'Ik zou nog veel meer willen durven'

'Iedereen mag lachen om elke onhandigheid die ik bega, maar ze moeten m'n ziel niet uitlachen.' Brigitte Kaandorp, de vrouw van vrolijkheid en melancholie, is na een sabbatical year terug....

Je bent jong en onbevangen, maar je bent ook ziek en moe. En dan zegt je vriend: 'Kom maar met me mee. Ik heb het autootje van mijn moeder geleend. We gaan naar Frankrijk. Dan komt alles weer goed.' En je zegt gretig 'ja', want je voelt je gekoesterd en getroost. 'Ik dacht toen nog dat je jezelf niet hoefde te redden. Dat een ander dat wel zou doen.'

Maar je heet Brigitte Kaandorp. En dus wordt een Kaandorp-scenario werkelijkheid. 'Grauw, druilerig weer. Alle restaurants in het dorp gesloten. We draaiden in het huis waar we logeerden de kachel op. De bromvliegen die zich er voor de winter hadden verschanst tuimelden en masse naar beneden. Lagen op hun ruggetjes te tollen. Ik wilde zo graag romantisch zijn, maar voor mijn neus lagen een paar honderd dieren te sterven.'

Terug naar Nederland dan maar. Over Parijs. Overnachting in een hotel. Kaandorp keek 's nachts naar haar slapende geliefde. En raakte van hem vervreemd. 'Wie is hij? Hoe kan ik hem kennen? Nooit weet je van de ander wie hij precies is. Ik realiseerde me dat ik er uiteindelijk helemaal alleen voor stond.' Gevolg: 'Drie dagen janken - tot wanhoop van mijn vriend. Grote Weltschmerz die uit je tenen komt.' En die relatie? 'Liep op de klippen.'

Het kwam gelukkig allemaal nog goed, vele jaren later. Die vriend werd alsnog haar levensgezel. Ze woont nu met hem samen. 'Hij kan me niet redden. Maar hij kan me wèl heel goed bijstaan.'

En over die particuliere ervaring uit het verleden durft Kaandorp (38) nog te zingen ook. Hotel, melancholieke evergreen uit het Kaandorp-repertoire. Ook te beluisteren op het album Kaandorp zingt dat maandag 21 augustus in de winkels ligt, met daarop de mooiste liedjes uit haar theaterprogramma's, soms voorzien van nieuwe arrangementen. Naast Hotel meer melancholieke bijdragen. Februari, over een auto-ongeluk op een dag die toch al grijs en uitzichtloos was. 'Zodat je aan niets meer kunt merken dat er ergens ook nog iets moois bestaat. Zo'n dag dat je je grenzeloos verloren voelt.' Of Station, bastion van eenzaamheid. Uit de tekst: Ik wilde ergens heen / ver weg van de beklemming / maar op geen enkel bord / vond ik mijn bestemming. Tijdens tv-optredens zingt ze zo'n breekbare ballade zelden. Kiest ze eerder voor een meezinger of de lotgevallen van Annelies van der Pies, ook op die cd. 'Aan vrolijkheid kun je je geen buil vallen. Maar als ik Hotel zing laat ik me in mijn hart kijken. En als er dan een lelijke close-up komt, of ik plotseling last krijg van een pieperige stem, is het leed niet te overzien. Iedereen mag lachen om elke onhandigheid die ik bega, maar ze moeten m'n ziel niet uitlachen. Dat is mijn heftige hang-up. Mijn zware onzekerheid.' Veront schul di ging. Kaandorp-gegrinnik. 'Nou ja. Ik weet al niet zeker of ik mag bestaan.'

Als ze zichzelf hoort zingen, voelt ze zich enigszins ongemakkelijk. 'Zeker als ik mezelf op cd bij de buurvrouw hoor. En al helemaal als ik merk dat ik bepaalde nummers niet goed aandurf. In mij zit een zangeres die steeds weer in haar schulp kruipt.' Ze zou als Bette Midler willen zijn. 'Of als Kathleen Ferrier. En als Aretha Franklin. Of liever: een mix van die drie. Een diva die ongegeneerd zichzelf laat zien. Die over lèf beschikt.'

Een jaar geleden legde ze anders de nodige moed aan de dag. Kaandorp - tot dan toe comédienne in vijf succesvolle theatersolo's, leading lady in de bejubelde musical-parodie Miss Kaandorp, actrice in een toneelstuk van Paul Haenen, ook nog zangeres van een aantal cd's - zei de al uitverkochte reeks van haar nieuwe theaterprogramma op het laatste moment af. En laste een sabbatical year in. Te hard gewerkt, te veel energie opgeslurpt door haar twee kinderen van drie en zeven. 'Ik had nog niets in de gaten maar mijn vriend trok net op tijd aan de bel. Hij zag mij snakken naar secundaire, onbelangrijke activiteiten. Koffiedrinken met mijn moeder. Eendjes voeren in het park. Potten bakken voor je plezier. Ben ik, toen ik maatregelen genomen had, ook meteen gaan doen. Prachtige misbaksels gemaakt tijdens de cursus.' Prachtig visioen: 'Zo zie ik mezelf als ik oud ben. Dingen doen met de hand. Mijmeren tijdens het kraaltjes rijgen.' Het werd, zegt ze, een jaar van 'ademhalen en achterstallig onderhoud'. 'Als ik niet had ingegrepen zou ik halverwege de reeks try-outs het bijltje er al bij hebben moeten neergooien.' En wat miste ze in dat jaartje vrijaf het meest? 'Uitgerekend d t doen waar je zo goed in bent. In het theater staan.'

Ze trakteerde impresario Hans Kik en vaste regisseur Bert Klunder, ter compensatie, op een retourtje Las Vegas. 'En dan denk je dat je het niet volhoudt in die stad vol voorgekookt amusement, en je krijgt het erg benauwd - t*t je een kwartslag maakt in je denken, de stad met open vizier tegemoet treedt en opeens sprakeloos bent van bewondering. Ik zag een show waarin Tommy Tune de nichterigheid van Jos Brink en het lef van Mick Jagger combineert. Waanzinnig entertainment, een mix van magie, film en theater. Special effects waardoor je je in een aquarium waant. Geen ingewikkeld gedoe met een verhaal waarin de trucs een logische plek moeten krijgen, maar simpelweg de droom van een jongetje die leven werd ingeblazen. Alles consequent over de top.'

'Las Vegas is wonderland voor volwassenen. Als je kijkt alsof je er woont, kun je overal binnenlopen. Wij dus naar een superluxe hotel. Lagen we in no-time op geleende badlakens aan een nepstrand. Mét nepgolven. En blije mannen die aan het bodysurfen waren. Alles in Las Vegas is nep. Maar het is zo subliem nep dat het weer leuk wordt.'

Toch was ze het meest onder de indruk van dat meisje dat avond aan avond in een speelhal optrad, midden tussen de gokautomaten. 'Bewonderenswaardig hoe ze die gek-gegokte Amerikanen die daar in korte broek rondsjokten toch uit hun tent wist te lokken. Ze was de Bette Midler van de straat. Liet zich door niets uit het veld slaan.' Kaandorp vroeg haar een handtekening. Ze herkende het beeld. 'De streetfighter die ik ook altijd ben geweest. Die er op een stoel, desnoods met geknakte microfoon, het beste van maakt.'

Kaandorp buitte in het theater haar onvolkomenheden uit, en maakte van geklungel haar handelsmerk. Ze beleefde er haar doorbraak mee tijdens het Cama retten festival van 1983. Vond ogenblikkelijk vaste grond in het theater. Volle zalen, lovende kritieken. Gaandeweg speelden het gestoethaspel en geklessebes een steeds minder prominente rol. 'Ik beleef aan dat eeuwige verontschuldigen op het toneel geen lol meer.'

Op dit moment repeteert ze voor een film van Irma Achten. 'Leuk wijf dat in Friesland in een hut woont tussen de klepperende ooievaars.' Kaandorp speelt Babs, alleenstaande vrouw met dochter die zich plompverloren door het leven slaat. 'Met een groot vertrouwen in de mensheid en in het leven.' Ze is nu voor het eerst actrice op het witte doek. Maar worstelt af en toe nog met het script dat tussentijds steeds wordt aangepast. 'Ik ben toch geen Robert De Niro. Misschien moet ik schaamteloos mijn sterke kanten laten zien.'

Ook bereidt ze intussen Badwater voor, het nieuwe theaterprogramma dat in november in première moet gaan. Met opnieuw, lijkt ze tot haar verbazing te constateren, een aantal melancholieke liedjes. 'Die triest en beschouwend zijn.' Over hoe je moe, met boodschappentassen, op de tramhalte staat te wachten. 'Voor je die frisse jongen die zich vrolijk een weg door het leven baant.' Of dat lied over die vrouw die met haar man naar het café gaat. 'En ziet hoe hij wordt ingepalmd door zo'n wijf van vroeger. Dat je al wéét dat hij binnenkort zal zeggen dat hij moet overwerken.' Geluk is altijd van korte duur, lijkt ze te willen zeggen. 'Bert Klunder zei het al: alle leuke eerste keren zijn geweest. De eerste kus, de eerste liefde, de eerste keer seks, het eerste kind. Nu breekt de tijd van de treurige eerste keren aan. De eerste keer vreemdgaan, de eerste scheiding. De eerste keer bungeejumpen - omdat je toch nog íets voor de eerste keer moet doen.' Ze zet een fles water aan de mond en lacht de sores weg. Sores? 'Misschien kun je in tijden van rust wel beter over het ongeluk zingen dan in tijden van grote onrust.'

Zeven jaar geleden, na de matig ontvangen voorstelling Kunst, sloot Kaandorp zo'n periode van onrust af. Bijna elke avond een voorstelling, steeds daarna het café in met de jongens van de techniek. Nog een biertje, nog een plaatje, nog een geintje. 'Iedereen genoot maar ik ging er bijna aan onderdoor. Dat durfde ik niet te zeggen. En ik kon ook niet weg, want we moesten nog samen in de vrachtwagen terug. Ik bestelde intussen ook geen taxi. Huurde geen hotelkamer. Ondernam helemaal niks. Wilde hun plezier niet vergallen. Dat was geen aardigheid - het was onvermogen.' Kaandorp leefde in die tijd maar zo'n beetje door. 'Je doet wat je doet en verder vraag je je niet te veel af. Zorg je niet al te best voor jezelf. En heb je geen idee hoe het allemaal wél zou moeten. Ik snapte altijd alleen maar dat er één plek was waar ik absoluut moest zijn: het theater.'

Ze verspilde haar energie, brak haar weerstand en werd ziek. Een oude neus-allergie speelde op. Ze kwam tenslotte - 'nadat ik al bij honderd andere genezers was geweest' - bij een acupuncturist terecht. 'Met die paar naalden van mij, zei hij, valt niet op te prikken tegen jouw destructieve levenswijze. Je hebt jezelf gesloopt.' Hij stelde een reeks gesprekssessies voor en haalde de geest uit de fles. 'Ik heb een week lang gekotst, een week lang gekakt, een week lang gejankt. Groot verdriet over dat kleine meisje dat dacht dat ze niks waard was.'

Niks waard? Kaandorp aarzelt - is een beetje bang voor een nieuwe sessie. 'Avond aan avond hoorde ik van achthonderd man dat het ontzettend leuk was wat ik deed - en dat was de gedroomde compensatie voor alle onzekerheid. Daaraan ontleende ik mijn bestaansrecht en een groot gevoel van eigenwaarde. Mensen lopen vaak dingen op. Een minderwaardigheidscomplex, bijvoorbeeld. De grootste brullers zijn het meest onzeker. Ik heb gelukkig altijd beschikt over het talent om te brullen.

'Tijdens mijn jeugd heb ik het idee opgelopen dat ik een stomme trut was. En in al die jaren daarna - zie ik nu pas scherp - heb ik mijn uiterste best gedaan om te maskeren dat ik dat was. Of om te bewijzen dat ik het niet was. Dat heeft me volledig uitgeput. Ik wou nog wel spelen maar ik kon het niet meer. Eerst moest ik die zak zooi lozen.' Anders gezegd: 'Als eenmaal op je harde schijf staat dat je stom en lelijk bent, is er niemand die dat eraf kan halen. Uiteindelijk ben je alleen maar zelf bij machte om het knopje delete in te drukken.'

Pfff. Even een stukje appeltaart, en een Kaandorp-relativering. 'Als ik het theater niet had gehad zou ik een ongelooflijk muizig leven hebben geleid. Was ik vast zo'n vrouw geweest die al drie echtgenoten had versleten die haar sloegen. En pas na het derde debacle eindelijk tot actie kwam.'

Blijft er toch nog een raadsel. Kaandorp, van meet af aan bejubeld en, zoals ze zelf steeds benadrukt, opgegroeid in een harmonieus Haarlems gezin. Bovendien, op school al, steevast de winnares van de jaarlijkse talentenjacht. Met zoveel overtuigingskracht zelfs dat mede-leerlingen zich niet wilden inschrijven als ze hoorden dat zij ook weer meedeed. 'Daar ontdekte ik dat ik mensen aan het lachen kon maken. Desnoods met een toneelstukje dat ik in de plaatselijke feestwinkel had gekocht.' En toch dat minderwaardigheidscomplex. Ze hult zich in nevelen. 'Moet in honderdduizendvoud worden vermenigvuldigd wat mij privé dwars heeft gezeten?' En zegt: 'Al toen ik een klein meisje was zag ik mezelf op het podium staan. Maar ik had het me nog niet voorgesteld of ik besloot dat het een waanbeeld was. Het toneel is er straks voor iedereen behalve voor mij, dacht ik steeds. Voor al die mooie meisjes met hippe kleren, bijvoorbeeld. Ik kon mezelf onmogelijk zien als iemand die aanbeden of zelfs maar aantrekkelijk gevonden zou kunnen worden. Of als een meisje waar jongens verliefd op zouden raken.' Schetst vervolgens, met Kaan dorp-allure, het meisje dat ze was. 'Zo'n meisje dat de halve dag lekker zat te teuten en dromerig uit het raam zat te kijken. Dat zich nooit verveelde en zich pas begon te vervelen als het buurmeisje op bezoek kwam. Omdat die ook niet wist wat ze met haar kleurpotloden moest beginnen.'

Ze verveelde zich ook in de katholieke kerk. 'Een beklemmend instituut waar ik elke zondag weer somber van werd. Ik dacht steeds: ik voel niks, ik merk niks - ik doe iets niet goed. Verbaasde me over de heilige gezichten van al die keurige mensen met hun gekapte haren. Hoe kunnen die zo zonder zonden zijn? Vertrouwde het er, met andere woorden, voor geen cent. En durfde dat ook weer niet te denken, bang dat God het zou merken.

'Wat me wél aansprak was het ritueel dat elke avond door mijn vader werd uitgevoerd. Hij gaf me voor het slapengaan een kruisje op het voorhoofd. Als bezwering van de nacht.' Dat was de ultieme geborgenheid. 'Vader zal wel weten wat goed voor me is.'

Maar hij stimuleerde intussen haar ontluikende theater-aspiraties niet. 'Hij is de man die zekerheden zoekt. Als mijn dochter eerst maar eens die studie Nederlands achter de kiezen heeft, dacht hij, komt het wel goed.

'Dat is het veilige paadje van de katholieken en van zo veel mensen. Het Tien Geboden-paadje, het zorg-voor-een-goeie-baan-paadje. Ik veroordeel het niet, maar ik sla liever zijweggetjes in. Die nog leuk blijken te zijn ook.'

'Mijn vader vindt het nog altijd doodeng als ik iets nieuws begin. Uit ogenblikkelijk zijn twijfels. Ga ik met Brigitte, de musical aan de slag in Amsterdam-Noord, zegt hij: "Dat theater kan toch niemand vinden?" Vroeger kreeg hij me met dat soort opmerkingen meteen op de kast, nu probeer ik me in te houden.

'Een nieuwe voorstelling ziet hij hooguit één keer. Zit te shaken van angst als ik het podium op kom lopen. Zegt na afloop niets. Maar van mijn moeder hoor ik dan later dat hij op feestjes aan anderen - en dus niet eens aan haar - heeft verteld wat ik nu allemaal weer heb uitgehaald op het toneel.

'Dat ontroert me. Ik begrijp 'm wel. Ik ben ervan overtuigd dat zekerheden niet bestaan. Dus ik hoef ze ook niet te z'eken. Maar als je, zoals hij, er aldoor naar op zoek bent is het moeilijk om aan te moeten zien dat je dochter juist op onzekerheden aast. Is het misschien bedreigend om te merken dat dat ook nog kan. En dat dat misschien zelfs wel goed afloopt.'

Ze grinnikt maar eens wat. Is de laatste die zich rijk rekent. Staat 's ochtends voor de kledingkast en heeft geen idee wat ze moet aantrekken. 'Ik heb grote bewondering voor de mensen die zich weten te kleden en er leuk uit durven te zien.' Soms knaagt het verlangen naar de weemoed van het verleden. 'Naar de tijd dat je voor niemand verantwoordelijk was. Zuipen en al dan niet gelukkige romances.' Soms ligt het ongeluk zomaar, op een onbewaakt ogenblik, op de loer. 'Een druilerige zondagmorgen, te moe om op te staan, de twee kinderen al wakker, en toch te weinig puf om iets leuks te bedenken. Dan word ik overvallen door radeloosheid. God, héb ik het weer - het wordt ook nooit wat.' Een mens wordt ook nog ouder, constateert Kaandorp - grijze haren tussen de krullen - met berusting. 'Hoe ouder ik word, hoe strakker ik op het podium sta. In de aanslag: taille, tieten, kont. Terwijl ze er niet beter op zijn geworden. Tegen de tijd dat je handig gebruik weet te maken van je charmes begint het allemaal alweer in te storten.' Straks is het allemaal voorbij. 'Speel je eindelijk vlekkeloos het derde pianoconcert van Rachmaninov, ga je dood. En niemand die die vaardigheid of kennis overneemt.'

Gelukkig zijn daar de kinderen nog. 'Die in alles een lolletje of spelletje zien. Voor wie de roltrap een avontuur is. En een simpele picknick een groot feest. Met wie je niet naar de Efteling hoeft omdat ze aan een ouwe bezem en een stuk touw genoeg hebben. Die hun nieuwsgierigheid volgen. Of elkaar bikkelhard maar eerlijk de waarheid zeggen. Die, als ze moe zijn, simpelweg op de grond gaan liggen. En dus constant de dingen doen en zeggen die je zelf zou willen doen of zeggen.'

Gelukkig is daar altijd en eeuwig ook het theater. 'Is een gave concentratie-oefening. Omdat je dan nergens anders aan denkt en samenvalt met het moment. Optreden is bijna meditatie, hoe heilig dat ook klinkt.' Ze vertelt hoe ze meer dan vroeger op ontroering uit durft te zijn. Hoe ze van haar onhandigheid niet meer haar kolderieke handelsmerk maakt. En de zaal minder lastig valt met haar 'ego-problemen'. 'Het Vak blijkt niet alleen een compensatie en een redding geweest te zijn. Het Vak is nu voornamelijk een passie.'

Al blijft er altijd wat te wensen over. 'Bert Klunder zegt steeds: die diva is er allang. Jij durft haar alleen nog niet te laten zien.' Ze droomt, in een opwelling, nog weleens van pauwenveren en gelikte balletten. Maar spiegelt zich misschien eerder aan het lef van de speelhalzangeres uit Las Vegas. Of aan dat van Freek de Jonge. 'Hij lult zonder haperingen. Maakt in no time programma's en wekt toch de indruk dat hij ze al een jaar staat te spelen. Tart het lot. Experimenteert. Tast constant zijn grenzen af. Zoekt uit met hoe weinig hij het podium op kan. We zaten eens samen in een radio-uitzending. Had hij een briefje voor zich met maar één woord erop. Dat zou ik ook wel willen. Ik zou nog veel meer willen durven.'

Ze was, na een optreden in Maastricht, de beest uit gaan hangen. Had veel te veel gezopen. Te laat naar bed. Zweefduiken op de hotelbedden. De ochtend erop een kater. Toch nog een wandeling in de Voerstreek. Ook nog naar Thermae 2000. En de voorbereiding voor de volgende voorstelling helemaal vergeten. "Nog vijf minuten voor opkomst", zei de voice-over in de coulissen, en ik realiseerde me dat ik niets had gedaan om die avond tot een succes te maken. Maar ik had ook geen tijd meer om me er druk over te maken.

'Het werd een top-voorstelling. Alsof de zaal tien centimeter boven de grond zweefde. Alsof iedereen, slap van het lachen, aan een zijden draadje met je meeging.

'Ik had precies de juiste gemoedstoestand. Die zeldzame combinatie van opperste concentratie en opperste ontspanning. Meestal schiet je in een van beide net iets tekort. Houd je de angst.

'Vertrouwen en loslaten, die combinatie intrigeert me mateloos. Weten dat het komt, en er tegelijkertijd niet zenuwachtig op rekenen d t het komt. Want dan gaat het mis. Vertrouwen en loslaten, dat werkt ook in het gewone leven het best.'

Kon je op dat besef maar vertrouwen. Kon je zo'n eenmalige succesvoorstelling maar uitbouwen tot een veilig scenario voor de toekomst. 'Ooit viel tijdens een voorstelling spontaan het tl-licht boven de vleugel uit. Ik rook met een m'n kans. Ging op die vleugel staan. Riep om de technicus die natuurlijk even op zich liet wachten. Lulde moeiteloos vijf minuten vol - de vijf beste minuten van de voorstelling. Omdat ik onvoorbereid en angstloos was. Toch kun je voor een volgende keer niet afspreken dat het tl-licht dan maar weer moet uitvallen. Omdat het publiek ogenblikkelijk zal voelen dat het in scène is gezet. En dan werkt het niet.'

Kaandorp raakt een beetje onrustig. IJsbeert op en neer. Ze moet nog een voorgesprek voeren voor een onderhoud in een tv-programma. 'Leve de tv-diarree! Iedereen moet z'n programma's vullen. Je mag al blij zijn als er iemand komt.' Ze moet ook nog haar ouders bellen. En het aangepaste script van de film lezen. 'Ik loop nog drie versies achter!'

Verontschuldigt zich om de wanorde in haar hoofd. Imiteert Bette Midler. Zegt bijna sorry. Maar dat is oud gedrag. 'Als je niet bang bent en niks te verliezen hebt maak je de beste grappen. Zeg je de mooiste dingen. Komt het beste uit je vingers. Je staat er zelf verbaasd van.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden