Interview Jules Croiset

‘Ik zit mij gierend van de pret van alles te herinneren’

Acteur Jules Croiset (81) is in zijn nopjes met de lovende kritieken voor Een goed mens. In dat stuk speelt hij een psychiater die terugblikt op zijn leven. Wat ziet Croiset als hij dat zelf ook doet?  

Jules Croiset in zijn woning in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent

‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt: unaniem lovende recensies! Niet één dissonant!’ Acteur Jules Croiset (81) is meteen bij binnenkomst al opgetogen. De recensies van de voorstelling Een goed mens zijn zo’n beetje allemaal verschenen en het klopt: het stuk is welwillend ontvangen, en de hoofdrol van Croiset wordt alom geprezen.

Lees hier de recensie van De Volkskrant: Victor Reinier en Jules Croiset zijn een aan elkaar gewaagd duo in Een goed mens ★★★☆☆

En dat terwijl hij er zelf vanuit ging dat hij nog maar één rol zou spelen: die van vader en grootvader, in zijn eigen familie. Maar toen werd er een beroep op hem gedaan: producent Arjen Stuurman zocht een acteur die Aart Staartjes in Een goed mens kon vervangen. Staartjes moest wegens omstandigheden de productie verlaten en Croiset werd redder in de nood. Samen met tegenspeler Victor Reinier en regisseur Johan Doesburg werkte hij in slechts drie weken tijd toe naar de première, eerder deze maand in Schouwburg Amstelveen.

Tijd voor een gesprek. Voor de gelegenheid heeft mevrouw Croiset – zeg maar Puck – appeltaart gebakken. Op tafel in de woonkamer liggen knipselmappen, diverse brillen en schriftjes. ‘Al mijn rollen schrijf ik over van het script in mijn eigen schriftjes. Dat is een puur leertechnische bezigheid: als je een rol overschrijft, is het alsof je het skelet van het stuk daarmee opbouwt en het vlees en de geest eraan toevoegt.’ 

Jules Croiset Beeld Ivo van der Bent

Het werken aan Een goed mens is voor u een haastklus geweest. Bent u blij met de reacties?

‘Ik had maar twee weken repetitietijd, zodat we in de derde week in Waalwijk al de eerste try-out konden spelen. Als de reacties zo unaniem zijn, ben je heel gelukkig en vrolijk, ja, ik kan het niet anders zeggen. Puck loopt hier fluitend door het huis. Het neemt een zorg weg, namelijk dat je je niet aangevallen hoeft te voelen. En het is ook leuker om naar de schouwburgen in het land te gaan, want iedereen heeft iets van: vol verwachting klopt ons hart.’

In Een goed mens speelt u opvallend timide, bijna stil. Terwijl uw speelstijl toch vaak wat, euh, wat barok is, met die stem als een klok van u.

‘Dat is nou net wat altijd met mijn acteren in verband wordt gebracht – dat barokke, de pathos, het grote gebaar. En ik geef toe: ik ben me vaak te buiten gegaan aan te veel. Dat was ook de eerste les van mijn vader (acteur Max Croiset, red.): Jules, jij geeft altijd 110 procent, maar dat moet je terugbrengen naar 60 procent, want je laat geen enkele ruimte over voor het publiek. Ik ben 64 jaar aan het toneel en kennelijk ben ik nu op het punt van de totale verstilling beland. Maar als ik terugkijk, heb ik dat al eerder bereikt, hoor. In mijn solovoorstelling Een zekere Vincent over Vincent van Gogh (1973) was ik ook heel terughoudend. Dus dat barokke moeten we ook niet overdrijven.’

 Toneelfamilie Croiset

Jules en Hans Croiset zijn de zonen van het acteursechtpaar Max Croiset en Jeanne Verstraete. Hun tante Mieke Verstraete (ook actrice) was getrouwd met Richard Flink (ook acteur) en acteur Coen Flink was hun zoon. Dan was er nog Guus Verstraete sr., die behalve acteur ook een aantal jaren directeur van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag was. Hij is de vader van Guus Verstraete jr, de televisieregisseur die trouwde met Simone Kleinsma. Ook Jules Croisets eigen zonen, Vincent en Niels, zijn het theater ingegaan. Vincent was eerst getrouwd met Tjitske Reidinga en nu met actrice en cabaretière Tina de Bruin.

Jules Croiset was in 1987 een van de de hoofdrolspelers in wat later de Fassbinder-affaire is gaan heten, een van de grootste rellen in het Nederlandse theater. De toen aan de Amsterdamse theaterschool afstuderende Johan Doesburg wilde als eindexamenproductie Fassbinders toneelstuk Het vuil, de stad en de dood opvoeren. Vanwege het vermeende antisemitische karakter daarvan (een van de personages werd omschreven als ‘De rijke Jood’) protesteerden een aantal voornamelijk Joodse intellectuelen en opiniemakers fel tegen deze openbare opvoering. Croiset was een van de actievoerders. De gemoederen liepen hoog op. Bij Croiset sloegen op een gegeven moment de stoppen door. Hij schreef aan een aantal mensen dreigbrieven, zette zijn eigen ontvoering in scène, dook onder in België, kraste een hakenkruis op zijn borst en deed in Brussel aangifte. In 2000 schreef Harry Mulisch onder de titel Het theater, de brief, en de waarheid over deze affaire het boekenweekgeschenk, dat Freek de Jonge op zijn beurt weer inspireerde voor zijn solovoorstelling De conferencier, het boekenweekgeschenk en de leugen.

Johan Doesburg was nu, zoveel jaar later, uw regisseur in Een goed mens. Was dat lastig voor u beiden?

‘Op de eerste repetitiedag hebben we elkaar een hand gegeven en we zijn aan het werk gegaan. Dat was alles. Bij binnenkomst was iedereen natuurlijk wel wat gespannen, want ja, hoe zou dat gaan, na al die jaren? Zou het verleden van Johan en mij ineens weer aanleiding zijn om alles op te rakelen? Maar daar is geen sprake van geweest. Als volwassen mensen hebben we een goede repetitieperiode gehad.’

Ik begreep dat er ooit wel een gesprek tussen u en hem is geweest, toen u in 2003 bij Het Nationale Toneel in Dood van een handelsreiziger speelde, waar Doesburg toen artistiek leider was?

‘Klopt, en ik zal die ontmoeting nooit vergeten. Johan zat in zijn kantoor waar hij ongeveer twee pakjes sigaretten per dag rookte. Het enige waar hij toen twee uur lang over heeft gesproken, was over zichzelf, over allerlei dingen waarmee hij in zijn leven zat. Aan het onderwerp Fassbinder en hoe ik daar na al die jaren tegenaan keek, zijn wij helemaal niet toegekomen. Na afloop zei hij dat er nog een tweede gesprek nodig was, waarin ik mijn verhaal kwijt kon. Maar dat is er nooit meer van gekomen. Nu heeft het geen zin meer, het is dertig jaar geleden en er is zoveel veranderd. Het is goed zo.’

De oude psychiater die u in Een goed mens speelt, kijkt terug op zijn leven. Als u dat zelf doet, hoe beschouwt u dan die affaire?

‘Als een heftig kantelpunt, niet alleen in mijn carrière maar in mijn hele leven. Kijk, hier liggen ze: drie plakboeken vol artikelen en reacties die Puck over die periode heeft verzameld. Er is veel vuilnis over me uitgestort, maar er waren ook mensen die het begrepen. Het was een wanhoopsdaad, een noodkreet. In mijn vroege leven is er zo veel gebeurd dat niet is verwerkt – de oorlog, scheidingen, ontwrichte families – daar ontsnapt geen mens aan. Ik heb dat jarenlang met mijn bravoure proberen te maskeren, maar al die lijnen in mijn hoofd zijn door elkaar heen gaan lopen, en op dat kruispunt is kortsluiting ontstaan. Puck zegt altijd: ‘Hij had een hartaanval kunnen krijgen, maar hij heeft het in zijn koppie gekregen.’ Ik ben nadien ontzettend veranderd. Ook nu hebben we weer te maken met opkomend antisemitisme, maar ik zal het niet in mijn hersens halen om daar op zo’n rigoureuze wijze tegen te waarschuwen.’

Waarom was u destijds zo begaan met deze zaak?

‘Omdat ik een voortdurende huiver heb gevoeld als het om de Joodse zaak en antisemitisme gaat. Ik ben, zoals dat heet, een vader-Jood, maar ik voel mij wel zeer Joods. Mijn vader Max heeft mij altijd voorgehouden mij juist niet als Jood te profileren. ‘Het is het beste om dat nooit te doen, nooit’, zei hij. En ik heb dat dus wél gedaan, in extreme vorm zelfs. Toch blijf ik volhouden dat de aanleiding destijds belangrijk genoeg was. Dat toneelstuk had ook in Duitsland al tot toestanden geleid, dus waarom zou je mensen er opzettelijk mee kwetsen? Joodse jongeren hebben toen gesmeekt: alsjeblieft, doe het niet, voer het niet op, voor onze ouders. Maar de theatermakers waren er niet van af te brengen. En Johan zeker niet: hij vond dat het daarom juist wel opgevoerd moest worden.’

Kent u de affaire rond Jussie Smollet, de Amerikaanse acteur die onlangs werd beschuldigd van het verzinnen van een gewelddadige overval vanuit homofobe en racistische motieven?

‘Ja, en hier thuis hielden wij ons hart vast. O god, ze gaan vast parallellen trekken en jawel, dat gebeurde dan ook op de radio. Er werd gezegd dat het bij hem om salarisverhoging ging, maar er zit natuurlijk veel meer ellende onder. Hij is zwart en homoseksueel en dat in een land en werkomgeving waar dat lastig is. Reken maar dat er van alles tegen hem werd geroepen. Weet je, zo’n actie is sowieso een noodkreet, gericht aan de wereld en tot jezelf. Mensen vinden het verschrikkelijk om belazerd te worden, dat begrijp ik maar al te goed. Maar ik was me daar totaal niet van bewust. Zoiets extreems doe je alleen om te zeggen: zien jullie dan niet hoe erg het is?’

De acteur vertelt vervolgens dat hij in die tijd vreesde voor de columns van Youp van ’t Hek, die hem een paar keer flink aanpakte. Totdat Van ’t Hek een keer zijn vrouw Puck tegenkwam en inzag wat zo’n affaire voor de rest van het gezin met opgroeiende kinderen betekende. Daarna was Croiset niet langer een mikpunt. In diezelfde periode hoorde de acteur op de radio een grap: ‘Hebben jullie het al gehoord? Jules Croiset is dood. Echt, van wie weet je dat? Hij heeft het zelf verteld!’

Jules Croiset Beeld Ivo van der Bent

Hoe hebt u de draad daarna weer opgepakt?

‘Eerst ben ik naar België uitgeweken, om daar in een toneelstuk te spelen. Zodoende kon ik even een tijdje weg van de opwinding hier. Na een jaar of drie is het werk langzaam weer op gang gekomen. Agaath Witteman (regisseur en zijn schoonzus, getrouwd met broer Hans Croiset, red.) vroeg mij voor De Smekelingen bij Theater van het Oosten. Toen verschenen er artikelen waarin werd opgeroepen de voorstelling te verstoren. Er waren schouwburgdirecteuren die ons daarom niet wilden boeken. Maar er waren er gelukkig ook die dat juist wél deden. In De Smekelingen zat een koor van allemaal donkere acteurs uit Afrika en Cuba. ‘Als er iets gebeurt, gaan wij in een kring om je heen staan, want ze komen niet aan je!’, zeiden ze. Er is niets gebeurd.’

Hoe is uw relatie met uw broer Hans Croiset, die intussen 83 is en ook nog steeds op het podium staat?

‘Hans kan mij voeden en remmen, maar we hebben ook vreselijke ruzies gehad. Hans is een luisteraar, ik ben een prater. Hij vindt dat ik meer uit mijn carrière had moeten halen, maar ik heb er bewust voor gekozen om ook een privéleven te hebben. Hans is alleen maar met dat vak bezig, die bezetenheid heeft hij wel, en ik niet. En we praten veel over ons verleden, waar hij op zijn manier ook mee zit te worstelen. Ik denk trouwens dat je lang moet zoeken om ergens in de wereld twee broers van in de tachtig te vinden die allebei nog een hoofdrol staan te spelen.’

Behalve in Een goed mens speelt u ook nog steeds in Het Hout van Jeroen Brouwers bij ITA. Hoe komt u daar terecht?

‘Ook bij die productie viel een acteur wegens ziekte uit. Michiel van Erp, die Het Hout regisseerde, is een lieve vriend van mij en via Hans Kemna ben ik ervoor gevraagd. Ik heb genoten van die repetitietijd en het is heerlijk om op toneel te mogen staan met iemand als Gijs Scholten van Aschat of Maria Kraakman. Het is een bescheiden rol, maar wel eentje waarover ik aarzelde. Ik speel namelijk een doodenge man, een priester die jongetjes misbruikt. Heel beklemmend en confronterend allemaal, in die prachtige taal van Brouwers. Ja, je kunt in deze tijd eerder je schoonmoeder doodschieten dan een kind misbruiken. Maar ik speel hem bijna als een kind, zo’n man die in zijn jeugd zelf is misbruikt.’

Stel dat u niet meer gevraagd zou worden, zou u dan ongelukkig zijn?

‘Welnee, dan zou ik mijn rol als grootvader hebben doorgespeeld. Ik heb een prachtige carrière gehad waarop ik met de meest dierbare herinnering terugkijk. Ik denk dat ik wel driehonderd rollen heb gespeeld, en ik heb zestien solovoorstellingen gemaakt. Voor mijn rol in Platonov heb ik in 1979 de Louis d‘Or gekregen. Met Een Zekere Vincent en De Zachtmoedigen heb ik wekenlang in Londen gestaan – dat is allemaal een beetje in het vergeetboek beland. Ach ja, zo zit het vak in elkaar. Weet je waar ik veel voldoening uit put? Uit het opschrijven van mijn herinneringen. Ik heb daar zelfs een boekje van gemaakt: Van A tot Z met Jules Croiset. Bij iedere letter staat een rol, een stuk of een krankzinnig avontuur dat ik heb meegemaakt. Ik ben ermee naar een uitgever geweest, maar hij vond het te specifiek over theater gaan en daarin had hij volkomen gelijk. Maar die schrijfmomenten zijn mij heel dierbaar. Ik zit mij gierend van de pret van alles te herinneren.’

Wat staat er in uw boekje onder de letter F?

‘Daar heb ik een aantal krankzinnige anekdotes beschreven die mij tijdens het Filmen zijn overkomen.’

Een goed mens van Hummelinck Stuurman Theaterproducties is t/m 31/5 te zien.

Het Hout door ITA is te zien van 17/4 t/m 25/4 in Internationaal Theater Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden