waar ze niet zijn. Natuurlijk zijn er moeilijke momenten, ik word elke dag op straat bekeken, dat is echt niet leuk. Maar ieder mens heeft zijn eigen onzekerheden en moeilijkheden. Bij mij is het toevallig heel zichtbaar, maar dit is mijn lijf, ik ben dit al mijn hele leven. Daar verdrietig over zijn, vind ik tijdverspilling. En het is dus niet dat ik er tegen vecht hè, tegen dat verdriet, het is er echt niet.'

Maar pubers willen niets liever dan erbij horen.

'Natuurlijk dacht ik soms: ben ik leuk genoeg? Krijg ik wel vrienden? Maar vrienden heb ik altijd gehad, die kan ik vrij gemakkelijk maken, dus dat was nooit een issue. Ik had normale puberproblemen, zoals mijn vriendinnen: heb ik wel leuke kleren, o jee, ik krijg borsten, ik moet een bh gaan kopen. Je lijf verandert en daar word je onzeker van, dat was bij mij niet anders dan bij de rest.'

Ben jij je altijd bewust van je lengte?

'Ik vergeet het heel vaak. En mensen om me heen ook. Jij denkt er toch ook niet bij na dat je bruin haar hebt, of blauwe ogen? Af en toe loop ik ergens tegenaan waardoor ik denk: o ja, ik ben klein. Als ik niet bij de bel kan, ofzo. Maar daar leer je mee omgaan. Ik heb meestal wel een agenda bij me waarmee ik dan toch kan aanbellen.'

Toen Tessa Jonge Poerink een jaar of 13 was, zag ze actrice Anneke Blok in een voorstelling van de Theatercompagnie. 'Ik herinner me nog dat ze hard schreeuwde en dat heel overtuigend deed. Ik dacht: ja. Dit wil ik ook.' Dus volgde ze dramalessen op de jeugdtheaterschool in Utrecht en speelde ze jaarlijks in de schoolmusical. Ze zegt: 'Ik voelde me meteen thuis op het podium. Ik had toen, en nog steeds, op het toneel totaal geen schaamte. Daar ben ik gewoon helemaal niet bezig met hoe ik eruitzie, alleen maar met spelen.'

Na de middelbare school ging je naar de toneelschool.

'Ik heb drie jaar achter elkaar auditie gedaan, bij verschillende toneelscholen. De eerste twee jaar was ik te jong, ik was 17, en had geen idee wat überhaupt een auditie was. Ik deed braaf mijn tekst, maar was totaal overdonderd. De tweede keer was ik nog iets te lief. Daarna heb ik een jaar bij DOX gespeeld (Utrechts toneelgezelschap, red.) en daar werd ik eindelijk volwassen. In dat jaar ging ik van een schattig meisje naar een pittige tante. Dat had ik nodig om aangenomen te worden in Arnhem.'

Was je bij de audities bang dat ze misschien niet eens goed naar je zouden kijken, door je lengte?

'Bij mijn eerste auditie werd ik niet aangenomen, maar ik ging wel een aantal rondes verder. Ik dacht meteen: gelukkig, ik word niet afgewezen door mijn klein-zijn. Ik kreeg de bevestiging: het kan. Bovendien was ik er totaal van overtuigd dat ik op die toneelschool terecht zou komen, ik vond echt: daar hoor ik thuis.'

Waar kwam die overtuiging vandaan?

Lacht: 'Dat vraag ik mezelf nu ook nog weleens af. Ik weet dat mijn moeder onzeker was, ze dacht: gaat Tessa het wel redden met haar lijf in zo'n harde wereld? Maar ik had gewoon besloten dat ik op de toneelschool hoorde. Dat is een vechtersmentaliteit, denk ik. Ik wilde niet dat mijn klein-zijn een probleem zou worden en met die fuck you-attitude ben ik daar gewoon gaan staan.'

Als acteur is je lichaam je instrument. Dat van jou is anders.

'Het grappige is dat ik juist een heel fysieke speler ben. Je hebt acteurs die vanuit het hoofd beginnen, met de tekst, en daar tot spelen komen. Bij mij begint alles vanuit fysiek. Ik ben nog net geen mimespeler, maar als ik op de vloer sta en begin te bewegen, komt mijn emotionele wereld op gang. Dat zie je ook in deze voorstelling. In alle scènes doe ik iets met mijn lijf. Ik kan dit lichaam ook echt inzetten. Omdat het anders is, kan ik het gebruiken bij de theatrale vormgeving. Het kan een scène emotioneler maken, grappiger ook - tot op een bepaalde hoogte, want ik wil niet de lollige dwerg worden.

Noël Fischer, de regisseur van In mijn hoofd ben ik een dun meisje, zei: we hoeven niet per se een kleinemensenact te doen, als jij je daar niet prettig bij voelt. Dat geeft mij dan zo veel vertrouwen. Na een paar weken repeteren dacht ik: in deze voorstelling, die zo over het uiterlijk gaat, kunnen we mijn postuur niet negeren. We hebben het kabouterinterview gemaakt en nog een andere scène, waarin ik achter een paspop sta met lange nepbenen. Die scène gaat over een meisje dat perfect wil zijn. Daar zal ieder meisje zich in herkennen. Als ik zo'n universeel gevoel kan overbrengen door het contrast tussen mijn lijf en die lange benen, vind ik het fantastisch meegenomen dat ik klein ben.

'Ik word ook weleens gevraagd voor rollen die alleen maar met mijn lijf te maken hebben, of met de sfeer die mijn lijf met zich meebrengt. Figuratie-achtige dingen, of ik wil meelopen in een circusparade. Als ieder klein mens het zou kunnen spelen, zeg ik nee. Dan heeft het niks meer met mijn vak te maken.'

Kun jij alle rollen spelen?

'Ja, daar ben ik heilig van overtuigd. Toneelspelen heeft te maken met emoties en het vormgeven van personages. Dat heb ik geleerd op de toneelschool en daar ben ik goed in, dus kan ik alles spelen. Mijn binnenwereld is dezelfde als die van lange mensen. Ik heb alleen kortere botten.'

Regisseurs moeten dan wel voor jou kiezen. Dus ze gaan de Griekse tragedies opvoeren

'Hoe te gek zou het zijn als ik Medea zou spelen? Of Antigone?'

Is de toneelwereld daar klaar voor?

'Een deel. Een deel ook niet. Maar het deel dat er wel klaar voor is, zijn precies de makers met wie ik graag wil werken. Die ook willen dat er minder stereotiep voor rollen wordt gecast. In het derde seizoen van de televisieserie A'dam & E.V.A speel ik een maatschappelijk werkster. Dat vind ik zo fijn, die rol heeft niks met mijn klein-zijn te maken. Als meer regisseurs zo zouden denken, zou dat zo verrijkend zijn voor het Nederlandse toneel en de televisie. Daarin ben ik dus niet zo bijzonder. Waarom moeten donkere acteurs altijd dezelfde rollen spelen?'

Voel jij je verwant aan acteurs die om wat voor reden dan ook afwijken?

'Ik las in de Volkskrant een interview met actrice Maryam Hassouni (+). Dan denk ik: dan ben je zó goed en dan ben je al zó lang aan het werk en dan heb je nu pas een rol in Flikken Rotterdam waar je volledig achterstaat omdat die ein-de-lijk niks met je etniciteit te maken heeft. Dat herken ik helemaal. En ik snap dat ze daar zo blij mee is. Waarom kunnen we niet gewoon zeggen, iedereen die van de toneelschool komt, noemen we 'acteur'. En niet: acteur, Marokkaans. Acteur, klein. Acteur, dik. We zitten in zo'n creatief vak en daarin wordt ineens heel beperkt gedacht.'

Zou jij daarin een rol willen spelen, om dat te verbeteren?

'Ik heb niet zo'n zin het boegbeeld te worden van de vakbond tegen stereotypen. Maar ik probeer wel mijn carrièrepad te bewandelen zoals ik dat in mijn hoofd heb. Om zo hopelijk te laten zien dat uiterlijk niet belangrijk is, als je maar goed bent in je vak.'

Er zijn kleine mensen met grote carrières in Hollywood.

'Dat hoor ik steeds vaker: je kan ook in Hollywood aan de bak. Peter Dinklage, de kleine acteur uit Game of Thrones, is een voorbeeld van iemand die het goed doet. Je hebt ook veel kleine acteurs, hun namen ken ik niet, van wie ik denk: jullie spelen alleen de dwergen, de kabouters en de belachelijke personages.' Lachend: 'Die verpesten het, vind ik. Maar Peter Dinklage is goed in zijn vak en speelt ook normale rollen. Natuurlijk past zijn postuur goed bij de fantasywereld van Game of Thrones, maar na twee afleveringen ben je zijn postuur vergeten. Hij heeft nu al seizoenen lang een prachtige verhaallijn. Hij is niet mijn voorbeeld, want ik ambieer een andere carrière dan hij. Ik ben een Nederlandse vrouw, om maar wat te noemen. Maar hij laat wel zien hoe ver je kunt komen. Ik wil niet uniek zijn omdat ik nu eenmaal klein ben, maar uniek omdat ik klein ben én goed kan spelen.'

Wat zijn je ambities voor de komende tijd?

'Eerst moet ik maar eens die toneelschool afmaken. Ik ben wel klaar met de lessen, ik wil graag de praktijk in. Met mijn eigen gezelschap, Moskoek, kijken we of we eigen voorstellingen kunnen gaan maken, volgend jaar. Ik heb een paar audities gedaan, dus dat is afwachten. Als ik zou mogen kiezen, zou ik graag beeldend, fysiek, brutaal, humoristisch theater maken, liefst zonder script, met een groep op de vloer iets creëren. Maar in een film spelen lijkt me ook te gek. En ik zou ontzettend graag in Penoza spelen, een beetje de bad-ass-maffiachick uithangen.'

En als je echt groot droomt? Over tien jaar?

Lange stilte: 'Als ik dan echt alles mag zeggen, zou ik graag met Lena Dunham, van Girls, een serie maken. Ik vind haar fantastisch, want zij laat op zo'n goede manier zien hoe een meisjes-vrouwenwereld in elkaar zit. Ook zoiets: dat de hele wereld over haar heen valt als zij naakt op tv is, als dikkere vrouw. Dan denk ik: dikkere vrouw?! Ze is waarschijnlijk het meest gemiddeld van die vier actrices uit Girls, maar we zijn het niet gewend, omdat we alleen dunne actrices zien. Ik heb het gevoel dat zij dezelfde visie heeft als ik: laten we niet zo'n probleem maken van het uiterlijk of van menselijke onzekerheden, laten we die juist vieren.'

In mijn hoofd ben ik een dun meisje door NTJong, t/m 24/4 in theaters in heel Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden