INTERVIEW

'Ik was dat domme blondje uit de Mounties'

Vijftig jaar zit Joke Bruijs in het vak en ze gaat onvermoeibaar door, nu met een rol in de nieuwe dramaserie van Maria Goos, La Famiglia. Aan de Volkskrant vertelt ze waarom stoppen geen optie is.

'Ik was geen streber, maar ik ging wel door.' Beeld Linda Stulic
'Ik was geen streber, maar ik ging wel door.'Beeld Linda Stulic

Op de 32ste verdieping, in het penthouse van haar agente, in het centrum van de stad, ligt de wereld aan de voeten van Joke Bruijs. 'Hier zie je alles.' Ze wijst op de Kralingse Plas, de Willemsbrug, het Oude Luxor Theater, de Coolsingel, de Erasmusbrug, Katendrecht, de Markthal, de Kop van Zuid. 'En de Kuip, ja de Kuip!'

Ze spreekt graag af in Rotterdam, ook al woont ze alweer jaren in Wassenaar. 'Hier voel ik mijn Rotterdamse bloed stromen en kan ik mijn trots tonen.'

Als mensen aan haar vragen wat ze het mooiste vindt aan Rotterdam, zegt ze: de skyline. 'Het is toch ook prachtig? Er wordt zo veel moois gebouwd. Dat komt natuurlijk ook omdat er niks meer was. We waren verpulverd in de oorlog.'

Ze wijst in de verte, naar het zuiden. Met drie broers groeide ze op 'op Zuid', in een kleine eengezinswoning in Zuidwijk. De boerenzij, werd het smalend genoemd, vanwege de toestroom van arbeiders uit andere delen van Nederland die na de Tweede Wereldoorlog in de Rotterdamse haven aan het werk gingen.

'Heerlijke herinneringen', koestert ze, ondanks de armoede thuis in de schrale jaren van de wederopbouw. 'Maar als meisje in Zuid dacht ik altijd: hier ga ik weg. Ik word zangeres en dan moet ik niet in Rotterdam-Zuid blijven. Dan moet ik naar buiten. Weg. Ik moest en zou op dat toneel staan. Ik heb ook nooit gepuberd, ik had een doel.'

Donderdag 29 september is (jazz) zangeres, comediènne en actrice Joke Bruijs (64) voor het eerst te zien in La Famiglia (De Familie), een dramaserie over een Nederlands-Italiaanse familie. Het script vol zwarte humor, criminaliteit, cultuurverschillen en familiebesognes werd geschreven door Maria Goos. Bruijs is fan van haar.

Ze speelt in de serie een moeder, actrice Ariane Schluter ('wereldwijf') haar dochter. Ze schelen in werkelijkheid maar veertien jaar. 'Of ik het een punt vond dat ik wat ouder zou worden gemaakt, was de vraag. Joh, wat maakt mij dat nou uit, zei ik. Vroeger bij de Mounties stond ik met René van Vooren en Piet Bambergen al op het podium met kromme benen en een grijze pruik op mijn hoofd.'

La Famiglia is een ander uiterste. Een beetje intelligent, noemt ze de serie. Gigio Morra (onder meer bekend van de film Gomorra) en Gigi Savoia zijn de Italiaanse hoofdrolspelers. Of ze het beschouwt als een nieuwe stap in haar loopbaan? 'Nee zeg. Het is gewoon acteren.'

Volgend jaar zit ze een halve eeuw in het vak. In 1967 won ze een talentenjacht en vond ze emplooi bij VARA's Dansorkest en later The Skymasters en The Ramblers. Deze maand treedt ze in het Luxor Theater in Rotterdam op, met een nieuwe serie voorstellingen van de Oase Bar, samen met onder anderen ex-echtgenoot Gerard Cox. Met haar huidige partner, jazzmuzikant Frits Landesbergen, en producent Bastiaan Ragas werkt ze aan een jubileum-cd ('lekkere easy listening') en bereidt ze een concert in De Doelen voor, op 7 mei.

null Beeld Linda Stulic
Beeld Linda Stulic

'Zelf had ik er nooit aan gedacht. Ik vind het een beetje genant allemaal. Het streelt me, maar zo bijzonder is het toch allemaal niet? Mensen die vijftig jaar in een fabriek werken, krijgen een gouden horloge, als ze mazzel hebben. Of van doublé, meestal. Ik ben alleen maar bemazzeld dat ik dit al zo lang mag doen.'

Haar carrière is veelzijdig, met aan de ene kant bijvoorbeeld de kluchtige humor van de Mounties en een rol in Goede Tijden, Slechte Tijden, aan de andere kant het geëngageerde cabaret van Don Quishocking. Ergens in het midden bevinden zich de jazzoptredens en haar rol als Nel Kooiman naast haar ex-man Gerard Cox in de tv-hit Toen was geluk heel gewoon, de ode aan haar geboortestad.

'Het kwam allemaal op mijn pad. Het is vanzelf gegaan. In Nederland zijn we nogal hokjesstopperig, maar daar heb ik me nooit iets van aangetrokken. Als ik het leuk vond, en het gevoel had dat ik het aan kon, dan deed ik het.'

Met Don Quishocking zette ze destijds, in de jaren tachtig, iedereen op het verkeerde been. 'Die jongens hebben voor mij moeten vechten. In De Smoeshaan (een Amsterdams theatercafé) werd mijn naam uitgesproken alsof het een vies woord was. Joke Bruijs?! Ik was dat domme blondje uit de Mounties.'

Kaltes Grauen, een voorstelling van Don Quishocking over het antifascistische cabaret van Erika Mann, bood haar toegang tot een nieuwe wereld. Geamuseerd en met lichte ironie stelt ze vast dat ze er plotseling bij hoorde.

'Vrij Nederland en Het Parool wilden me plotseling spreken, en die journalist van de VPRO met dat ooglapje, Wim Kayzer. Ik bleef er nuchter onder. Ik heb me ook nooit vervelende uitspraken over de Mounties laten ontlokken, of over Mini en Maxi of Ted de Braak. Van die mannen heb ik het allemaal geleerd, zei ik altijd. Ze zijn me allemaal enorm dierbaar.'

Een rijk mens, noemt ze zichzelf, en een zondagskind. 'Uit ellende heb ik altijd iets goeds kunnen halen. Iets positiefs. Ik geef ook nooit iemand ergens de schuld van. Sommige mensen verwijzen altijd naar hun opvoeding om dingen te verklaren. Nou, ik heb ook een gekke opvoeding gehad hoor.'

Wat was er zo gek aan?

'We hadden geen geld thuis en mijn moeder was helemaal nog niet toe aan een gezin. Mijn moeder was een beeldschoon meisje. Toen ze trouwde was ze 18 en mijn vader 22. Het was oorlog, ze trouwden om samen te kunnen zijn. Binnen drie maanden was ze zwanger. Mijn oudste broer werd geboren in de Hongerwinter, mijn vader zat in het verzet.'

Joke Bruijs in Toen was geluk heel gewoon. Beeld anp
Joke Bruijs in Toen was geluk heel gewoon.Beeld anp

In het verzet?

'In een groep. Hij praatte er niet vaak over. Mijn moeder heeft weleens verteld dat hij met een pistool onder zijn kussen sliep. Ze vond dat eng, maar hij vertelde er nooit iets over.

'We mochten van mijn vader geen moffen zeggen. Daar hebben jullie geen reden toe, zei hij. Ja, dat had hij wel. We gingen altijd in Rockanje op vakantie, in het begin van de jaren vijftig. Die Duitsers hadden de neiging om kuilen te graven op het strand. Bezet, schreven ze dan op een bordje. Dat pikte hij niet. Hij stuurde ons met z'n allen die kuil in.

'Als de Duitsers terugkwamen volgde een kort gesprekje en maakten ze zich snel uit de voeten. Op zulke momenten merkten we dat hij veel meer van de oorlog in zich droeg dan wij wisten. In mij zit ook iets. Ik kan het nog steeds niet uitstaan als Duitsland wint van Nederland. Maar goed, waar hadden we het over?'

Over uw ouders. Dat ze zo jong waren toen ze trouwden.

'Twee jaar later kwam er weer een jongen, Flip, daarna Jantje en daarna ik. Mijn moeder was niet geschikt voor zoveel kinderen. Ze was een luxe wijffie. Plotseling zat ze zonder geld met vier kinderen opgescheept. Ze konden de eindjes met moeite aan elkaar knopen.

'Mijn moeder en ik deden alles thuis, de jongens deden niks. Als mijn moeder werkte, haalde ik de boodschappen en kookte ik. De jongens gingen met pa naar het voetbal. Voor voetbalschoenen was geld, voor pianolessen niet. Ik heb er geen frustraties aan overgehouden, maar later vond ik het raar. Als ik er wel eens iets over vertel aan meiden van mijn leeftijd, zeggen ze dat het lijkt of ik het over het stenen tijdperk heb.

'Als de kinderbijslag er was, zei mijn moeder: kom, hup, we gaan naar de stad. Daar was ook meer dan bij ons. Ze had een goede smaak, wij gingen naar de Bijenkorf en een ijsje eten bij Capri, bij de Lijnbaan. Zoals een van mijn broers ooit zei: ze had de allure van een prinses en het budget van een kraanmachinist. Als er wat was, gaf ze het uit.

'Op zaterdag deed ik de boodschappen. Meer dan 25 gulden was er niet. Mijn moeder maakte een lijst, met dingen die we echt nodig hadden en dingen die ik alleen moest kopen als ik nog geld over had. Mijn grootste uitdaging was om alles van de boodschappenlijst te halen en dan ook nog geld over te houden. Dat geld legde ik dan 's avonds onder het briefje. Kijk eens ma.

'Daarom geniet ik zo van wat ik nu heb. En ik heb een heel goede band met mijn broers hoor. Ze zijn nuchter. We lopen de deur niet plat bij elkaar, maar als het moet zijn ze er.

'De opvoeding was vrij spartaans en ouderwets, zelfs voor die tijd, maar ik kijk met veel plezier op mijn jeugd terug. De humor hè. Die was er altijd. En mijn moeder was gastvrij, er was altijd reuring in huis. Ik heb toen leren doorzetten. Denk ik. Ik was geen streber, maar ik ging wel door. Ik ben gewoon op dat toneel gaan staan. En blijven staan, al die jaren.'

Ze ging altijd door. Op de dag van de crematie van haar vader trad ze 's avonds op in Den Haag, op een feestavond van een verzekeringsmaatschappij. Toen bij haar in 2007 borstkanker werd geconstateerd en ze 35 keer moest worden bestraald, verzweeg ze het voor André van Duin in wiens revue ze op dat moment speelde. Op de sterfdag van haar moeder stond ze 's avonds op het toneel.

'Ik kan het buitensluiten. En het helpt ook. Mijn man Frits zat in de zaal op de dag dat mijn moeder overleed. Hij zag een extra kracht bij me, zei hij later. Stilzitten zit niet in mijn karakter. Doorgaan. Doorgaan.'

Iedereen zou het hebben begrepen als u was gestopt, maar u bleef optreden tijdens de behandeling tegen borstkanker.

'Ik stond zes dagen per week met André van Duin op het toneel, door het hele land. Ik heb niet eens aan stoppen gedacht, ook omdat ik wist dat doorspelen me zou helpen. Ik heb het alleen aan Ron Brandsteder verteld, die heeft zelf een kankergezwel op zijn been gehad. Hem kon ik vertrouwen, hij snapt het, dacht ik. Als iedereen in de revue het wist, zou ik het duistere gevoel niet kwijtraken. Overdag werd ik bestraald, 's avonds wilde ik in een andere wereld zijn. Afsluiten!

'Als ik 's avonds thuiskwam, gaf Frits met een viltstift weer precies de plekken aan waarop ik de volgende dag moest worden bestraald. Want voor de voorstelling schminkte ik die weg. Niemand mocht het zien.

'In een bepaalde scène van de revue gaf André mij altijd een flinke por. Toen ik net was geopereerd, heeft Ron toch maar tegen hem gezegd dat hij dat voortaan maar niet moest doen, en verteld waarom. Nou, daar kwam hij. Jezus Joke, waarom vertel je dat niet tegen mij? Maar hij snapte het. Ik heb nooit meer een klap van hem gekregen.'

null Beeld Linda Stulic
Beeld Linda Stulic

Hoe bang was u?

'Het was in een beginstadium. Ik voelde me goed. Hoe kon dat nou? Het eerste wat ik dacht was: doodgaan doe ik niet. Als het moet, gaat-ie er maar af.

'Met Pasen had ik een paar dagen vrij, toen kon ik me mooi laten opereren. Daarna stond ik weer gewoon op het toneel. Zeven weken lang ben ik bestraald, alleen in het weekeinde niet. Ik was moe, maar ik heb het volgehouden en ik heb geen een optreden afgezegd.

'Een jaar later kwam het terug. Dat was wel even heftig. Ik ben geopereerd in de Daniel den Hoed-kliniek, met alle toeters en bellen en overal slangen. Op 27 juni acht jaar geleden ben ik geopereerd. Op 20 augustus stond ik weer op een jazzfestival. Ik kon weer werken. Dat heeft me altijd op de been gehouden.

'Cabaretier Frans Halsema zei eens dat ik goed improviseer in mijn leven. Toen begreep ik dat niet, nu wel. Hij had gelijk. Het leven is improviseren. Ik kreeg borstkanker, dat plan je niet. Mijn vader ging dood toen ik 18 was. Dat is verschrikkelijk. Maar je kunt er ook iets uithalen, iets positiefs.'

Zoals wat?

'Als mijn vader niet ziek was geworden, had ik hem nooit zo goed leren kennen. Hij draaide er niet om heen. Ik heb kanker, zei hij, ik ga dood. Ik was pas 16. Ik was net van school. Daardoor had ik veel tijd om bij mijn vader te zijn. Toen de kanker werd ontdekt, bij een bevolkingsonderzoek, was het al hopeloos. Een jaar later begon zijn lichaam kapot te gaan.

'Hij trok altijd met mijn broers op en mijn moeder en ik waren twee handen op een buik. Dat veranderde. We hadden veel gesprekken. Hij was een bijzondere man. Toen hij al heel ziek was, en vel over been, gingen we op een dag de eendjes voeren. Het vroor hard. Een van die eendjes had een misvormd snaveltje, dus voor hem maakte ik het brood eerst zacht. Dat moet je niet doen Jo, zei mijn vader. Want deze gaat toch dood, die redt het niet. De anderen zijn sterk, die moeten overleven. En zelf was hij op sterven na dood.'

Wat deed u toen?

'Ik bleef natuurlijk die zielige eend voeren.'

La Famiglia, vanaf donderdag 29/9 op NPO 1, Avrotros, 20.30 uur.

CV Joke Bruijs

1952 Op 14 januari geboren in Rotterdam

1967 Winnares talentenjacht, zangeres bij onder meer VARA's Dansorkest, The Ramblers en The Skymasters

1970-1974 Samenwerking met Jan Blaaser

1975 - 1980 De Mounties

1985 - 1986 Twee voorstellingen met Don Quishocking, Kaltes Grauen en Instituut Zwagerman

1987-1991 Solovoorstellingen Joke Bruijs zingt haar moerstaal, Helpers weg, eerste ronde en Gepeperd

1994-2009 Nel Kooiman in Toen was geluk heel gewoon (met Gerard Cox)

2003 Erasmusspeld van de gemeente Rotterdam

2004 Eerste (jazz)cd, Close to me

2004 - 2008 Revues met André van Duin

2009 - 2010 Maria de Jong in Goede Tijden, Slechte Tijden

2012 Biografie Joke Bruijs, swingend door het leven (Ben Valkhoff)

Joke Bruijs woont samen met jazzmuzikant Frits Landesbergen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden