'Ik wil niet praten over hoe en met wie ik heb samengewerkt'

Wie hebben hem geïnspireerd? Bassist Ron Carter geeft na aandringen vijf bronnen prijs, maar níét uit de jazz. 'Voor je het weet doe ik anderen ernstig tekort en steken ze mijn banden lek.'

Ron Carter

Het is een gedecideerd 'nee'. Ron Carter wil helemaal geen favoriete albums kiezen uit de verzameling platen die hem als musicus hebben gevormd. Er bestaat namelijk een grote kans dat je als jazzveteraan van 79, die aan zo'n 2.500 opnamen heeft meegewerkt, vijf lievelingen kiest van collega's met wie je hebt samengewerkt. Een Roy Ayers, een Chick Corea, een Stan Getz of een Miles Davis, aan wie hij een eerbetoon wijdt op 18 oktober in de North Sea Jazz Club in Amsterdam. 'En voor je het weet doe ik anderen tekort en word ik morgen geconfronteerd met lek gesneden banden.'

Grapje natuurlijk, dat laatste, maar de ondertoon van jazzbassist Ron Carter is die van onverzettelijke ernst. 'Ik heb al duizenden interviews gedaan en zeg steeds hetzelfde. Ik wil niet praten over hoe en met wie ik heb samengewerkt.'

Dan is er stilte aan de andere kant van de lijn, die uiteindelijk oplost in een theelepel toegeeflijkheid. 'Vooruit, ik noem vijf albums, maar het zullen geen van allen jazzplaten zijn.'

Raciaal beladen

Geen probleem bij iemand zo veelzijdig als Carter. Voordat hij zich wijdde aan de staande bas, had hij al een klassieke cello-opleiding achter de rug. Maar als zwarte cellist werd hij voor ensembles steevast gepasseerd door blanke collega's. Een rol als bassist bleek minder raciaal beladen in het Amerika van de jaren vijftig en opende de deuren naar jazz.

Carter is met zijn bas een absolute jazzberoemdheid geworden met een altijd herkenbaar vol, zangerig geluid. Hij kreeg voor het eerst wereldfaam als bassist bij Miles Davis' tweede vermaarde kwintet in de jaren zestig, waar ook Wayne Shorter, Herbie Hancock en Tony Williams deel van uit maakten.

Door de ondersteunende functie van zijn instrument is Carters bekendheid meer aan zijn reputatie als sideman dan als bandleider te danken. Van een lijst van who's who in jazz tot popacts als Bette Midler, Billy Joel en A Tribe Called Quest. Carter heeft die rol altijd gekoesterd. 'Je bent als sideman in een volledig dienende rol, verantwoordelijk om de muziek van de ander zo goed mogelijk te laten uitkomen. Je helpt ze als een routeplanner de noten te vinden die ze in hun hoofd hebben. Dat hoeven niet noodzakelijkerwijs mijn noten te zijn. Daar leer je veel van en daardoor word je een betere musicus.'

1 New York Philharmonic Orchestra o.l.v. Leonard Bernstein - Adagio for Strings (Barber) (1982)

'Ontzettend vaak gebruikt in films om melancholie uit te drukken. Volgens mij is het zelfs als droevigste muziekstuk ooit gekozen. Dat komt enerzijds door die lange slepende strijkerslijnen en dat het in mineur is geschreven.

Maar het eerste wat me opviel toen ik het adagio voor het eerst hoorde, was dat de bassen niet in hun normale register spelen. Ze klinken veel hoger dan gebruikelijk. Dat geeft een enorme instensiteit aan het stuk.'

2 Glenn Gould - Goldberg Variaties (Bach) (1955)

'Ik heb pianolessen genomen in de jonge jaren van mijn muziekopleiding, maar ben nooit verder gekomen dan Bachs tweedelige Inventions. Daar had ik al moeite mee. De Goldberg Variaties zijn weer van een andere, lastiger orde. Gould speelt ze met een nauwgezetheid die bijna mathematisch klinkt en geeft elke noot precies het juiste gewicht.

Ik weet niet of de man zo excentriek was zoals mensen beweren, hij was in ieder geval een geweldig musicus. Nee hoor, dat geneurie door de muziek heen stoort me niet. Art Blakey deed dat ook. Hoort bij het proces van muziekmaken.'

Beeld X

3 Leonard Rosenman - Soundtrack voor Beneath The Planet of The Apes (1970) of A Man Called Horse (1970)

'Ik weet niet meer welke van de twee soundtracks het ook alweer was. Maar het was de eerste die ik heb gehoord met bijna alleen percussieve atonale muziek. Ik werd van mijn sokken geblazen toen ik het hoorde.

Je beseft opeens dat er een breed scala aan percussie-instrumenten bestaat om zo'n soundtrack interessant te houden zonder dat een melodie de essentie is van hetgeen je hoort. Er zit melodie in, maar die is meestal atonaal en wordt ook vaak door percussie-instrumenten geleverd gestemde drums, pauken en klokkenspel.'

4 Pierre Fournier en het Berliner Philharmoniker - Cello concert in b mineur (Dvorák) (1961)

'Heb ik van mijn ouders gekregen. Het allereerste album dat ik in bezit had en ik was meteen door de helderheid en weelderige volheid van het geluid van het orkest getroffen. Het is zelfs ooit beschreven als het 'grootste celloconcert'. Nee, ik heb het zelf nooit gespeeld. Het vereist veel technisch kunnen want het zit vol zogeheten double en triple stops; twee of drie noten die je tegelijk speelt door twee of drie snaren tegelijk aan te strijken en veel trillers.'

5 Nigel Kennedy - Kennedy Plays Bach (vioolconcerten, 2000)

'Heb ik nog een jazzplaat mee gemaakt. Die vioolconcerten zijn ontzettend moeilijke stukken, zodanig zelfs dat je soms de indruk hebt twee violen te horen in plaats die ene van Kennedy. Ik heb veel bewondering voor zijn technische meesterschap. Ik heb zelf niet meer die souplesse en de precisie om zulke stukken te spelen zonder hier en daar een verkeerde noot te raken. Vroeger wel. Toen oefende ik zo'n zes uur per dag. Dat is nu zo'n twee uur geworden, want je wil ook wat tijd besteden aan je kleinkinderen. Maar als geoefend musicus weet je op een gegeven moment die paar uur oefenen wel zo efficiënt mogelijk te benutten.'

Ron Carter speelt met zijn kwartet Foursight op 18/10 in North Sea Jazz Club (Amsterdam)

Beeld X
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden