'Ik was gewoon mijn eigen bandje met die Amiga'

Zijn klassieker Mary Go Wild (jawel, die kent u, luister maar eens op YouTube) veranderde de house. Nu viert producer Secret Cinema zijn zilveren jubileum.

Jeroen Verheij, ook bekend als Secret Cinema. Beeld Ivo van der Bent

Hij woont om de hoek, dat scheelt. Want Jeroen Verheij, beter bekend als de Nederlandse technolegende Secret Cinema, klapt in het Amsterdamse Lloyd Hotel nogal wat op de lunchtafel. Je zou voor zijn carrière-omvattende jubileumverzameling Silver bijna apart vervoer regelen: een loodzware box, waarin dan ook een kwarteeuw dancegeschiedenis zit opgesloten - in dvd's, op cd en vinylplaten en een compleet oeuvre op één zilveren memorystick.

Het uitpakken van zo'n doos is een evenement op zich. Zeker als de maker zelf even een exemplaar 'unboxt' en de ontsloten handel van commentaar voorziet. 'Eerst het cellofaantje er maar eens afscheuren? Zonde eigenlijk van die mooie zilveren sticker. Dat Silver staat natuurlijk voor mijn 25-jarige jubileum, maar dat begreep je al, toch?'

Een van de grootste houseklassiekers

Jeroen Verheij (Rotterdam, 1971) heeft de dance geleefd en dus wat meegemaakt. Om zijn status even helder voor ogen te hebben: uit de handen van Verheij vloeide een van de grootste houseklassiekers ooit, het nummer Mary Go Wild, dat eens is uitgeroepen tot nummer één in de House Top Honderd Aller Tijden. Nederlandse dancehit-historie, nog ver voor Tiësto, Van Buuren, Afrojack en Hardwell.

Vandaar dus dat Verheij nog altijd de wereld rond vliegt, voor shows van Japan tot China en Zuid-Afrika. 'Helaas nog altijd niet in de businessclass. Fucking vermoeiend, dat vliegen. Maar als ik dan dat eerste plaatje opzet, waar dan ook, dan ben ik toch weer die jongen die het gewoon leuk vindt om te feesten.'

Net als een kwarteeuw geleden - in dat opzicht is er voor Verheij niet veel veranderd. Onder zijn eerste pseudoniem Meng Syndicate pionierde hij begin jaren negentig funky en supercatchy techno het ontluikende Nederlandse clubleven in, al vanaf zijn eerste dancekraker Sonar System uit 1991. Laten we dat nummer, waarbij een clubavond destijds wel móést ontsporen, als eerste eens opgraven uit de megabox.

De jubileumbox Silver van Secret Cinema Beeld Ivo van der Bent

Unbox 1: Sonar System (verschenen in 1991 op het houselabel Hithouse Records)

Sonar System is te vinden op het glimmende USB-stickje, dat handig uit het schuimrubberen vakje moet worden gewipt. Mocht u het destijds gemist hebben: zet het trackje er even bij op, via YouTube bijvoorbeeld. Basale drumcomputer, sissende en zagende bijgeluiden, gekmakende want uiterst eentonige misthoorn en dan zo'n fijne vocale sample, een strenge man die roept: 'Somebody give the Lord a handclap.' En dan komt die handclap en boem: daar heb je je climax. Handjes in de lucht. En dat gaan ze nog altijd, zegt Verheij.

'Ik draaide pas in de Melkweg, ook om mijn jubileum te vieren. En ik dacht: laat ik mijn set maar eens met dat nummer afsluiten. En het werkt dus nog, de tent werd gek. Hoe dat kan? Hm, lastig uit te leggen. Een dj die het nummer ook vaak draaide vertelde me eens dat die track door de koptelefoon eigenlijk nergens naar klinkt, maar als je het nummer in de club draait dan slaan alle speakers door. Het is hard en direct. En gemaakt met heel beperkte middelen, op mijn eerste homecomputer van Amiga. Ik had een geluidje gesampled van een oude plaat en dat geluid helemaal omlaag geschroefd. Dat werd dus die scheepshoorn.'

'Ik luisterde er vorige week zelf nog eens aandachtig naar, en ik dacht: goh, ja, het zit ook wel echt goed in elkaar. De timing is gewoon goed. Steeds op het juiste moment valt er iets weg, of komt er weer wat bij. Dat geluid van die handclap, bijvoorbeeld. En dan heb ik er ook nog een bassline bij kunnen pielen. Dat heeft heel goed gewerkt. Ik probeerde met dat nummer mensen iets mee te geven, ik wilde ze het hoogtepunt van een dansavond laten beleven. En daar heb je kennelijk niet veel voor nodig.'

Dat bleek: Sonar System en later Timeless Altitude werden internationale danceclassics, zijn ontelbaar vaak geremixt. En gedraaid, van Amsterdam tot Ibiza en via Miami richting Australië. Verheij: 'Tsja, er zijn ook wereldhits geschreven door iemand die zingt bij een gitaar. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Ik kan geen gitaar spelen. En ook niet zingen. Ik was gewoon mijn eigen bandje met die Amiga.'

Unbox 2: floppy disk (met alle Sonar System-samples van Secret Cinema aka Meng Syndicate)

Tijd niet gezien, zo'n floppy disk. Noemden we zo'n ding vroeger niet een 'diskette'? Het is meer dan een geintje, zegt Verheij. Op de floppy in box Silver staan - serieus! - alle samples en dus geluidjes die Jeroen Verheij in zijn Amiga stak om er daarna dat epische nummer Sonar System mee te kunnen bouwen. En op die floppy staat dus eigenlijk de geboorte van Secret Cinema beschreven, bij een honkende scheepshoorn en een nerveuze handclap.

'Als 16-jarig pikkie uit Rotterdam luisterde ik eigenlijk alleen naar metal. Popmuziek trok ik niet, het moest voor mij hard zijn. Pómpen! Slayer, Suicidal Tendencies en punk van The Exploited en zo. Maar met wat oudere vrienden ging ik vaak naar de discotheek Parkzicht, waar zich 's nachts het uitschot van Rotterdam en alles wat nog wakker was verzamelde. In die tijd werd er nog newbeat (een soort elektronische protohouse, red.) gedraaid, afgewisseld met Prince en de Golden Earring, echt waar. En dan weer eens een houseplaatje.' En daar, op een met goud omrande avond, gebeurde het. 'Ik hoorde de plaat Ibiza van de Belgische newbeatband Amnesia. Een heel harde elektronische plaat. Die vond ik zó vet! Ik weet nog precies met wie ik was, waar ik stond en wat er in mijn hoofd gebeurde. Wow, die power. Ik dacht nog maar één ding: dit wil ik ook.'

Artwork van de plaat White men can't funk uit 2001. Beeld Eelco van der Berg

'Wat is dit, dit is te gek!'

Maar wat kon hij doen, de volgende dag op zijn slaapkamer? 'Ik had dus zo'n heel oude homecomputer van Amiga en ik ging soms naar van die ruilbeurzen, om games uit te wisselen en zo. Op zo'n beurs, ik geloof in Den Briel, zag ik een jongen met een Amiga die muziek stond te maken. Ik zei: joh, wat vet, kun je daar echt muziek mee maken? Met wat voor software doe je dat dan, en mag ik die software even kopiëren?' Het antwoord sloeg Verheij nogal in het gezicht: 'Nee.' Maar het was tevens het startschot voor Verheijs carrière in de dance. 'Ik ging op zoek naar vergelijkbare software, op de volgende ruilbeurs in Spijkenisse of zo. Ik ging het dan zelf wel even uitvinden. Ik vond een ander programma waarmee ik wel acht tracks kon opnemen. Rechtstreeks op de Amiga! Zo ging ik aan het pielen. Ik moest thuis altijd wel aan muziek doen en zo, zat huilend aan de piano bij een leraar die me niet begreep, je kent het wel. Maar toen ik eenmaal had uitgevonden dat ik muziek kon maken op mijn Amiga zat ik er ook met gemak acht uur per dag achter hè. Nou, en zo maakte ik Sonar System.'

Verheij ging met zijn nummer op pad, liet het horen in de beroemde Rotterdamse platenzaak Midtown. De latere dj en gabberheld Paul Elstak hoorde het, en zei: 'Wat is dít, dit is te gek!' En zo ongeveer werd Jeroen Verheij de techno in gekatapulteerd. 'Ik hing in die tijd met Paul en met Michiel de Hey (die andere grote techno-dj, red.) en in de opkomende clubscene ontstond een kleine tweedeling. De ene kant werd steeds harder, dat zou later hardcore en gabber worden. Die trok ik niet. Ik vond het tempo veel te hoog, en ik miste het danselement. Ik wilde dansen en niet springen, zeg maar. Wat ik maakte, dus aan de andere kant van het spectrum, werd ineens mellow genoemd. Techno met een beetje soul, met breakbeats en samples uit de hiphop, maar niet naar Amerikaans voorbeeld. Ik heb nooit wat gehad met Amerikaanse dance en house, eigenlijk. Weet je, ik ben opgegroeid bij de Botlek, bij die eindeloze industrie. Zoals de technojongens uit Detroit opgroeiden bij hun industrie van General Motor en daardoor geinspireerd van die machinale techno gingen maken. Ik had geen inspiratie uit Detroit nodig. Ik had de havens en het stampwerk van de industrie lekker dichtbij, in mijn eigen omgeving.'

Barcode, the movie

Ook opgenomen in de box Silver van Secret Cinema: de 'abstracte roadmovie' en animatiefilm Barcode van Adriaan Lokman uit 2001, waarvoor Jeroen Verheij en Erik Stok de soundtrack schreven. De film raast in fraaie futuristische landschappen door een anonieme grote stad, opgejaagd door strakke techno. Jeroen Verheij: 'Die film werd een hit, kreeg internationale filmprijzen. Later zijn we Barcode live gaan uitvoeren, met videoprojecties bij de muziek en zo was ook die cirkel rond.'

Unbox 3: Mary Go Wild (verschenen in 1996 onder het pseudoniem Grooveyard op EC Records)

Het nummer Mary Go Wild van Jeroen Verheij een klassieker noemen is bijna een understatement. Het klinkt zo saai: 'klassieker'. Als iets dat geweest is en vroeger best goed was en zo, maar nu in het museum mag staan. Dat mag Mary Go Wild dus niet. Zet het nummer op, twintig jaar na dato, en de zon gaat schijnen. Er begint iets te gloeien in de maagstreek en de dopamines schieten door de dopaminebanen. Houseblijdschap, bij een elastieken drumcomputerbeat en een onderhuids bobbelend en vreselijk groovy baslijntje. En dan moet de melodie nog komen: dat happy-go-lucky-dansdeuntje waarbij festivals van Dance Valley tot Awakenings aan de beademing moesten. Mary Go Wild is een onverslijtbare househit en een icoon van de Nederlandse dancegeschiedenis en pak hem er dus maar eens bij, Jeroen Verheij.

'Weet je hoe ik vroeger werkte? Ik was bijvoorbeeld op een dansfeest, hoorde een plaat en dacht dan: ja, best leuk, maar het zou zo en zo moeten want pas dán wordt het echt een vette plaat.' Dat idee hield Verheij in zijn hoofd - beetje rustig verder dansen. 'De volgende dag werd ik wakker en dan ging ik het nummer in mijn hoofd vast maken. Zo ook bij Mary Go Wild. Ik deed mijn ogen open en bedacht een beat. En dat geluidje voor de melodie. Zo ga ik het doen, dacht ik dan, met hier een breakbeat, en die laat ik daar en daar terugkomen en dan pak ik die sample en die draai ik achterstevoren, enzovoorts. Eigenlijk wist ik bij Mary Go Wild al dat dat nummer het verschil ging maken tussen gewoon een nieuw trackje en een hit. Ik hoefde het alleen nog even te maken, de apparaten aanzetten en beginnen met het handwerk.' Het werd een hit. Mary Go Wild verscheen volgens Verheij op een verzamelalbum of driehonderd en de dj en producer kon er jaren aardig van leven.

Waar hem nu precies de hitfactor van Mary Go Wild zit? 'Niet te moeilijk doen, dacht ik altijd. Ga het zoeken in de eenvoud, maar blijf spannend. Dat is bij mij altijd de uitdaging: met weinig middelen iets maken dat eindeloos kan blijven boeien. Maar je kunt ook niet op zoek gaan naar een danceclassic hè, de ideeën voor dit soort tracks moeten ook een beetje uit de lucht komen vallen. Joris Voorn (weer een Nederlandse technoheld, red.) zegt het in de documentaire die ook in mijn box zit heel mooi: Mary Go Wild is te warm voor echte techno, en te kil voor warme house. Bovendien: die best wel harde bassdrum is leuk voor de jongens en dat melodietje is weer mooi voor de meisjes, vond ik zelf. Het nummer gaat eigenlijk overal door het midden, en het midden is voor mij altijd een heel prettig terrein geweest. Waarop in mijn tijd bovendien weinig andere producers bezig waren. Ik zocht de poëzie in de harde techno en volgens mij heb ik die met Mary Go Wild ook echt gevonden.'

Tekst gaat verder onder de video

Unbox 4: foto van Jeroen Verheij (als afsluitende act op technofestival Awakenings 2010)

Ook mooi: die stapel foto's op vinylplaatformaat waarop we het muzikale leven van Verheij voorbij zien flitsen op hoogglanzend beeldmateriaal. 'Ja, hier zie je mij bij mijn vuurwerkmomentje op Awakenings in Spaarnwoude. Het is een eer om dat grote en internationale technofestival te mogen afsluiten, als Nederlander. Ik had er natuurlijk vaker gestaan, ook weleens om vier uur 's middags, maar het mooie van dat festival is dat het tijdstip waarop je moet draaien eigenlijk geen moer uitmaakt. Ook vroeg in de middag stroomt je tent vol met achtduizend man en iedereen gaat vol voor je muziek. Ik blijf dat het mooie vinden van de techno. Het is geen makkelijke muziek, je hebt er je eigen fantasie bij nodig. Er wordt niets voorgekauwd: je moet zelf op zoek gaan naar de magie en als je die vindt, dan beleef je de muziek ook met tienduizend man tegelijk. Dan kan niemand je dat moment meer afpakken. Daarom blijft de techno ook altijd bestaan, dwars door alle trends heen. Het is tijdloze muziek met een Afrikaanse, ritmische hypnose. Oergevoel.'

Met dat soort afwegingen in het achterhoofd kan Verheij zich nogal druk maken om dansmuziek die volgens hem uit dubieuze beweegredenen is ontstaan. 'Ik hoor steeds meer jongens die dance maken uit commerciële motieven. Op zich niet erg hoor, ik wil ook een leuk salaris verdienen. Maar wat ik niet snap: volgens mij moet iedereen in die muziek en aan werkelijk iedere zogenaamd euforische melodie kunnen hóren dat het een soort zakenmannenmuziek is, die niet uit liefde is gemaakt. Ik snap niet dat de massa er dan toch voor gaat, voor die paniek in de muziek van Avicii en zo. Er is voor mij een heel groot verschil tussen dronken muziek en muziek voor hogere sferen. Ik hoop dat ik in die laatste categorie zit.'

De boxset Silver (89,95 euro) van Secret Cinema, met dvd, cd, vinyl en het gehele oeuvre van Jeroen Verheij op USB-stick, is verschenen bij uitgever Mary Go Wild via shop.marygowild.nl. Secret Cinema draait op 27/4 bij Loveland van Oranje in Amsterdam, en op dezelfde dag op het Kingsland Festival in Groningen.

Op naar goud

Het fijne van zo'n carrière-omvattende box, volgens Jeroen Verheij: 'Je kunt hem dichtklappen en verder. Nu moeten er nieuwe classics komen. Maar die ga ik niet meer alleen maken. Ik wil mensen om me heen, een beetje meer een bandjesgevoel. Ik zat pas met Reinier Zonneveld (een jonge Nederlandse technoproducer, red.) in de studio en we hadden zomaar twee tracks gemaakt. Hij achter de software, ik achter de synthesizer, gelijk knippen, hop: klaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.