InterviewCaroline Shaw

‘Ik zoek geluid waarin je de adem van het bestaan voelt’

Caroline Shaw Beeld Kait Moreno
Caroline ShawBeeld Kait Moreno

Shaw won als jongste componist een Pulitzer Prize. Haar nieuwe cd Narrow Sea is betoverend.

Praat met de Amerikaanse componist Caroline Shaw (38) over haar stuk Narrow Sea (2017) - waarvan in januari een betoverende opname verscheen op cd - en je betreedt een wereld waar ze eigenlijk geen woorden voor heeft.

De titel Narrow Sea komt uit een tekstregel van een 18de eeuwse Engelse protestantse hymne. ‘Als een smalle zee scheidt de dood ons van het hemelse land - death, like a narrow sea, divides the heavenly land from ours.’ Het is een schemerzone waar Shaw ons binnen leidt, en die klinkt ongeveer zo, in een weidse akoestiek.

Alsof ze in een kerk staat, zo vol overgave zingt sopraan Dawn Upshaw, terwijl vier slagwerkers van het ensemble Sō Percussion haar begeleiden, subtiel tikkend en ratelend op de potten en pannen van een zwerversdrumstel. ‘Ik ben een arme vreemdeling op drift, reizend door deze wereld van pijn - I am a poor, wayfaring stranger, while journeying through this world of woe.’ Pianist Gilbert Kalish laat de klep van zijn vleugel open staan, zodat de slagwerkers één keer, tussen de gedragen pianoakkoorden door, met hun stokken tekeer kunnen gaan op de snaren.

‘Vroeger waren mensen zich veel bewuster van hun sterfelijkheid’, zegt Caroline Shaw tijdens een videogesprek halverwege de ochtend aan de Amerikaanse oostkust. ‘Niet dat zij om die reden betere mensen waren, maar ze dachten er vaker over na wat de dood betekende en wat je dus met je leven kon doen. Het is moeilijk om over de dood na te denken, the narrow sea. Het is ongrijpbaar. Ik kan mezelf er bijna niet toe brengen er echt, diep over na te denken, behalve als ik er muziek over maak.’

Het is niet de enige keer dat Shaw, een van de grootste Amerikaanse componeertalenten van de laatste tien jaar, met zo’n existentieel thema aan de slag is gegaan. In The Listeners (2019), een oratorium voor zangers, koor en een orkest met barokinstrumenten, staat ze stil bij de plek van de mens in het universum. Ze heeft daarin de groeten aan de ruimtewezens opgenomen die - echt waar - in 1977 met een Gouden Langspeelplaat in 55 talen het heelal zijn ingeschoten met het Voyager-ruimtesonde.

Waarom houdt het u zo bezig wat het betekent om mens te zijn?

‘Jee! Dat is een hele grote vraag.’

U maakt tenslotte muziek over wat er na de dood is en wat onze plek tussen de sterren is…

‘Nou ja, onze tijd op aarde is zo kort, we kunnen daar maar beter over nadenken.’

En wat denkt u dan?

‘Voor mij draait het erom hoe we voor elkaar zorgen. Binnen onze gezinnen, onze gemeenschappen of rond de wereld. Als je bedenkt hoe weinig tijd we hebben en hoe klein we zijn, waarom zouden we dan niet aardig en gul zijn, en mooie dingen maken? De wereld lijkt soms te complex om nog idealistisch te kunnen zijn. Misschien dat muziek een omgeving is waarbinnen je daar wel mee bezig kan zijn.’

Muziek als een middel om een wereld te scheppen buiten de dagelijkse beslommeringen?

‘Ja, kunstenaars maken plekken voor ons om te kunnen nadenken. Wanneer je in de rij van de supermarkt staat of je belastingformulier invult, is het niet het goede moment om na te denken over het leven. Maar in mijn muziek probeer ik een tuin aan te leggen, een ruimte waar je, al is het maar voor even, de adem van het bestaan voelt.’

Ze is even stil, en lacht dan. ‘Het is wel nog vroeg op de dag om over dit soort dingen te praten, zeg.’

De ster van Caroline Shaw rees snel nadat ze in 2013 de Pulitzer Prize voor muziek had gewonnen. Ze was 30 en de jongste componist die de prestigieuze onderscheiding kreeg. Het stuk was Partita (2012), een avontuurlijk, rijk geschakeerd en toch goed in het gehoor liggend werk voor acht stemmen. Ze schreef het voor haar vrienden van Roomful of Teeth, een vocaal ensemble waarin ze zelf de tweede altstem zong.

Van een onderzoekende violiste en zangeres met scheppingsdrang was ze ineens een componist met de hoofdletter C. Ze kreeg opdrachten voor een orkestwerk uit San Francisco en voor een opera uit Chicago, en ging samenwerken met rapper en producer Kanye West en rockband The National. Ook schreef ze muziek voor films, waaronder de Alice in Wonderland- achtige fantasy Mayday (2021), die deze maand op het International Film Festival Rotterdam was te zien.

Het was een grote werveling van ervaringen. ‘En nu probeer ik weer een beetje terug te keren naar waar ik hiervoor was, en waar de dingen op een lossere manier ontstonden’, zegt Shaw, die graag schrijft voor musici en ensembles waarmee ze is bevriend.

‘Als je jong bent, weet je niet wat verboden is of onmogelijk. Het maakt dat je ruimte hebt om te experimenteren en die ruimte wil ik niet verliezen nu ik ouder word. Niet denken dus aan critici, of collega’s, of bepaalde tradities van moderne muziek uit Amerika of Europa. Ze hebben allemaal eigen regels en waarden. Ik wil in contact blijven met, om het zomaar te zeggen, de maaltijd die ik graag wil eten.’

Caroline Shaw denkt vaak in metaforen als het over muziek gaat, en die van eten is haar dierbaar. Hij gaat terug tot de jaren waarin ze als meisje vioolles had in haar geboortestaat North Carolina.

Nonesuch

Het werk van Caroline Shaw verschijnt bij het illustere Amerikaanse platenlabel Nonesuch, dat even lief klassiek, jazz als rock uitbrengt. Haar naam prijkt er nu tussen componisten als Steve Reich en Philip Glass, en tussen de band Fleet Foxes, het Kronos-strijkkwartet en jazzpianist Tigran Hamasyan. Het eerste album met werk van Shaw, Orange (2019), was gewijd aan haar strijkkwartetten. Het uitvoerende Attacca Quartet won er een Grammy mee.

‘Mijn lerares vroeg me een stuk te spelen terwijl ik aan pure chocolade dacht, en daarna hoe het zou klinken als ik melkchocolade dacht. Vandaag heb ik een fel roze trui aan, dan zou ze zeggen: speel alsof het roze is. Dat heeft echt iets in mijn hoofd doen kantelen. Als ik over muziek denk gaat dat vaak in termen van kleur, eten, stoffen. Het was voor mij een veel vruchtbaardere manier om muziek te benaderen dan via de technische kanten van het spel.

‘Ik vind de vergelijking met eten heel krachtig, omdat je muziek dan niet alleen benadert als iets conceptueels en abstracts, maar als iets wat je maakt voor mensen. Voor het publiek, maar ook voor de musici. Niet om mensen te plezieren, maar om ze ergens deel van uit te laten maken - ergens waarvan ik ook deel wil uitmaken.

‘Maar ik zie muziek ook graag als een tuin. Met alle planten waar je geduldig voor zorgt, en die op onverwachte manieren kunnen groeien. Soms mooi, soms lelijk. De grond kun je omploegen om te kijken wat er in zit, net als je in de muziekgeschiedenis kunt graven en voortbouwen op wat er is.’

Luister naar het werk van Shaw en je hoort dat ze uit de bodem de upbeat Amerikaanse ruimtelijkheid van Leonard Bernstein en Steve Reich heeft opgegraven. En ook dat ze gehecht is aan de dansante Europese statigheid van Johann S. Bach en Georg F. Händel.

In de zoektocht naar haar eigen identiteit ruilt ze de laatste jaren de viool steeds vaker in voor haar stem. Lang was ze alleen op haar gemak als tweede alt, diep weggezonken in een ensemble, tegenwoordig zingt ze haar eigen songs. In juni komt haar eerste album uit, Let The Soil Play Its Simple Part, met veel slagwerkbegeleiding, net als in Narrow Sea. ‘Aanstekelijk en uitnodigend, maar op geen enkele manier makkelijk’, schreef The New York Times er alvast over.

‘Als violist probeerde ik te spelen zoals zangers zongen. Dawn Upshaw was zelfs een van de zangeressen naar wie ik luisterde. Ik probeerde haar gezongen vibrato in Mozart op de snaren na te doen.’

Geen wonder dus dat het bijzonder was om uitgerekend met die sopraan Narrow Sea op te nemen. In ‘Deel 4’ brengt Dawn Upshaw - sinds de jaren tachtig op de concertpodia evenzeer thuis in het repertoire van de barok als de moderne tijd - zelfs het water tot klinken, waar het in deze meditatie over de dood allemaal om draait.

‘Ik zocht geluid dat instabiel is, bijna ongemerkt van toonhoogte verandert en je tegelijkertijd een warm gevoel geeft, waarin je je opgenomen voelt’, zegt Shaw. Ze zocht ernaar tijdens een experimenteersessie met haar vrienden van Sō Percussion, toen ze de potten en pannen probeerden en het gehamer op de pianosnaren. ‘Het moest ook theatraal zijn. De zangeres moest het doen, en het moest iets alledaags zijn, iets wat iedereen in de keuken doet.’

Zo komt het dus dat na de helse herrie aan het eind van ‘Deel 3’ vanuit de stilte ineens echt water in een schaal klokt. Van de ene kom gegoten in de andere. En nog eens, en nog eens. Omdat de kom voller raakt, verandert de toonhoogte van het klokkende water. Het is werkelijk een magisch moment, zo over de helft van de twintig minuten durende compositie. Zeker als Upshaw sonoor zingt: ‘On Jordan’s stormy banks I stand.’ Ze staat aan de stormachtige oever van de rivier de Jordaan, en aan de overkant lonkt het paradijs.

Als je je hierdoor hebt laten overrompelen, denk je bij het volgende glas water dat je inschenkt toch even aan de betekenis van het leven.

Narrow Sea van Caroline Shaw, uitgevoerd door Dawn Upshaw, Sō Percussion en Gilbert Kalish, is verschenen bij Nonesuch Records.

Caroline Shaw was een half jaar geleden door het Nederlandse Ragazze Kwartet uitgenodigd als composer in residence voor het festival September Me. Vanwege de coronapandemie kon ze niet komen, maar haar werk klonk wel. ‘Het kwartet liet de minimalistische Glass-arpeggio’s en citaatjes van Mozart en Ravel knap ontsporen’, schreef de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden