'Ik zit er niet om iemand tot op de enkels af te zagen'

Van KRO-presentator Sven Kockelmann mag er wel wat scherper worden geïnterviewd, op de Nederlandse televisie. ‘Er is geen verbod op lachen, maar een gesprek is een duel, zo zie ik dat.’..

Door Sara Berkeljon

De wekker gaat om kwart over vier. Sven Kockelmann (40) springt onder de douche, hup naar de studio, vergaderen, in de make-up. Om zeven uur begint Goedemorgen Nederland, het ochtendprogramma dat hij vier keer per week presenteert. Daarna maakt Kockelmann nog een uur radio, bereidt hij zich voor op zijn wekelijkse interviewprogramma Oog in Oog en de volgende Goedemorgen Nederland.

Kockelmann: ‘En dan ga ik vaak ook nog even op en neer naar Den Haag. Ik wil bijhouden wat er in de politiek gebeurt. Werken is bij mij een continu proces. Het kan doorgaan tot middernacht. Maar het is goed te doen, hoor, ik kan met weinig slaap toe.’

Nog tijd voor andere dingen?

‘Ik haal mijn kinderen uit school. Maar over mijn privéleven doe ik verder geen uitspraken.’

Brandpunt keert dit najaar terug. Wat wordt uw rol?

‘Ik zal een bijdrage leveren als presentator, met name op het gebied van politiek. Zoiets als Brandpunt is er nu niet: een wekelijks programma, met écht goede research, aandacht voor het buitenland, een scherp oog op de macht en een grote nadruk op onderzoeksjournalistiek. Maar ook Oog in Oog keert volgend seizoen terug, op een beter tijdstip: om kwart over negen ’s avonds in plaats van om kwart voor twaalf.’

De actualiteitenrubrieken gaan op de schop. Terecht, vindt u?

‘Die hele discussie begon natuurlijk toen Henk Hagoort (voorzitter van de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep, red.) de huidige actualiteitenrubrieken omschreef als ‘drie keer de Volkskrant’. Ik kijk daar zelf genuanceerder tegenaan: nieuws is nieuws. Ik geloof niet in linkse of rechtse journalistiek. Tuurlijk: de Volkskrant bericht anders over een bepaalde gebeurtenis dan De Telegraaf, en dat is met omroepen ook zo. Maar als er ergens een bom afgaat, maakt het niet uit of je een linkse of rechtse journalist bent.’

Voorafgaand aan de vorige Tweede Kamerverkiezingen maakte u samen met voormalig LPF-minister Herman Heinsbroek het interviewprogramma Recht door Zee. Was dat een rechts programma?

‘Ik vond van niet. Heinsbroek is rechts, zeker. Hij bekijkt de zaken vanuit het standpunt van de ondernemer, dus hij begon vaak over belastingen. Maar wij pakten Mark Rutte net zo hard aan als Jan Marijnissen. Ik vond het een spannende combinatie. Ik zou het best nog een keer willen maken. Je kunt van Heinsbroek zeggen wat je wilt, maar hij is niet achterlijk.’

Zou u ook een programma willen maken met, bijvoorbeeld, Wouter Bos?

‘Heinsbroek heeft iets van een straatvechter. Dat vond ik leuk. Je kunt van Wouter Bos veel zeggen, maar het is geen straatvechter.’

Hoe zou u uw eigen toon omschrijven?

‘Dat moeten anderen bepalen, maar ik geloof dat ik word gezien als kritisch op de macht. Ik probeer zo scherp mogelijk te zijn. Oog in Oog is in die zin een onderscheidend programma: een één-op-één gesprek van 25 minuten, waarin scherp wordt ondervraagd. We leven in een tijd waarin de talkshow dominant is, op televisie.’

U zegt het woord talkshow een beetje met een toon van

‘Er is niks mis mee, maar het is niet het enige zaligmakende genre. Ik maak een programma zónder lichtheid, zónder amusement. Waar het gaat om het proeven van elkaars nieren. Een talkshow moet ook prettig zijn om naar te kijken. Er moet ook gelachen worden.’

Bij u niet?

‘Er is geen verbod op lachen, maar zo’n gesprek is een duel, zo zie ik dat.’

Het scherpe ondervragen mist u in Nederland, op dit moment?

‘Het is bijna verdwenen. De vluchtigheid van het nieuws is wel érg groot geworden. Alles moet in een razend tempo gemaakt worden, voor weinig geld. Er is te weinig ruimte om dingen goed uit te zoeken, om te reflecteren, en dat is een hoofdtaak van de publieke omroep. In dat gat wil ik springen.’

Heeft u journalistieke voorbeelden?

‘Ik ben een liefhebber van de Angelsaksische journalistiek. Wij zijn een coalitieland: we gaan in een achterkamertje zitten en komen weer tevoorschijn als we het eens zijn. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten worden conflicten openlijk uitgevochten en zijn journalisten kritischer jegens machthebbers. Er zijn daar geweldige interviewers: Jeremy Paxman van Newsnight, maar ook David Frost, bijvoorbeeld. In Nederland vond ik het oude Brandpunt heel goed. Daar ben ik journalistiek opgevoed, door mijn grote leermeester Fons de Poel. We waren belhamels, kwajongensachtig.’

Bedenkt u van tevoren een strategie om uw gast in de hoek te duwen?

‘Ik bereid me goed voor. Politici beloven van alles, maar wat ze beloven is soms windowdressing. Het is mijn taak om daar doorheen te prikken.’

SP-lijsttrekker Emile Roemer moest bij één van uw vragen, over een inkomensplafond voor ondernemers, ‘even overslaan’, omdat hij niet precies wist wat er in zijn verkiezingsprogramma stond. Denkt u dan: yes, die heb ik?

‘Ik zit er niet om iemand tot op de enkels af te zagen en vervolgens onder de zoden te schoffelen. Ik ben scherp maar fair, met open vizier. Roemer had dat ene punt in zijn programma over het hoofd gezien.’

In het gesprek met Roemer ging u vanaf seconde één vól in de aanval.

‘Ik probeer mezelf en mijn gast op scherp te zetten, dus ik val met de deur in huis. Vrijwel iedere politicus of captain of industry is getraind tegenwoordig. Ik probeer dat te doorbreken. Paxman noemt het: to wrongfoot someone. Je wilt dat een gast authentiek is, niet dat hij of zij uit het hoofd geleerde lesjes opdreunt.’

Wilt u dat gasten een beetje bang voor u zijn?

‘Ik bijt niet, hoor. Ik interview machthebbers. Die zijn echt wel gewapend tegen mijn vragen, en nogmaals: ik wil ze niet slopen, maar toetsen.’

Is dat wat u het liefste doet?

‘Ja.’

Bij Goedemorgen Nederland doet u iets heel anders.

‘Als je net wakker bent, wil je toch niet zien hoe ik met een scalpel een politicus te lijf ga?’

Past Goedemorgen Nederland wel bij u?

‘Ik heb me altijd willen bekwamen in het politieke interview. Maar elke dag mensen wakker maken en vertellen wat er is gebeurd terwijl ze sliepen en wat de dag verder nog gaat brengen, is ook hartstikke leuk.’

U lijkt nogal serieus.

‘Ik ben geen André van Duin, dat klopt. Daar schaam ik me niet voor. Er zijn overigens ook mensen die mij erg ad rem vinden. Ik ga heus niet continu mijn omgeving filerend door het leven. Ik lach heel veel. Weet je, het ingewikkelde bij mijn type werk is dat iedereen denkt dat je net zo bent als op televisie. Ik heb iets van een scherprechter aan m’n kont hangen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden