‘Ik waarschuwde wel: jongens, weet wie je vraagt’

Titus Muizelaar..

ETTEN-LEUR/AMSTERDAM ‘Nou?!’ roept Titus Muizelaar met gespeeld ongeduld. ‘Waar ken jij het nummer van?’ Tja. Route 66. Get Your Kicks on* Wie kent het niet. Maar waarvan ook al weer precies, of van wie. Er zijn wel 32 versies, zegt hij even later, althans: veel. Bij hem waren het The Stones, die indruk maakten: eerste plaat, eerste kant, eerste song. En ja, natuurlijk, komt het nu voor in de musical. Als sluitstuk.

Want zo heet ie per slot van rekening: Route 66. Een Road Musical. De eerste musical die Muizelaar (58) regisseert. Hij werd benaderd door Gerard Cornelissen, producent van onder meer Turks Fruit. Die wist van Muizelaars liefde voor de muziek, dit soort muziek: all American songs, Bob Dylan, diens inspirator Woody Guthrie, Woodstocktijd-liedjes. ‘Ik ben toch van die generatie’, zegt Muizelaar.

Enfin, hij waarschuwde wel: ‘Jongens, weet wie je vraagt.’ Immers, hij is toch in eerste plaats ‘gewoon’ toneelregisseur, jarenlang bij Toneelgroep Amsterdam, later bij het Antwerpse Toneelhuis, nu als freelancer; momenteel speelt hij zelf in de voorstelling Wuivend Graan van Wim T. Schippers. Muizelaar: ‘Het zal je eerste of je laatste zijn, zeiden ze. Oftewel: maak het zo als jij denkt dat het moet. Wij zijn niet uit op een gelikte musical – daarvoor moeten we niet bij jou zijn en dat weten we.’ Hij zei ja tegen het plan.

Het decor is dan ook nauwelijks glamourous; eerder geeft het een sfeervol jarenvijftiggevoel. Een garage, een hoop autobanden, een uithangbord dat op de aanwezigheid van een motel wijst; dit is het dorpje Diamond, aan de Route 66, de historische autoweg die Chicago met Los Angeles verbond (en die in 1985 werd opgeheven). Tegen de achterwand wordt (landschappelijk en historisch) videomateriaal geprojecteerd.

Diamond dus, is de plaats van handeling; hier komen verhaallijnen samen, ontmoeten de hoofdpersonen elkaar: een verbitterde automonteur en een gedesillusioneerde idealiste. Hier, in dit aanvankelijk wat slaperige oord, gaat het knetteren.

Tijdens een repetitie in het Brabantse Etten-Leur, een week of twee voor de première, concentreert de cast zich vooral op het muzikale gedeelte; af en toe wordt er gespeeld met tekst in de hand. Kostuums worden doorgepast, Muizelaar keurt. ‘De voorstelling is net rigoureus omgegooid’, zegt de regisseur. Bij try-outs in Delft bleek onder meer dat het videobeeld niet goed op de tekst aansloot.

Auteur Dick van den Heuvel schreef er fluks een en ander bij. De band is verder goed ingespeeld, en de acteurs (Frank Lammers, Loes Haverkort, Alexandra Alphenaar om er een paar te noemen) zijn bij stem.

Muizelaar castte zelf; mensen die kunnen spelen én zingen, zegt hij een week later in een Amsterdams etablissement. En er wordt ook zeker in bewogen, maar een show met dertig benen in het gelid – nee. ‘Ik heb wel een aantal gezien bij Joop van den Ende. Ik kan niet zeggen dat ik daar kapot van ben, maar ik het is ook weer niet zo dat ik het abject vind, helemaal niet. Maar dat genre is in mijn ogen eerder disciplinair dan muzisch. Daarbij heb ik liever het alledaagse leven van de straat op het toneel, zodat ik het toneel ook makkelijker naar de straat breng.’ Grinnikend: ‘Ja, wat ik dan eigenlijk doe is muziek sampelen in een mooi aards toneelstuk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden