Interview

'Ik wilde nog een keer alles uit de kast trekken'

Marcus Miller was een van de grootmeesters van de elektronica in de jazz. Op zijn nieuwe album neemt hij afstand hiervan. Een warm akoestisch geluid vormt de basis.

Baslegende Marcus Miller tijdens zijn Tutu Revisited Tour in 2010.Beeld Paolo Battigelli / LUZphoto

'Eigenlijk ben ik een vreselijke nerd, die het liefst de hele dag achter computers zit te prutsen. Als muzikant kun je daar niet van leven, dus ging ik de straat op en had het geluk de juiste mensen tegen te komen.' Marcus Miller (55) grijnst en neemt een slokje van zijn groene thee. Hij is een weekje in zijn geliefde stad Parijs neergestreken om te praten over zijn nieuwe plaat Afrodeezia, maar het gesprek komt al snel op alle grootheden uit de jazz met wie hij heeft samengewerkt.

Miles Davis natuurlijk, met wie hij in 1986 het baanbrekende album Tutu maakte (zie inzet), maar ook saxofonist David Sanborn en soulzanger Luther Vandross worden al snel door Miller genoemd. Want hij mag dan wel al een jaar of dertig bekend staan als de man die het 'slapping bass'-spel (het hard met de duim geselen van de snaren) tot kunst heeft verheven, hij heeft zich misschien nog wel meer als producer en componist onderscheiden.

'Ik had mijn tijd mee', zegt Miller. 'Toen begin jaren tachtig de computer zijn intrede deed in de muziek en LinnDrum-machines en sequencers het geluid op de radio gingen domineren, voelden veel jazzmuzikanten dat ze niet konden achterblijven. Alleen wist niemand die apparatuur te bedienen.'

Miles Davis

Miller wel en dat niet alleen, hij deed al snel niks liever. Zoals veel New Yorkse jazzmusici had hij het vak geleerd door veel live te spelen. En via via kwam hij ook op leuke plekken terecht. Hij speelde, krap 20 jaar oud, in de huisband van het populaire televisieprogramma Saturday Night Live en werd in 1981 gevraagd mee te doen aan nieuwe plaatopnamen van Miles Davis.

'Ik dacht dat hij al was gestopt. Hij had al jaren niks uitgebracht. Saxofonist Bill Evans vroeg me, en of het kwam doordat Miles nog met mijn oom pianist Wynton Kelly had gespeeld weet ik niet, maar er was meteen een klik.'

George Duke en Joe Sample

Een van de beste nummers op Afrodeezia, het nieuwe album van Marcus Miller, heet We Were There. Het is opgedragen aan twee toetsenisten, George Duke en Joe Sample, die veel voor Miller hebben betekend en allebei overleden in de periode dat Miller aan het album werkte. 'Zowel George als Joe hadden iets met Braziliaanse muziek, dat wilde ik in We Were There laten doorklinken. Er moest wel een mooi, aan hun spel refererend toetsengeluid bij. Daar vroeg ik Robert Glasper voor. Het was echt alsof ik George zelf hoorde op de Fender Rhodes. Ik kreeg tranen in mijn ogen.' En de titel van het nummer? 'George gebruikte het als een soort stopwoordje. Viel er in een gesprek een stilte dan zei hij: 'Well, we were there'.'

Wereldtour

Miller is te horen op Davis' comeback-album The Man With The Horn (1981) en ging ook mee op wereldtour. 'Natuurlijk had ik daar veel aardigheid in, maar het liefst zat ik in de studio. Daar kon ik me pas echt uitleven. Ik hielp David Sanborn aan zijn elektrische sound en maakte de soulmuziek van Luther Vandross met wat elektronische versiersels geschikt voor de radio. Dat was mijn ding: lekker prutsen en nieuwe sounds ontwikkelen. Niet eens zozeer voor mezelf hoor. Nee, mijn eerste echt instrumentale jazzplaat maakte ik pas met The Sun Don't Lie. Toen was het 1993 en was Miles Davis al een paar jaar dood.'

Hoeveel succes Miller ook had met zijn computergestuurde producties, veel van die platen uit de jaren tachtig klinken nu gruwelijk gedateerd. Een stelling die Miller zonder tegenspraak beaamt. 'Ja, die LinnDrums hebben iets synthetisch en de sequencers bleken ook beperkt houdbaar. In de jazzmuziek is iedereen ook veel te lang doorgegaan met die elektronica. Ik ook. Maar op Afrodeezia probeer ik er voorgoed afstand van te nemen. Een warm, akoestisch geluid vormt nu de basis. Even wennen weer, maar ik zie het overal om me heen dat elektronica in de jazz weer een beetje wordt teruggedrongen. Piano wint het van Fender Rhodes en synthesizer en de contrabas rukt op ten koste van de elektrische bas zoals ik die bespeel.'

Afrodeezia is te beluisteren als een weerslag van de reizen die Miller als ambassadeur van de UNESCO over de continenten heeft gemaakt. Je hoort Afrikaanse highlifemuziek naast Braziliaans getinte bossanova's. Een bont gezelschap aan muzikanten staat Miller bij. Van toetsenist Robert Glasper en zangeres Lalah Hathaway tot rapper Chuck D en gitarist Wah Wah Watson.

Miller tijdens het North Sea Jazz Festival 2013.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Typerend gitaargeluid

Die laatste is te horen op Millers bewerking van de Temptations klassieker Papa Was a Rollin' Stone. Watson liet op deze hit uit 1972 ook al zijn typerende gitaargeluid horen. Miller: 'Ik wil eigenlijk al iets met dat nummer doen zolang ik bas speel. Dat basloopje heeft mede mijn keuze voor dit instrument bepaald. Het mooiste eraan is niet zozeer de opeenvolging van basnoten, maar de pauzes die ertussen vallen. In de stiltes zit het drama verborgen. Dat is iets wat Miles me later ook zou leren: let op de stiltes, die roepen vaak meer emotie op dan een notenreeks, ook al is die nog zo virtuoos.'

Miller noemt Miles Davis zo vaak dat het lijkt alsof hij zijn voormalig broodheer nog dagelijks mist. 'Dat is wat overdreven', zegt hij lachend. 'Maar hoe langer hij van ons is heengegaan, hoe meer het me opvalt hoe uniek hij is. Ik werk nu met een stel jonge muzikanten. Allemaal top hoor, maar ze vragen wel steeds dingen als: in welke toonsoort spelen we? Of wat zijn de akkoorden? Miles deed dat nooit. Die luisterde en begon te spelen. Zijn status heeft voor mij sinds zijn dood alleen maar imposantere vormen aangenomen.'

Tutu

Marcus Miller was 25 jaar oud toen hij zijn misschien wel grootste meesterproef afleverde: muziek voor het album Tutu van Miles Davis dat in 1986 verscheen. Miller over de totstandkoming van het album: 'Na meer dan dertig jaar ging Davis weg bij platenlabel Columbia. Het stak hem dat ze daar meer vertrouwen hadden in de toen piepjonge Wynton Marsalis dan in hem. Ik had goede contacten bij Warner, waar Miles toen tekende, en ze vroegen me of ik iets voor hun nieuwe artiest kon componeren. Ik schreef twee nummers en mocht van New York naar Los Angeles vliegen om ze te laten horen. Warnerbaas Tommy LiPuma vroeg wie erop meespeelden. Niemand, behalve ik. En dus moest ik alle apparatuur ook maar over laten komen, want dan kon Miles meteen aanhaken.

'We kenden elkaar, de ontmoeting was hartelijk. Miles luisterde, knikte goedkeurend en zei: bel me maar als je zover bent. Hij hield van de nieuwe elektrische sound, bepaald door sequencers en drumcomputers. Maar ook van de ruimte die ik voor zijn trompetspel had opengelaten. Al snel kwam het verzoek of ik meer nummers kon componeren. Ik wist dat we iets heel bijzonders aan het maken waren, en Miles wist het ook, volgens mij.

'Achteraf raar misschien dat ik niet mee op tournee ben gegaan, ik had immers begin jaren tachtig al in zijn band gespeeld. Maar ik zag mezelf toen echt als producer/componist met zijn studio als werkterrein. Vijf jaar geleden ben met trompettist Christian Scott de muziek van Tutu zelf op de planken gaan brengen als Tutu Revisited. Anders dan veel andere jazz uit de jaren tachtig vond ik het helemaal niet gedateerd klinken. Ik ben er eigenlijk nog altijd apetrots op.'

Kantelpunt

Dat overlijden in 1991 viel volgens Miller samen met een kantelpunt in de jazzgeschiedenis. 'Langzaam begon de cd-markt in te storten. Er kwam steeds minder geld beschikbaar voor plaatopnamen, jazz ging noodgedwongen weer terug naar waar het vandaan kwam: de concertpodia.'

Het was een ontwikkeling waar Miller best moeite mee had. 'Het liefst zat ik nog lekker in mijn studio te prutsen, maar dat leverde niks op. Spelen wel, daar kreeg ik als leider van een band ook steeds meer lol in. Het geven van concerten werd bepalender voor het verloop van mijn carrière. Al was dat even wennen, want ik heb er lang van gedroomd elke paar jaar met een nieuw muzikaal concept op de proppen te komen.'

Alles uit de kast trekken

Dat idee heeft Marcus Miller nu definitief laten varen, al klinkt Afrodeezia behoorlijk ambitieus. 'Het is mijn eerste plaat voor het vermaarde Blue Notelabel. Dus ik wilde nog een keer alles uit de kast trekken. Veel gasten uitnodigen, reisindrukken verwerken en ook iets zeggen over de actualiteit.'

Die is, zo zegt Miller ernstig kijkend, niet bepaald vrolijk stemmend. 'Ik ben voor mijn werk namens de UNESCO de hele oude slavenroute afgegaan, om vervolgens tot de conclusie te komen dat we maar weinig hebben geleerd. Slavernij en racisme zijn nog lang niet overwonnen. Hoe meer ik van de wereld zie, hoe somberder ik word. Muziek biedt troost, maar niet genoeg. Maar het is ook niet de juiste tijd om je terug te trekken in je hok, zoals ik vroeger het liefst deed. Misschien is het juist nu wel nodig je tussen de mensen te begeven. Optreden dus, zo vaak en op zo veel mogelijk plekken. En, zo realiseer ik me steeds meer, het is op de podia waar de beste jazzmuziek ontstaat. Je kunt net zo'n studio-nerd zijn als ik, op het podium moet het voor de jazzmuzikant echt gebeuren.'

Marcus Miller speelt 28/4 in Paradiso, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden