'Ik weet dat ik iemand zou kunnen vermoorden. Voor Walter White haalde ik inspiratie uit mijzelf'

In zijn eerlijk geschreven memoires zet acteur Bryan Cranston, die als vijftiger doorbrak met zijn rol als Walter White in Breaking Bad, zijn leven en rollen uiteen. Het is niet vanzelf gegaan.

Acteur Bryan Cranston.Beeld Taili Song Roth / August / Hollandse Hoogte

Bryan Cranston zit in Oregon, in het noordwesten van Amerika, waar hij net klaar is met de opnamen voor zijn nieuwste film - en dan is hij er ook echt klaar mee. Hup, naar huis, naar zijn vrouw en dochter in Los Angeles. Hoe mooi ook, dat acteren, hij is altijd blij als het voorbij is. 'Ik houd van mijn werk, van het filmen en de festivals, maar het is allemaal zo openbaar en sociaal. En ik ben niet meer zo sociaal. Ik wil altijd zo snel mogelijk terug naar huis. Als je ouder wordt, wordt duidelijker waar je je tijd in moet steken.'

Wie zijn stem zo hoort, over de telefoon, zonder hemzelf erbij te zien, ziet in eerste instantie toch even Walter White, de scheikundeleraar die zich in zes seizoenen Breaking Bad ontpopte tot grote drugscrimineel. Het is een vriendelijke stem, die bedachtzaam antwoord geeft op de vragen die hem worden voorgelegd. Je zou hem bijna vragen naar het recept voor crystal meth.

Maar Walter White is dus Bryan Cranston (61), die sinds die doorbraak als vijftiger een veelgevraagd acteur is geworden (volgende maand komt Wakefield uit, over een man die zich wekenlang op zijn zolder verstopt omdat hij, zoals Cranston zegt, 'de pauzeknop van het leven wil indrukken'). Daarnaast heeft hij zijn memoires geschreven, een boek dat onlangs in de Nederlandse vertaling is verschenen. Een leven in stukken, heet het, een eerlijk geschreven autobiografie waarin hij zijn rollen en zijn persoonlijke leven op een rijtje zet. Het is niet vanzelf gegaan.

'Er zijn vier elementen die je nodig hebt om te slagen', zegt Cranston. 'Talent, volharding, geduld en geluk. En ze hangen met elkaar samen. Talent is noodzakelijk, maar je moet volharden om het te ontwikkelen. En vervolgens moet je geduld opbrengen om op het geluk te wachten.'

Bryan Cranston, Een leven in stukken. Manteau; 288 pagina's; 19,99 euro.

Jeugd

De mensen die later zijn ouders zullen worden komen elkaar tegen zoals alle mensen elkaar tegenkomen, schrijft Cranston: op een acteeropleiding. Ze waren allebei als kleine krabbelaars naar Hollywood gekomen voor een van die mythische Amerikaanse Dromen: een beroemd acteur worden. Ze trouwen, krijgen kinderen, en dan geeft zijn moeder haar droom op om de droom van zijn vader te laten uitkomen. Het blijkt een recept voor een mislukking.

'Mijn vader wilde een absolute ster worden', zegt Cranston. 'Maar wat hij najoeg, was een illusie. Hij had kleine tv-rolletjes, maar het was nooit genoeg om brood op tafel te krijgen, en hij had dus andere banen nodig. Ideeën genoeg, maar die waren nooit goed doordacht. Een koffiehuis annex nachtclub? Hij dacht steeds dat hij het ging maken, maar alle plannen liepen dood.'

Als Bryan een jaar of 13 is gaat zijn vader ervandoor met een ander. Hij zal hem tien jaar niet terugzien. Zijn moeder raakt aan de drank. 'Als ik thuiskwam, zat mijn moeder aan de keukentafel met een kruik wijn naast zich, en dan beklaagde ze zich over mijn vader. Die moet zo nodig een ster zijn, zei ze dan. Maar hij is geen ster. En dat maakt hem gek.'

Zijn moeder kan het financieel niet bolwerken en ze worden door de bank uit hun huis gezet. Bryan en zijn broer belanden op de boerderij van zijn opa en oma, waar ze als boerenknechten moeten werken om in de kost te voorzien. Hij leert hoe je kippen moet onthoofden en de stal moet uitmesten. 'Ik heb al vroeg geleerd hard te werken', zegt Cranston. 'Veel mensen zien acteurs pas als ze rijk en beroemd zijn. Maar het is een misverstand te denken dat ze altijd rijk en beroemd zijn geweest.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Taili Song Roth / August / Hollandse Hoogte

Hollywood

Hij is geboren in Los Angeles, hij keerde er naartoe terug na het jaar bij zijn grootouders, zoals hij er steeds naar zou terugkeren - nu woont hij in Hollywood. En toch voelt Cranston zich er nooit helemaal thuis. 'Los Angeles is een plek waar mensen naartoe gaan om iets te bereiken, in de film, of televisie of muziek. Wie naar Los Angeles verhuist heeft een agenda, een plan. Het zijn hardwerkende mensen, ambitieuze mensen, op een plek die zelf ook ambities heeft en veel van hen eist. Je moet presteren of vertrekken. Ik ben hier geboren, en dus ben ik er min of meer aan gewend... maar ik houd er niet echt van. Ik wou soms dat ik ergens anders geboren en opgegroeid was. Er zijn mensen die naar huis gaan om tot rust te komen, om tot zichzelf te komen, om hun hoofd leeg te maken. Maar ik heb zo'n plek niet. Ik blijf in de drukte.'

Hollywood is niet alleen het toppunt van drukte en aantrekkingskracht - de naam van de stad werkt tegenwoordig ook afstotend. Met elke acteur of actrice die het opneemt voor Hillary Clinton of een andere Democraat bevestigt Hollywood het beeld dat andere Amerikanen ervan hebben: een stad vol vrijgestelden, een enclave vol geprivilegieerde leden van een elite die geen idee heeft van wat er in de rest van Amerika gebeurt.

'Er heerst een misverstand in de rest van de wereld over Hollywood', zegt Cranston. 'Ze kijken ernaar en denken: goh, dat is glamoureus, dat is makkelijk. Maar dat glamoureuze deel is alleen glamoureus voor hen. Voor ons is het gewoon deel van ons werk. Het is mijn werk om het gemakkelijk te doen lijken. Het is niet de bedoeling dat het publiek achter het gordijn kan kijken en ziet hoe moeilijk het was. De mensen in Hollywood zijn de hardstwerkende mensen die je ooit kunt tegenkomen. Ze hebben een arbeidsethos dat ik op weinig andere plekken heb gezien. Een ander misverstand is dat iedereen in Hollywood naar roem en rijkdom hongert. Ja, die zijn er ook, maar dat is een minderheid. Als een aankomend acteur mij vraagt hoeveel ik verdien en waar ik woon en in wat voor auto ik rijd, dan zeg ik dat hij beter een andere carrière kan gaan zoeken. Dat moet niet het doel zijn.'

Het vak

Cranston is het kind van acteurs, is zelf acteur geworden, heeft een vrouw die actrice is en een dochter die actrice is. En toch ziet hij zichzelf eerder als een soort bluecollaracteur, een arbeider. 'Ik ben opgegroeid in een arme familie en heb nooit een acteeropleiding gevolgd. Ik had weleens een toneelstuk gedaan op school, maar was eigenlijk voorbestemd om politieman te worden. Toch besloot ik acteur te worden - ook al had ik gezien wat dat met mijn vader had gedaan. Ik wilde het anders aanpakken. Als werk. '

Cranston was met zijn broer op een motorreis door Amerika. Tijdens een dagenlange regenperiode in de Appalachen leest hij Hedda Gabler van Hendrik Ibsen en raakt hij zo in vervoering dat hij ineens weet: ik word acteur. Maar dan niet zo'n acteur als zijn vader, een man die de illusie van de roem nastreefde, een man van alles of niets, maar gewoon, een acteur die plezier zou hebben in wat hij deed.

'Ik realiseerde me al snel dat wat ik belangrijk vond het tegenovergestelde was van wat mijn vader belangrijk vond. Ik denk dat het mij geholpen heeft om hem, heel jammer voor hem natuurlijk, te zien worstelen. Ik wilde gewoon een goede acteur zijn, ik zou wel zien waar me dat zou brengen. Ik had geen plannen of verwachtingen. Ik heb nooit de noodzaak gevoeld iets te moeten bereiken. Ik heb altijd gedacht: als ik mijn brood kan verdienen als acteur, wat zou dat fantastisch zijn. Dat is altijd mijn doel geweest. Dat lukte toen ik 25 was. Daarna heb ik mij wel verder ontwikkeld, maar het was niet zo heel belangrijk waar ik zou uitkomen. Ik was net zo blij met mijn eerste rol in een Mars-reclame als met de rol van Walter White.'

Walter White

Cranston had zeven jaar lang Hal gespeeld, een suffige vader in de serie Malcolm in the Middle, toen hij ineens weer werkloos thuis zat. De serie was onverwacht gestopt, en hij was weer ouderwets op zoek. Toen belde zijn zaakwaarnemer en vroeg hem of hij Vince Gilligan nog kende, de regisseur van The X-Files, waarin Cranston ooit een bijrolletje had gespeeld. Of Cranston dit script voor de trailer van een nieuwe serie eens wilde lezen. Breaking Bad, heette het: het slechte pad op gaan.

Cranston was meteen verkocht. Een personage dat van goedaardige leraar zou transformeren in een kwaadaardige crimineel: zoiets was nog niet eerder gedaan in een tv-serie. De meeste personages zijn zo plat als bordkarton, om ze zo voorspelbaar mogelijk te houden. Met Breaking Bad was dat anders. 'Tegen het einde zullen de kijkers hem niet herkennen', schrijft Cranston. 'En hij zichzelf ook niet.'

'Maar je blijft lange tijd sympathie voor hem houden', zegt Cranston. Hij denkt dat Walter White een veel menselijker misdadiger is geweest dan veel andere filmboeven. En daarmee realistischer. 'Een slechterik is nooit volledig slecht, een good guy is niet helemaal goed. Het enige wat je kunt hopen is dat je tijdens je leven meer goede beslissingen neemt dan slechte beslissingen. Walter White was iemand die in staat was om van anderen te houden. Hij hield van zijn gezin maar ook van zijn studenten. En goed, hij raakt gefrustreerd en verliest zijn eigenwaarde, en verliest dan ook zichzelf... en dan kiest hij een ander pad. Hij neemt beslissingen die slecht zijn voor anderen, en uiteindelijk ook voor zichzelf. Maar het zijn wel zijn besluiten. Hij is zelf verantwoordelijk. Volgens mij is elk mens in staat tot grootsheid, maar ook tot kwaad. Gegeven de omstandigheden en de emotionele situatie kan iedereen gevaarlijk worden.

'Ik weet dat ik iemand zou kunnen vermoorden. Toen ik Walter White speelde, haalde ik inspiratie uit mijzelf. Een acteur moet eerlijk zijn. We gebruiken onze verbeelding en ons verleden. Een deel van acteren is de bereidheid om de lelijke kant te tonen van wie je bent.

'Ik had ooit een crazy vriendin met wie ik het had uitgemaakt, maar ze bleef me maar achtervolgen. Op een gegeven moment stond ze voor mijn appartement te schreeuwen en op de deur te bonken, en toen werd ik eerst bang en raakte daarna buiten zinnen, en vermoordde ik haar. Het was een buitenlichamelijke ervaring, maar in dat visioen vermoordde ik haar. Ik voelde me een gevangen dier, en een gevangen dier wil ontsnappen. Dat zal vechten, dat zal alles doen om te overleven. Kennelijk. Want ik was dus in staat iemand te doden, wist ik op dat moment.'

Het merkwaardige is dat mensen die lelijkheid juist bewonderen. Net als Scarface, een criminele rol van Al Pacino, is Walter White (of beter nog: zijn alter ego Heisenberg) een begrip geworden, een rolmodel zelfs. 'Er zijn mensen die mijn gezicht op hun kont hebben laten tatoeëren', zegt Cranston. 'Dat blijft een raar idee.'

Tekst gaat verder onder de video.

Trump

Bluecollaracteur of niet: Cranston was een van de Hollywood-bewoners die vorig jaar in een onbewaakt moment zeiden dat ze naar Canada zouden emigreren als Donald Trump aan de macht zou komen. Nu zegt hij dat hij het nog even aankijkt. Hij snapt wel iets van de Trump-stemmer - dat is zijn werk, om zich in te leven in anderen - want hij ziet ook de opkomst van de nieuwe elite van grotestadsbewoners en zakenmensen die het goed hebben ten koste van wat vroeger de middenklasse was. Maar hij verbaast zich er nog steeds over dat er zo veel mensen zijn die geloven wat Trump zegt, die wíllen geloven wat hij zegt.

'Hij zegt kennelijk precies wat ze willen horen. Hij is een marketinggenie. Hij verfraait mogelijke waarheden. Je kunt ook zeggen: hij is een regelrechte leugenaar.

'Die man is niet stabiel. Ik wou dat hij dat was, maar dat is hij niet. Ik zie hem als een Shakespeare-personage, met een tragische lotsbestemming. Dus moeten we er het beste van zien te maken, tot we hem uit zijn functie hebben gezet. Dat is het doel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden