'Ik wil dat je naar Pandora reist'

Twaalf jaar na Titanic presenteert James Cameron weer een speelfilm. Avatar, in 3D, wordt geacht de filmindustrie voorgoed te veranderen....

‘Waarom blauw? Gewoon, omdat ik van blauw houd.’ Pasklaar antwoord van James Cameron, op de vraag naar de keuze voor de huidskleur van de Na’vi, de door hem bedachte drie meter lange humanoïde wezens, die de fantasieplaneet Pandora bevolken. Paars had ook gekund, of wellicht rood. Groen was geen optie, want al gelieerd aan de marsmannetjes. Smurfen beschouwt de filmmaker kennelijk niet als concurrentie.

Dat het een afwijkende kleur moest zijn, stond wel vast; alles op Pandora is immers bont gekleurd. En racisme is een van de onderliggende thema’s van Camerons langverwachte monsterproductie Avatar, waarin een jonge Amerikaanse marinier verdwaald raakt op een verre planeet. Hoe kun je dat beter illustreren dan met een liefde tussen blank en blauw, tussen mens en mensachtige?

Zomaar lukraak een kleur kiezen, dat klinkt weinig geloofwaardig uit de mond van de man die zeven jaar van zijn leven in zijn nieuwe film stak, die zichzelf als een halve wetenschapper beschouwt en er prat op gaat elk detail in zijn werk te kunnen verantwoorden. Hele studies liet hij maken voor zijn buitenaardse flora en fauna, met de zeebodem als inspiratiebron (Cameron is fervent duiker). Ruimtevoertuigen werden getekend naar de nieuwste NASA-inzichten, waarbij de filmer eiste dat zijn ontwerpers materiaalsoorten tot aan de fictieve moeren en bouten konden verantwoorden (Cameron werkt zelf ook als adviseur voor de NASA). Voor de taal van de blauwe wezens werd een vooraanstaand linguïst ingeschakeld, die een woordenboek Engels-Na’vi samenstelde uit de keelklanken van echte natuurvolkeren. Op de begeleidende film-cd wordt ook in Na’vi taal gezongen.

En dan de wezens zelf. Duizenden computeruren waren nodig om hun staarten fysiologisch correct te laten zwiepen. Elk detail telde: aders in de blauwe puntoren moesten tevoorschijn komen bij doorschijnend boslicht. De acteurs die hun mimiek leenden voor de wezens droegen met minuscule camera’s behangen badmutsen, die de fijnste nuances in hun gezicht registreerden.

Over de exacte kosten wil Cameron het vandaag in Londen, een dag na de wereldpremière (met blauwe loper), liever niet hebben. Het stigma van maker van duurste-films-aller-tijden kleeft aan hem; ‘maar daar gaat het niet om’. Hij doorbrak in 1991 als eerste filmer de budgetgrens van 100 miljoen dollar met Terminator 2: Judgement Day, en in 1997 die van 200 met Titanic, dat in de filmindustrie vanwege de exorbitante kosten als zekere flop werd beschouwd. Tot het publiek massaal toestroomde en de recettes alle records braken; 1,8 miljard dollar. De totale kosten van Avatar, inclusief die voor promotie, worden door verschillende Amerikaanse filmbladen geschat op zo’n 400 miljoen dollar. ‘De dollar staat nu natuurlijk minder sterk’, relativeerde Cameron enkele weken geleden nog.

Dat het de mogelijkheden tot een sequel waren die de filmmaatschappij over de streep trokken, wil hij wel toegeven, tijdens de officiële persconferentie in een balzaal van een Londens hotel. ‘Zo is het gepitched bij 20th Century Fox. We steken zoveel tijd, geld en energie in de creatie: er zijn modellen voor elke steen, boom, plant, voor elke apart bewegende spier van elk beest. Het lijkt verstandig om dit te beschouwen als een potentieel begin van een franchise, of een saga. Ik heb daartoe ook wel een plan, maar nog geen af script. We zullen eerst zien of deze film het goed doet.’

Een potentiële game-changer, zo wordt Avatar in Hollywood genoemd. De derde stap in de filmkunst, na geluid en kleur. De film die de industrie zal kantelen en 3D tot nieuwe standaard maakt, in elk geval voor de spektakelfilm. Wie het wil zien, of meemaken, zoals de makers liever zeggen, zal een kaartje moeten kopen voor de 3D-filmzaal. De trailer die al een week lang ook op de Nederlandse televisie te zien is, biedt daarbij wel een rudimentair idee van de film, maar kan onmogelijk overbrengen wat Avatar zo bijzonder maakt. Fotorealistische animaties in 3D, waarbij echt en computergegenereerd acteerwerk niet meer van elkaar te onderscheiden valt.

Sceptici zijn er ook. Toen Cameron enkele maanden geleden een publiek van filmjournalisten en fans alvast een voorproefje van twintig minuten bood, was het oordeel op de websites hard: meer kermisrit dan film, vermoeiend ook, voor de ogen.

Anderen beweren dat Cameron de industrie met Avatar al blijvend heeft beïnvloed, ongeacht of het publiek straks wel of niet wegloopt met zijn blauwe wezens. Tijdens de opnames liet Cameron ook bevriende collega’s langskomen en wat oefenen met het door hem zelf ontworpen, geavanceerde camerasysteem. Die collega’s, onder wie Steven Spielberg, Peter Jackson en Guillermo del Toro, nemen hun nieuwe films nu ook in 3D op. ‘Ik zal vanaf nu al mijn films in 3D maken, ongeacht het onderwerp’, zegt Cameron vol bravoure. ‘En we zullen zien welke andere filmmakers de handschoen oppakken.’

Ook in de toepassing van de techniek verschilt Avatar van de oude 3D-cinema. ‘Vroeger voelde de filmer zich verplicht de kijker er continu aan te herinneren dat die een 3D film keek, door allerlei zaken vanuit het doek naar voren te laten komen. Maar zo herinner je het publiek er ook aan dat het in een filmtheater zit, en dat wilde ik juist niet. Ik wil dat je naar Pandora reist en opgaat in de omgeving. 3D fungeert daarbij als raam, of beter: een portal. Ik kan wel steeds onze 3D-spier oefenen voor je ogen, maar dan wordt het een gimmick. Dat is het grote verschil: diepte gaat hier op natuurlijke wijze op in de filmkunst.’

Omdat nog niet elke bioscoop geschikt is voor 3D-vertoningen, wordt Avatar ook uitgebracht in 2D. Om uit de kosten te kunnen komen, is het van belang dat ook die gewone voorstellingen worden bezocht. Dat dwingt de filmmaker tot een wat rare spagaat. Net nadat hij de 3D-versie als het summum van de bioscoopervaring heeft aangeprezen, moet hij de film op 2D verdedigen. ‘Natuurlijk is er een verschil. Maar doet het een goedgemaakte film echt pijn? Maakt het goed acteerwerk minder? Of goede effecten? Ik denk het niet. Achtennegentig procent van mijn focus als filmmaker ligt bij zaken als het schrijven, regisseren, de shotcompositie – en die zijn gelijk op beide platformen. De keuze is aan de consument, maar 2D is een uitstekend basisniveau.’

Avatar speelt zich, niet toevallig, af in het jaar 2154, precies tweehonderd jaar nadat James Cameron werd geboren in Canada, waar hij opgroeide in het plaatsje Chippawa. Begin jaren zeventig verhuisde de familie naar Californië, waar Cameron als gesjeesd natuurkunde-student en parttime vrachtwagenchauffeur in de filmindustrie belandde, als modelmaker voor het B-film bedrijf van Roger Corman.

Een bekende, maar veelzeggende anekdote over Cameron – zoon van een ingenieur – is dat die zijn eerste camera (een gehuurd exemplaar ter waarde van 200 duizend dollar) eerst volledig demonteerde en weer in elkaar schroefde, voor hij ook maar een minuut filmde.

Cameron brak in 1984 door met de low budget sciencefiction The Terminator, met Arnold Schwarzenegger als moordende robot. Met films als The Abyss en Terminator 2 vestigde hij zijn naam als pionier op het gebied van (digitale) effecten, het grote crossover-succes kwam met Titanic.

Toch bracht die film hem niet de erkenning waarop hij had gehoopt. Hij werd gezien als de maker van de ultieme meisjesfilm, niet als de auteur van een groots liefdesdrama. Dat hij zich met zijn armen vol Oscars (de film kreeg er elf) uitriep tot ‘king of the world’, wordt vaak spottend in verband gebracht met zijn vermeende megalomane trekjes, zelfs al citeerde hij slechts een van de karakters in zijn film.

Cameron acht zichzelf van het kaliber Spielberg en Lucas, maar mist hun aura van onaantastbaarheid. Totalitair en schreeuwerig, zo geldt zijn reputatie op de set. Verschillende acteurs klaagden dat hij niet enkel zichzelf, maar ook zijn acteurs zonder schroom in gevaar bracht. Onlangs reageerde Cameron in een interview met Playboy op eerdere kritische uitlatingen van Titanic-ster Kate Winslet: ‘We lieten Kate slechts denken dat ze bijna verdronk. Een beetje hoesten en water proesten dat vind ik niet echt tellen. Ik ben meerdere keren bijna verdronken, ik weet hoe het voelt.’

Cameron gaf wel toe dat de ‘persoonlijke omgang met acteurs’ niet zijn grootste talent betreft – hij werkt er aan. En volgens de cast van Avatar, die hem flankeert tijdens de persconferentie, gedroeg hij zich dit keer voorbeeldig.

Centraal thema in zijn werk is de strijd tussen mens en techniek. In dat opzicht beschouwt hij Avatar als zijn meesterstuk; een filmische waarschuwing aan de mensheid. De Na’vi, die een reusachtige boom bewonen, en in volstrekte harmonie leven met de natuur, worden bedreigd door lompe mensen die uit zijn op grondstoffen.

Bang dat hij de ecologische boodschap iets te schematisch verpakt, is Cameron niet. ‘Dit is geen intellectueel proces, dit is beleving. Je voelt het wanneer de bulldozers de bomen omver rijden, want je hebt net gezien hoeveel die prachtige magische natuur betekent voor de Na’vi. De wijze waarop ik de informatie gebruik, is tegenovergesteld aan een film als An Inconventient Truth. Dit is avontuur, actie, visualisatie.’

De dystopische science fiction die hij als kind verslond, was vaak waarschuwend van aard, legt hij uit. ‘Hoeveel ik ook van Star Wars houd, met die film en de films die erna kwamen, verschoof het genre naar fantasie-escapisme. Avatar is een poging om sf terug te brengen naar de roots.’

Nog belangrijker dan alle effecten, acht hij daarbij de emoties. Cameron, een dag eerder tegen het publiek van zijn wereldpremière: ‘Ik daag iedereen uit niet te huilen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden