'Ik vroeg hem of hij nog schreef, jawel, zei hij, en in mijn vrije tijd trek ik me af'

Eindelijk komen de dagboekaantekeningen tot leven waarover zo lang geheimzinnig werd gedaan. De erven van de dichter en essayist Max de Jong zijn alsnog overstag gegaan.

Beeld Archief Erven Max de Jong

Max de Jong (1917-1951) is een voetnoot in de Nederlandse literatuur, een jong overleden minor poet in de Amsterdamse literaire kringen van kort na de Tweede Wereldoorlog, die zich bewoog tussen beginnende schrijvers als Gerard Reve, W.F. Hermans en Adriaan Morriën, en bevriend raakte met uitgever Geert van Oorschot.

De Jongs reputatie berust op één lang gedicht, Heet van de naald (1947) - het autobiografische verslag in 91 kwatrijnen van een ongelukkige liefde, getoonzet in een monomaan parlando: 'Ach hoe kan ik nu ook schrijven/ zij is getrouwd met een ander/ en heeft kinderen/ zoals het moet// ik daartentegen zoek vruchteloos/ naar het recept/ om van twee halve vriendinnen/ één hele te maken.'

Vanaf 1947 tot kort voor zijn dood hield De Jong een dagboek bij. Geert van Oorschot rekende dit dagboek nog in 1985 'met De avonden van Van het Reve en Bij nader inzien van Voskuil tot de drie grote monumenten van de literatuur omstreeks het midden van de eeuw'. Die opmerking, gecombineerd met de decennia volgehouden weigering van De Jongs erven de tekst te publiceren, hebben zijn dagboek een haast mythisch aura bezorgd.

Beeld Archief Erven Max de Jong

Of die bijzondere reputatie standhoudt, zal blijken nu dit 'meest besproken en minst gelezen' egodocument ruim een halve eeuw na dato toch nog verschijnt: na de dood van Max de Jongs zuster in 2013 hebben haar kinderen besloten de publicatie niet langer te blokkeren.

Het Dagboek is bezorgd en van toelichtingen voorzien door literair historica Marsha Keja, die in 2014 ook de heruitgave van Heet van de naald voor haar rekening nam. Wie meer wil lezen over Max de Jongs tobberige schrijverschap, zijn moeizame verhouding met Hermans en Reve - jonger en al wél succesvol - en zijn mislukte amoureuze avonturen, kan terecht in Nico Keunings biografie Altijd het tinnef om je heen (Van Oorschot, 2000).

Max de Jong: Dagboek

Van Oorschot; 803 pagina's; euro 39,95.

Ter toelichting: de Biekorf was een goedkoop eethuis voor studenten op de Amsterdamse Keizersgracht, geleid door Jan Polak. De Jong spelt de naam consequent als Biekorff, zoals hij ook de naam Simon van het Reve (de latere Gerard Reve) als Van het Reeve schrijft. Lehmann is de dichter Louis Th. Lehmann.

Beeld Archief Erven Max de Jong

Dinsdag 6 januari 1948

De hele dag gek geworden van radio Simons. Niet eens zo gek laat opgestaan, me geschoren.

Biekorff: niet meer met die advocaat gepraat, gesprek met Simon van het Reeve, gepraat over zijn hofje, een halfzachte gemeenschap, erg, en over Die Verwandlung van Kafka, dat hij niet kende, het gesprek was wat hobbelig maar toch niet slecht. Daarna even bij Cis en Sonja gaan zitten, maar alleen naar huis gegaan. Jan Polak heeft neiging tot het maken van stekelige opmerkingen, doodgevaarlijk op zichzelf, maar als het daar bij blijft, heb ik niet te klagen. Ik heb erger verdiend en als hij me van de Biekorff verwijdert, zou ik weg zijn. Ik was verder nog even onbeschoft tegen die medicus, S v/h R zei er iets van.

Beeld d

Zondag 25 januari 1948

Mijn lieve buurvrouw heeft het er weer op toegelegd om me een encephalitis te bezorgen volgens het recept elk kwartier één lied.

Biekorff. Bij Simon van het Reeve en Hanny Michaelis gezeten. Morriën had hem de aphorismen laten lezen. Die knaap legt het er op toe, om me te ridiculiseren, gaat steeds door in de trant van 'wanneer kom je nou in een redactie'. En dat kind maar proesten - alsof zij dat boek geschreven heeft. Eén keer hadden ze gelijk. Ik zei: wanneer ga je nou 'De nachten' schrijven. Zij: bèè, dat heeft nou nog niemand gezegd. In elk geval even een houding tegenover deze manier van doen vinden.

Donderdag 5 februari 1948

Lekker geslapen, alleen te kort.

Biekorff. Er was weinig plaats, ik ging maar ergens zitten, daar kreeg ik Simon van het Reeve en zijn geliefde naast me. De conversatie liep helemaal vast. Toen draaide Esther zich om, en begon waarachtig tegen Simon en mij weer over Jan Polak en Bert kwam ergens vandaan en voegde zich er bij. Ik stelde Esther voor om roddel uit te wisselen en Jan zag en hoorde alles, teutte en ging tenslotte maar weg. Wee mij - dat ontlaadt zich onherroepelijk over mij. - De conversatie met Simon van het Reeve toen volkomen in orde. Ik heb hem gevraagd, hoe het zat, of hij dat verneukeratieve toontje hanteerde of het verneukeratieve toontje hem. Hij wordt namelijk wel eens verlegen.

Zaterdag 13 maart 1948

Slecht geslapen. Al vroeg begon iemand buiten een konijnenhok te timmeren. Later op de morgen radio's, die van de Bruin (?). Toch voor ik opstond nog een zeer diepe droom. Jet W. woonde bij haar ouders, haar broer was Morriën, ik wist toegang tot haar te erlangen, maar mijn ouders zaten (alsof dat helemaal niet compromittant was) ijskoud bij haar ouders op visite. Na de droom opgestaan.

Biekorff. Met Simon van het Reeve gedisputeerd. Ik noemde Hermans een rotvent, Hanny en hij waren het daar helemaal niet mee eens. Het zal wel stom van me geweest zijn en hij zal het wel in zo onaangenaam mogelijke vorm oververtellen. Hanny M. wou Lehmann lenen. Buiten wachtten ze niet op me.

Avond Geert. Lehmann aanwezig. We hebben niet tegen elkaar gesproken. Hij doet aan zich soepel bewegen in gezelschap. Er waren goeie vrouwen en hij stelde een dansje voor. Ik kon weer eens niet meedoen.

Woensdag 14 december 1949

Vanmorgen mede doordat de wekker achter liep vreselijk laat. Ik begrijp niet, dat ik het nog min of meer gehaald heb (3 à 4 min. te laat). Gegeten bij moeder Mia, OZ Achterburgwal, Heregod! Ze stonden in de rij, voortdurend een rij van wel 25 of 50 mensen. En wat voor mensen. Prettige jonge kerels en de meest verrukkelijke grietjes bij bosjes. Anderhalve bami voor een gulden ongeveer en je bent vol. Tegen een paar mensen, waar ik tegenover zat, maar vast reclame gemaakt voor de Biekorff, eigenlijk niet netjes. André Haakman kwam er uit. Een half uur heel prettig zitten praten met Simon van het Reeve en Hanny Michaëlis. Ik vroeg hem, of hij nog schreef, jawel, zei hij, en in mijn vrije tijd trek ik me af. Ik moet niet zo ongegeneerd mijn ogen uitkijken naar aardige jonge vrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden