‘Ik zing over heel gewone dingetjes’

Haar debuutalbum was ‘goud‘ na vijf dagen.'Bijna iedereen kan iets uit mijn liedjes halen.’..

Toen de Schotse singer/songwriter Amy Macdonald geboren werd (1987), debuteerde Chris Cornell met Soundgarden, bracht Max Cavalera zijn tweede album met Sepultura uit en had Metallica al drie platen achter zijn naam.

De Amerikaanse rockveteranen van rond de veertig zullen dit weekend de toon zetten in Landgraaf, maar wie staat er op nummer één in de Nederlandse hitparade (met This Is The Life) en naar verwachting ook bovenaan de morgen verschijnende albumlijsten (met het gelijknamige album)? Juist: Amy Macdonald, de ongekroonde koningin van Schotland. Zaterdagmiddag om tien over vier begint haar Pinkpop-optreden.

Een jaar geleden zat ze nog op high school in Glasgow. Het was examentijd. Ze had een platencontractje op zak waarvan de inkt nog amper droog was, maar ze ging er vooralsnog van uit dat ze gewoon met haar vrienden naar het popfestival T In The Park zou gaan (met de tent op de camping), om in het najaar te beginnen aan haar studie geografie aan de Universiteit van Glasgow.

‘Ik trad veel op in pubs en koffiebars in Glasgow’, zegt ze, in de kleedkamer van de Queens Hall in Edinburgh. Het is 14 mei, de eerste dag van de tournee die haar naar Pinkpop zal voeren. ‘Maar ik dacht niet dat ik ooit van mijn muziek zou kunnen leven. Ik wilde aardrijkskundelerares worden.’

Op 7 juli 2007 kreeg ze te horen dat ze mocht optreden op het talentenpodium van T In The Park (‘De rest van het weekend was ik gewoon bezoeker en stond ik op de camping’). Drie weken later verscheen haar debuutalbum This Is The Life. Het was na vijf dagen ‘goud’ in Groot-Brittannië. Een krappe tien maanden later staat de teller bijna op een miljoen exemplaren, terwijl het in de VS nog niet eens uit is. Ook Nederland is voor de bijl gegaan: onlangs werd het album ‘goud’.

Het geheim? Zelf zegt ze schouderophalend dat ze over ‘heel gewone, alledaagse dingetjes’ zingt en dat daarom ‘bijna iedereen wel iets uit de liedjes kan halen’.

Ze verontschuldigt zich voor die ‘nietszeggende uitleg’, maar lijkt er wel degelijk de spijker mee op de kop te slaan: zo goed als iedereen lijkt te houden van haar melodieuze, vrolijke, wat folky liedjes. Zie het publiek in de Queens Hall: alternatieve tieners, huisvrouwen, studenten, bakvissen, grijzende mannen, een Pakistaan met een tulband, een bejaard echtpaar. En ze heeft de muziekpers ook nog mee. ‘Niemand heeft nog iets gemeens over me geschreven. Ik ben nog door niemand onvriendelijk bejegend.’

Wordt ze aangeklampt op straat? ‘Nee. Hier in Schotland in elk geval niet. In Londen wil iedereen beroemd zijn en met beroemdheden praten, maar wij Schotten zijn nuchter. Soms kijkt er iemand naar me als ik aan het winkelen ben, meer niet. Ik vind dat mijn leven niet zo heel erg veranderd is.’

Zelfs haar meisjeskamertje, thuis bij haar ouders in de voorstad Bishopbriggs, is onveranderd, getuige de foto in het muziekblad Q: een bed vol knuffels, posters aan de muur van de Red Hot Chili Peppers, The Killers en Pete Doherty. En van Travis, de Schotse band die haar leven veranderde toen ze twaalf jaar oud was. Tijdens een familiedag in Rothesay kregen de kleinkinderen tien pond van oma toegestopt. Amy’s neven en nichtjes propten zich vol met snoep en fish and chips, maar Amy kocht een exemplaar van het Travis-album The Man Who.

‘Die zachte stem van Fran Healy, die melodieuze, simpele liedjes,’ zegt ze. ‘Ik dacht: dat wil ik ook. Ik had vioolles, maar wilde nu gitaar leren spelen en zelf liedjes schrijven.’

Haar ‘twee grootste fans’ hadden aan een half woord genoeg. Vader Macdonald kwam vrijwel meteen met een akoestische gitaar aanzetten. Een kleine, eenvoudige taperecorder kreeg ze van de kerstman. Alle liedjes op This Is The Life nam ze als ruwe demo’s op datzelfde kleine taperecordertje op. Ze schreef ze in vijf jaar bij elkaar, tussen haar veertiende en haar negentiende. ‘Geen enkel liedje kostte me meer dan 25 minuten’, zegt ze.

Moeder Josephine Macdonald bezoekt nog altijd zo veel mogelijk optredens, meestal met een groepje vriendinnen, maar wil nog altijd pertinent niet op de gastenlijst. ‘Ze staat erop om een kaartje te kopen’, zegt Macdonald, ‘omdat er dan op zijn minst één betalende toeschouwer is.’

Als ze dan toch een nadeel moet noemen van haar nieuwe status, dan is het dat ze geen tijd meer heeft om thuiswedstrijden van Glasgow Rangers te bezoeken, haar favoriete voetbalclub. Vroeger ging ze vaak met haar vader naar Ibrox. Op de avond van het optreden in de Queens Hall van Edinburgh spelen de Rangers de UEFA Cup-finale tegen Zenit St. Petersburg. ‘Ik weet niet wie er op het onzalige idee gekomen is om de tournee uitgerekend vandaag te laten beginnen’, zegt ze. ‘Ik had een kaartje voor de finale, maar ik heb het weggegeven.’

Die avond stapt ze sip het podium op: de Rangers hebben verloren, maar Amy MacDonald hangt trots haar blauwe sjaal over haar microfoon. ‘Ze hebben dapper gestreden voor Schotland,’ zegt ze, waarop zelfs de twee jongens in het groen-witte shirt van de katholieke aartsvijand Celtic hun handen stuk applaudisseren. Het is het ultieme bewijs: in Schotland smelt écht iedereen voor Amy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden