INTERVIEW

'Ik zie mezelf vooral als klassiek musicus'

Bryce Dessner is frontman van popgroep The National én klassiek componist. Hij is daarmee de gedroomde gast voor het festival Cross-linx, dat pop en klassieke muziek samenbrengt. Of niet, Bryce?

Gitarist en componist Bryce Dessner.Beeld Shervin Lainez

Doordeweeks geeft hij aanwijzingen aan de dirigent, vanaf een pluche rode stoel in een zacht verlichte concertzaal, en drinkt hij koffie met de directeur Ballet van Opéra national de Paris. Bryce Dessner (38) is componist voor orkesten en strijkkwartetten en heeft een diploma op zak van de Amerikaanse universiteit Yale.

Maar wie dit jaar op Lowlands was, in de Grolschtent, zag hem vooral als Bryce Dessner de rockster. Elektrische gitaar in de hand. Dampende menigte, gillend, meezingend. Velen noemden het een van de hoogtepunten van het festival: het concert van indierockband The National.

Dessner leeft in twee werelden, en het is moeilijk te bepalen hoe hij succesvoller is: als gitarist of als componist. Zijn bejubelde band The National, waarin hij samen met zijn tweelingbroer Aaron gitaar speelt, werd met zijn laatste album Trouble will find me genomineerd voor een Grammy. De band heeft een miljoenenpubliek dat valt voor de folk-achtige, sombere muziek en moeilijke teksten.

In mei speelt de Los Angeles Philharmonic onder leiding van sterdirigent Gustavo Dudamel de nieuwe symfonie van Dessner: Quilting Symphony. Hij noemt het zijn grootste werk tot nu toe.
(Tekst loopt door na videoclip)

Cross-linx

Volgende week gaan drie van Dessners solocomposities in wereldpremière op het festival Cross-linx, dat langs vier Nederlandse steden reist. Daar hoeft Dessner even niet in twee werelden te leven; het festival zoekt juist de raakvlakken op tussen avant-gardepop en hedendaagse klassieke muziek en laat daar iets nieuws uit ontstaan.

Zonder belerend te zijn, aldus Dessner. 'Festivals zoals Cross-linx hebben we niet in de Verenigde Staten', vertelt hij tijdens een interview in Parijs, de stad waar hij veel tijd doorbrengt omdat zijn vriendin Parisienne is.

Op Cross-linx , waar Dessner al vaker te gast was - onder anderen samen met singer-songwriter Sufjan Stevens - zijn drie stukken van hem te horen. De eerste schreef hij voor de wereldberoemde violist Pekka Kuusisto, de tweede voor altvioliste en radio-dj Nadia Sirota. Het derde stuk speelt hij zelf, op gitaar.

Universele musicus

'Nadia en Pekka laten zien wat het betekent om een moderne musicus te zijn. Ze zijn geweldig op hun instrument, zowel als solisten als in een ensemble. Maar ze kunnen ook improviseren, dirigeren, componeren en presenteren. Ik geef ze ruimte voor improvisatie. In de Renaissance was een componist tegelijk de uitvoerend musicus. Ik denk dat we naar dat idee terugkeren: naar de universele musicus.'

Daarvan is Dessner zelf een interessant voorbeeld. Hij is een vrijdenker die muziek zowel schrijft, maakt, als voor het voetlicht brengt als curator van festivals en oprichter van een indielabel. Samen met Jonny Greenwood, gitarist van de alternatieve rockband Radiohead, is hij boegbeeld van een nieuw genre dat sinds twee jaar indie classical wordt genoemd: klassieke muziek die moeiteloos wordt beïnvloed door popmuziek. Het klinkt als iets nieuws, maar is niet doorwrocht en evenmin catchy, zoals velen vermoeden bij het woord pop. Dessners en Greenwoods muziek is niet zo geruststellend en klinkt niet zo feel good als de muziek van neoklassieke dromers als Nils Frahm en Ludovico Einaudi. Het is niet zo cerebraal als Pierre Boulez, past zowel in Paradiso als in het Concertgebouw.

Met de twee gitaristen is er eindelijk een crossover-stroming die écht iets interessants doet; die niet alleen een strijkorkestje achter een dj zet en dat 'kruisbestuiving' noemt. In Dessners veelal ingetogen muziek klinkt de Renaissance, klinken de rauwe streken van Amerikaanse folk, klinkt de nadruk op ritme die je terughoort bij het minimalisme en klinkt zo nu en dan iets wat aan een gitaar-riff doet denken. Het Duitse cd-label Deutsche Grammophon, poortwachter van de hoge cultuur, raakte geboeid en nodigde de twee vrienden uit een album op te nemen. Het resultaat: St. Carolyn by the Sea, met het Copenhagen Philharmonic onder leiding van André de Ridder.

Muziekfestival Cross-Linx

Nog niet iedereen is gevallen voor de nieuwe stroming indie classical, de benaming voor hedendaagse klassieke muziek met popinvloeden die sinds 2012 in muziekkritieken opduikt. Sommige popliefhebbers vinden het te moeilijk, sommige classico’s vinden het te makkelijk, maar in Nederland komen de vaandeldragers graag en vaak over de vloer. Nico Muhly, Sufjan Stevens, Bryce en Aaron Dessner: ze staan geregeld in het Muziekgebouw Eindhoven, Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, het Holland Festival en op Cross-linx. Bryce Dessner is tevens huiscomposer in Eindhoven.

De grote aandacht voor deze genre-buigende muziek in Nederland heeft zeker te maken met het bestaan van festival Cross-linx, dat avant-gardepop en hedendaagse klassieke muziek bij elkaar wil brengen.

Volgens Bryce Dessner bestaat er geen equivalent in de Verenigde Staten. ‘Het idee achter Cross-linx is: musici samenbrengen die zich niets aantrekken van hokjes, ze bijzondere kansen bieden en hen, als het kan, ook uitdagen’, zegt festivaldirecteur Frank Veenstra.

Behalve Dessner brengt deze editie van Cross-linx als hoofdact Mark Lanegan met het Metropole Orkest, voor wie Jules Buckley de arrangementen schreef. Ook met het Hilversumse orkest speelt de Britse electro-muzikant Squarepusher. Het programma is vier avonden hetzelfde en reist langs vier steden in Nederland.

De alchemie van muziek

Voor Dessner is het volkomen normaal om zowel rockster als componist te zijn. 'Als ik componeer denk ik niet na over het idioom waaruit ik nu aan het putten ben, of dat ik een brug wil slaan tussen pop en klassiek. Ik denk aan praktische zaken: wie voert het uit en in welke zaal? Het gaat me om de helderheid van het idee.'

Zo ver liggen de wereld van rockster en componist niet uit elkaar, zegt hij. 'Symfonische muziek ligt qua geluidsniveau dicht bij een grote band.' Bovendien heeft The National een klassiek geluid met strijkers en blazers - uiteraard door Dessner gearrangeerd.

'Mijn drijfveer bij het componeren is dat ik precies wil zeggen wat ik bedoel en tegelijk ruimte laten voor interpretatie. Dat is voor mij het mysterie, de alchemie van muziek.'

Hoewel hij overal wordt aangekondigd als 'die van The National', voelt hij zich sterk aangetrokken tot de wereld van klassieke muziek; om het avontuurlijke, het experimentele, het zijn in de voorhoede. 'Ik zie mezelf vooral als klassiek musicus, die taal ligt het dichtst bij mij. Ik hoef niet per se keihard te rocken.' Hij lacht. 'Ik zie mezelf niet meer toeren als ik 60 ben.

Doorzagen

Dessner vertelt vriendelijk, maar een beetje moe wordt hij er wel van, steeds maar praten over dit onderwerp. Het is vooral de rest van de wereld die hem maar blijft doorzagen over het verschil tussen pop en klassiek.

Stijlen door elkaar gooien, dat mogen we toch al sinds het postmodernisme dat vrijelijk deed, binnen de kunst? Philip Glass en Steve Reich gingen hem decennia geleden al voor. 'Reichs muziek laat zich goed vertalen naar rock. Hij heeft meer invloed gehad op mijn rockmuziek dan rockmusici zelf.' Of neem zijn grote voorbeeld Béla Bartók: die liet zich ook beïnvloeden door volksmuziek. 'Wat misschien nieuw is, is de celebritystatus van iemand als Jonny Greenwood, die roem vergaarde met Radiohead, maar ook serieus componeert. Het kan hem niets schelen, hij voelt zich vrij.'

Toch is er iets gaande, erkent hij. 'Wereldwijd verandert er iets in de beleving van muziek. Het is geen samenhangende beweging, het gebeurt overal tegelijkertijd.' Zo neemt het belang van educatie af. Jonge mensen groeien niet meer op met kennis van grote componisten of hoe popmuziek in de wereld kwam. 'Zij vinden muziek via internet en mixen alles door elkaar. Je identificeert je niet meer met een bepaald genre. Naar welke stroming je luistert, speelt geen rol meer.'

Muzikale realiteit

Sociologisch en economisch gezien loopt dat besef achter op de muzikale realiteit, denkt hij. Juist hoe er op hem wordt gereageerd - als een uitzondering, als een soort muzikale schizofreen - laat zien dat niet iedereen het vanzelfsprekend vindt dat iemand rock en klassiek kan combineren.

Ook onderwijs werkt zo nog, zegt hij. 'Conservatoria leveren componisten af die worden grootgebracht binnen een bepaalde school. Waar je hebt gestudeerd, bepaalt hoe je over muziek denkt. Niemand zegt nog fuck you, niemand ageert meer ergens tegen.'

Dessner doet dat wel. 'Vernieuwende' muziek vindt hij 'belerend'. Hij probeert daarom niet de nieuwe avant-garde te zijn. 'Het persoonlijke interesseert me, dat wat alleen muziek kan zeggen.' En dat hij niet onder zijn achtergrond uitkomt in zijn grensverleggende muziek, vindt hij logisch. 'We zijn allemaal een product van onze omgeving.'

Bryce Dessner in 2013.Beeld Charlotte de Mezamat

Vanuit het hart

'Waar ik het allermeest van houd', zegt hij na een korte stilte, 'is de samenwerking. Ik ben een geboren samenwerker: ik heb altijd met mijn tweelingbroer Aaron gitaar gespeeld. Het kruipen in iemand anders' huid, zijn werkproces, dat vind ik het mooiste.'

Hij verwijst naar de wereldberoemde opera Einstein on the Beach, een samenwerking van Philip Glass en Robert Wilson uit 1976. 'Dat sloeg in als een bom. Zij hebben de kunst voor altijd veranderd.' De periodes in de geschiedenis waarin werd samengewerkt tussen kunstenaars vindt hij dan ook de interessantste, zoals ook in Parijs gebeurde aan het begin van de 20ste eeuw, toen Picasso en Satie samen een ballet creëerden.

Als hij nadenkt over wat het betekent om een jonge componist te zijn in deze tijd, dan moet dat het zijn: samenwerken, open staan voor ideeën van anderen, blijven leren, fris zijn.

'We komen uit een tijd waarin klassieke muziek intellectueel werd benaderd, met de ene avant-garde na de andere. Dat zit er nog steeds een beetje in, maar ik denk dat de muziek langzaamaan weer zintuiglijker wordt. Minder vanuit het hoofd, meer vanuit het hart.'

Cross-linx festival, 11/2 t/m 14/2 in Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Groningen.

Typisch Amerikaans

Lange tijd was de Amerikaan Bryce Dessner vooral bezig met zijn Europese roots: zijn grootouders komen uit Rusland, hij studeerde Russische literatuur en hij houdt van Bartók, Arvo Pärt en Lutoslawski. ‘Klassieke muziek is echt iets Europees.’ Maar met zijn recente werk denkt Dessner juist na over de vraag: wat is Amerikaans, ‘wat is van ons?’

Deze week speelt hij in Nederland een nieuw gitaarsolowerk. Hiervoor heeft hij de twaalf beroemdste live solo’s van virtuoos Jerry Garcia, gitarist van de voormalige band Grateful Dead, getranscribeerd. Op basis daarvan schreef hij zijn eigen muziek. Titel: Garcia Couterpoint, tevens een verwijzing naar Electric Counterpoint van Steve Reich. ‘Ik denk dat dit typisch Amerikaans is: een idee van iemand anders nemen en daar iets nieuws mee doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden