INTERVIEW

'Ik wil het opnemen voor de dood, want die wordt al genoeg gehaat'

Afgelopen december sprak Sara Berkeljon striptekenaar Peter Pontiac over de dood en zijn boek hierover. Van een tweede gesprek is het nooit gekomen.

De tekening die Peter Pontiac mailde voorafgaand aan het interview.Beeld -

Halverwege december mail ik Peter Pontiac met de vraag of ik hem een tijdje zou kunnen volgen tijdens het maakproces van Styx, zijn nieuwe boek over de dood. Via crowdfunding - een idee van zijn dochter, zelf vond hij het 'nogal gênant' - heeft hij geld opgehaald om het project te financieren: 17.500 euro was er nodig, en daar was de teller half december al ruim overheen. Hij kan nu onafgebroken aan het boek werken, zonder tussendoor opdrachten te hoeven doen om de huur te kunnen betalen. Pontiac lijdt aan hepatitis C en wordt niet meer behandeld. Haast is geboden, wil hij het project voltooien.

Dit mailt hij terug:

'Hallo Sara B,

Dat duurde even, vergeef me.

Ik heb geijsbeerd en gepeinsd, maar het was mijn vrouw die de knoop doorhakte, als ad hoc hoofdzuster. Zij zegt dat het momenteel te zwaar is voor mij in mijn wankele toestand. Eén (liefst niet te lang) interview, met de mogelijkheid nog een aantal nagekomen vragen per mail beantwoord te krijgen, dat zou nog wel te doen zijn. Voor een intensievere aanpak is het wachten op een gezondheidsverbetering, vrees ik.

Groet, Peter P.'

Hij heeft een tekening bijgevoegd, een schets van een geraamte op de rand van een open graf, gebogen, kijkend naar de grafsteen. Daarop staat: 'Strakjes.'

Op 30 december spreken we af, bij hem thuis in Amsterdam, waar hij werkt in een volgepakt kamertje met afgeplakte ramen. Zijn vrouw brengt een thermoskan thee en een boterham met gebakken ei. Pontiac (63) wil in januari weer naar Friesland, vertelt hij. Daar staat een blokhut met 'een gemeen houtkacheltje' waar hij regelmatig werkt, in alle rust. Het boek moet af, hij is op de helft.

Pontiac: 'Ik durf niet te zeggen hoe lang ik nog nodig heb. Dat hangt af van de obstakels op de weg - of ik ziek word, bijvoorbeeld. Ik heb nu tachtig bladzijden en ik hoop dat dat het dubbele wordt.'

In Styx is de dood de hoofdpersoon. De veertien statiën van het kruisigingsverhaal van Jezus Christus - van de terdoodveroordeling tot het graf - vormen de ruggengraat van het boek. 'Alleen is bij mij niet Jezus de hoofdpersoon, maar de dood, en de dood draagt geen kruis, maar zijn eigen kist. En mijn boek eindigt hopelijk op een veel luchtiger toon dan het kruisigingsverhaal van Christus.'

Beeld X

Weet je al hoe het eindigt?

'Nee, dat bepaalt zichzelf een beetje. Als ik doodga, is het boek in elk geval afgelopen. Daar moet ik rekening mee houden. Het is gek dat mijn leven en werk nu volstrekt één ding zijn geworden. Het betekent dat een tegenslag niet alleen maar een tegenslag is. Ik denk ook: ha, goeie troef voor in mijn boek.'

Een van de laatste tekeningen van Pontiac.Beeld Peter Pontiac

Wanneer dacht je dat, bijvoorbeeld?

'Ik was net behandeld en lag in het ziekenhuisbed te lezen, met mijn vuist achter mijn hoofd. Opeens voel ik dat mijn nek kletsnat is. Ik trek mijn hand weg en zie dat die helemaal onder het bloed zit. Het liep langs de lakens op de grond. Mijn infuus was losgegaan. Behoorlijk heavy, natuurlijk, maar ik denk dan ook meteen: wauw, goeie tekening. Zo'n druipend bed.'

Waarom de veertien statiën?

'Ik ben katholiek opgevoed en die veertien statiën hangen in elke katholieke kerk. Verder denk ik liefst nooit meer aan de kerk, of het moet in negatieve zin zijn. Het is niet leuk om katholiek te zijn opgevoed. Het ging altijd maar over de hel, het branden. Spijt, schuld en schaamte - het gevreesde drietal. Ze verknippen je, dat raak je nooit helemaal kwijt.'

Hoe houd je de toon in Styx 'luchtiger dan het kruisigingsverhaal'?

'Door zelfrelativering. Ik heb dingen uit Styx aan collega's laten lezen en die gniffelen alleen maar. Het is een zwaar onderwerp, maar als je de lezer een beetje wilt meekrijgen, moet je niet te somber van leer trekken. Daar zit niemand op te wachten, ikzelf ook niet. Bij Kraut, het boek over mijn vader (die tijdens de oorlog lid was van de Waffen-SS, red.) begon ik eerst heel erg te schelden op nazi's en fascisten. Al snel kreeg ik in de gaten: ik moet opnieuw beginnen, anders schiet ik mijn doel voorbij.'

De toon in Kraut is mild, alsof je probeert hem te begrijpen.

'En zo wil ik dat in Styx ook doen. Ik wil het opnemen voor de dood, want die wordt al genoeg gehaat.'

Uit Pontiacs meesterwerk Kraut, een boek over zijn vader, die in de Tweede Wereldoorlog lid was van de Waffen-SS.Beeld Peter Pontiac

Wat weet je eigenlijk van de dood?

'Niks natuurlijk. De dood is veel te reusachtig om door één enkel hoofd te worden omvat. Ik ben maar begonnen met het tekenen en beschrijven van mijn ziekteverloop. Ik schuif het moment voor me uit waarin ik het echt over de dood moet hebben.'

Waar begint het verhaal?

'In 2000. Ik heb Kraut net af en mijn uitgever vraagt wat mijn volgende onderwerp wordt. De dood, zeg ik, onvoorbereid, maar ik begin er verder niet aan. Een paar jaar daarna krijg ik ineens dikke voeten. De dokter doet een aantal tests en zegt: je hebt een verstoorde bloedsomloop, veroorzaakt door hepatitis C.'

Wist je meteen al hoe ernstig dat was?

'Nee, dat is langzaam tot me doorgedrongen. Er werd me verteld dat ik het al 25 jaar had en dat er nauwelijks iets aan te doen is. Het is een leverontsteking die steeds erger wordt, en daarbij heb ik ook nog een levercirrose. Mijn lever is half versteend, onbruikbaar geworden. Ik kwam in aanmerking voor een transplantatie, maar dan moest ik eerst drie tumoroperaties ondergaan. De kans was groot dat ik mijn hele verdere leven doodziek onder systeemplafonds moest doorbrengen, dat wil ik niet. Ik heb nu afscheid genomen van het ziekenhuis. Mijn lever wil dat ik lief voor hem ben, geen kuren meer. Ik probeer het verder zelf wel, met alternatieve middelen, thuis met mijn lief. Dat gaat best goed, ik heb alleen weinig energie.'

Hoe kan het dat het 25 jaar duurde voordat je wist dat je ziek was?

'Zo werkt het met hepatitis C. Ik ben lang een junk geweest, tot 1984; ik stopte met spuiten toen ik een dochter kreeg. Mijn vrouw had al drie kinderen en toen heb ik er per ongeluk nog eentje bij gemaakt. Ze was de ex-vriendin van een spuitmaat van mij. Een bekende Amsterdamse verschijning in die dopewereld. Ze heeft een vreselijke tijd gehad met die klootzak, die alles van haar jatte, ze had nooit geld en zorgde in haar eentje voor de kinderen. Ik vroeg haar mee uit en we bleken het goed te kunnen vinden, maar die ex pikte het niet. Ik wilde best voor haar en de kinderen zorgen, maar niet als ik elke dag bang moest zijn. Daarom zijn we naar Bussum gevlucht. Best leuk natuurlijk dat de kinderen allemaal opgegroeid zijn onder dikke bomen, met groen om zich heen. Maar na 25 jaar Bussum kon ik geen kakker meer zien.'

Beeld Collectie Lambiek

Je hebt een ziekte opgelopen door het drugsgebruik, maar dat ontdekte je pas 25 jaar later, toen dat leven al ver achter je lag.

'Er zat een soort elastiek aan me vast, naar het verleden toe, dat schoot ineens los en kwam met een knal tegen mijn achterhoofd. Ineens was ik weer een ex-junk, in plaats van een meneer die ooit in zijn leven wat stomme dingen gedaan had. Het is jammer, maar eigen schuld, dikke bult.'

Terwijl het je gelukt was om te stoppen, een aanwezige vader te zijn, carrière te maken.

'Toen ik gebruikte, had het zijn charme. Het junkenleven was voor mij op dat moment een fascinerend leven. Er waren ooit voordelen, maar die werden steeds kleiner, tot er alleen nog maar nadelen waren. Ik was de hele dag aan het rennen om een gevoel te bereiken dat andere mensen altijd hadden - dat je je oké voelt, namelijk. Niet euforisch, maar oké. Ik was behoorlijk verslaafd, op het laatst aan een combinatie van heroïne en cocaïne.'

Beeld Collectie Lambiek

Hoe betaalde je dat?

'Ik ben altijd blijven tekenen. Ik heb nooit gestolen, behalve van dealers. Als die naar de wc waren, probeerde ik snel wat dope te jatten. Maar nooit van een onschuldige.'

Waar bestond de charme van het junkenleven uit?

'Ken je The Velvet Underground? Ik was 17 en hun eerste plaat sloeg bij mij in als een bom. Die rauwe, stadse romantiek sprak me ontzettend aan. Ik begon met trippen, maar raakte een beetje de weg kwijt, liep constant akelig te hallucineren. Toen kwam ik een paar vage kennissen uit Utrecht tegen. Die hadden ruwe zwarte opium bij zich - heroïne was er nog niet in Nederland. In een mooi foedraaltje. Het was niet smoezelig, eerder dandyesk, bij kaarslicht. Na dat eerste opiumshot begon ik te huilen omdat ik me eindelijk kon ontspannen. Het was alsof ik na jaren eindelijk mijn knellende schoenen mocht uitdoen.'

Je was meteen verloren.

'Psychisch wel. En na een paar weken ga je je ook fysiek heel naar voelen wanneer je niet kunt gebruiken. Het oefent nu gelukkig geen enkele aantrekkingskracht meer op me uit. Sinds ik die hepatitis heb, drink ik ook niet meer. Ik kan het iedereen aanraden: het is beter voor je humeur, je slaapt beter, je voelt je beter. Ik ben echt van de blauwe knoop geworden.'

Kenmerkend aan Pontiacs stijl is de gedetailleerdheid.Beeld Collectie Lambiek

Waar is jouw fascinatie voor de dood ontstaan?

'Waarom is niet iedereen gefascineerd door de dood? Het is een enorm geheim, en het staat ons allemaal te wachten. En het gáát tenminste ook ergens over. De wereld hangt aan elkaar van oppervlakkig schapengeblaat. Ik zag laatst een reclame met de slogan: Je leeft voor je plezier. Wat een onzin. Volgens mij leef je niet voor je plezier. Je kunt je leven als plezierig ervaren, maar je leeft niet vóór je plezier. Taak is misschien een groot woord, maar je bent hier niet om alleen maar een beetje lol te hebben. Ik weiger het leven te zien als een biologische grap. En ik erger me eraan dat alles maar leuk moet zijn. Veel mensen zijn tot in hun merg verpest, die zien de wereld als een groot pretpark. Ze hebben ervoor betaald, denken ze, en dus moet het soepel verlopen, want anders gaan ze klagen.'

En dat is erger geworden.

'Volgens mij wel. Mensen zijn verwender en ontevredener geworden. Maar goed; de Grieken schreven ook al dat de mensen elkaar vertrappen om maar te pakken wat ze pakken kunnen, dat ze het onvergankelijke in henzelf verwaarlozen ten faveure van het vergankelijke. Iemand, ik weet niet meer wie, zei: wie de waarheid wil weten, bestudeert de dood. Dat lijkt mij heel waar.'

Hoe bestudeer je de dood? Wat bestudeer je dan?

'Veel mensen lopen ervan weg, want ze vinden het eng en ongezellig. Dat moet je om te beginnen niet doen.'

Je bent er al een tijd mee bezig, heb je het idee dat je over de dood iets wijzer bent geworden?

'Nee. Maar ik snap wel beter dat ik dom ben.'

Waarom zou het leven geen biologische grap kunnen zijn?

'Daarvoor heb ik te veel dingen meegemaakt die ik niet als toeval kan aanmerken. Ik werd door het tv-programma Vermist gevraagd een aandenken te tekenen voor achtergebleven familieleden. Ik ging naar een echtpaar onder de rook van Gorinchem. Hun dochter was negentien jaar daarvoor op 19-jarige leeftijd verdwenen. Ze had voor haar verdwijning gevochten in de keuken van het huis, er lagen kapotte spullen en bloed. Ik vroeg aan het echtpaar wanneer het meisje was verdwenen. In de nacht van 19 juni 1984, zeiden ze, precies de nacht dat mijn dochter werd geboren. Dat vond ik zoiets weirds. Ik denk dat er bepaalde draden zijn gespannen, dat er een choreografie is, dat zoiets als dit betekenis heeft.'

Beeld Collectie Lambiek

Ben je gelovig?

'Niet in een sinterklaas daarboven. Maar ik ben ook geen atheïst die zegt: als God had bestaan, had-ie dit of dat wel tegengehouden, omdat ik dat soort uitspraken ontzettend dom en kinderlijk vind. Ik noem mezelf principieel licht-gelovig, wat inhoudt dat ik bereid ben alle opties te overwegen.'

Pontiac eet de helft op van de boterham met ei. Na afloop van het gesprek nodigt hij me uit in Friesland, zodat ik de blokhut kan zien, en hoe leeg en stil het er is. Mooi voor het verhaal. Half januari, is het plan. Ik mail hem op 6 januari. Om half twaalf 's avonds mailt hij terug:

'Hallo Sara,

Ook ik vond het een prettig gesprek, al was ik niet erg gelukkig met mijn futloze gebabbel.

Ik weet nog niet exact wanneer ik weer in Friesland ben. Gokte op de 21ste januari, maar dat gaat niet lukken.

Ik laat 't je z.s.m. weten!

Groet,

Peter'

Kenmerkend aan Pontiacs stijl is de gedetailleerdheid.Beeld Collectie Lambiek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden