'Ik wil mensen tegen elkaar en de elite opzetten'

Schrijvers Jessica Dürlacher en Tommy Wieringa vertrokken bij uitgeverij De Bezige Bij omdat hij kwam: de omstreden Belgische activist Abou Jahjah. Vandaag verschijnt zijn boek 'Pleidooi voor radicalisering', maar wat moet de lezer ermee?

'Allochtonen hebben vaak de neiging om vooral te schrijven over racisme en discriminatie'Beeld An-Sofie Kesteleyn

In februari brak in het Nederlands literair milieu een hevige discussie los toen bekend werd dat Abou Jahjah een contract had getekend bij uitgeverij De Bezige Bij. Met hem had het uitgevershuis een antisemiet binnengehaald, vond een handvol Bezige Bij-auteurs. Die uitgeverij, opgericht door verzetsheld Geert Lubberhuizen, was wel de laatste plek die Abou Jahjah welkom moet heten. Toen de uitgeverij voet bij stuk hield en verklaarde niet van publicatie af te zien, namen enkele auteurs - Jessica Dürlacher, Tommy Wieringa - afscheid.

Wie verwachtte dat de controversiële Belgisch-Palestijnse activist Dyab Abou Jahjah (45) zijn debuut bij De Bezige Bij zou maken met een explosief geschrift, staat een teleurstelling te wachten. Zijn boek Pleidooi voor radicalisering, dat vandaag verschijnt in de pamflettenreeks Horzels, is taaie, academische kost vol marxistisch gevit op de politieke en economische status quo die neergehaald moet worden met 'constructief radicalisme'.

Over actieve politiek gaat het ook niet - volgens Abou Jahjah is het boek vooral een 'intellectuele denkoefening' over radicaliteit. 'Allochtonen hebben vaak de neiging om vooral te schrijven over racisme en discriminatie', zegt Abou Jahjah in de lobby van een Brussels hotel. 'We moeten duidelijk maken dat we meer te vertellen hebben. We hebben ook een mening over de inrichting van onze wereld.'

Wat moeten we met dit boek?

'Met dit pleidooi wil ik mensen tegen elkaar opzetten. Niet op basis van hun identiteit, hun religie of etniciteit. Ik wil de mensen die de status quo willen neerhalen, opzetten tegen de elite die de status quo wil behouden. Dat is een radicaal pleidooi, maar het is wel constructieve radicaliteit.'

Dat ga je toch niet gedaan krijgen met zo'n stugge tekst?

'Ik meen dit pleidooi echt. Ik geloof echt dat we constructief radicalisme nodig hebben om de status quo te beëindigen. Tegelijkertijd kun je niet te makkelijk doen over het begrip radicaliteit. Daarom ga ik ook zo de diepte in. Wat is status quo? Wat is een systeem? Wat is chaos? Dat zijn vragen die moeten worden beantwoord.'

'Een paling in een emmer vol snot', liet Bezige Bij-auteur Marcel Möring in april in De Groene Amsterdammer optekenen over Abou Jahjah. Waar staat Abou Jahjah precies? Het is soms moeilijk vat op hem te krijgen. Zijn uitgesponnen en vaak ondoordringbare retoriek doet telkens afvragen of hij ergens een redelijke nuancering aanbrengt, of juist iets relativeert wat niet te relativeren valt.

In zijn boek is dat bijvoorbeeld het geval bij zijn behandeling van het jihadisme. Het is volgens Abou Jahjah niet de leer van het jihadisme die radicaliseert, maar het zijn eerder de politieke en sociaal-economische uitsluiting en vernedering van mensen. Hij maakt de vergelijking met het nazisme. Voordat miljoenen Duitsers vielen voor het nazisme, waren zij vernederd en geradicaliseerd door de Vrede van Versailles en een torenhoge inflatie.

Volgens die analogie zijn jihadisme en nazisme een gevolg van radicalisering; ze zijn geen radicaliserende kracht op zichzelf. 'Ideologieën bepalen de richting van een conflict', zegt Abou Jahjah, 'zij creëren dat conflict niet.'

Zo verklaar je ook jihadisme - daar ligt volgens jou niet religie aan de basis maar politieke en sociaal-economische uitsluiting.

'Het is niet zo dat islamitische jongeren zeggen, ach ja de islam, dat is interessant, laat ik daarmee gaan strijden. Die jongens vertrekken niet vanuit een diep religieus gevoel. Zij kijken: wie staat er vandaag op tegen de westerse hegemonie, tegen het imperialisme. Dat zijn de jihadisten van IS en Nusra. Daar sluiten ze zich bij aan. Vroeger hadden ze een andere keuze gemaakt: als je toen wilde vechten, sloot je je aan bij linkse groepen, de communisten, de dekoloniale krachten.'

Dat is een politieke analyse. Er zijn toch ook jongeren die zich aansluiten bij het jihadisme omdat het een religieuze plicht is?

'Het gebeurt vanuit een verzetsdynamiek. Vroeger sloten deze jongeren zich aan bij linkse krachten, zoals het Arabisch socialisme. Die ideologieën zijn failliet gegaan. Daarvoor zijn sinds de jaren tachtig islamistische krachten in de plaats gekomen die tegen westerse hegemonie vechten. De basis is dezelfde, het gebeurt vanuit verzet tegen imperialisme, maar de vlag waaronder dat gebeurt, is van kleur veranderd - van marxistisch rood naar jihadistisch zwart.'

Het klinkt alsof je de inherente gewelddadigheid van het jihadisme probeert wit te wassen.

'Mensen die dat zeggen, zullen ook zeggen dat ik het nazisme witwas. Nogmaals als voorbeeld: het zijn niet de ideeën van Hitler en Goebbels die Duitsers hebben overtuigd om radicaal te worden. Het is hun realiteit van politieke en economische vernedering die hun overtuigd hebben om radicaal te worden.'

Geldt deze analyse ook voor een weinig religieuze en weinig politieke jihadist als Salah Abdeslam die in Brussel heeft huisgehouden?

'Salah is misschien niet religieus geradicaliseerd, maar hij is wel politiek geradicaliseerd. Hij heeft gehandeld als agent van IS. Hij en andere jongens hebben zich aangesloten bij de verzetsdynamiek van IS, een organisatie die zegt het op te nemen tegen westers imperialisme.'

Dit lijkt bijna meer op 'begrip hebben voor' dan op slechts 'begrijpen'.

'Ik denk dat een verstandig mens altijd dingen wil ontleden. Ik begrijp het nazisme, maar ik heb er geen begrip voor. Ik begrijp het zionisme, maar ik heb er geen begrip voor. Ik begrijp dat veel jonge moslims hier zich vernederd voelen door het westers imperialisme, door racisme en uitsluiting en dat ze dan zeggen: oké, ik ga hier weg, ik ga strijden. Ik begrijp dat, maar ik heb er geen begrip voor.'

In Nederland heeft Abou Jahjah door zijn optreden in Zomergasten her en der aan sympathie gewonnen. Behalve bij zijn gezworen vijanden en collega-schrijvers van De Bezige Bij.

Had je niet uit wellevendheid naar een andere uitgeverij moeten overstappen?

'Waarom?'

Omdat er bij De Bezige Bij mensen zitten die hechten aan de verzetsgeschiedenis van de uitgeverij en het kwetsend vinden om dit uitgevershuis te delen met een felle antizionist.

'Het gaat hier om elitaire types, die hebben niet de geschiedenis van de uitgeverij gemaakt. Als die uitgeverij echt een verzetsuitgeverij is, dan hoor ik juist daar. En daar horen Leon de Winter en Jessica Dürlacher niet bij. Want die staan juist achter bezetting, die van Israël. Zij staan achter onderdrukking, achter misdaad tegen de menselijkheid. Dat is een belediging van een verzetsgeschiedenis van een uitgeverij.'

De verdenking van antisemitisme heeft Abou Jahjah altijd aangekleefd. Twee jaar geleden zagen sommigen dat antisemitisme weer bevestigd toen hij op Twitter de politicus Bart De Wever een 'zionistenpijper' noemde. Aanleiding was het voorstel van De Wever om het leger in te zetten nadat er een fatale jihadistische aanslag was gepleegd in het Brussels Joods museum.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Is iemand een 'zionistenpijper' noemen niet antisemitisme?

'Er is niks antisemitisch aan die uitspraak. Hij is hooguit smakeloos. Daarom heb ik het ook veranderd in 'zionistenknecht'.'

Dit soort uitspraken vallen binnen een discutabel patroon. In een interview in Vrij Nederland achtte je het bijvoorbeeld verdedigbaar als mensen bij anti-Israël-demonstraties de Israëlische vlag gelijkstellen aan een hakenkruis.

'Absoluut, dat is verdedigbaar, want het is de vlag van een land dat etnisch zuivert.'

Maar de Israëlische vlag gelijkstellen aan een hakenkruis heeft toch een antisemitische dimensie?

'Waarom zou dat antisemitisch zijn? Het is een vlag van een politieke beweging die uitgemond is in een apartheidsstaat die elke dag etnisch zuivert.'

Maar er wordt heel bewust gekozen voor het antisemitisch symbool bij uitstek: de hakenkruis.

'Ja, maar dat is alleen om de vergelijking nog pijnlijker te maken. Zo van: wacht even, jullie zijn op dezelfde manier bezig als nazi's.'

Ander voorbeeld: de rapper Appa, waarmee jij sympathiseert, die riep op een anti-Isräel-demonstratie 'fuck de Talmoed' (belangrijkste religieuze boek binnen jodendom, red.) Wat vind je daarvan?

'Dat is natuurlijk problematisch.'

Is het slecht 'problematisch' om 'fuck de Talmoed' te roepen of is het antisemitisch?

'Hij was niet op de hoogte van wat de Talmoed is. Hij dacht dat het een soort haatboek is. Appa erkende zijn fout. Hij zei: ah oké, als het echt iets is van de joden dan is dat niet oké. Op dat moment is zijn opmerking voor mij niet antisemitisch.'

Laat Appa's verwarring over de Talmoed niet zien dat grens tussen antizionisme en antisemitisme makkelijk overschreden kan worden?

'Er zijn wrokgevoelens tegenover de joden, maar om dat meteen antisemitisme te noemen, is voor mij een brug te ver. Antisemitisme is voor mij joden inferieur noemen, of zeggen dat ze een complot voeren om de wereld te domineren.'

Milder

Naar eigen zeggen is Abou Jahjah in de loop der jaren milder geworden, genuanceerder. In België behoort hij inmiddels tot de mainstream cultuur. Daar leeft sterk de hoop dat Belgische moslimjongeren eerder de oren zullen laten hangen naar de radicale retoriek van Abou Jahjah dan naar het gewelddadig jihadisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden