'Ik wil niet een beroemd schrijver worden'

De Vietnamees Xuan Tran (56) kwam ooit als bootvluchteling naar Nederland. Hij zou wiskundige worden, en werd een van de eerste loempiaverkopers van het land. Én een bekende Dordtenaar. Dat laatste heeft zeker ook te maken met zijn poëtische potentie.

Xuan Tran bij zijn loempiakraam in de binnenstad van Dordrecht.Beeld Rob Hornstra

Xuan Tran gaat staan, naast zijn stoel op het caféterras. Een motor rijdt voorbij, gevolgd door een draaiorgel. Xuan Tran doet zijn ogen dicht, en haalt diep adem. Claudia kijkt hem aan. Harry neemt een slokje koffie, net als Jan. In Trans loempiazaak, ietsje verderop, bestelt een dame met een hoedje een loempia.

Dan begint hij te zingen, nog steeds met de ogen dicht. Opeens dansen er betoverende Vietnamese zinnen door de Dordtse binnenstad, iemand zou ze moeten vangen, met een visnet. De loempiaverkoper van de Visbrug doet zijn ogen open, alsof hij even is weggeweest. 'Wie wil er een loempia?', zegt hij. 'Wacht nou even Xuan', riposteert Harry. 'Vertel nou eerst over je gedicht.' 'Oké, oké.' 'Nou, waar ging het over?'

Over het vuurwerk dat hij zag, in het jaar dat de Muur viel, in 1989. De communisten waren weg uit Rusland, uit Oost-Europa. Hij hoopte vurig dat de communisten ook uit Vietnam weg zouden gaan. Dat er een liberale lente in Vietnam zou komen. Wacht maar, wacht maar. / Ik kom terug om het land op te bouwen. /Ik kom, ik kom. /Wacht maar, ik kom thuis. Dat was het gedicht, dat hij in een feeërieke toonsoort a capella verspreidde. Maar hij kan onmogelijk terug naar Vietnam, zegt hij er in half afgebakken zinnen achteraan, in zangerig Aziatisch uitgesproken. Want hij is een politiek bootvluchteling, een slachtoffer van een boosaardig communistisch regime, dat nog steeds communistisch is. Hij schaamt zich dood voor Vietnam. Alleen in Nederland is hij vrij. 'Waar vrijheid is, is mijn land. Hier dus. Hier is het gezellig.' Xuan Tran zit weer, met Claudia en Harry aan een tafeltje, en Jan blijft maar even. Ze staan om hem heen, zo moet je het zien. Ze zijn er voor hem, ieder op zijn eigen manier. Want Xuan hoort in Dordt, als een beeldbepalend gezicht van de stad. Dat weet iedereen.

Stadsgids

In het onlangs verschenen boek 111 plekken in Dordrecht die je gezien moet hebben, geschreven door Frits Baarda, is een speciaal hoofdstuk gewijd aan de Visbrug en zijn bekende bewoner, Xuan Tran. Uitgeverij THOTH.

Harry Zimmerman is een boekenverkoper die 'm secondeert bij zijn gedichten. Claudia Voll helpt hem met de taal; niet dat ze Vietnamees spreekt, maar ze kan wel adequaat Trans aanhoudende verwarring wegnemen. Jan van der Geer, dichter en publicist, noemt hij 'mijn kunstbroeder', tevens steun en toeverlaat aangaande ambtelijke Dordtse aangelegenheden. 'Iedereen is hier gezellig', zegt Xuan. 'Je moet in het leven aardig zijn. Als je aardig geeft, geven ze aardig terug.' Jan: 'Hij is een lieve man.' Xuan: 'Gezellig is belangrijk in mijn leven. Goed naar anderen luisteren. Als ik iemand zie: kijk een glimlach, kijk in mijn ogen. Dat doe ik elke dag. Ik ben dan echt een lieve man.'

Het moet 'm ook van het hart, dat hij fouten heeft gemaakt in dat nieuwe land van 'm. Hij wachtte veel te lang met het zich bekwamen in de Nederlandse taal. Tellen ging nog wel, en ja en nee zeggen, en nog een paar rondslingerende woorden uit het Vietnamees-Nederlands culinair spectrum. Dat was niet handig, daar is hij eerlijk in. Maar hij heeft bijgeleerd, hij doet zijn best op Nederlandse les. 'Wijzen met vingers alleen is niet genoeg.' 'Maar hij moet hier weg', zegt Harry. Er komt een gat in de weg bij de brug, legt hij uit. Daar moet een trap naar beneden komen, zodat de toeristen bij de gracht komen om een fluisterboot te pakken. 'Niemand zit op die plannen te wachten, maar die wethouder moet zo nodig.' 'Ik ga loempia's halen', zegt Xuan. Harry: 'Ik ben lid van het Buddingh' Genootschap, en laatst was er een speciale gelegenheid, vanwege de dertigste sterfdag van Kees Buddingh'. Ik heb Xuan uitgenodigd. Hij is tenslotte een Dordtse dichter. Die bewuste avond las hij twee gedichten voor. Dit hadden ze nog nooit meegemaakt. Hij zong zijn gedichten. Echt uit zijn hart. Er zat een emotie in, die je zelden in poëzie hoort.'

Als hij terugkomt, legt hij de tafel vol met dunne langwerpige Vietnamese loempia's, met een bakje huisgemaakte rode saus. LoempiJA staat er op een in de stad verspreide actiefolder, die hij laat zien. Zeg ja tegen loempia, met een verstripte en lachende Xuan als bonus. Xuan: 'Allemaal een loempia. Met saus.' Op het Dordtse gemeentehuis kreeg Xuan Truan ruim een half jaar geleden te horen dat er voor hem geen plek meer was in de nieuwe inrichtingsplannen rond de Visbrug. Drie maanden later volgde een schriftelijke bevestiging: zijn huurcontract was afgelopen. 'Toen ging mijn hoofd kapot.' Harry: '850 duizend euro moet dat allemaal gaan kosten, die herinrichting van de Visbrug.' De loempiaverkoper was in paniek en liep 's nachts rondjes in zijn slaapkamer. Zijn vrouw had nachtmerries en huilde heel de dag. Rond zijn kraam broeide het verzet, er kwam een handtekeningenactie op gang, mensen gingen zich voor hem inzetten. Waarom moet onze loempiaverkoper weg?, heette het. Hij staat er al dertig jaar. We willen geen gat in de brug, we willen Xuan.

Loempia's

In Nederland wonen 20 duizend Vietnamezen, veelal gewezen bootvluchtelingen en hun nazaten. De vluchtelingen kwamen eind jaren zeventig naar Nederland. Wie precies als eerste met de Vietnamese loempia in Nederland begon, is matig gedocumenteerd. Een rondgang in de Vietnamese gemeenschap levert dit verhaal op: tijdens Koninginnedag 1981 werden op de vrijmarkt in Delft door een Vietnamese dame kleine gefrituurde hapjes verkocht, cha giogeheten. Vanwege het succes werd deze formule gekopieerd. Overal in Nederland doken marktkraampjes op, inmiddels zijn het er naar schatting 150. De hapjes werden loempia's genoemd, want een vergelijkbaar gerecht werd bij de Chinees afgehaald. Inmiddels heten de snacks ook in Vietnam 'Vietnamese loempia's', als gevolg van de vraag van toeristen.

'Veel mensen begrijpen het niet', zegt hij. 'Daarom zij allen handtekening zetten, gezinnen en toeristen. Bijna vijftienduizend handtekeningen. Blijf vechten, zeggen ze.' Harry: 'Die actie voor Xuan staat natuurlijk voor iets groters. Het is ook een protest tegen een onzinnig project. Er zijn bezuinigingen, zoals in elke stad, die de gewone man raken. We hadden hier de fanfare en de harmonie waar geen geld meer naartoe kon, maar er komt wel zo'n gat in de brug.' Xuan: 'Ik moest veel huilen. Want hoe nu verder? Met werk? Dat maakte me bang. Ik heb maar twee handen. Ik dacht: ik moet vechten tegen angst. Iedere twintig minuten. Trainen, niet bang zijn. Want ik kon niet meer slapen. Ik kon niet meer dichten. Ik zag geen toekomst. Als het zo doorgaat, ga ik dood.' En het hielp, merkte hij, de vrees voor de toekomst nam af, ook door alle steun. 'Nu ben ik vooral gedichten aan het maken. Wanhopig heet een gedicht. Ik hoef niet wanhopig te zijn. Ik moet strijden. Ik moet vechten. Ik moet het zelf doen.' Harry: 'Helemaal waar, ik zag je angst beetje voor beetje verdwijnen.' Xuan: 'Ja, nu is het weg.'

Zijn voornaam betekent lente, en zijn vader en opa hadden ook die naam. Er hangt altijd verwachting in de lucht, net als in de lente. Zo voelt hij dat als hij elke ochtend zijn loempiakraam opent op de Visbrug en Dordrecht ontwaakt. Xuan wijst naar de versierde keet met die in licht badende gerechten waar zijn vrouw nu aan het werk is. Zij is ook bootvluchteling, net als trouwens zijn eerste vrouw, de moeder van zijn drie dochters. Zijn vader was een hoge ambtenaar in Zuid-Vietnam. Na het einde van de Vietnamoorlog in 1975 werd hij in de gevangenis gezet. Hij legde het aanbod van de Amerikanen om hem over te vliegen naar de Verenigde Staten naast zich neer. Claudia: 'Hij vindt het niet fijn om over zijn vader te praten. Toch, Xuan?' In 1979 zag hij zijn vader voor het laatst. Samen met zijn moeder had hij ver gereisd naar de gevangenis in Noord-Vietnam. Vijf minuten mochten ze 'm spreken, en zijn boodschap was duidelijk: jullie moeten allemaal vluchten, jullie moeten hier weg. Hij ging het niet overleven, en als ze in Vietnam zouden blijven, werd het ook hun ondergang. Er kwam een familievergadering, terug in Saigon, en de uitkomst was duidelijk: er was geld voor één persoon en dat was hij. Hij had als oudste kind, en als jongen, de beste toekomst voor zich. Met een plak goud op zak ging hij op pad. Zoveel kostte de overtocht, in 1981, naar een ongewisse bestemming. Met 49 mensen vluchtte hij richting Thailand, in een rubberbootje, totdat de benzine op was, evenals het eten en drinken, en het bootje wezenloos ronddobberde. Een Nederlands schip redde hen, en hij kwam terecht op de Nederlandse ambassade in Singapore.

Loempia's van Xuan Tran.Beeld Rob Hornstra

Xuan: 'Van Nederland wist ik niks. Alleen Johan Cruijff. Zo'n grote voetballer, in een heel klein land, dat is vast een mooi land.' Harry: 'Hij werd een zogeheten 'uitgenodigde vluchteling', hij hoefde niet zo'n asielprocedure te volgen, maar kreeg gelijk een verblijfsvergunning.' Na enkele opvangcentra had hij zijn zinnen gezet op een studie wiskunde aan de TU in Delft. Na een half jaar hield hij het voor gezien, net als de Vietnamese vriend met wie hij samen studeerde. Het was te moeilijk, vanwege de Nederlandse taal. 'Ik begreep de cijfers en formules. Maar de taal van de professor niet. Dus dacht ik: ik ga loempia's doen. Landgenoten hebben er succes mee. Mijn vriend ging naar Leiden. Ik naar Dordrecht.' Claudia: 'En die loempia's? Hoe wist je hoe je loempia's moest maken?' Xuan: 'Ik vroeg aan een landgenoot hoe je Vietnamese loempia's moest maken. En aan mijn schoonmoeder. We maakten ze zelf, eigen recept. Zoveel kilo taugé, kruiden erbij. Deeg. Ik vond ze: lekker! Saus erbij. Heerlijk pittig. Ik kookte nooit in Vietnam. Mijn moeder kookte altijd. Nu moest ik studeren op koken.' Xuan Tran staat in zijn kraampje en staart voor zich uit. Het regent en niemand heeft (nog) trek in een loempia. Mensen zoeken een plek om te schuilen. Dit zijn de momenten dat hij een pen pakt, en een servet. 'Dan denk ik na over het leven', zegt hij. 'Dan begin ik gedichten te schrijven. Tot er weer iemand een loempia wil.' Veel van die krabbels op servetten groeiden uit tot gedichten. Een Vietnamese vriend vertaalt het van Vietnamees naar Engels, en Harry zet het om in het Nederlands, als opmaat naar een bundel. Inmiddels heeft hij honderden gedichten gemaakt.

Xuan: 'Veel te veel.' Jan: 'Dat zegt-ie nou altijd, veel te veel. Maar het is toch de moeite waard?' Harry: 'En die landgenoot dan van je, in Amerika, dat moet je ook vertellen.' Xuan: 'De landgenoot zegt: je moet een boek maken. Mensen willen je lezen hier in Amerika. Ze willen dat ik op de radio kom met gedichten. Ik ga ervoor zorgen dat iedereen in Amerika jouw gedichten kent.' Xuan: 'Ik zeg: 'Laat me met rust.'' Twee keer is hij in San José geweest, de Amerikaanse stad met de grootste Vietnamese gemeenschap, uitgenodigd door zijn vermogende landgenoot. Daar stond de bescheiden Dordtse loempiaverkoper voor een Vietnamees publiek van tweeduizend poëzieliefhebbers. 'De mensen waren heel blij met mijn gedichten', zegt Tran. 'Ze willen weten waarom ik niet in Amerika ga wonen. Ik moet hier hard werken, en na het werk schrijf ik gedichten, als ik pieker of niet kan slapen. Ik wil niet een beroemd schrijver worden. Ik wil voor mezelf gedichten maken. Ik ben een stiekeme man.'

Van links af: Harry Zimmerman, Jan van der Geer, Xuan Tran en Claudia Voll bij de kraam.Beeld Rob Hornstra

Claudia: 'Hij wil je gewoon groot maken, die landgenoot. Hij gelooft in je. Da's toch mooi, Xuan?' Xuan: 'Ja maar ik wil loempia's verkopen, hier. Voor de lieve mensen in Dordrecht. Voor de mensen in het land van Johan Cruijff. Hij is dood. Dat is verschrikkelijk. Ik heb op de radio een gedicht over hem voorgelezen. Ik hield van hem, de beste van de wereld. Daarom draag ik ook schoenen van het merk Cruyff. Altijd. Al 36 jaar dat ik in Nederland woon. Ik ben hem dankbaar voor Nederland.' Noot: De gemeente Dordrecht laat weten dat niet kan worden gegarandeerd dat Xuan Tran op de Visbrug kan blijven, ondanks de grootscheepse steunbetuiging vanuit de bevolking. Het eerste plan van het college van B&W om een gat in de brug te maken lijkt wel van de baan. Momenteel wordt gestudeerd op een nieuw inrichtingsplan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden