Ik zeg :Weg met de radicale chic, leve de bourgeoisie!

Voor Frits Bolkestein blijft het een raadsel: hoe is het mogelijk dat westerse intellectuelen bezweken voor de verleiding van het communisme?...

LAAT IK eerst zeggen wat ik niet heb beweerd.

Ik heb het niet zozeer gehad over de verschrikkingen van het communisme, want die zijn nu genoegzaam bekend.

Ik heb ook niet een vergelijking tussen communisme en nationaal-socialisme gemaakt. De Historikerstreit vindt nu zijn vervolg in de querelle des historiens.

Noch heb ik, ten derde, communisten gelijkgesteld aan NSB-ers. Dat zou onzinnig zijn geweest. NSB-ers ondersteunden de bezetting en alles wat daarmee samenhing. Dat deden communisten niet. Integendeel. Hoe communisten zich in geval van een Sovjet bezetting zouden hebben gedragen, weten wij niet.

Wat heb ik dan wel gezegd? Dat de kleine meelopers van de NSB, die verder niets hebben gedaan, daar hun hele verdere leven last van hebben gehad terwijl van de voorlieden van de CPN nooit rekenschap is gevraagd.

Hoe zit het met de rekenschap van communisten? Misschien mag ik een grove indeling in drieën maken.

Ten eerste de communisten die voor de oorlog uit idealisme een verkeerde keuze hebben gemaakt en die zich in de oorlog - althans na de Duitse inval in de Sovjet-Unie - op onverschrokken wijze tegen de bezetter hebben verweerd. Na de oorlog bestond veel waardering voor die moed en ik zou daar niets aan af willen doen.

Toch passen hierbij twee kanttekeningen. Ten eerste waren communisten niet de enigen met moed. Mijn oud-collega Maarten Schakel - Jan Snor, in de ondergrondse, lid van de ARP - was ook moedig. Ten tweede heeft de CPN haar anti-fascisme misbruikt als schild tegen kritiek. Werden sociaal-democraten niet sociaal-fascisten genoemd? Vandaar ook de tactiek om de Auschwitz- en Ravensbrück-comité's in communistische handen te krijgen.

Maar die eerste lichting van idealistische communisten is grovelijk door de voorlieden van de CPN misleid. Die vormen de tweede groep van mijn indeling.

Wat voor rekenschap hebben Paul de Groot, Marcus Bakker, Henk Hoekstra, Harry Verhey en de gebroeders Wolf ooit afgelegd? Mij is daar niets van bekend. Waarom kunnen zij niet doen wat Arthur Koestler, Ignazio Silone en Jorge Semprun wel hebben gedaan, namelijk: vertellen wie es eigentlich gewesen?

Ik kom nu toe aan het derde deel van mijn grove indeling: de lichting van de jaren zeventig.

De eerste vraag is deze: wisten zij dan niet wat de geschiedenis van het communisme was? Na De Kadt, Koestler, Orwell, Kravtsjenko? Na Praag 1948, Berlijn 1953, Boedapest 1956? Na The God that Failed van het begin van de jaren vijftig? Na Praag 1968 en Charta '77? Na Solzjenitsyn? Wisten zij daarvan? Zo ja, waarom dan in godsnaam die keuze? Zo neen, dan moet ik denken aan het Franse gezegd: 'Niets is gevaarlijker dan algemene ideeën in lege hoofden'.

De tegenwerping luidt: wij hadden afstand genomen van het stalinisme; wij bekritiseerden wat er in de Sovjet-Unie gebeurde; het communisme bleef voor ons een belofte voor de toekomst.

Het gaat in de politiek niet om de bedoelingen, maar om de uitkomsten. De vruchten van het communisme zijn zonder uitzondering verschrikkelijk geweest. Men kan zonder twijfel van misdaden tegen de menselijkheid spreken. Wat deed veronderstellen dat die vruchten hier anders zouden zijn geweest?

Gesteld dat sommigen tijdens het regime van Franco een Vereniging Nederland-Spanje hadden opgericht en Franco een gelukstelegram hadden gestuurd? Of in het bestuur van een Vereniging Nederland-Chili hadden gezeten tijdens Pinochet? Hadden wij die mensen niet voor een stelletje politieke onbenullen gehouden?

Hoe kan men nu een ideologie delen met een land waar een jongen wordt onderscheiden omdat hij zijn vader heeft aangegeven?

Men hoefde toch ook niet lid van de CPN te worden? Men kon toch lid van de PvdA worden?

Ik hoor het al: 'Wat? Die duffe PvdA?' De PvdA was niet chic. En zij had al helemaal geen radicale chic, om de titel van Tom Wolfe's prachtige reportage te citeren. En radicale chic is wat de intellectuelen wilden.

Zo was het in Parijs. Het maoïsme in Parijs was een society-gebeuren, iets om bij te horen. Het was echt chic. Zo was het in Amerika, waar iedereen die progressief was de kant koos van Alger Hiss in diens strijd met Whittaker Chambers. Alger Hiss was chic. Whittaker Chambers was dat zeer bepaald niet. Maar hij had wel gelijk. Hiss was guilty as hell, aan spionage voor de Sovjets.

En zo was het bij ons. Elsbeth Etty sprak van 'het idee, de illusie, dat het interessante debat bij links plaatsvond, terwijl rechts geborneerd, dom en saai was. Links stond voor verandering, nadenken, beweging, rechts voor verstikking en verveling'.

Intellectuelen blijken buitengewoon modegevoelig. Molière maakte hen belachelijk in de persoon van Tartuffe. Wat was het anders dan tartufferie toen de gemeente Amsterdam W.F. Hermans in 1986 meedeelde dat hij er niet welkom was, omdat hij in Zuid-Afrika was geweest; toen studenten de psycholoog Eysenck beletten aan de universiteit van Amsterdam te spreken; of toen de Universiteitsraad zich verzette tegen een eredoctoraat voor Heldring omdat hij te rechts was?

Het is een zeer belangrijk thema want het gaat over de beeldvorming, die zo bepalend is voor de politiek. Ik voor mij zeg: 'Weg met de radicale chic; leve de bourgeoisie'. Soms is de macht van ideeën over mensen zo groot, dat zij wel kijken maar niet waarnemen; dat zij wel horen maar niet luisteren. Dat raadsel blijft.

Frits Bolkestein is voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Dit is een bekorte versie van de toespraak die Bolkestein gisteren hield in Paradiso te Amsterdam, bij de presentatie van zijn boek Onverwerkt verleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden