INTERVIEW

'Ik was nooit filmer geworden als ik in de pas was blijven lopen'

Al koekeloeren voorbijgangers naar binnen, Michiel van Erp doet de gordijnen nooit dicht. Want het echte leven speelt zich dáár af, buiten. En wat is er nou mooier dan nieuwe mensen te ontmoeten? Hij filmt ze al 25 jaar.

Michiel van Erp. Beeld Cornelie Tollens

Michiel van Erp zet eerst even de bloemen in het water, een zorgvuldig samengesteld boeket uit een chique bloemenwinkel. 'O. Hmmm. Deze hier is gebroken. Er tussenuit halen, vind je? Nee, daar ben ik te krenterig voor, ik heb ervoor betaald.' Hij zucht hoorbaar, bekijkt het boeket van de andere kant. 'Het ziet er thuis nooit zo uit als in de winkel, hè? Of heb jij dat nooit?'

Dit jaar maakt hij 25 jaar films, documentaires voornamelijk: over het Nederlandse verenigingsleven, over Erwin Olaf, de Zangeres Zonder Naam, transgenders op leeftijd, stand-up comedians en mensen met angststoornissen -onder andere. Door zijn films over de uitvaart van prins Claus en over de nabestaanden van de MH17-ramp werd hij gaandeweg onze officieuze filmer des vaderlands. In 2014 maakte hij voor het eerst een dramaserie, Ramses, waarvoor hij de Zilveren Nipkowschijf won, de prijs van recensenten voor het beste televisieprogramma.

Het jubileum wordt vanaf vandaag vier dagen gevierd in de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis, waar een door Van Erp gemaakte selectie van zijn werk wordt vertoond, vaak in aanwezigheid van hoofdpersonen uit zijn documentaires. Op zondag is er een 'bonte middag' onder leiding van Paul de Leeuw, een van zijn goede vrienden.

Van Erp: 'Toen ik gevraagd werd door Het Ketelhuis, vroeg ik me af: is dat leuk? En ik dacht: ja, want het is leuk om in een bioscoopzaal naar oude dingen te kijken. Bovendien wil ik tijdens dit weekend een crowdfunding opstarten voor mijn eerste speelfilm, Niemand in de stad, naar een boek van Philip Huff. Een film over studenten, jongens die bang zijn om de volwassen wereld te betreden. Dat had ik zelf op mijn 16de al. Ik zag dat het leven leuk was, maar tegelijkertijd dacht ik: vanaf nu wordt het er alleen maar minder op. Klopt niet, trouwens.'

Het wordt er alleen maar leuker op?

'Dat ook weer niet. Ik ben nu 52. Op zich wel jammer. Ouder worden is jammer. Jaloers is een te groot woord, maar als ik 's zomers door het Vondelpark loop, en ik zie iedereen drinken, sporten, lol hebben... Die dingen kan ik zelf óók heel goed, maar zij zijn 25, dat is toch een verschil.'

Vier dagen

Het programma van het Michiel van Erp-festival in Het Ketelhuis in Amsterdam heeft elke dag een ander thema: op donderdag zijn films over de LGBT-gemeenschap, vrijdag de portretten, zaterdag het koningshuis, zondag de Ramses-marathon en een bonte middag met Paul de Leeuw. Voor de crowdfunding van Van Erps speelfilm Niemand in de stad, zie voordekunst.nl.

Heb je voor dit jubileum oud werk teruggekeken?

'Ja, en het viel me erg mee. Het was veel leuker dan ik dacht.'

Ben je in de loop der jaren met minder ironie en meer mededogen gaan filmen?

'Dat vind ik wel. Gewoon doordat ik ouder ben geworden. In de loop der jaren ben ik me bewuster geworden van het feit dat ik met mijn films iets kan betekenen - al is het maar dat je door een film van mij je eigen buurman beter begrijpt.'

Ben je met dat ironische wel eens uit de bocht gevlogen?

'Jááá. Een té domme vraag van mij, en dan ook nog iets te grappige muziek eronder. Ik filmde ooit bij een chique damesclub, Arbeid Adelt, zij verkopen borduurwerkjes van thuisnaaisters en gebruiken het geld om minderbedeelden te laten studeren. De dames, deftig, met parelkettingen, legden me uit dat hun bestverkopende product een slaaphaas is, en ze lieten me er eentje zien. Bleek het neusje van die slaaphaas niet helemaal recht te zitten. Uiteraard ging ik daar uitgebreid op in; of die slaaphaas daardoor mislukt was, hoe dat nou toch verder moest. Ik zag die dames kijken: zó erg is dat toch ook weer niet? Ik bleef maar doorzeuren. Omdat ik wist dat het grappig was. Zo zou ik het nu niet meer doen.'

Youp van 't Hek schreef ooit lovend over 'de meedogenloze manier' waarop je je personages 'zichzelf onderuit laat halen'. Dat vond je niet leuk.

'Nee. Want ik ben het er niet mee eens. Ik vind het zelfs beledigend. Ik vind de mensen met wie ik film nooit sneu, ik vind ze oprecht interessant. Vroeger was er een groot verschil tussen de mensen die ik filmde en de mensen die naar mijn programma's keken; de grachtengordel keek naar de provincie, dat was hoe het overkwam. In de loop der jaren zijn er meer mensen naar mijn programma's gaan kijken en ik ben andere mensen gaan filmen.'

Wat bindt de Van Erp-personages?

'Ze willen alles uit het leven halen. Ze jagen hun dromen na, zijn dapper. Dat houdt vaak in dat ze niet in de pas lopen met de mensen om hen heen, want die lopen meestal achter elkaar aan. Ramses Shaffy had dat ook, zijn vuur, zijn enthousiasme, zijn drang om te leven, die eigenschappen bewonder ik en daar spiegel ik me aan. Ik was nooit filmer geworden als ik in de pas was blijven lopen. Ik heb eerst in Delft gestudeerd, Industrieel Ontwerpen, ik heb het als acteur geprobeerd. Ik heb lang gezocht naar een podium om mijn blik op de dingen te laten zien.'

Gaan je films over jou?

'Totaal. Ik laat via anderen zien wie ik zelf ben. Toen ik net begon, filmde ik mijn eigen familie; bewust of onbewust koos ik personages die leken op mijn ouders, ooms en tantes. Ik filmde bovengemiddeld vaak in Brabant. Bij ons werd er niet veel gepraat. Door het filmen probeerde ik, denk ik, te doorgronden hoe mijn familie in elkaar zat.'

Heb je ooit een film willen maken die letterlijker over jezelf gaat?

'Nee, nooit. Zou ik niet willen, zo'n ego-film. Ook omdat het me heel saai lijkt.'

Word je er ongemakkelijk van?

'Ja, ik word al ongemakkelijk van het er nu over hebben. Ik wil het gewoon niet. Ik wil niet dat mensen me zo zouden zien. IJdeltuiterij zou ontzettend op de loer liggen, als ik een film over mezelf zou maken. En ik ben ook bang dat mensen zouden zeggen: wat een stom iemand.'

Je nam best een risico door na zo veel documentairesucces ook drama te gaan regisseren. Zie je dat zelf ook zo?

'Ik had wel bedacht: als het nou stom wordt, kan ik zeggen: maar ik doe het voor het eerst! Ach, nee. Ik ben die Ramses-serie gaan doen omdat ik zeker wist dat ik het wel kon.'

Michiel van Erp en Simone van den Ende, hoofd Kunst en Cultuur bij de AVRO, nemen de Zilveren Nipkowschijf in ontvangst voor de dramaserie Ramses. Beeld anp

Wanneer heb je voor het laatst iets gedaan waarvan je niet zeker wist of je het kon?

'Nog nooit, eigenlijk.'

Waarom ben je bezig met een documentaire over Gordon?

'Gordon is een van de allerberoemdste Nederlanders, hij wordt gehaat en geliefd van de grachtengordel tot in Zutphen. Ik vind het interessant om te kijken waarom dat is en wie Gordon eigenlijk is. Stapje voor stapje kom ik dichter bij de echte Gordon.'

Vind je hem leuk?

'Hij leest dit ook, dus: ja. Hahaha! Ik ben gefascineerd door zijn levenslust, door zijn mateloosheid. Hij is een van de populairste presentatoren, maar hij heeft nooit een prijs gewonnen en dat zit hem enorm dwars. De Televizier Ring komt eraan, dus ik hoop dat hij genomineerd wordt, want voor hem zou dat voelen als een Oscarnominatie. De film moet in november af zijn.'

Een goede vriend van je zei: het lijkt wel of Michiel haast heeft met alles, met werk, met leven - alsof hij bang is dat hij niet genoeg tijd heeft.

'Dat was vroeger erger dan nu, hoor. Ik kan nu beter met rust naar dingen kijken. Maar 's avonds op de bank een boek lezen, dat doe ik dan weer niet. Als ik niet hoef te werken, ga ik de stad in. Soms ga ik heel veel drinken, soms dansen, en soms voer ik de hele nacht diepe gesprekken. Ik ga nu trouwens een glaasje witte wijn inschenken, wil jij ook?'

Is uitgaan een manier om te ontladen?

'Nee, zo werkt dat niet. Ik wil altíjd wel ontladen. Ik heb me toen ik jong was plechtig voorgenomen om elk weekend uit te gaan, en dat houd ik vol, terwijl ik toch al boven de 50 ben.'

Ben je bang een saaie lul te worden?

'Ik vind het vooral leuk om nieuwe mensen te ontmoeten en dingen mee te maken. Ik hoop dat ik het nog een tijdje volhoud. We waren op Milkshake, een festival. Een paar jaar geleden had Erwin Olaf daar nog een enorme eigen stage, waar je kon dansen, nu zat-ie achter een piepklein kraampje. Hij vond het wel best, zag ik. Maar goed, hij is weer vijf jaar ouder dan ik. Misschien is het over vijf jaar wel klaar hoor, met dat uitgaan, bij mij. Zie ik daar nou een blauwe wolk, buiten?'

Tuurt even. 'Iedereen blijft rustig doorlopen, dus het zal wel meevallen.'

Loopt naar de gootsteen om water in te schenken. 'Vind je dat raar, dat uitgaan? Nee toch? Het gaat mij erom dat het leven zich dáár afspeelt (hij wijst naar buiten, een Amsterdamse gracht), en niet hier aan de keukentafel. Wij doen ook nóóit de gordijnen dicht. Toen we hier vanuit Kamerik naartoe verhuisden, had ik geen idee dat het zo druk zou zijn, continu mensen die naar binnen kijken, foto's van de poesjes maken. Maar eigenlijk vind ik het heel leuk.'

Een jaar nadat jullie naar Amsterdam waren verhuisd, kregen jullie pleegzoon Joey van 15 in huis.

'Hij had geen vader en wij waren zijn peetvaders, zijn voogd. Toen zijn moeder, een vriendin uit onze studietijd, ziek werd en overleed, was het logisch dat hij bij ons zou komen. Het was evident.'

Was het evident?

'Nou, ik vond het eerlijk gezegd nog wel iets om over na te denken, maar mijn man Paul (Stork, partner bij een ontwerpbureau, red.) zei: we kunnen wel gaan nadenken, maar we kunnen het veel beter als voldongen feit beschouwen. We wilden graag voor Joey zorgen, maar die wens kwam niet voort uit een kinderwens - we hebben nooit vader willen worden, en ineens waren we het toch. Wat ik het engst vond, is de verantwoordelijkheid om iemand goed op de aarde te zetten. Joey is een lieve jongen, die van een overzichtelijk leven houdt. Hij werkt als programmeur en woont in Den Haag met zijn vriendin, zijn leven lijkt totaal niet op dat van ons.'

Zijn jullie zijn vader, noemen jullie het zo?

'Ja, en hij belt op Vaderdag. We zijn zijn vaders en hij is onze zoon, ook nu hij 25 is. Toen hij bij ons kwam, zijn we een regelmatiger leven gaan leiden. Ik haalde iets mijn leven binnen waar ik geen invloed op had, voor mij was dat moeilijk. Maar het inspireert ook, en het draait niet alleen om zorgen, wat ik van tevoren wel een beetje dacht.'

Jullie zijn al 34 jaar samen. Wat is volgens jou het geheim van een goede relatie?

'Dat vraag ik zelf ook heel vaak! Ehm, dat je... jaha, dan ga ik nu even héél serieus antwoord geven. Je moet elkaar kunnen laten, niet proberen de ander te veranderen. We bemoeien ons ook totaal niet met elkaars werk. Jaloezie kennen we niet.'

Was er na je 18de nooit meer een ander?

'Monogaam zijn is niet ons grootste streven, maar we hebben ook geen open relatie. En verder: je moet je blijven ontwikkelen. Ik vind het bijvoorbeeld vervelend om elk jaar naar dezelfde plek op vakantie te gaan. Ik wil liever iets raars doen, met het risico dat het stom wordt. Een paar jaar geleden vond ik ineens dat we de wereld moesten gaan zien. Dus toen gingen we naar Brazilië en Argentinië. Het is belangrijk om samen af en toe een avontuur te beleven. Ik wil echt léven, er mag geen stilstand zijn, begrijp je? Ik heb nu wijn op, hoor.'

Gaat het leven je makkelijk af?

'Beter dan twintig jaar geleden. Ik ben zelfverzekerder geworden, minder gaan twijfelen. Op een gegeven moment begrijp je het eigenlijk allemaal wel, ofzo.'

Toch vind je het niet leuk om ouder te worden.

'Ik vind het leuk om te groeien, maar ik zou het liefst voor altijd 32 zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden