'Ik voldeed niet aan de minimale lengte om gangster te worden'

Spotten met religie of relaties, in de wereld van Woody Allen mag het nog: ook met Café Society had hij weer de vrije hand.

Beeld epa

'Ik ben een veilige investering', zegt Woody Allen. Iemand noemde hem zojuist de laatste onafhankelijke filmer met een groot publiek. Waar veel van zijn collega's te maken krijgen met bemoeizuchtige studio's, veeleisende financiers, onwillige filmfondsen en krappe budgetten, voelt de New Yorkse cineast zich nooit bekneld. 'Mijn films zijn ook niet zo duur, dat scheelt. Je maakt wat winst, je speelt quitte of je verliest een klein beetje.'

O, hij klaagt wel eens. Over het voor de mens 'extreem vijandige' universum, of over zijn paranoïde aanleg: 'Ik geloof dat iederéén achter me aanzit.' Maar nooit over zijn positie in de filmwereld.

Al sinds zijn eerste, teleurstellende ervaring met het door hem geschreven en geacteerde, maar níét zelf geregisseerde What's New Pussycat (1965), heeft Allen volledige zeggenschap over zijn oeuvre.

Tv-serie

Zijn nieuwste, 47ste speelfilm Café Society kwam tot stand onder de hoede van de filmdivisie van Amazon, dat zich naast de populaire betaalzenders Netflix en HBO wil scharen. En 'onder de hoede van' is eigenlijk de verkeerde omschrijving. 'Ik werk niet mét ze', zegt Allen. 'Ze betalen voor de rechten. Ik geloof dat ik nauwelijks iemand bij Amazon heb ontmoet. Ik maakte ook een tv-serie voor ze. Amazon heeft geen idee waar die over gaat. Doe wat je wilt, zeiden ze. Wil je in zwart-wit filmen? Wil je in Parijs of in Californië? In de jaren twintig, vijftig, zestig? Grappig of serieus? Maakt niet uit. Zeg het maar als je klaar bent.

De 80-jarige regisseur zit in een suite in Cannes, tegenover een vijftal journalisten. Broos en slechthorend, maar ook kwiek en alert. Heeft hij überhaupt ooit iets besteld bij Amazon?

'O nee, nooit. Nee, ik weet niet hoe zoiets werkt. Ik ben zo iemand die een stukje tape over de knoppen van de televisie plakt, zodat ik niet per ongeluk de instellingen wijzig.'

Precies een jaar geleden, toen Allen zijn vorige film (Irrational Man) in Cannes presenteerde, noemde hij zijn tv-serie een grote vergissing. 'Ik dacht: het is maar televisie, dat doe ik er even bij, tussen twee films in. Maar het was een enorme berg werk. Daarom was ik teleurgesteld. Ik wilde eigenlijk ook niet, maar elke maand kwamen ze terug met een hoger aanbod, en wéér hoger. Het was zo lucratief dat het idioot zou zijn om nee te zeggen. Nu is het af, dus ik ben blij.'

De nog titelloze, zesdelige comedy speelt zich af in de jaren zestig en zal volgens Allen, die zich vooralsnog enkel cryptisch over de inhoud uitliet, 'niet leiden tot nieuwe religies'.

Beeld Rechtenvrij

De jaren dertig

Voor Café Society ging de regisseur iets verder terug in de tijd: de jaren dertig. Daarin tracht een eenvoudige joodse jongen uit de Bronx (acteur Jesse Eisenberg) carrière te maken in Hollywood met hulp - dat is het idee althans - van zijn narcistische oom, een drukbezet en succesvol studiohoofd (Steve Carell). Beide mannen krijgen een relatie met dezelfde studioassistent (Kristen Stewart), wat tot complicaties leidt. Behalve met de mores en decadentie van Hollywood, spot Allen in Café Society ook royaal met het joodse geloof en het New Yorkse milieu waarin hij zelfde opgroeide in de crisisjaren.

Was hij jonger, zegt Allen, dan zou niet Eisenberg, maar hijzelf de hoofdrol hebben gespeeld. 'Dat gezegd hebbende, moet ik óók zeggen dat ík de rol nooit zo goed had kunnen spelen als hij. Jesse is een acteur, ik een komiek. Je laten lachen lukt me wel, maar ik doe geen Tsjechov. Overigens: ook jaren geleden meende ik al dat Dustin Hoffman élke rol van mij beter had kunnen spelen. Ik kon hem alleen nooit krijgen. Hij was altijd onbeschikbaar, of te duur.'

De jaren dertig worden tot de Golden Age (1927-1960) van de Amerikaanse cinema gerekend, maar Allen is blij dat hij gedurende die hoogtijdagen geen regisseur was. 'De studio's controleerden de regisseurs volkomen, er was geen autonomie. Het is een mirakel dat een aantal van die lui zulke mooie films maakten. John Huston, Billy Wilder, George Stevens... Ze liepen niet alleen tegen de gebruikelijke artistieke problemen op, bij het filmen, maar vochten ook continu tegen de studio's. Die probeerden hun werk te veranderen, bepaalden wie er werd gecast. Ze maakten honderden films per jaar. Een dozijn was prachtig. De rest was gewoon escapistische, lege onzin.'

De tekst gaat verder onder het beeld.

Koppel

Jesse Eisenberg (32), eerder al te zien in Woody Allens Italiaanse komedie To Rome with Love (2012), speelt de hoofdrol in Café Society. De acteur over Allen: 'Hij effende het pad voor compleet ongelijke relaties in films. Dankzij hem kan ik in een film een geloofwaardig koppel vormen met Kristen Stewart. Zij is de mooiste vrouw op de planeet, ik heb het postuur van een kleine letter r.'

Café Society

Lees hier de filmrecensie van Café Society.

Aandachtsstoornis

Café Society is ook een portret van twee tegengestelde steden: het flamboyant corrupte Los Angeles en het rauwere, door gangsters gerunde New York. 'De gangsters zoals in de film, die waren er gewoon vroeger in mijn buurt. Sommige kinderen waren op hun 14de al gangster.'

Zo niet Allen, die zich nimmer gerekruteerd zag voor een straatgang. 'Ik voldeed niet aan de minimale lengte.'

Voor zijn opmerkelijk gloedvol gefilmde nieuwe speelfilm werkte hij voor het eerst met veteraan Vittorio Storaro, de 79-jarige drievoudig Oscarwinnaar en cameralegende, die onder meer Il conformista (1970) en Apocalypse Now (1979) schoot. Hij moest zich, zoals elk van de gerenommeerde cameramannen met wie Allen eerder werkte, wel conformeren aan diens arbeidsethos. 'Ik heb een aandachtsstoornis', zegt de regisseur. 'Dus veel takes, dat gaat niet. Of dat iemand er ook omheen filmt, voor meer materiaal - ik kan me zo lang niet concentreren. In een vliegtuig zitten, of een lang diner, dat vind ik ook niks. Je ziet vaak van die scènes waarin ze eerst de een filmen, dan de ander, en dan weer eens met zo'n over-de-schouder-perspectief... Ik wil de camera gewoon recht voor het gezelschap, zodat je iedereen in één keer kunt filmen. Niet om artistieke redenen, maar gewoon omdat ik het fysieke geduld niet kan opbrengen.'

Allen, die veel geweldige vrouwenrollen schreef, zoals die voor films als Annie Hall (1977) en Hannah and her Sisters (1986), wordt tegenwoordig wel eens bekritiseerd om de in leeftijd vaak ongelijke relaties tussen zijn personages: oudere mannen met jongere vrouwen. 'Wat kan ik er aan doen?' zegt hij. 'Ik schrijf gewoon wat voor mijn gevoel klopt voor het drama. Verder let ik er niet op.'


Het was actrice Diane Keaton die hem deed inzien dat hij óók vanuit vrouwelijk perspectief kon schrijven. 'We begonnen een relatie, die een paar jaar duurde. Ze was zo charismatisch, zo slim en interessant, dat ik de wereld meer door haar ogen begon te beschouwen. Daarvoor was ik altijd mijn eigen hoofdpersonage: een man in een silly comedy.'


Ondertussen is de regisseur alweer druk met zijn volgende, nog titelloze en qua inhoud onbekende speelfilm, die hoe dan ook in 2017 in de bioscoop draait. Heeft hij ooit overwogen eens iets compleet anders te regisseren? Zeg, een volbloed actiefilm? 'Nee, nooit', antwoordt Allen. 'Ik denk wel dat Zelig een heel andere film is dan Hannah and her Sisters, of Match Point. Maar het zou nooit in me opkomen eens een western te maken. Interesseert me niet. Ik kijk ze ook niet.'


En z'n 48ste wordt ook geen superheldenfilm. 'Niks voor mij. Hooguit om in te acteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden