'Ik vraag me vaak af: wat heeft schrijven voor zin?'

Elf jaar heeft de fan moeten wachten op een nieuwe roman van literair wonderkind Jonathan Safran Foer. In zijn Brooklynse brownstone vertelt hij waarom het zo lang heeft geduurd. Schrijven was het probleem niet.

Beeld Bart Heynen

Tientallen, misschien wel honderden keren is het hem de afgelopen jaren gevraagd. 'Jonathan, waar blijft je nieuwe roman?' Logische vraag. Hij was immers op 25-jarige leeftijd gedebuteerd met een wereldhit en publiceerde drie jaar later zijn tweede boek. Jong, intelligent, energiek, productief, dat waren toch de karakteristieken van het literaire wonderkind Jonathan Safran Foer? Vanwaar dan die elf jaar stilte?

Foer: 'Je zou kunnen zeggen: ik heb de afgelopen elf jaar een hoop geleefd. Dat is ook het antwoord dat ik doorgaans op die vraag gaf. De oudste van mijn twee zoons wordt dit jaar 11, dat is geen toeval. Ik heb veel tijd besteed aan het ouderschap, simpelweg omdat ik dat meestal het belangrijkste vond wat mij in de wereld te doen stond.'

Waarde

Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. Naarmate het gesprek vordert, wordt duidelijk dat Foer de laatste jaren een verwoede strijd met zichzelf heeft gevoerd, zich heeft afgevraagd of hij überhaupt wel een nieuw boek moest schrijven. En zo ja, hoe dat eruit zou moeten zien.

'Natuurlijk schreef ik. Dat is al jarenlang een vanzelfsprekendheid voor me. Met een writer's block ben ik nooit geconfronteerd geweest. Ik werkte zelfs - eigenlijk mijn vaste werkwijze - aan meerdere boeken tegelijk. Maar al schrijvend werd ik steeds vaker geconfronteerd met de vraag: doet het er werkelijk toe wat ik schrijf? Heeft het waarde?

'Ik doceer creative writing aan New York University en zeg vaak tegen mijn studenten: schrijven is het probleem niet. Het probleem is iets te vinden dat de moeite waard is om over te schrijven. Er zijn veel getalenteerde schrijvers in de wereld. Van de twaalf tot vijftien studenten die ik jaarlijks begeleid, heeft de helft genoeg literair vakmanschap om een gepubliceerd auteur te zijn. Maar dat werk moet ook nog betekenis hebben. Grote schrijvers kunnen niet zozeer beter schrijven dan hun collega's, ze schrijven over grote zaken.'

Jonathan Safran Foer

1977 Geboren te Washington, D.C.

1995-1999 Studeert filosofie aan Princeton University

2000 Zoetrope All Story Fiction Prize

2002 Everything Is Illuminiated (Alles is verlicht, roman)

Guardian First Book Award, National Jewish Book Award

2005 Extremely Loud & Incredibly Close (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, roman)

2008-heden Docent creative writing (Yale University, New York University)

2009 Eating Animals (Dieren eten, non-fictie)

2010 Tree of Codes (kunstwerk in boekvorm)

Foer zit relaxed achterover op de bank in de woonkamer van zijn ruime brownstone, gelegen in een uitgesproken groen deel van Brooklyn. Kousenvoeten op tafel. De hoge kamer is gevuld met boeken; in kasten, op stapels. In de tuin rennen eekhoorns boom in boom uit. Af en toe slaat de airco aan. Hij woont hier alleen. Na tien jaar huwelijk gingen hij en collega-auteur Nicole Krauss in 2013 uit elkaar. In goed overleg en op een vriendschappelijke manier, aldus Foer, die Kraus 'een geweldige moeder en een goede vriendin' noemt.

Zijn nieuwe roman, Hier ben ik, kent twee verhaallijnen. De belangrijkste vertelt over de wederwaardigheden van Jacob en Julia Bloch en hun drie kinderen. En dan met name over het langzaam imploderende huwelijk van Jacob en Julia, een ontwikkeling die al een tijdlang gaande is, maar manifest wordt als Julia een reeks seksueel getinte sms'jes op Jacobs mobiele telefoon aantreft. Uiteraard ligt de vraag voor de hand of de roman een verwerking is van gebeurtenissen in Foers eigen leven.

Foer, glimlachend: 'Ik zou die vraag zelf ook stellen. Maar het eerlijke antwoord is dat ik dat niet weet. Zoals ik al vertelde, heb ik de afgelopen jaren aan meerdere literaire projecten gewerkt. Eén daarvan was een roman over de teloorgang van een huwelijk, maar daar was ik al een paar jaar mee bezig. De scènes met de mobiele telefoon en de daaruit voortvloeiende ruzie waren lang geschreven voor mijn eigen scheiding plaatsvond. Wat ik echt uit mijn eigen leven heb geleend zijn zaken als het ouderschap, dingen die onze kinderen hebben gezegd, hoe zij leerden praten, ideeën ontwikkelden, hun angsten, mijn angsten.

Beeld .

Verwerking van een persoonlijke strijd

'Toen ik het boek af had, heb ik het helemaal doorgenomen met de advocaat van de uitgever. Die vroeg mij alles aan te geven dat op de werkelijkheid was gebaseerd, om zeker te weten dat er niets lasterlijks in stond. Er bleken maar een stuk of vier dingen echt aan de werkelijkheid ontleend, en die hadden allemaal te maken met het ouderschap.

'Nicole heeft het manuscript gelezen en ik heb haar gevraagd of er passages in zaten die wat haar betreft gevoelig lagen, hoezeer ik er ook van overtuigd was dat ze zou zien dat het boek niet over ons gaat. Ze reageerde daar geweldig op. We hebben een heel goede verhouding, wonen bij elkaar in de buurt en hebben dagelijks contact. Het was geweldig om van haar te horen dat ze het een goed boek vindt, want dat is natuurlijk precies wat ik hoopte.'

Hier ben ik mag volgens de schrijver dan niet letterlijk teruggrijpen op zijn eigen scheiding, het boek is wel degelijk de verwerking van een persoonlijke strijd die hij de laatste jaren heeft gevoerd en waarvan die scheiding mede het gevolg is, geeft hij toe.

Harmonieuze scheiding

Auteurs Jonathan Safran Foer en Nicole Krauss leerden elkaar kennen in Amsterdam. Het was hun Nederlandse uitgever niet ontgaan dat beiden belangstelling toonden voor dezelfde Amerikaanse kunstenaars, waarop hij voorstelde een ontmoeting te organiseren. De twee bleken meer te delen dan artistieke belangstelling en trouwden in 2004. Het huwelijk duurde een kleine tien jaar. Foer en Krauss hebben twee zoons, Sasha en Cy, wonen vlak bij elkaar en vervullen naar Foers zeggen in goede harmonie afwisselend hun ouderlijke taken.

'De meesten van ons leven met geweldige interne conflicten en paradoxen die we negeren. Zo ben ik een ambitieus kunstenaar, maar ook een toegewijde vader. Helaas gaan die twee dingen niet samen. Een van die twee identiteiten zul je moeten onderdrukken, misschien wel allebei. Een ander conflict: ik was getrouwd, maar ook een vitale en geseksualiseerde persoonlijkheid. Hoe houd je die twee zaken in balans? Nog een: ik ben Jood maar ook progressief-liberaal. Hoe verhouden die twee zaken zich tot elkaar? Het hele boek is opgebouwd rond dit soort tegenstellingen en de conflicten die ze opleveren.'

De titel Hier ben ik verwijst naar de bekende passage in Genesis, waarin God het geloof van Abraham op de proef stelt, door hem op te dragen zijn zoon Izak te offeren.

'Abraham wordt in dit verhaal gevraagd twee aspecten van zijn identiteit te verenigen die sterk met elkaar conflicteren. Hij is een gelovig mens en wil doen wat God hem opdraagt. Tegelijk houdt hij zielsveel van zijn zoon. Als God hem roept om zijn geloof te bewijzen, antwoordt hij: 'Hier ben ik.' Als vervolgens Izak hem roept, antwoordt hij ook hem: 'Hier ben ik.' Hij is er voor beiden, maar Abrahams liefde voor God en voor zijn zoon zijn hier niet te verenigen.

Beeld Bart Heynen

'In het dagelijks leven word je voortdurend met dat soort conflicten geconfronteerd. Meestal geen conflicten op leven en dood, maar niettemin. Dus zoek je naar compromissen, maar soms is dat niet voldoende en moet je keuzes maken. In het boek dwingt Jacobs ontrouw tot een keuze. Als hun zoon Sam op school in de problemen komt, dwingt dat Jacob en Julia tot een keuze. Ik ben geïnteresseerd in deze momenten van crisis en de keuzes waartoe ze dwingen, en dat heb ik in deze roman onderzocht. In feite is Hier ben ik een roman over de queeste naar zelfvervulling, naar thuiskomen. Of, zoals je ook zou kunnen zeggen: naar volwassenheid.'

Zoals te verwachten van een boek dat zijn titel ontleent aan het verhaal van Abraham en Izak, en een hoofdpersoon kent die de naam draagt van die derde Israëlische aartsvader, Jacob, speelt ook de Joodse identiteit een belangrijke rol in Hier ben ik. Dit thema komt op allerlei niveaus aan de orde. Zo leert de lezer dat Jacob afstamt van de Pools-Joodse familie Blumenberg. Na de Tweede Wereldoorlog emigreerde zijn grootvader, Isaac, naar de Verenigde Staten en noemde zich Bloch. Isaacs broer Benny emigreerde naar Israël. 'Isaac heeft Benny nooit begrepen. Benny begreep Isaac wel, maar heeft hem nooit vergeven.'

Moeite met het Joodse superioriteitsgevoel

De Amerikaanse en de Israëlische tak van de familie hebben nog altijd contact, en in de loop van de roman brengen Jacobs neef Tamir en diens gezin een bezoek aan de Verenigde Staten. Via de confrontaties tussen de Blochs en de Blumenbergs stelt Foer een reeks prangende en soms ongemakkelijke vragen over zowel het Joods-zijn als over de staat Israël.

Jacobs vader Irv constateert dat Joden slechts 0,2 procent van de wereldbevolking uitmaken, maar 22 procent van alle Nobelprijzen in de wacht hebben gesleept. '24 procent als je de Vredesprijs niet meerekent. En aangezien er geen Nobelprijs voor Uitgeroeid Worden bestaat, was er een decennium dat Joden weinig kans maakten op de prijs, dus waarschijnlijk is het percentage nog hoger.'

Irv en Tamir vertegenwoordigen 'het ene Joodse geluid', Jacob het andere. Hij voelt zich dikwijls door de Israëlische politiek in verlegenheid gebracht en heeft moeite met het Joodse superioriteitsgevoel dat zijn vader uitdraagt.

De discussies komen in een nieuw daglicht te staan als er een verwoestende aardbeving plaatsvindt in het Midden-Oosten. Meer dan dertig landen grijpen deze gelegenheid aan om Israël de oorlog te verklaren. Europese landen reageren terughoudend. Duitsland, dat zich 'Israëls beste vriend in Europa' noemt, raadt het land aan 'deze tragedie aan te grijpen om zijn Arabische buren de hand toe te steken'.

De Israëlische premier roept Joodse mannen wereldwijd op tot een Omgekeerde Diaspora: kom naar Israël om het land te verdedigen. Dit betekent dat ook Jacob voor een keuze wordt geplaatst. Is hij er, voor Israël?

Foer: 'Een vriend zei tegen me: er zullen veel mensen boos worden om dit boek, maar ik heb geen idee wie. Bij die opmerking kan ik mij wel wat voorstellen. Hier ben ik kiest niet nadrukkelijk partij maar deelt klappen uit in een heleboel richtingen. Iedereen in het boek is nu eens een held, dan weer een dwaas.

Typisch Amerikaans

'Als Joodse Amerikaan bevind ik mij midden in een orkaan van argumenten en daaraan wilde ik in dit boek uitdrukking geven. Ik heb veel Israëli's gesproken die net als Tamir vinden dat Amerikaanse Joden makkelijk praten hebben. Tamir staat op het standpunt: Amerikaanse Joden nemen geen enkele verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van Israël, maar behouden zich wel het recht voor om kritiek te hebben op wat Israël doet. Dat gaat niet. Persoonlijk moet ik zeggen dat ik het moeilijk vindt om Tamir in dat opzicht tegen te spreken.'

Als zoektocht naar de vraag wat het betekent om Joods te zijn, is Hier ben ik volgens Foer een typisch Amerikaans boek.

'In Israël loopt men niet rond met die vraag. Daar ben je Joods, niet omdat je koosjer eet, maar omdat je in de Joodse staat woont. Als Jacob over Philip Roth, Woody Allen en bagels begint, lacht Tamir hem uit. De Joodse identiteit is typisch een vraagstuk voor Joden in de diaspora. Ook voor mij dus. Toen ik jonger was voelde Israël soms als thuis. Vooral Tel Aviv. Die stad is zo dynamisch, zo vol cultuur, zo overvol leven. Toch ga ik er niet wonen. Omdat ik mij in de eerste plaats Amerikaan voel. Maar daarmee is die identiteitsvraag niet volledig beantwoord.'

Thuiskomen

Thuiskomen is het motief dat als een rode draad door Hier ben ik loopt. Aan het slot van de roman laat Jacob de hond van de familie, Argus, die al heel lang ernstige gezondheidsproblemen heeft, eindelijk inslapen. Argus was ook de naam van de jachthond van Odysseus, die hij achterliet toen hij ten strijde trok tegen Troje. Wanneer Odysseus na vele jaren, verkleed als zwerver, weer naar huis terugkeert, is Argus de enige die zijn baas onmiddellijk herkent. Daarna sterft het dier.

'Voor Jacob is het, teneinde zelf vrede te kunnen vinden, noodzakelijk om Argus te laten gaan. En niet alleen Argus, maar ook zijn woede, zijn rancune, teleurstelling in anderen en zichzelf, afstand te nemen van een verhaal van mislukking, van falen. Ik vind de slotwoorden - als Jacob tegen dierenarts zegt: 'Ik ben klaar' - erg indringend. Klaar voor wat? En: ís hij klaar?

'Natuurlijk, hij is na veel uitstel eindelijk klaar om het leven van de hond te laten beëindigen. Maar is hij ook klaar om een eind te maken aan zijn huidige leven? In het boek speelt het motief van dood en wedergeboorte. Maar Jacob is niet iemand die plotseling zichzelf heeft gevonden en nu een vervuld leven gaat leiden. Hij gaat worstelen.'

Tegen het eind van het gesprek komt Foer terug op het thema 'zingeving'. Hij vertelt hoe hij, toen hij aan Princeton studeerde, overwoog een artsenopleiding aan Mount Sinai School of Medicine te gaan volgen.

'Nog altijd vraag ik mij met regelmaat af: waarom heb ik dat niet gedaan? Geen enkele verloskundige zegt aan het eind van de week: ik heb veertien baby's ter wereld gebracht, wat heeft dat allemaal voor zin gehad? Ik daarentegen loop voortdurend tegen die vraag aan: wat heeft het voor zin wat ik doe? Waarom schrijf ik boeken in een wereld die zoveel problemen kent? Er zijn zoveel zinvolle dingen die je kunt doen, terwijl de betekenis van literatuur zo vaag is.

'Met Hier ben ik heb ik mijzelf antwoord gegeven op die vraag. Het is niet het boek van mijn leven, maar het gaat over zaken die ertoe doen. Het werken eraan heeft mij een beter begrip gegeven van wat mijn waarden zijn. Maar ik maak mij geen illusies: schrijven zal ook in de toekomst een strijd blijven.'

Waarmee de schrijver, bedoeld of onbedoeld, recht achter zijn hoofdpersoon is gaan staan.

Op vrijdag 14 oktober treedt Foer op in Paradiso, als gast van het John Adams Instituut en uitgeverij Ambo | Anthos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden