Interview

'Ik wilde laten zien dat donkere mensen wél mooi kunnen zijn'

Pat Cleveland (66) trotseerde de witte modewereld in de jaren zestig en werd het eerste Afro-Amerikaanse supermodel. Ze feestte met Andy Warhol en Mick Jagger, maar werd ook belaagd door de Ku Klux Klan. Onlangs verschenen haar memoires. De Volkskrant sprak haar in Parijs.

Cleveland bij een modeshow in 1977. Beeld Ron Galella/WireImage
Cleveland bij een modeshow in 1977.Beeld Ron Galella/WireImage

'Ik was pas 16 toen ik Mohammed Ali tegenkwam. Ik had eerst helemaal niet door wie hij was. Hij vroeg me of ik met hem wilde trouwen, maar dan moest ik wel stoppen met het dragen van minirokken. Dat zag ik echt niet zitten, ik wilde vrijheid', zegt Pat Cleveland, een van de beroemdste modellen van haar generatie. Ze heeft als een van de eerste donkere modellen het pad gebaand voor Naomi Campbell en Tyra Banks. Onlangs verscheen haar boek Walking with the Muses, waarin Cleveland haar carrière en de modewereld van de jaren zestig en zeventig beschrijft. Ze praat honderduit. Het is Paris Fashion Week als ik haar ontmoet op een terras in Parijs, maar ze heeft de tijd.

Op haar 66ste loopt Cleveland nauwelijks meer mee in de shows, maar ze is nog steeds geliefd in de modewereld. Dat is een prestatie op zich, want op een paar uitzonderingen na zijn modellen tamelijk anonieme kapstokken die snel worden vergeten. Ze is nu samen met haar dochter Anna (27, fulltime model), die sprekend op haar lijkt, te zien in de wintercatalogus van het exclusieve Amerikaanse warenhuis Neiman Marcus. Eerder poseerden ze samen voor modemerk Lanvin.

Dit voorjaar was ze met Anna en haar zoon Noel (32, yogaleraar en parttimemodel) het boegbeeld voor de campagne van Marc Jacobs. En in juni was ze met haar twee kinderen en haar Nederlandse man, voormalig model en fotograaf Paul van Ravenstein (59), te zien op de cover van de Italiaanse Vogue. Als ze twee dagen voor onze afspraak een signeersessie geeft bij Colette, een van de hipste winkels van de stad, komen grote modenamen zoals Kenzo Takada, Karl Lagerfeld en Azzedine Alaïa haar enthousiast omhelzen.

Cleveland neemt alle liefkozingen even theatraal in ontvangst als een voetballer die een dansje doet bij de cornervlag. Het topmodel staat graag in het middelpunt van de belangstelling. Daarom werkt ze ook nog steeds, 52 jaar nadat ze op een metrostation in New York werd ontdekt door Carrie Donovan, een redacteur van Vogue. Donovan sprak haar in eerste instantie aan vanwege haar kleding, die ze zelf had gemaakt. Clevelands eerste modellenklus was een modeserie inclusief cover voor Ebony, een maandblad voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap; de foto's werden genomen op haar 16de verjaardag.

Cleveland praat zoals ze schrijft. Vol drama en met aanstekelijke energie. Ze is een ijverig name dropper; om de zoveel zinnen noemt ze een beroemdheid, maar ze is nooit denigrerend. Aan kwaadspreken doet het topmodel niet. Sterker nog, ze is 'in love' met zo'n beetje iedereen die ze de afgelopen decennia heeft leren kennen dankzij haar modellenwerk. De Amerikaanse modeontwerper Roy Halston, een icoon uit de jaren zeventig? 'Looovely guy, so inspiring.' Calvin Klein? 'My pal, love him.' Mick Jagger? 'Lovely, and sooo much fun.' Enzovoorts.

Haar boek leest als een geestdriftig pamflet voor een bohemian jarenzeventigleven vol wilde feesten. Cleveland kan vermakelijk vertellen en ze heeft genoeg meegemaakt. Tijdens de eerste keer poseren voor fotograaf Guy Bourdin stond ze een hele tijd naakt op hoge hakken in een ijskoude garage, samen met haar vriendin Donna Jourdan en een stel verblindende lampen.

Zo moeder, zo dochter

Anna Cleveland was 5 toen ze voor het eerst een modeshow liep, aan de hand van haar moeder. Op haar 13de was ze voor het eerst in de Franse Vogue te zien, in een modeserie van Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. Sinds ze meeliep in de show van Giles Deacon, met de wintermode van 2015, ging het hard met haar carrière.

Ze heeft afgelopen tijd twee keer op de cover van de Italiaanse Vogue gestaan en ze is te zien in campagnes van het Italiaanse Bottega Veneta en het Franse Maiyet.

Cleveland met haar dochter Anna (L) en echtgenoot Paul van Ravenstein. Beeld Michael Loccisano/Getty Images for Showtime
Cleveland met haar dochter Anna (L) en echtgenoot Paul van Ravenstein.Beeld Michael Loccisano/Getty Images for Showtime

Tijdens de eerste ontmoeting met het inmiddels overleden Vogue-icoon Diana Vreeland keek ze haar ogen uit in het boudoirachtige kantoor. 'Vreeland was een freak, dat bedoel ik als een compliment. En ze was dol op freaks. Ik kon meteen goed met haar opschieten.'

Om het belang van Cleveland te begrijpen, moet je haar niet nu op een terras in Parijs zien zitten, maar kijken naar haar opmars in de modewereld van de jaren zeventig. Mode was toen nog een elitaire en voornamelijk witte bedoening. 'Ik was een buitenstaander. Een mager meisje uit een achterbuurt, zonder borsten en met kroeshaar. Ik was te lichtgekleurd om door te gaan voor zwart en te donker om door te gaan voor wit. Ik hoorde nergens bij', zegt Cleveland. Haar moeder, Ladybird Cleveland, was een Afro-Amerikaanse kunstenares. Haar vader, Johnny Johnston, een Iers-Indiase-Zweedse saxofonist, was 'm al voor haar geboorte gesmeerd en speelde geen rol in haar leven.

Eigenlijk wilde Cleveland geen model worden, maar modeontwerpster. Als tiener maakte ze samen met haar moeder haar eigen kleding. 'Modellenwerk was nog geen begrip in mijn tienerjaren. Het bestond wel, maar het was iets in de marge. Modellen waren anoniem, niet te vergelijken met de supermodellen van nu. Ik had geen idee dat ik op die manier geld zou kunnen verdienen', zegt ze. Toen ze naar aanleiding van haar eerste fotoserie in Ebony werd gevraagd mee te gaan met de jaarlijkse Ebony Fashion Fair, een serie modeshows voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap in heel Amerika, besloot ze haar aspiraties als ontwerper aan de kant te schuiven en het als model te proberen.

Pat Cleveland tijdens de Paris Fashion Week. Beeld Carolina Arantes
Pat Cleveland tijdens de Paris Fashion Week.Beeld Carolina Arantes

Een gouden zet. Uiteindelijk heeft ze haar succes zelfs te danken aan het feit dat ze een gekleurde buitenstaander was, maar het heeft lang geduurd voordat de juiste deuren opengingen. De Civil Rights Act van 1964 maakte discriminatie strafbaar, maar in het gesegregeerde Zuiden werd de bus van Ebony niet altijd even vriendelijk ontvangen. 'In Little Rock, in Arkansas, ben ik achterna gezeten door een paar leden van de Ku Klux Klan. Die gooiden stenen door de ruiten van het hotel waar we logeerden. Doodeng.'

Twee jaar na de Fashion Fair tekende ze een contract bij het modellenbureau Ford, nadat ontwerper Oleg Cassini haar had aanbeloven bij eigenaresse Eileen Ford. Weer twee jaar later stond ze voor het eerst in de Amerikaanse Vogue, in een modeserie van fotograaf Berry Berenson. 'Maar het schoot niet op in Amerika: ik had het gevoel dat ik niet echt verder kwam vanwege mijn huidskleur. Daarom ben ik in 1971 op advies van mijn goede vriend Antonio Lopez, een bekende Puerto Ricaanse illustrator, naar Parijs verhuisd.'

Ze heeft altijd gezegd dat ze niet naar Amerika zou terugkeren voordat een donker model op de cover vande Amerikaanse Vogue stond; dat werd Beverly Johnson in 1974. De Europese modewereld stond meer open voor diversiteit. Toen Cleveland eenmaal in Parijs woonde, nam haar carrière een vlucht. 'De Franse modewereld was nogal stijfjes toen ik begon, maar dat veranderde dankzij de komst van allerlei jonge en vrijpostige mensen uit New York én door de opmars van de prêt-à-porter.' Cleveland kwam precies op het goede moment, namelijk toen de mode losser en toegankelijker werd. Met die nieuwe koers ontstond meer ruimte voor modellen zonder blond haar en blauwe ogen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Cleveland tijdens de Paris Fashion Week. Beeld Carolina Arantes
Cleveland tijdens de Paris Fashion Week.Beeld Carolina Arantes
Cleveland zoent ontwerper Roy Halston op een feest, New York, 1972. Beeld Ron Galella/WireImage
Cleveland zoent ontwerper Roy Halston op een feest, New York, 1972.Beeld Ron Galella/WireImage

Ze ging aan de slag voor Karl Lagerfeld en werkte voor grote namen als Valentino, Oscar de la Renta, Yves Saint Laurent, Thierry Mugler, Diane von Fürstenberg en Christian Dior. Het hoogtepunt van haar succes was de Versailles Fashion Show van 28 november 1973, in meerdere opzichten een keerpunt in de modewereld, dat ook beschreven staat in het vorig jaar verschenen boek The Battle of Versailles van Robin Givan.

In Versailles namen Franse ontwerpers het op tegen Amerikaanse ontwerpers. Cleveland was een van de 36 modellen. Ze viel op vanwege haar dramatische performances op de catwalk. Haar manier van lopen was niet te vergelijken met die van de meeste modellen van nu, die meestal verveeld en met een chagrijnig gezicht op en neer stiefelen.

'Geen enkel ander model had zo'n goed gevoel voor show, drama en timing. Pat verbeeldde allerlei stemmingen: ze kon net zo goed onafgebroken sierlijke pirouettes maken als trefzeker en arrogant als een soldaat marcheren. Ze was in haar hoogtijdagen de absolute queen of the catwalk en ze heeft de manier van lopen opnieuw gedefinieerd', zegt Frans Ankoné, bevriend stylist en voormalig fashion director van het legendarische modeblad Avenue.

Cleveland: 'Het dansen is mij met de paplepel ingegoten. Als kind was ik jarenlang de mascotte van Katherine Dunham, een Afro-Amerikaanse danseres en choreografe. Mijn tante volgde lessen bij haar en ik mocht altijd mee naar de studio. Voor mij was dansen ook een manier om mijn verschijning extra kracht bij te zetten. Er werd vanwege mijn huidskleur vaak op mij neergekeken, ik wilde met mijn manier van bewegen laten zien dat donkere mensen wél mooi kunnen zijn.'

Door haar liefde voor dansen werd Cleveland ook een beroemd partygirl. Ze ging op stap met jarenzeventigontwerpers en societyfiguren als Roy Halston en Stephen Burrows. Met Karl Lagerfeld haalde ze hele nachten door in Club Sept in Parijs. En ze hoorde, met Bianca Jagger, tot de vaste entourage van kunstenaar Andy Warhol.

'Als ik dans, ben ik helemaal vrij. Ik had helemaal niet door dat mijn manier van lopen als model zo bijzonder was. Ik heb gewoon altijd goed naar mijn gevoel en naar de muziek geluisterd. Toevallig maakte ik naam in een tijd dat discomuziek heel populair was en ik kon daarmee goed uit de voeten', aldus Cleveland.

'Dankzij mijn modellenwerk heb ik een geweldig leven, met bijzondere mensen om me heen. Ik heb mijn dochter ook altijd gestimuleerd om modellenwerk te doen, al ziet de modewereld van nu er heel anders uit', zegt ze.

De discussie over discriminatie van donkere modellen is volgens Cleveland nog lang niet voorbij. 'Racisme bestaat nog steeds, dat komt doordat advertentiegeld zo belangrijk is in de mode. Sla maar eens een gemiddelde glossy open: daarin zie je echt niet alle kleuren van de regenboog terug, en dat zou wel moeten.'

Walking with the Muses, Pat Cleveland. Uitgeverij Simon & Schuster, € 16,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden