null

InterviewAchmed Akkabi

‘Ik wist al vroeg dat ik met 3-0 achterstond’

Beeld Marc de Groot, styling: Jos van Hel, visagie: Irena Rubens

Acteur en tv-producent Achmed Akkabi wist al vroeg dat hij door zijn Marokkaanse afkomst harder moest werken dan ieder ander. Hij stippelde dan ook zijn carrière heel precies uit: doelgroep voor doelgroep wist hij in te pakken. ‘Ik moet altijd vooroordelen wegnemen, dat doe ik als vanzelf.’

Het is nu misschien moeilijk voor te stellen, maar de Paus, de keiharde crimineel die acteur Achmed Akkabi (37) speelt in de serie Mocro Maffia, is ooit begonnen als meneer Draaisma in de eindmusical van groep 8. Alles kids heette die en meneer Draaisma was directeur van een uitzendbureau, Akkabi weet het nog precies. ‘Mijn ouders zaten in de zaal en de ouders van vriendjes en al die mensen gingen helemaal mee in het verhaal. Je kunt iemand anders spelen en het publiek gelooft dat, terwijl het toch gewoon mijn ouders waren. Toen dacht ik: wauw, wat fantastisch is dit.’

Want je maakte al een karakter van meneer Draaisma.

Droog: ‘Nou, het is niet alsof ik na schooltijd bij een uitzendbureau ging rondhangen om te kijken hoe zo’n man in elkaar stak. Je trekt een colbert van je vader aan, zet een hoed op en je bent al iemand anders, dat is juist de magie van acteren. Ik weet dat daar het zaadje werd geplant.’ Akkabi, zwarte broek, zwart trainingsjack, zwarte pet, zet zijn telefoon op stil. ‘Het heeft alleen wel even geduurd voordat het opkwam.’

De locatie is Amsterdam-Noord, een kleine loods op een rommelig bedrijventerreintje, waar Akkabi met twee vrienden Tebbernekkel runt, een productiebedrijf voor commercials, films en tv-formats. Beneden beeldschermen en een keukenblokje, boven, op de vide, een zithoek met een oude bank. Ze begonnen hier vijf jaar geleden, zegt Akkabi, op die bank gezeten, om niet afhankelijk van anderen te zijn. ‘Je hoeft niet overal te lopen leuren met pitches in de hoop dat een producent met je wil werken. Ik heb gewoon een eigen productiehuis met Quintin en Blue, die beneden zitten. Dat is heel relaxed.’

Akkabi vraagt de mannen beneden of de ventilator zachter kan. Hij heeft stress, zegt hij, want hij moet aan seizoen vier van Mocro Maffia schrijven. Maar hij oogt niet gestrest, eerder kalm en opgewekt; hij neemt ruim de tijd voor het interview, pakt af en toe zijn telefoon erbij om een filmpje of berichtjes te laten zien. ‘Hier, drie uur geleden, in mijn DM-box: ‘Hi, ik wil acteren, ik heb je hulp nodig.’ Vier uur geleden: ‘Mag ik een rol bij Mocro Maffia, ik heb ervaring, heb me al ingeschreven bij een castingbureau.’ Deze dan, 17 minuten geleden: ‘Bro, als je Asians nodig heb, DM me.’ Besef hè, dit gaat de hele dag zo door.’

Het was niet lang na het verschijnen van het boek Mocro Maffia (2014) van misdaadverslaggevers Marijn Schrijver en Wouter Laumans, dat Akkabi, toen acterend in de tv-serie Moordvrouw, tegen zijn tegenspeler Thijs Römer zei: ‘Wie dit mag verfilmen heeft goud in handen.’ Het werden zij zelf: Akkabi en Römer bedachten en ontwikkelden de gelijknamige serie, die overigens, zo wordt steeds benadrukt, ‘geen relatie met werkelijke gebeurtenissen heeft’. Ja, de Amsterdamse onderwereld is net zo gewelddadig, de drugscriminelen zijn net zo gewetenloos, maar Mocro Maffia is fictie – om misverstanden (en represailles) te voorkomen. Inderdaad hadden ze goud in handen; de serie, die in 2018 van start ging, is de kijkcijferhit van streamingdienst Videoland, kreeg juichende recensies en een Gouden Kalf-nominatie en is inmiddels in tien landen te zien.

Akkabi is creatief producent van de serie, schrijft mede het scenario en speelt een hoofdrol, de doodenge leider van een Marokkaans-Nederlandse drugsbende. Het is nogal een verschil met eerdere rollen: Akkabi was Rachid, vrolijke vakkenvuller in Albert Heijn-commercials, Akkabi was Appie, schattig tieneridool in Het huis Anubis, hij was het lekkere ding Bauke in de romantische komedie Soof 2. In de roadmovie Rabat speelde hij met acteurs Nasrdin Dchar en Marwan Kenzari drie vrienden die naar Marokko reizen – ook buiten de film zijn de drie bevriend. En in groep 8, vroeger, was hij dus meneer Draaisma, en een van de uitblinkers in de klas. ‘Ik werd altijd gezien als het slimste jongetje van de familie’, zegt Akkabi. ‘Ik zou piloot worden, begon in brugklas havo/vwo. Maar ik was te recalcitrant. Ik hield me meer bezig met randzaken en met werken dan met school. Ik wilde liever geld verdienen. Vanaf mijn 13de had ik een krantenwijk, toen ik 15 was ging ik vakkenvullen bij Albert Heijn, dan kon ik net zo’n mooie jeans kopen als mijn vrienden. Hoefde ik er niet bij mijn vader om te zeiken, want die had met zes kinderen genoeg aan zijn hoofd. En ja, als je tot half één ’s nachts werkt, ben je niet ’s ochtends om acht uur op school. Ik maakte mijn entree pas in de pauze.’ Somt op: ‘Dus ik ging van havo/vwo naar de mavo, daarna naar de volwassenenmavo en vervolgens naar het mbo. Ik had natuurlijk ook het vwo kunnen afmaken, dan was ik nu die piloot geweest. Ik weet niet of ik daar gelukkig van was geworden. Ik ben nu in elk geval zielsgelukkig met hoe de dingen gelopen zijn en met de domme keuzen die ik heb gemaakt.’

Waren dat ook dommere keuzen dan bij Albert Heijn werken om jeans te kopen?

‘Nee. Ik heb natuurlijk weleens kattekwaad uitgehaald, maar ik kwam nooit in aanraking met justitie ofzo. Ik voelde me niet weggelegd voor die wereld, ik vond het veel fijner om gewoon beschaafd te zijn.’ Meteen aansluitend: ‘Wat dat betreft ben ik mijn vader dankbaar. Hij was er altijd, bij elke voetbalwedstrijd, op elke ouderavond, al kon hij misschien de helft niet verstaan.’

‘Mijn vader was bakker en al werkte hij ’s nachts, op zaterdagochtend stond hij om half acht klaar om mee naar het voetbal te gaan. Het is gewoon fijn om iemand te hebben die je hand vasthoudt als je zo jong bent. Iemand die je voor foute keuzen behoedt. Mijn vader is echt een superheld, een harde werker die altijd klaarstaat voor zijn mensen. Zijn generatie kwam niet alleen naar Nederland om zijn eigen gezin te onderhouden, maar ook de familie die in Marokko was achtergebleven, hè. Dus als we in de zomervakantie daarheen gingen, werden eerst bij Piet Kerkhof of bij de Bristol zakken vol kleren, maar vooral sneakers en schoenen gekocht voor de neven en tantes in Marokko. Werd het hele busje mee volgestouwd, je was blij als je nog een paar centimeter vond waar je kon gaan liggen.’

Akkabi groeide op in Den Haag, zijn vader werkte in Scheveningen. ‘Bij een bakkerij van heel lieve mensen. Ik kreeg eens een berichtje via sociale media van ze toen ze de naam Akkabi op een aftiteling hadden gezien: ben jij niet toevallig de zoon van Mohammed, doe hem veel liefs, we denken vaak aan hem. Terwijl het, like, dertig jaar geleden is dat hij daar werkte. Hij praat ook nog altijd heel positief over hen.’

Wat later vertelt hij over zijn moeder, ‘de liefste persoon op aarde’, die op haar 51ste overleed. ‘Ik was 22 en werkte in een herenmodezaak toen ik van mijn vader hoorde dat het alvleesklierkanker was. Ik ben op de werkvloer in tranen uitgebarsten. Niet veel later ben ik daar gestopt met werken, ik kon niet acht uur per dag in een fucking winkel staan terwijl de uren van mijn moeders leven wegtikten. Ik deed ook al theater in die tijd, dat was mijn afleiding. En verder wilde ik gewoon zoveel mogelijk bij mijn moeder zijn. In tien maanden tijd is ze afgetakeld, ik heb haar haar laatste adem zien uitblazen. We stonden met heel de familie aan haar bed. Ze heeft gewacht tot al haar kinderen er waren.’

null Beeld Marc de Groot
Beeld Marc de Groot

Je hebt drie jongere zussen en twee oudere broers, wat was jouw rol in het gezin?

‘Ik had niet echt een rol toen, geloof ik. Ik bedoel: je bent gewoon 22 en probeert iets van je leven te maken. Er werd van je verwacht dat je niet de bak in draaide en geen schande op de familie gooide. Als je uit de problemen bleef, had je al de helft gewonnen, en als je dan ook nog eens werk had en vroeg trouwde, was je helemaal goed bezig.’

Was het lastig om uit de problemen te blijven als zoon van Marokkaanse ouders, die misschien met racisme te maken kreeg of op straat soms met de nek werd aangekeken?

‘Kijk, ik wist al vrij vroeg hoe er naar ons werd gekeken. En waar wij op de sociale ladder stonden, dat ik met 3-0 achterstond. Dus ik wist ook: je moet je aanpassen als je dezelfde kansen wil krijgen. Een dikkere huid kweken en meer slikken dan de rest.’

Wanneer bijvoorbeeld?

‘O, als er de zoveelste opmerking werd gemaakt die zogenaamd grappig bedoeld is, maar waar gewoon een racistische kern in zit. Als ik uitging, ging ik niet met jongens die op mij lijken, maar met mijn Hollandse vrienden, dan kwam ik tenminste binnen. En dan nog gebeurde het dat ik de portier op vrijdag een tientje fooi gaf en een hand kreeg, en op zaterdag door dezelfde man werd geweigerd, al herkende hij me heus. Natuurlijk weet je dan: als ik wit en blond was geweest, had zo’n man gezegd: yo, deze gast hoeft vandaag niet te betalen, laat hem binnen.’

‘Ik heb er altijd rekening mee gehouden dat ik harder moest werken dan een ander. Ik solliciteerde bij een chic restaurant in Scheveningen van een Zeeuwse familie, ze zijn nu supertrots op me. Toen keken ze me aan van: je komt zeker voor de afwas? Nee, zei ik, ik kom voor de bediening. Het was zo’n restaurant waar minister Jan Pronk kwam in die tijd. En ik heb daar gewoon bewezen dat ik de gezelligste en de aardigste en de beste kelner was die ze konden krijgen, ik werkte harder dan alle fucking fulltimers bij elkaar. Ik ben de enige parttimer die er ooit medewerker van de maand is geworden, omdat ze altijd op me konden rekenen, ik stond aan tafel uit mijn hoofd de menu’s op te zeggen en gasten de duurste maaltijden te verkopen. En at the same time, ik was geen lul. Daar houden mensen van toch? Werknemers die hard werken en nooit klagen en gewoon leuk en sociaal acceptabel zijn.’

null Beeld Marc de Groot
Beeld Marc de Groot

Bij de herenmodezaak waar je na je mbo mode werkte, heette je Maurizio, las ik in een eerder interview.

‘Ja, dat was wel een beetje genant, maar ik vond het ook wel grappig. Carlo Mode was dat, van een Italiaan die in Den Haag een aantal chique zaken had met dure merken als Armani en Brioni. Ik dacht: ik word nooit aangenomen, maar ik begon als stagiair en dan ben je fucking gratis, dus dat was voor hem heel relaxed. Carlo was een heel lieve man van wie ik superveel heb geleerd, niet alleen over kleding, maar ook als mens. Ik kreeg een vast contract, mocht mee op inkoop naar het buitenland, hij mat me een pak aan, hij wilde echt een goeie jongen van me maken. Terwijl ik in principe al een goeie jongen was, want again: harde werker, geen lul, iemand om trots op te kunnen zijn.’

En iemand die Maurizio heette.

‘Ja, daar was Carlo eerlijk in, hij zei: er komen hier allemaal rijke mensen en die willen niet dat hier een Achmed werkt. Dus ik kwam uit Sicilië of whatever. Ach, ik wilde ook dat zijn zaak zou slagen, en als hem dat nou gelukkig maakte, ik gunde hem het beste. Had ik een leuk verhaal om later aan de Volkskrant te vertellen.’

‘Ik moet altijd vooroordelen wegnemen, dat doe ik als vanzelf. Loop ik ’s avonds achter twee meisjes op straat, dan ben ik al overgestoken nog voor het ongemakkelijk voor ze wordt. Het zit er bij mij ingebakken om automatisch de spanning weg te nemen bij mensen. Het voelt natuurlijk fucked up dat je dat moet doen, maar ja, het is wat het is. Er is altijd wel een vrouw die haar tas dichter naar zich toetrekt als ze me ziet. Ik ga daar niet minder door slapen, ofzo.’

Gebeurt dat nog steeds nu je bekend bent?

‘Laat ik het zo zeggen: negen van de tien keer word ik herkend, maar ik word ook gewoon in mijn auto van de snelweg getrokken. Wacht’ – Akkabi pakt zijn telefoon, zoekt een filmpje – ‘hier reed ik 100 op de rechterbaan met een schrijver van Mocro Maffia. Hij is zwart, we droegen allebei een petje. Als je dan toevallig in een iets mooiere auto rijdt...’

Wat voor auto?

‘Een Mercedes, niet boeiend, want dat is materialisme, maar niet eens een vreselijk dure. Goed, we werden aangehouden. En dan wordt het een heel leuk gesprek met die agenten, die meteen vragen: wanneer komt het volgende seizoen van Mocro Maffia? Ik neem ze ook niks kwalijk, maar ja, het is wel weer zo’n situatie. En mijn vriend, die schrijver, zegt daar dan iets van.’

Op het filmpje klinkt zijn stem: ‘Doen jullie veel van dit soort random rijbewijscontroles?’

Agent: ‘Ik pik gewoon een auto eruit.’

Schrijver: ‘Omdat dit een mooie auto is?

Agent: ‘Niet specifiek, maar het is een mooie auto, dat kan ik niet ontkennen.’

Schrijver: ‘Je snapt misschien wat ik bedoel, een Marokkaanse en een donkere jongen in een dure auto...’

Agent: ‘Dit vind ik heel goedkoop. Je rijdt in een auto en als je in een auto rijdt, heeft de politie het recht je aan de kant te zetten. Als je dat niet wil, moet je gaan fietsen.’

Schrijver: ‘Oké, nee, ik vroeg het me gewoon af...’

Agent: ‘Ik zie dat jullie acteur zijn, dus het zal wel goed zijn, maar ik maak toch mijn controle af. Ik heb ook weleens een Nederlandse acteur gehad, en die had gewoon boetes openstaan.’

Akkabi, terwijl hij zijn telefoon weglegt: ‘Hoor je? Een Nederlandse acteur. Ik ben ook Nederlands, ik ben geboren in Den Haag.’

Hoe lukt het je om niet boos te worden in dit soort situaties?

‘Waar zou ik boos om moeten worden? Ik rijd netjes 100, gordel om, geen rare capriolen. Ik ben geloof ik de meest beschaafde persoon op de weg, het ligt niet aan mij, het ligt aan hoe anderen naar de wereld kijken. Het kost tijd voor dat verandert, dat duurt een paar generaties. Nee joh, boos worden is alleen maar verspilde energie.’

Achmed Akkabi rolde het vak in via een jeugdtheatergezelschap en acteerde al in Het huis Anubis toen hij alsnog naar de toneelschool ging in Maastricht.

Ik heb begrepen dat je daar na het derde jaar bent weggestuurd.

‘Nou, weggestuurd, ik had het kunnen afmaken. Maar daar was ik te trots voor. Er waren leraren die aan studentes zaten en ik heb mijn bek daarover opengedaan. Toen had ík een houdingsprobleem. Ja, dág.’

Wat gebeurde er precies?

‘Al jaren gingen de verhalen over een docent dat hij vrouwelijke leerlingen betastte, dat was bekend op school. Op een dag kwamen na een les een paar meiden huilend naar buiten, mijn vriendin voorop: ik voel me vies, het is genoeg, moeten we geen aangifte doen? Toen is er iets geknapt bij mij. Ik heb echt scheldend tegenover hem gestaan, het hoofd van de opleiding erbij gehaald en geroepen: ik ga deze gozer op zijn bek slaan. Dit is de zoveelste fucking keer en jullie doen niets tegen hem, wat is hier allemaal voor shit aan de hand? Nou goed, de eindstand was dat ik een jaar moest overdoen. Dat hoorde ik op de dag dat Rabat in première ging, die film was voor mij een project voor school. Ik had het hele docententeam uitgenodigd. Niemand is komen kijken. Toen dacht ik: oké, dit is een van de belangrijkste films die er in Nederland zijn gemaakt de afgelopen jaren, en jullie blijven weg? En ik krijg wél vandaag te horen dat ik het jaar moet overdoen? Toen zijn onze wegen gescheiden, ik had al werk genoeg. Dus ja, als men denkt dat ik ben weggestuurd, dan ben ik weggestuurd, maar volgens mij is het iets anders gelopen.’

Er werd veel gezwegen over seksueel grensoverschrijdend gedrag op die toneelschool, hoe kwam het dat jij wel je mond opentrok?

‘Ik weet het niet, er zijn daarna absoluut nog andere mensen opgestaan. Het belangrijkste was, denk ik, dat het om mijn vriendin ging. Ik kan wel zeggen dat ik het voor alle vrouwen wilde opnemen, maar het was meer een egoding, iemand kwam aan mijn vriendin. Opeens was de maat vol; hoho, wat ben je aan het doen vriend, mijn meisje is aan het huilen, ben je niet goed bij je hoofd? Als je haar nog een keer aanraakt, breek ik je kaken, snap je? Tja, ík was fout en hij mocht blijven lesgeven. Terwijl zulke dingen daar structureel gebeurden, dat weet nu iedereen. Eigenlijk zouden ze me alsnog mijn diploma moeten geven.’

Ook zonder diploma heeft Akkabi een indrukwekkende carrière opgebouwd. Met een omgekeerde typecasting, om het kort door de bocht te zeggen: van knuffel-Marokkaan naar drugsbaron, terwijl beginnende acteurs met een dubbele nationaliteit er juist vaak alles aan moeten doen om níét in het hokje criminelen terecht te komen.

Hoe kijk je terug op je rol als Rachid in de AH-reclames?

‘Ik wás die vakkenvuller bij Albert Heijn, hè? Alleen nu kreeg ik een veel hoger uurloon voor veel minder werk. Het was een fucking feestje.’

Iets later, over typecasting: ‘Ik heb mijn acteercarrière vanaf het begin bewust uitgestippeld. Ik heb namelijk helemaal niet zoveel gedaan in mijn carrière, hè? Niet omdat ik geen aanbiedingen kreeg, maar omdat ik heel vaak nee zei. Ik keek vooral wat goed paste. Anubis was een goede leerschool omdat het keihard werken was en je in korte tijd gedrild wordt tot acteur op een set. Daar dacht ik: oké, naar deze vorm van content kijken kinderen en vaak ook hun ouders, die heb ik nu gecoverd. Jong publiek groeit met je mee. Daarna wilde ik het publiek buiten de Randstad coveren; dat werd Moordvrouw. Een RTL4-serie, wit publiek, breed, gezinnen – check. Van Rabat wist ik: goed voor mijn street credibility. Bluf (een RTL5-dramaserie over pokeren, red.) was bestemd voor jonge mensen, voetballers, die wereld. Met een romantische komedie trek je bioscooppubliek, vriendinnengroepen, stelletjes. Na mijn eerste ben ik heel lang van het genre weggebleven, tot Soof 2, toen kon het weer. Dan ben je dus marketable voor romantische komedies en word je er vervolgens eindeloos voor gevraagd, maar altijd als er een project voorbijkwam voor een doelgroep die ik al had gecoverd, deed ik het niet. Op die manier probeer je je fans – nou ja fans, de mensen die je volgen – altijd een stap vóór te zijn. En het houdt het ook gewoon leuk, voor hen en voor mezelf.’

‘Na Mocro Maffia ga ik waarschijnlijk weer comedy doen. Ik ben begonnen met comedy – Appie in Het huis Anubis, Rachid, allemaal comedy – en daarna moest ik laten zien dat ik ook drama kan. Nou, dat heb ik laten zien, met als hoogtepunt Mocro Maffia, de engste man die je kunt spelen. Nu ga ik weer terug naar comedy. Dat vind ik eigenlijk het leukst.’

null Beeld Marc de Groot
Beeld Marc de Groot

Op Twitter vroeg iemand je: wanneer had je door dat Mocro Maffia een onwaarschijnlijk succes is? Je antwoordde: toen ik doodsbedreigingen kreeg.

‘Ja, precies.’

Uit welke hoek?

‘Nou ja, je doet een boekje open over een gemeenschap. Daar wordt soms heftig op gereageerd.’

Omdat sommige mensen niet willen dat je laat zien wat er in die wereld gebeurt.

‘Klopt. Dus naar bepaalde plekken ga ik niet toe. Ik kom sowieso nauwelijks de deur uit, ik ben alleen maar aan het werk.’

Amsterdam Nieuw-West in het donker?

No go. Nou, het ligt eraan waar natuurlijk, en in andere buurten ook, hoor. Misschien moet je opschrijven dat ik zwaar word beveiligd. Nee, joh, ik ben gewoon voorzichtig.’

Ben je niet bang?

‘Nee. Ik zou misschien bang zijn als ik een gezin had of kinderen, maar ik ben alleen. En ik ga er niet mijn leven door laten bepalen. Je kunt toch niet controleren wat gekken doen.’

De gekken zijn uitzonderingen, maar los daarvan heeft Mocro Maffia je ook niet geliefd gemaakt bij mensen die vinden dat de serie stigmatiserend zou zijn.

‘We horen het vaak, ja: door jullie krijgen Marokkanen een slechte naam. Maar dat is niet hoe entertainment werkt. Het is niet zo dat je na The Sopranos denkt dat iedere Italiaan een maffioso is, je gaat juist tegen de pizzabakker zeggen: ciao, va bene? Omdat je het gevoel krijgt dat je iets van die cultuur ként, snap je. En we zeggen niet met de serie: elke Marokkaanse jongen gaat de criminaliteit in, wat we zeggen is: wil je de criminaliteit in? Dan ga je dood. Punt. Ja, je hebt misschien even geld, misschien heb je even vriendjes, maar de eindstand is: je gaat dood. Dus het is onzin dat we geweld zouden verheerlijken, wat ons ook wordt verweten. Het is echt niet zo dat de criminaliteitscijfers zijn gestegen na drie seizoenen Mocro Maffia.

‘Wat er wel is gebeurd, is dat de serie deuren heeft geopend voor een heleboel niet-witte makers. Bilal (Wahib, acteur, red.) is een ster geworden, Oussama (Ahammoud, acteur, red.) is een ster geworden, scriptschrijvers, regisseurs, Mocro Maffia is een kweekvijver voor talent. Vergeet ook niet dat er zes, zeven projecten uit voortgekomen zijn met gekleurde verhalen, wat logisch is, want Mocro Maffia brengt geld in het laatje, Mocro Maffia is een hit. Wat was Videoland vóór Mocro Maffia? We schrijven geschiedenis, man. Mocro Maffia is te zien in tien landen, Frankrijk, Duitsland, welke Nederlandse serie heeft dat gedaan de afgelopen jaren? You tell me.’

Dit is het moment dat Akkabi zijn telefoon pakt en laat zien hoeveel verzoeken van jonge mensen hij krijgt die staan te trappelen om in de serie te spelen. ‘Iedere dag krijg ik die berichten. Oók van criminelen die zeggen: yo, ik heb dat leven geleefd, ik wil eruit, geef me die kans.’

Die kansen bieden jullie veel, maar terug naar de kritiek: denk je ook aan wat er gebeurt in de hoofden van Henk en Ingrid die naar de serie kijken en denken: zie je wel, die Marokkanen, allemaal gewetenloze crimineeltjes?

‘Dat is onzin. Wat gebeurt er in de hoofden van Mohammed en Fatima die naar Klem kijken of naar Judas, denken die: elke Jan, Piet of Klaas op straat is crimineel? Ieder weldenkend mens kan het verschil maken tussen fictie en realiteit.’

Je zet je in voor Stop Shaming, zag ik op je Instagram, wat is dat voor een initiatief?

‘Meisjes die dansfilmpjes van zichzelf op TikTok zetten, worden soms exposed op internet, compleet afgemaakt en uitgemaakt voor hoer. Binnen de kortste keren staat dan je naam en adres op internet en ben je de schande van de hele familie. Dat moet stoppen. Ik ben zelf ook ooit geshamed, toen ik een gay personage speelde in een film. Ik kon het van me af laten glijden, maar voor die meisjes is echt hun leven kapot.’

Het is ingewikkeld, zegt Akkabi. ‘Toen ik geshamed werd, merkte ik op Twitter dat rechts Nederland daarmee aan de haal wilde gaan. Toen heb ik gezegd: yo, de laatsten die het voor me moeten opnemen zijn jullie, ik zie precies wat er nu gebeurt. Jullie gebruiken dit om de islam zwart te maken. Daar leen ik me niet voor.’

Je zei eerder dat het fucked up is om altijd te moeten bewijzen hoe onterecht vooroordelen zijn.

‘Je moet gewoon tegen wat stootjes kunnen, het is waar wij mee moeten dealen. De generaties vóór ons hadden ergere shit. Mijn vader is zowat op blote voeten uit Marokko gekomen, sprak de taal niet, moest hier werk vinden en een heel leven opbouwen. Dan zou ik gaan zitten huilen? Dacht het niet.’

CV Achmed Akkabi

3 oktober 1983 Geboren in Den Haag.

1995 – 2004 Div. scholen in Den Haag, o.a. mbo mode en handel.

2004 Maakt deel uit van theatergroep Rotterdams Lef.

2004 - 2008 Rachid de vakkenvuller in AH-commercials.

2006 – 2008 Appie in jeugdserie Het huis Anubis.

2008 Presenteert kinderprogramma KunstQuest bij de Avro.

2011 Abdel in bioscoopfilm Rabat.

2012 – 2018 Rechercheur Bram in tv-serie Moordvrouw.

2013 Rachid in bioscoopfilm Chez Nous.

2014 – 2015 Pokeraar Philip in dramaserie Bluf.

2015 Samen met Fockeline Ouwerkerk tweede in Dance, dance, dance.

2016 Begint met twee anderen reclame- en filmproductiebedrijf Tebbernekkel.

2016 Rol als kok Bauke in Soof2.

vanaf 2018 schrijft, ontwikkelt en speelt hoofdrol als De Paus in tv-serie Mocro Maffia.

Achmed Akkabi is single en woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden