INTERVIEW

'Ik wil dat kunst als kunst gezien wordt, óók als het uit de Arabische wereld komt'

Het Midden-Oosten staat in brand, maar de tentoonstelling van curator Nat Muller in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam gaat juist niet over oorlog en revolutie.

Beeld Ivo van der Bent

Het laatste wat curator Nat Muller en haar collega in Libanon, Angela Harutyunyan, wilden was een didactische tentoonstelling. Zo van: 'Kijk eens, hier leren we wat over het Midden-Oosten.' Toen ze tijdens hun voorbereidingen op de quote 'This is the Time. This is the Record of the Time' van zangeres Laurie Anderson (uit From the Air, 1982) stuitten, wisten ze zeker: juist níét over de oorlogen in de Arabische regio, maar hierover moet het gaan: over het vastleggen van je eigen tijd.

In de tentoonstelling, die aanstaande zaterdag opent, dus geen foto's van gebombardeerde wijken of demonstraties. Wat er wel is: afbeeldingen uit gedateerde geschiedenisboeken die naar geweven tapijten zijn vertaald (van Kritina Benjocki), talloze turfstreepjes die in de afgelopen week op de wand zijn getekend (van Rayyane Tabet) en ateliergeluiden die op vinylplaten zijn vastgelegd (van Peter Fengler). Werk waarin tijd en aandacht zijn vastgelegd.

Nat Muller: 'In de continue toevloed van informatie en beelden stapelt alles zich op en wordt het gelijkwaardig: tweet, update, petitie, nieuwsfoto. Het is tijd voor een rustpunt. Wat gebeurt er nu echt? Daarom gaat deze tentoonstelling over hoe je iets registreert, en wat dat betekent.'

Zijn er in het Midden-Oosten nu niet veel hetere hangijzers?

'Natuurlijk. Maar kunstenaars uit, laat ik maar even zeggen 'de rest van de wereld', buiten Amerika en Europa dus, worden vaak in een hokje geduwd. Ze moeten een politiek statement maken, ze moeten een spreekbuis voor hun maatschappij zijn. Hun werk komt op de tweede plaats.

Beeld Ivo van der Bent

'Dat vind ik jammer. In Nederland lijkt het nog erger dan elders. Er zijn kunstenaars die meedoen aan grote internationale evenementen - biënnales, Documenta - waar ze niet per se die sociale rol hebben. Maar als je die hier in Nederland toont, moet het meteen weer onder een vlag van 'Arabische lente' of revolutie. Daarmee doe je die kunstenaars uiteindelijk tekort. En jezelf als kijker ook.

'Een van de kunstenaars uit Beiroet was hier afgelopen week in het Stedelijk Museum. Hij kwam geschokt terug. 'Fantastische collectie, Nat', zei hij, 'maar verdomme, ze lopen wel tien jaar achter.' Niet-westerse kunst, die de afgelopen twee decennia toch echt in musea wereldwijd is opgenomen, vond hij daar nauwelijks.

'Ik wil het anders doen. Ik wil graag dat kunst als kunst gezien mag worden, ook als het uit de Arabische wereld komt.'

Uiteindelijk is het idee van iets vastleggen, registreren, ook een heet hangijzer volgens Nat Muller. In de Arabische regio zeker, daar worden de media niet vertrouwd, maar het medium zelf evenmin. Een krant, radio, zelfs een geschiedenisboek - machthebbers kunnen dat altijd gemanipuleerd hebben. Muller: 'De eerste kunst uit de Arabische wereld die bekend werd, van vooral Libanese kunstenaars als de Atlas Group, Rabih Mroué en Akram Zaatari, ging precies daarover. Dat ging van: ik toon jou een foto, maar is die echt? Ik heb hier een archief, maar is dat wel waar? Of is het gedeeltelijk waar?'

Dat was misschien politieke kunst, maar geen directe reactie. 'Wat je niet moet vergeten: dat was in 2001, 2002. Er zat tien jaar tussen het einde van de burgeroorlog in Libanon en de eerste hier bekend geworden kunstwerken die daar naar verwezen. Er moest tijd overheen gaan.'

Nu, zegt ze, is daar geen geduld meer voor. 'Als er ergens een revolutie of een oorlog uitbreekt, willen westerse instellingen twee maanden later een festival met nieuwe video's. Het verwachtingspatroon is steeds: jullie zijn toch kunstenaars, jullie moeten nu toch iets te zeggen hebben?' Terwijl veel van de haar bekende kunstenaars er dan juist voor kiezen hun kunstenaarschap tijdelijk neer te leggen, omdat ze actief deelnemen of ronduit gevaar lopen. 'Soms is het geen tijd voor kunst.'

MENASA-specialist

De Nederlandse curator Nat Muller (1974, geboren in Maracaibo, Venezuela) pendelt al tien jaar tussen Rotterdam en het Midden-Oosten. Na haar studie Engelse literatuur in Tel-Aviv en Sussex deed ze theorie-onderzoek aan de Jan van Eyck Academie en specialiseerde zich in mediakunst. Vanaf 2004 legt zij zich toe op kunst uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuidoost-Azië (de MENASA-regio) en maakte tentoonstellingen in Amsterdam, Novi Sad, Dubai, Beiroet, Istanbul en Sharjah. Ook schrijft zij voor onder meer Ibraaz.com, ArtAsiaPacific, Metropolis M en Harper's Bazaar Art Arabia.

Wat trekt je zo aan in die regio?

'Ik was geïnteresseerd vanuit mijn achtergrond in de mediakunst. Het Midden-Oosten is het meest gemediatiseerde plekje op aarde, beelden daar vandaan beheersten de media - nog steeds. Ik dacht: wat voor beeld zetten kunstenaars daar tegenover?'

In 2005 vloog ze voor het eerst naar Beiroet, met de naam van één contactpersoon op zak. 'Het was twee dagen na de aanslag op voormalig premier Rafik Hariri. Het vliegtuig was leeg, niemand wilde daar toen heen. Ik had geen flauw idee. Er waren continu demonstraties en daar ging ik naar toe, want daar kon ik kunstenaars ontmoeten. Het werd een stoomcursus Libanese geschiedenis.' Er heerste een enorme dynamiek, herinnert ze zich, gecombineerd met een ongelooflijke gastvrijheid. 'Ik ben geen dag alleen geweest.'

'Daarbij komt nog dit: in de kunstwereld wordt veel gepraat over 'gestures', over het maken van een gebaar. Hier is dat veilig: je staat in een museum, wordt ondersteund door de overheid.' 'Choqueren' of 'kritische kunst' zijn dan relatieve begrippen.

'Dáár heb je die structuren niet. Aan alles wat je maakt, kleeft een risico. Voor jezelf, je familie, je baan. Geloof me, ik zou de Nederlandse democratie nooit willen inwisselen voor een Arabisch regime. Maar voor mij als curator voelt het urgenter om daarmee bezig te zijn.'

Libanon was en is relatief vooruitstrevend. Je werkt ook met kunstenaars uit de Golf, waar een totaal andere situatie is: maximum geld, minimum vrijheid. Jij bent daar openlijk kritisch over, maar werkt er ook. Wat doet de Golf voor de kunstwereld?

'In de Golf heb je autocratische, tribale monarchieën. Een tweet kan je in de gevangenis doen belanden, buitenlandse arbeiders worden behandeld als slaven. Kunst dient om die regimes een zachter gezicht te geven. Daar worden bakken geld aan uitgegeven, er worden 'starchitects' ingehuurd, de internationale stercurator Hans Ulrich Obrist en Tate Modern-directeur Chris Dercon duiken er op en steken de loftrompet. De belangen zijn snel verstrengeld geraakt: zo zit Sheikha Hoor Al Qasimi (Verenigde Arabische Emiraten) in het bestuur van MoMA PS1 en in de raad van toezicht van Kunst-Werke in Berlijn. De koninklijke familie van Qatar subsidieert tentoonstellingen en aankopen van Tate Modern.'

Muller vindt het belangrijk dat daarover opener wordt gesproken. 'Want sorry mensen, dictatuur en progressieve hedendaagse kunst, dat gaat nu eenmaal niet zo lekker samen. Wij zijn verblind door die pot met goud maar reken maar: in de Golf doet men wat goed is voor de Golf.

'Sinds 2011, sinds de revoluties in Noord-Afrika, is de nervositeit in de Golf enorm toegenomen. Er mag nóg minder. Tekenend is wat bij een aantal grote instellingen gebeurt, van de Sharjah Biennale (Verenigde Arabische Emiraten) en het Doha film instituut in Qatar, tot nieuwszender Al Jazeera en de krant The National. De buitenlanders die zijn aangetrokken om de reputatie op te bouwen, zijn eruit gezet en vervangen door 'eigen' mensen of ja-knikkers. Bij die dependances van het Louvre of het Guggenheim die daar nu gebouwd worden, zal hetzelfde gebeuren.

Global Collaborations

De tentoonstelling in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam valt binnen het Global Collaborations-programma van het Stedelijk Museum. De komende drie jaar wordt hiermee een inhaalslag gepleegd in het tonen van niet-westerse kunst, met name uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Er wordt samenwerking gezocht met een buitenlandse partner (momenteel met de American University of Beirut) en elke keer worden ook Nederlandse kunstenaars aan het programma toegevoegd.

'Ik heb in Dubai en Sharjah gewerkt, tentoonstellingen van mij zijn gecensureerd. Als curator word je beter behandeld, maar uiteindelijk ben je net als een arbeidsmigrant uit Pakistan of Nepal: at their service.' Ze heeft openlijk kritiek, bijvoorbeeld op het online platform Ibraaz.com en in internationale kunstbladen. 'Of ik er nog kan en wil werken is maar de vraag.'

Nat Muller vindt dat een zorgelijke ontwikkeling. Maar eerlijk gezegd: 'De oorlogen in Gaza, in Syrië, in Irak zijn dat nog veel meer. Ik houd mijn hart vast. En toch, als je me vraagt wat ik zoek in die regio is het misschien wel het meeste dit: die veerkracht, dat koppig doorgaan.'

Waiting for a manifestation, 2014.Beeld Rayyane Tabet

Global Collaborations: This is the Time. This is the Record of the Time,
Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, 13/9 t/m 9/11.
Vanaf 03/2015 in Beiroet.
smba.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden