KunstcolumnHerien Wensink

Ik zeg het ronduit: geen rijkssubsidie voor Frascati is een fout

In juni 2011 maakte ik (toen nog voor NRC) een artikel over studenten aan de regieopleiding van de Amsterdamse toneelschool. Acht jonge mensen die stuiterden van energie, ambitie en werklust, vervuld van grootse idealen en hemelbestormende plannen. Zij stonden te trappelen om het werkveld te betreden, toen de deur hard voor hun neus dichtsloeg. Hun vanzelfsprekende eerste werkplek, productiehuis Frascati, werd achteloos wegbezuinigd door staatssecretaris Halbe Zijlstra – samen met twintig andere productiehuizen die voor zijn komst deel uitmaakten van de solide, rechtstreeks door het Rijk gesubsidieerde Basisinfrastructuur (BIS).

Voor regiestudenten is zo’n productiehuis de eerste zachte landingsplek na school. Tijdens de opleiding is er al contact en in het vierde jaar gaan ze er aan de slag. Hun docent zei toen: ‘Het is hun stageperiode, een kennismaking met de praktijk. Kleinschalig beginnen voor publiek, oefenen, kunnen falen. Dat is de beste leerschool, zo ontwikkelen ze hun talent – dat kan nergens anders dan daar.’ 

Maar de jonge makers die ik toen sprak, werd bruut de pas afgesneden. ‘Wij worden nu opgeleid voor een soort leegte’, zei een van hen.

In de kunstenplanperiode 2017-2020 keerden slechts drie productiehuizen terug in de BIS, waaronder Frascati. Groot was dan ook de opluchting toen minister Ingrid van Engelshoven het belang van talentontwikkeling onderstreepte, door in het nieuwe kunstenplan ruimte te maken voor vijftien ‘ontwikkelinstellingen’. 

Ook ik was verheugd: talentvolle jonge makers konden weer bij gespecialiseerde instellingen terecht, waar ze in veilige en stimulerende omstandigheden hun artistieke signatuur konden ontwikkelen. Ja hoor, met de talentontwikkeling kwam het nu weer helemaal goed.

Maar is dat zo? Bij nader inzien, ehm, nee. Opvallend bij de door de Raad voor Cultuur gehonoreerde ontwikkelinstellingen is dat de meesten een podium bieden aan meer gevorderde, of zogeheten mid career-makers, niet aan de echt jonge talenten die net van school komen. 

Ook hebben veel organisaties een uitgesproken profiel. Dat moest, want een ontwikkelinstelling is er ook voor ‘genreontwikkeling’. Daarom zien we plekken terug die zich expliciet richten op dans, muziektheater, musical, of ‘urban arts’. Wat als je nu net van school komt, nog zoekt naar je eigen stem en stijl, en niet meteen in één van die hokjes past? Dan val je alsnog buiten de boot.

Maar wacht, er is wél een plek die dit soort talenten een goed onderkomen biedt, en ze bovendien een paar jaar later als gezichtsbepalende nieuwe makers het theaterveld instuurt: Frascati Producties. Sla de positieve beoordeling van de Raad er maar op na: ‘De raad vindt Frascati een toonaangevende plek voor talentontwikkeling met een hoge kwaliteitsstandaard.’

Toch adviseert diezelfde Raad Frascati Producties geen rijkssubsidie meer te geven. 

Ik zeg het maar even ronduit: dat is een fout. Neem alleen al dit rijtje makers dat ooit bij Frascati begon: Jetse Batelaan, Sadettin Kirmiziyüz, Naomi Velissariou, Davy Pieters, Laura van Dolron, Marjolijn van Heemstra – inmiddels stuk voor stuk belangrijke stemmen in de Nederlandse theaterwereld. Dat pad moet er óók zijn voor een nieuwe generatie regiestudenten, maar voor hen dreigt opnieuw de leegte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden